Close

Wenen #1: Freihausviertel met de Naschmarkt en het Secession

In juni 2025 trokken Leen en ik voor vijf dagen naar Wenen. Tijdens een hittegolf nota bene en dus genoten we van het buitenleven in de Oostenrijkse hoofdstad die jaar na jaar wordt verkozen tot meest leefbare stad van Europa. Ik wist zelf totaal niet wat te verwachten van deze stad en neem jullie graag mee doorheen onze trip.

We sliepen in een AirBnb in de wijk Margareten, beetje verder van het centrum en niet zeer levendig, maar op zich wel goed bereikbaar met het openbaar vervoer (al namen we vooral de bus die het dichtst bij onze slaapplaats stopt want Wenen is groot dus het aantal stappen per dag liep snel op).

Toen we aankwamen aten we een pizza bij Trattoria Pizzeria Margareta in het hart van de wijk op een zalig binnenpleintje met terras. Aanrader! Nadien was het tijd om de wijk ernaast te ontdekken: het Freihausviertel (het 4de district).

Wenen heeft met de Secession zijn eigen versie van de art nouveau. Gustav Klimt en Otto Wagner zijn daarvan de bekende namen. Aan de Linke Weinzeile staan twee van Otto Wagner zijn prachtige huizen: het bloemrijke Majolikahaus en het met gouden ornamenten van Kolomon Moser versierde Wienzeilerhäuser .

Prachtige gevels zijn het! Leuk om al die details te spotten. Je merkt ook meteen dat de metro-ingangen heel erg art nouveau aandoen. De place to be begint echter achter de metro-ingang: de Naschmarkt.

De Naschmarkt is een halfopen markt met overdag kleurrijke stallen vol fruit, kruiden en andere etenswaren. ’s Avonds openen de vele bars en restaurants en worden de terrassen opgezet. Op zaterdagvoormiddag vind je er ook een vlooienmarkt.

Het is misschien allemaal wat toeristisch, maar wij vonden het er toch heel gezellig en dankzij het mooie weer was het de ideale plek voor een aperitief, of een heerlijk diner bij Neni am Naschmarkt.

Aan de andere kant van de markt kom je uit op het Kleines Haus der Kunst, ook een voorbeeld van de Secession (werd verbouwd toen wij er waren), maar meteen valt vooral de gouden koepel van het Secessiongebouw op.

In 1898 zag dit het gebouw het levenslicht door een groep kunstenaars die zich verenigden onder de naam ‘Secession’ en die een tempel voor hedendaagse kunst wilden creëren. Hun motto Der Zeit ihre Kunst. Der Kunst ihre Freiheit staat op de gevel. Het gebouw zelf is van Joseph Maria Olbrich en binnenin vind je de Beethoven friezen van Gustav Klimt.

Naast die friezen, vind je er ook vandaag werk van hedendaagse kunstenaars. Voor 12 euro per persoon kan je naar binnen. We zagen kunst van Ariane Muller, Jeremy Shaw en Francis Offman, maar de expo’s wisselen regelmatig. Het hele gebouw is ruim en laat veel licht binnen wat de werken mooi doet uitkomen.

Als laatste kwamen we uit bij de Klimt Friezen, gebaseerd op de 9de symphonie van Beethoven – die door je hoofdtelefoon weerklinkt. De art nouveau swing, gouden details en femmes fatales met lange haren vielen meteen op – typische elementen van art nouveau over heel Europa. De friezen zijn moeilijk te bewaren aangezien ze rechtstreeks met verf op de muren zijn geschilderd, daardoor wordt de temperatuur in de kamer constant op hetzelfde peil gehouden.

Dit bezoek werd meteen één van de hoogtepunten van de trip. Je kan Wenen niet begrijpen zonder de nieuwe kunst te zien die artiesten zoals Klimt en Wagner wilden brengen om zich af te zetten tegen het oude neoclassicistische ideaal dat de binnenstad domineert.

Van hieruit wandelden we verder richting de Karlsplatz waar de Karlskirche het landschap domineert. Deze rooms-katholieke kerk werd in de 18de eeuw door de keizer Karel VI aan de stad gegeven na een grote pestepidemie. En is opgezet in neoclassicistische stijl met twee grote zuilen geïnspireerd op de zuil van Trajanus in Rome – ze hadden er eentje net gekuist, de andere was nog ‘vuil’ ;).

Een bezoek kost 9,50 euro per persoon en daarmee kan je ook het panoramadak op om de zuilen van dichterbij te bekijken. Het interieur van de kerk is barok, in de koepel hing een modern lichtkunstwerk.

’s Avonds doen ze hier opvoeringen van klassieke muziek waaronder de vier seizoenen van Vivaldi. Sowieso kan je in heel Wenen concerten van hun gevierde componisten meepikken, iets dat voor een volgende keer op het lijstje staat.

Hiermee hadden we hoogtepunten van de wijk gezien en zat onze eerste halve dag erop. We aten (veggie) burgers bij Weinschenke in Margareten en doken op tijd ons bed in.

Ben jij al eens in Wenen geweest?

Op mijn reisgidspagina vind je een handig overzicht van alle bestemmingen die ik bezocht en de bijhorende blogposts die ik erover schreef. Zo vertrek je nooit zonder inspiratie op vakantie.

Malaga #2: het centrum met de Kathedraal en het Picasso museum (+eettips)

In februari 2025 gingen het lief en ik de zon opzoeken in Malaga. We verbleven bij Tandem Soho suites, een appartementcomplex in de hippe Soho wijk. Naast een uitstap naar het Alhambra van Granada, werd het vooral een chille citytrip in deze kuststad. Ik laat je met plezier de fijnste plekken van de stad zien.

Vorige keer nam ik jullie mee naar het moorse erfgoed van Malaga, vandaag focus ik op het centrum. Ik wist op voorhand niet hoe klein en gezellig dat centrum van Malaga zou zijn. Het was ook carnaval toen wij er waren, wat voor een groot volksfeest zorgde.

Het centrum is dus zoals gezegd compact, met de winkelstraat Calle Larios die alles doormidden snijdt en uitkomt op het Plaza de la Constitucion. Dé twee trekpleisters zijn ongetwijfeld de kathedraal en het Picassomuseum.

De kathedraal

De kathedraal van Malaga is zo één van de plekken waar alle wegen naar lijken te leiden. Het is een enorme kerk met een gotisch fundament, de spitsbogen binnenin geven dat weg, en daarnaast renaissance en vooral barokke elementen. De kerk is gebouwd op de plek van de vroegere moskee, dus na de katholieke herovering aan het einde van de middeleeuwen. Dat is al laat om zo’n bouw te starten en het heeft dan nog eens 200 jaar geduurd om het af te werken, wat de mengelmoes van stijlen verklaart.

Links: gebouwde toren. Rechts: nooit voltooide toren 😉

Langs buiten ziet elke gevel er wat anders uit. Er is een klokkentoren en er ontbreekt er tegelijk een: de tweede is nooit gebouwd door geldgebrek in de 18de eeuw. Daardoor wordt de kerk ‘La Manquita’ genoemd, wat zoveel betekent als ‘één-armige of manke dame’. De toren die wel gebouwd is, is 87m hoog en daarmee de hoogste kerktoren van Andalusië.

Aan de zijkant heb je een – vond ik – hele mooie barokke ingang. We wilden deze kerk ook graag langs binnen bewonderen en toegang kostte 10 euro per persoon, daarin zit een audiogids inbegrepen. De hele kerk is gewijd aan de hemelvaart van Maria. Binnen vond ik licht echt heel speciaal, goudgeel als het ware. En het is een enorm hoge kerk door de gotische bogen.

Het is heel groot binnen, met veel zijkapellen, een enorm altaar en een houten koor dat in drie lagen is opgebouwd, heel indrukwekkend ambachtswerk. Je loopt er al snel een dik uur in rond.

Ik heb al veel kerken gezien en meestal ben ik in Spanje geen grote fan door de overdreven barok. Ik had dat ook van deze kerk verwacht, maar het was dus niet wat ik dacht. Het sobere is behouden en dat maakt het allemaal heel mooi.

Links: het ambachtskerk in het koor.

De kathedraal was het eerste wat we bezocht hebben in Malaga en absoluut de moeite!

Picassomuseum

Picasso is een naam waar je niet rond kan in Malaga. Hij werd er geboren. Eén van de musea die je er vindt is dan ook zijn casa natal (geboortehuis) aan het enorme Plaza de la Merced. Dat bezochten we echter niet.

Plaza de la Merced

Niet veel verder vind je het Picasso museum in het historische Palacio de Buenavista, één van de vele musea over de kunstenaar in de wereld. Het museum doet een poging om Picasso’s hele oeuvre te overspannen en focust ook op zijn liefde voor Andalusië. Naast schilderijen, vind je er ook veel keramiek van de kunstenaar.

Een bezoek kost 12 euro per persoon en je reserveert best online op voorhand. Dat hadden wij niet gedaan en we hadden de populariteit een beetje onderschat. Het is het meest bezochte museum van Malaga (en er zijn er veel!). Er zijn twee rijen: voor mensen met een online ticket en voor mensen zonder ticket. Ook met een ticket is het dus even aanschuiven. Wij stonden eerst in de foute rij en nadien in de juiste die niet vooruit ging en kochten dan toch maar een ticket online voor het tijdslot dat er aankwam. Boek dus online.

De echt bekende werken hangen er niet. Maar je krijgt wel echt idee van zijn loopbaan en zijn turbulent liefdesleven. Picasso was allesbehalve goed voor zijn vele vrouwen, daarom heb ik een wat moeilijke relatie met hem als persoon. Maar hij is misschien wel één van de meest invloedrijke kunstenaars ooit en dan verdient hij een museum in zijn geboortestad.

Links: ik met gekruiste armen bij het werk ‘Vrouw met gekruiste armen’.

Je ziet het misschien een beetje op hoe ik mijn foto’s heb genomen: het is er enorm druk binnen. Het is geen groot gebouw dus hangen de werken in relatief kleine ruimtes. Er lopen heel wat mensen als een kip zonder kop door de werken. Het is niet de meest rustige museumbeleving, maar dat moet je er helaas een beetje bijnemen. Wij gingen ook op een weekenddag in de voormiddag, dus ik zou een rustiger moment uitkiezen ;).

Eettips

Een kleine midweek in Malaga zorgde ervoor dat we goed van de lokale keuken hebben kunnen genieten, hierbij onze tips:

Ijs:

Churros:

  • De lokale variant van churros zijn de tejeringos. Ze zijn gladder, dunner, langer en krommer :D. Er zijn een aantal toeristenplekken, maar als je ze graag lokaal eet moet je bij Churreria La Malaguena zijn. Opgelet: in Spanje eten ze churros als ontbijt/in de voormiddag met een kop chocolade erbij. Ik zou echt een goede Spanjaard zijn.

Lunch/avondeten:

  • In het centrum kan je kiezen voor tapas bij d’Platos (mijn favoriet!), het mega populaire Casa Lola (vond ik wat tegenvallen?), Madeinterranea, of Los Marangos (meerdere locaties). Los Marangos heeft ook heel lekkere paëlla (when in Spain…), maar is wel het meest toeristische van allemaal.
  • In de wijk Soho waar we sliepen aten we steengoede pizza bij Unica en lekkere fusionkeuken bij Fusion 87.
  • We aten ook een keer Mexicaans bij Mezcal. Oké, niet fantastisch, maar een goede afwisseling.

Op mijn reisgidspagina vind je een handig overzicht van alle bestemmingen die ik bezocht en de bijhorende blogposts die ik erover schreef. Zo vertrek je nooit zonder inspiratie op vakantie.

Londen #23: The charterhouse & The Barbican Conservatory

In oktober 2024 gingen we op herfsttrip naar de Britse hoofdstad en deden we weer heel wat nieuwe dingen die ik graag met jullie deel. Voor we vertrokken reserveerden we twee specifieke bezoekjes die zich pal in het centrum van Londen bevinden, maar die in de schaduw van St Paul’s en Tate Modern vaak niet op de bucket list van de gemiddelde toerist raken. Maar wel op die van mij :D.

The charterhouse

Dit gebouw is ongetwijfeld na The Tower mijn favoriete gebouw in Londen. Het is een van de weinige gebouwen uit de middeleeuwen en de Tudorperiode dat nog overeind staat in centrum Londen. Vandaag is The Charterhouse een liefdadigheidsinstelling die onderdak biedt aan mannen die (financieel) geen plek vinden binnen de ‘normale’ maatschappij. Dit zijn de “brothers” en ze gebruiken dat woord zonder religieuze bijbedoeling. Mannen van alle religies en afkomsten zijn er welkom.

Het is dus een plek waar mensen wonen, eten en leven. Daarom mag je er uiteraard niet zomaar vrij binnen. Er is een inkomhal met informatie en een klein gratis museum dat wel voor iedereen toegankelijk is, net als de kapel binnen bepaalde uren.

Ik raad aan om een tour te boeken om het hele gebouw te beleven, maar doe het tijdig want ze verkopen razendsnel uit. Wij kozen voor de brother’s tour van 2u voor 20 pond per persoon, maar je kan ook een kortere tour doen.

Een brother’s tour betekent dat één van de bewoners de rondleiding geeft, wat het toch wel extra interessant maakt. Het is hun manier om iets terug te doen voor de community. Onze brother gaf ook veel uitleg bij hoe ze daar leven en uiteraard de geschiedenis van het gebouw.

En die geschiedenis is boeiend: oorspronkelijk was het een klooster dat net buiten de stadsmuren van Londen stond. Vlak voor het gebouw is een park en daaronder huist een massagraf van een grote pestepidemie, en die epidemie vormde de aanleiding tot de bouw van het klooster. Door de reformatie in de 16de eeuw werd het klooster echter ontboden, verschillende monniken werden zelfs publiekelijk verbrand en het gebouw kwam in het bezit van een edele, Edward North, aan het hof van Henry VIII.

Later was het vooral Thomas Sutton die met het gebouw en de kapel aan de slag ging. Uiteindelijk werd het een liefdadigheidsinstelling met twee doeleinden: een jongensschool en een armenhuis. De school verhuisde ondertussen naar een andere plek, maar het is dus nog steeds een armenhuis.

The Charterhouse is evenwel geraakt door de Blitz tijdens WOII, maar toch is er nog een prachtig staaltje Tudorarchitectuur overgebleven. De edelman die het kocht liet het opkalfateren om o.a. koningin Elizabeth I te kunnen ontvangen. The Great Chamber is dan ook dé pronkzaal.

The Great Chamber, mijn mond viel er van open, zo’n mooie ruimte!

Het gebouw heeft meerdere binnenpleinen, een kloostergang en een uitgebreide tuin. The Charterhouse wordt heel vaak gebruikt in films en series o.a. Downton Abbey, Mary & George & Taboo draaiden er scènes. Je vindt natuurlijk niet op zoveel plekken zo’n authentieke ‘oude’ sfeer.

Dit is de plek waar in Downton Abbey seizoen 1 Sybil en Tom naar een politieke bijeenkomst gaan kijken :).

In de zomer kan je een tour in de tuin volgen, die zouden heel erg de moeite zijn, ook zijn er soms concerten of events waardoor je vrij in het gebouw kan. En in de winter doen ze candlelight tours by night, dat zou ik ook graag eens doen. Alle inkomsten van de tours gaan trouwens naar het armenhuis.

Ik vond het echt een super interessant bezoek. In het museum kun je een aantal artefacten terugvinden, waaronder het skelet van een pestslachtoffer. Na zo’n tour had ik ook voldoende context om het museum door te wandelen, anders ga je het misschien maar niets vinden.

Zoek je dus eens iets unieks in Londen met veel geschiedenis en wil je meteen bijdragen aan een goed doel is dit the place to be. Dichtstbijzijnd metrostation: Barbican of Farringdon.

Barbican Conservatory

Als je daar dan toch bent kan je even de architectuur van The Barbican gaan bekijken. En wat ik dus niet wist is dat er ook een tropische serre huist in het cultureel centrum. Een bezoek aan The Barbican conservatory kan je op bepaalde dagen (vrijdag – zaterdag – zondag meestal) gratis boeken. Je moet wel op voorhand reserveren en ook dit ‘verkoopt’ snel uit. Wij deden het ’s avonds omdat het me ook wel leuk leek om het in het donker te doen.

De tropische serre is niet megagroot, maar er staan dus heel wat planten bij elkaar (1.500 verschillende soorten), er zwemmen koi vissen in het water en er zijn veel verborgen hoekjes. Je vindt er ook een bar en ’s avonds zaten er veel mensen lekker te chillen (het is er warm binnen, wat in de winter in Londen mooi meegenomen is).

Overdag kan je meer van de planten zien bij daglicht, maar ’s avonds vond ik het vooral heel sfeervol.

Niet iets om uren in rond te lopen, maar wel fijn. Twee activiteiten waarbij je aan de foto’s niet misschien meteen zou denken ‘Hey, dit is Londen’, maar het toont weeral de diversiteit van Londen als bestemming :). Ik ben redelijk zeker dat ik nog terugkeer naar The Charterhouse of even ga chillen in de tropische serre.

Honger gekregen na je bezoek? Alle Londen food tips vind je in deze blogpost die ik regelmatig bijwerk.

Ken jij nog een plekje in Londen dat ik zeker niet mag overslaan bij een volgend bezoek?

Op mijn reisgidspagina vind je een handig overzicht van alle bestemmingen die ik bezocht en de bijhorende blogposts die ik erover schreef. Zo vertrek je nooit zonder inspiratie op vakantie.

Porto #4 : het middeleeuwse sé met de kathedraal en de verborgen Santa Clara kerk

In juni 2024 gingen we voor 6 dagen naar Porto als onze zomervakantie. Porto leek ons een ideale uitvalsbasis om ook wat uitstapjes te doen naar andere delen in Portugal. Maar al op dag 1 kreeg het coronavirus me te pakken, waardoor we meer in de stad bleven dan verwacht. Gelukkig bleek Porto een fijne stad waar je best veel kan doen, al is het er niet groot. De stad voelt als een soort Leuven in het buitenland. De ideale citytrip voor een lang weekend of voor een luie zomervakantie zoals wij deden.

Pal in het midden van het historische centrum vind je de wijk sé met helemaal bovenop de heuvel de Sé kathedraal en het bisschoppelijk paleis. Via middeleeuwse steegjes wandel je naar boven. Maar wij kwamen er door de Ponte Luis I van de bovenkant over te wandelen.

De Sé kathedraal is één van de oudste gebouwen van de stad. De bouw begon al in de 12de eeuw, maar het is een amalgaam van romaanse, gotische en barokke invloeden. Een ticket kost slechts 3 euro per persoon. Eventueel kan je ook een combiticket kopen met het bisschoppelijk paleis.

Links: bisschoppelijk paleis. Rechts: Sé kathedraal met een deel in de steigers toen wij er waren.

De kerk zelf bevat een enorm barok altaarstuk in bladgoud, maar gelukkig blijven verder de gotische spitsbogen overeind om het geheel toch een soort soberheid te geven.

Naast de kerk krijg je ook toegang tot het gotische klooster dat volledig omgeven is door blauwewitte azulejos. De kloostergangen zijn daardoor een plaatje.

Je kan ook naar het terras, waar nog meer tegels te zien zijn. Ik vond het er echt prachtig. Dus we liepen er echt wel even rond.

Beneden zouden de tegels scènes uitbeelden uit het hooglied (the song of songs) uit de Hebreeuwse bijbel.

Daarnaast mag je ook het chapter house bezoeken en kan je één van de klokkentorens beklimmen waar je wordt getrakteerd op een prachtig uitzicht.

De Sé kathedraal is wat mij betreft een must om te bezoeken en met voorsprong de mooiste kerk van Porto omdat de gotische elementen nog behouden blijven.

Tijd om langs de middeleeuwse straatjes naar beneden te dwalen. Eerst passeer je dan nog de Igreja de São Lourenço, een barokke kerk die we niet bezochten omdat ie nooit open was als we er passeerden :D.

De straatjes zijn kleurrijk en waren fel versierd (misschien omdat we het Sao Joao feest naderden, misschien is het altijd zo?).

Een paar dagen later keerden we terug naar dit deel van de stad omdat we nog wat tijd over hadden op maandag en in de reisgids werd nog een kerk vermeld die wel open zou zijn (want op maandag is er veel gesloten in Porto, zo blijkt). De Igreja de Santa Clara ligt helemaal bovenaan in Sé, verscholen achter de kathedraal en de oude stadsomwalling.

Hierboven op de foto zie je de sobere ingang van Santa Clara, een entree kost 4 euro per persoon. De kerk is een specialleke. In de 15de eeuw was de kerk onderdeel van het nonnenklooster dat er werd gesticht. Dat klooster heeft bestaan tot in 1900 toen de laatste non stierf. In 1996 werd het nog uitgeroepen tot UNESCO werelderfgoed, maar stilaan raakte de kerk in verval. In 2016 zijn ze dan begonnen aan de restauratie en pas sinds 2021 is de kerk terug open voor publiek.

Speciaal hé? De kerk is tot de nok gevuld met gesneden houtwerk waar bladgoud is op toegepast. Het ambachtswerk is precies en getuigd van vakmanschap. In de kerk zie je foto’s van voor de restauratie en ik moet zeggen dat ze geweldig werk hebben geleverd.

Mooi is dit moeilijk te noemen, maar ik kon uren staren naar de duizenden details en de authentieke gigantische deuren. Hier is zoveel werk ingekropen. Dat goud had misschien niet gemoeten, maar het is nu eenmaal typisch de barok van het zuiden.

Ben jij een barokfan of hou je eerder van gotiek?

Op mijn reisgidspagina vind je een handig overzicht van alle bestemmingen die ik bezocht en de bijhorende blogposts die ik erover schreef. Zo vertrek je nooit zonder inspiratie op vakantie.

Napels #5: Caravaggio en kerken in het historisch centrum

In april 2024 trokken Leen en ik naar de Italiaanse stad Napels voor onze jaarlijkse citytrip. Napels wordt ook wel de buik van Italië genoemd, ze zijn er blijkbaar zot van kerststallen en er is altijd wel ergens een hoek van waaruit de Vesuvius opdoemt. Napels is veelzijdig, Napels is luid, Napels is vuil en Napels voelt nog heel echt. Het werd een fijne kennismaking met deze zonnige stad.

Op onze derde dag waren we toegekomen aan het centro storico en zoals je de vorige keer kon lezen bezochten we al een mooi klooster en een bijzondere schedel in een kerk. Na de lunch trokken we verder op pad.

Terug door de smalle sfeervolle straten van Napels met een korte stop bij de Banksy mural ‘Madonna con la pistola’, een werk dat verwijst naar de mengeling van Napels’ criminaliteit en vroomheid.

En die vroomheid laat zich stevig blijken in het aantal kerken, Napels wordt ook wel de stad van de 500 koepels genoemd. Op elke straathoek vind je er eentje. Wij besloten de duomo (kathedraal) te vereren met een bezoek.

Achter de redelijk sobere neogotische gevel schuilt de belangrijkste kerk van de stad, opgericht voor de beschermheilige San Gennaro. Hij zou er begraven liggen en zijn bloed wordt er nog bewaard. Je kan de kerk gratis bezoeken, maar wil je toegang tot de plek waar ze het bloed bewaren dan betaal je een klein extra bedrag.

Het interieur van de kerk is vaak herbouwd door meerdere aardbevingen en bombardementen tijdens WOII. Het is vandaag een barokke kerk met een heel dramatisch altaarstuk waaronder de heilige San Gennaro, een bisschop die ergens in de jaren 300 door de Romeinen werd vermoord, begraven ligt.

Als ik Duomo hoor denk ik meteen aan een groot gebouw dat veel plek inneemt (zie ook Firenze). De kathedraal van Napels is wel degelijk groot, maar door alle huizen die er zijn rond gebouwd valt dat zo niet op. Het interieur is eigenlijk best sober, maar tegelijk heeft het ook wel iets. Ik vond de lichtinval vanaf het altaarstuk naar het middenschip heel speciaal en dat heb ik hierboven proberen vangen met de camera.

Volgende stop: Pio Monte della Misericordia. Dat is een kerk die hoort bij een barok paleis uit de 17de eeuw. Opgericht met de missie om iets terug te geven aan de zieken en armen in de maatschappij. In de kerk hangt een meesterwerk van Caravaggio, naast zes andere schilderijen. Het werk van Caravaggio heeft de toepasselijke naam ‘The seven acts of mercy’.

Een toegangsticket kost 10 euro per persoon en geldt zowel voor de kerk als het museum in het paleis. Je komt wel meteen binnen in de kerk. Het is geen grote ruimte maar de opbouw is in een soort van achthoek. In elke zijkapel hangt een schilderij. Naast Caravaggio prijken werken van Luca Giordano, Carlo Sellitto en Fabrizio Santafede aan de muren (ik kende ook alleen die eerste hoor).

Caravaggio (foto links) kreeg in 1607 400 dukaten om het werk te maken en speelt heel duidelijk met zijn typisch licht-donker contrasten. De moeder van de genade verschijnt omringd door twee engelen boven een groep figuren die allerlei ondeugden moeten voorstellen. Op zijn Caravaggio’s zijn de figuren niet mooi, maar heel echt en rauw uitgebeeld.

Het is dus zeker een meesterwerk, maar ik vond de andere kapellen ook de moeite. Daar vond ik ook meerdere moderne werken van onze Jan Fabre rond het thema genade.

Links: Jan Fabre. Rechts: museum.

Het museum zit zoals verwacht in een aantal mooie barokke ruimtes, maar bevat vooral schilderijen van onbekendere schilders. Er zijn ook veel kunstobjecten en zelfs een kleine zaal met moderne werken.

We wandelden er dus even rond op ons gemak. Veel mensen doen enkel de kerk, dat vond ik ook maar zonde. Heb je interesse in kunst en/of Caravaggio dan is Pio Monte della Misericordia zeker de moeite. De toegangsprijs gaat vandaag nog steeds naar een goed doel trouwens.

Je zou zeggen dat we ondertussen genoeg kerken hadden gezien. Maar de San Lorenzo Maggiore beloofde iets moois: een blik onder de grond én een stukje klooster. Een bezoekje kost 9 euro per persoon.

Je komt meteen binnen in de patio van het klooster en van daaruit kan je de kerk binnen gaan. Het gaat om een gotische kerk met barokke elementen. Daarnaast kan je een aantal prachtig gedecoreerde zalen met fresco’s op het plafond bekijken. Er was alleen net een privéfeest.

Maar nog straffer is het feit dat deze kerk pal in het centrum van de oude Romeinse stad staat. Onder het huidige niveau van Napels gaat namelijk nog een hele stad schuil met Griekse en Romeinse overblijfselen – Neapolis. En onder de San Lorenzo Maggiore is het marktgebouw (macellum) teruggevonden. En die overblijfselen kan je vandaag bekijken.

De vroegste overblijfselen zijn uit de 5de of 4de eeuw V.C., uit de Griekse tijd toen het dienst deed als agora. Nadien werd het een Romeinse markt. In de 5de eeuw N.C. is het geheel overstroomd en weggezakt in de modder. Nadien werd er dan voor het eerst een kerk over gebouwd.

Links: een gang in het marktgebouw. Rechts: nog een origineel stuk van Romeinse mozaiekvloer.

Je kan de opgravingen ook bezoeken met een begeleide tour, daar hadden we zo laat op de namiddag geen zin meer in. Maar ik raad het toch wel aan om wat meer context te krijgen. Er staan namelijk nergens bordjes dus daardoor liepen we soms wat verdwaald rond.

Deze plek neemt je dus letterlijk mee doorheen de eeuwen. Fijn om te bezoeken en je kan er zeker rust vinden als je de drukke steegjes van het centrum even beu bent.

Genoeg kerken gezien nu? Ja! Wij ploften neer op het terras van Bar La Nova Central, op een plein met – jawel – een kerk, die we niet hebben bezocht ;). En zo kwam er een einde aan onze derde dag in Napels, en konden we het toeristisch centrum laten voor wat het is.

Op mijn reisgidspagina vind je een handig overzicht van alle bestemmingen die ik bezocht en de bijhorende blogposts die ik erover schreef. Zo vertrek je nooit zonder inspiratie op vakantie.

Rome #10: het Colosseum, Palatijn en Forum Romanum

In november 2023 kreeg het lief een tripje naar Rome cadeau van het werk (voor zijn 10de werkverjaardag), als collega en lief had ik zelf de trip in elkaar mogen steken. En man, wat was ik vergeten hoe een geweldige stad Rome was! Ja, het is er altijd druk, ook in november, maar je kan heel snel weer de hoek om een rustig straatje inwandelen waar je alleen bent. Ook dat is Rome.

Onze laatste dag in de Italiaanse hoofdstad stond helemaal in het teken van de oude Romeinen. Het Colosseum deed ik 10 jaar eerder en ik herinner mij er eigenlijk weinig van, maar het lief wilde er natuurlijk graag binnen en dus besloot ik het een tweede kans te geven.

Eerste stop: een foto met het Colosseum vanop de Via Nicola Salvi. Die straat ligt wat hoger en geeft een goede foto-opportuniteit.

Ondertussen moet je je bezoek aan het meest bezochte gebouw van de stad op voorhand reserveren. En met op voorhand bedoel ik: weken op voorhand via de website (en enkel via de officiële website!). Heel wat organisaties kopen namelijk tickets op om ze nadien duurder te verkopen en het is echt snel volzet allemaal. Pas dus goed op voor scams en plan dit tijdig.

Je kan kiezen voor een ticket waarmee je ook toegang krijgt tot Forum Romanum en de Palatijn. Het tijdsslot dat je kiest geldt voor het Colosseum, de andere twee dingen kan je binnen wanneer je wil. Tickets kosten 18 euro per persoon. Op het gekozen tijdsslot kan je dan meteen binnen, dat ging heel vlot bij ons.

Eerst kom je binnen het in Colosseum en ga je met een trap naar een ‘museum’ met heel wat informatieborden over de geschiedenis, de werking, gevonden archeologische voorwerpen… Het Colosseum bezoeken doe je niet alleen, dus het is er altijd wel wat druk en je moet geduld hebben als je de panelen wil lezen. Ik denk dat ik dit de vorige keer oversloeg aangezien ik me het museumstuk niet meer herinner. Nu gaf de info me wel de nodige achtergrond om het geheel te appreciëren.

Want het is er natuurlijk gigantisch. En in het echt was het gebouw nog hoger en overdekt met een zeil. Het colosseum staat er sinds de Flavische dynastie en is gebouwd bovenop de resten van het paleis van Nero. Interessant vond ik ook om te lezen over de plek na de Romeinen: het is een begraafplaats geweest, er heeft een kapel gestaan waardoor het gebruikt werd voor religieuze doeleinden, het is daarna heel lang een verloederde plek geweest waar afval werd gedumpt en waar je niet wou zijn…

Het hypogeum is een stelsel van ondergrondse tunnels. Doordat de houten vloer er niet meer ligt, zie je deze van boven af ook goed. Met een apart ticket mag je daartussen wandelen, maar ook met een gewoon ticket krijg je wel voldoende zicht op die gangen vind ik.

Er werden ook ooit zeeslagen nagespeeld en daarvoor hebben ze delen van het Colosseum onder water gezet. Er stierven belachelijk veel mensen in de gladiatorengevechten, maar nog veel meer dieren vonden er de dood.

Na een dik uur ben je rond. Wij wandelden langs de uitgang de Via de San Gregorio omhoog om zo de Palatijn binnen te gaan. Dit is de meest rustige ingang van het complex.

De Palatijn was de heuvel waar vroeger de rijke Romeinen, denk consuls, senatoren en keizers, hun villa’s stonden. Hoog boven de vuiligheid van het plebs en met zicht op het Circus Maximus.

Het domein van het Forum Romanum en de Palatijn is immens, je kan nooit alles in detail zien. Al trek je er een hele dag voor uit. Breng sowieso eigen water en iets van een snack mee, want je kan er niets kopen.

Via de Therme di Massenzio op de foto hierboven wandelden we langs het stadium van Domitianus. Dit was een pure renbaan om te oefenen, het werd nooit gebruikt voor echte wedstrijden.

Hoogtepunt daarnaast was voor mij het paleis van Keizer Augustus waarin ze ondertussen een patio met echte fontein (Fontana delle pelte) hebben ‘gerestaureerd’.

Je vindt op verschillende plekken nog echte stukken kleurrijke vloer en je kan ook nog in bepaalde gebouwen binnen. Belangrijk om weten is dat alles wat je ziet een samenraapsel van eeuwen is. Niet al deze gebouwen stonden gelijktijdig recht. Zo zie je op onderstaande foto het casina Farnese nog rechtstaan, maar dat dateert uit de 15de eeuw en is dus helemaal niet Romeins.

Op het Forum zie je nog veel resten van Katholieke kerken, ook deze zijn later op de resten van het Oude Rome gebouwd. Je kan daardoor wel zien hoe diep je wandelt want je zal merken dat die kerken een pak hoger liggen, dus het vloerniveau was helemaal anders.

Van bovenop de Palatijn kan je door het park/de tuinen wandelen en van daaruit heb je een prachtig uitzicht op het Forum Romanum.

Wij wandelden helemaal langs de andere kant naar beneden voor een mooi uitzichtspunt op het Colosseum aan de ruïnes van de tempel van Venus.

Het Forum vind ik zelf altijd wat moeilijker. Je vindt er nog heel wat resten van tempels, de senaat, kerken… Maar het is meer een hoop stenen. Het kan daarom wel de moeite lonen om een gids onder de arm te nemen, zoals verschillende toeristen deden aangezien je dan veel meer context krijgt.

Links: een Christelijke kerk met zuilen uit een latere periode. Hier zie je duidelijk dat ze toen bovenop het oude Rome bouwden.

Ook zijn er nog verschillende gebouwen waarin een museum huist met meer uitleg. Je bent snel een hele dag zoet hier. Maar wij moesten een vliegtuig halen. Dus gingen we nog even lunchen in onze favoriete wijk Monti. We kwamen uit bij Taverna Romana waar we tussen de locals nog een pasta naar binnen werkten. En zo kwam er een eind aan mijn tweede trip naar Rome.

Het Colosseum en het Forum/Palatijn is een must voor wie Rome een eerste keer aandoet. Ik sla het voor een volgende keer wel eens over denk ik, aangezien er nog zo veel te zien is in de stad.

Ik gooide misschien geen muntje in de Trevifontein, maar ik weet wel zeker dat ik nog terugkeer naar de Italiaanse grootstad :). Heb jij een tip voor mij voor de volgende keer?

Op mijn reisgidspagina vind je een handig overzicht van alle bestemmingen die ik bezocht en de bijhorende blogposts die ik erover schreef. Zo vertrek je nooit zonder inspiratie op vakantie.

Londen #22: Van Holland Park naar Notting Hill (via Design Museum & Leighton House)

In oktober 2024 gingen we op herfsttrip naar de Britse hoofdstad en deden we weer heel wat nieuwe dingen die ik graag met jullie deel. Op onze eerste dag doken we twee kunstmusea binnen. Dag 2 brachten we helemaal door in de wijken Kensington en Notting Hill. We gingen namelijk van Holland Park tot aan Portobello Road, en deden eindelijk twee zaken die al even op mijn bucket list stonden: het Design Museum en Leighton House.

In Holland Park kozen we ervoor om eerst het Design Museum te bezoeken, want dat stond al langer op het nooit korter wordende lijstje van nog te bezoeken musea in Londen. Het Design Museum toont toegepaste kunst. Van gebruiksvoorwerpen, tot industriële producten en systemen tot brand design. Toegang tot de permanente collectie is gratis, voor expo’s moet je soms betalen. Dichtstbijzijnde metrohaltes: Holland Park of Kensington High Street.

Vroeger huisde dit museum op Bankside, maar in 2016 verhuisde het naar Holland Park in een gebouw van het vroegere Commonwealth Institute. Ik vond het een neig gebouw. Er zijn drie verdiepingen in een soort van open atrium, vooral op het derde heb je een uitgebreide permanente collectie. Op het eerste en tweede zijn er tijdelijke displays. De expo’s huizen op de benedenverdieping.

Het is best een luchtig museum: het gaat over hoe design een belangrijke rol speelt in onze samenleving. Door in een webbureau te werken heb ik zelf natuurlijk een sterke link met design. Maar het is wel fijn om de evolutie van een product zoals muziek luisteren of de signalisatie in de Londense metro te zien.

Ik herinner me dat er ook een tijdelijke display was over de vervuiling van de mode-industrie en op dat moment was er een populaire expo over Barbie, na de hype rond de film. Het museum focust duidelijk ook op hedendaagse thema’s.

Soit, ik vind het dus wel een aanrader, ook al ben ik meestal niet van die toegepaste kunstmusea. Het is heel toegankelijk gebracht en het is volgens mij ook heel leuk om met kinderen te doen, er waren ook een aantal interactieve zones.

Daarnaast liepen we natuurlijk Holland Park door. Het was volop herfst dus er lag een gekleurd bladerdek.

Ik vind Holland Park een echt typisch Engels park met sportterreinen en een speeltuin. De gebouwen die er staan zouden een likje verf kunnen gebruiken, maar de sfeer is er gemoedelijk. Ik was er in 2017 al eens geweest en wist dus dat de Kyoto Garden het hoogtepunt is.

De Kyoto Garden is een Japanse tuin en aangelegd begin jaren ’90 ter ere van een Japans festival in Londen. De tuin moet harmonie en rust uitstralen en doet dat o.a. met een grote waterpartij, een watergeval en Japanse beplanting. In de herfst was het nog mooier dan ik me herinnerde. Echt de moeite om langs te gaan.

Hierna aten we ramen en bao’s bij Bone Daddies op de drukke Kensington High Street, vlak aan het Design Museum.

Om de hoek van Holland Park ligt een beetje verborgen Leighton House. Het is de villa van kunstenaar Frederic Leighton, één van de artistieke koppen uit de zogenaamde Holland Park Circle uit de 19de eeuw.

De zeer sobere voorgevel verklapt niet wat er binnen te zien is.

Leighton was niet alleen zelf schilder (hij behoorde tot de Pre-Rafaellieten), maar vooral ook verzamelaar en had een voorliefde voor oriëntaalse interieurs. Ik kende de man zelf niet, maar had wel gelezen over dit speciale huis met mooie ruimtes. Het is een tijdje gesloten geweest ter restauratie, maar sinds 2024 terug open voor publiek. Een toegangsticket kost 14 pond. Je kan eventueel een combiticket nemen met het nabijgelegen Sambourne House, maar dat lieten wij voor een volgende keer.

Je krijgt een audiogids die je wat meer vertelt over Leighton en zijn collectie in elke ruimte. Bij het binnenkomen merk je meteen dat de man een excentrieke stijl had.

Links: de trappenhal. Rechts: de Drawing room.

Blikvanger is de prachtig blauw betegelde arabische hal met gouden koepel. Je krijgt dit eigenlijk niet deftig op de foto.

Op de bovenverdieping vind je de ruimtes waar Leighton ontspande en er hangen heel wat schilderijen aan de muren. Leighton was vrijgezel en woonde er dus alleen.

Daarnaast passeer je de enorme bibliotheek en een wintertuin – de meest recente toevoeging aan villa, een soort veranda zeg maar.

Buiten is er nog een fijne stadstuin en je kan er ook iets drinken. Op een uurtje ben je wel door het huis gewandeld. Leighton House had mijn aandacht getrokken omwille van het speciale interieur en heeft zeker mijn verwachtingen ingelost. Voor wie iets anders zoekt dan The National Gallery of The British Museum. Dichtstbijzijnde metrohaltes: Kensington High Street of Kensington Olympia.

Gekleurde huizen ergens in een woonwijk tussen Holland Park en Portobello Road.

Tijd om nog wat verder te struinen. We wandelden opnieuw het park door en naar de wijk Notting Hill, bekend van de kleurrijke huisjes, de markt op Portobello Road en de gelijknamige film. Ik was er eigenlijk nog nooit deftig geweest.

De bekende boekenwinkel en Portobello Road

We genoten van het zonnetje en de markt die er stond (het was een vrijdagnamiddag dus de markt was beperkter dan die op zondag). Het was druk maar dat kon me niet deren.

Meer Portobello Road en de relatieve rust en ook mooie architectuur één straat verder ;).

We pauzeerden even bij Flying Horse Coffee en wandelden nog wat verder. Ik kocht ergens leuke kaartjes. Verder is er in deze wijk niet per se veel te doen, maar het was de perfecte tijdsbesteding tijdens een zonnige namiddag :).

’s Avonds gingen we nog eten bij Mestizo, onze favoriete Mexicaan in Londen. Alle Londen food tips vind je trouwens in deze blogpost die ik regelmatig bijwerk.

Op mijn reisgidspagina vind je een handig overzicht van alle bestemmingen die ik bezocht en de bijhorende blogposts die ik erover schreef. Zo vertrek je nooit zonder inspiratie op vakantie.

Porto #3: Ribeira & Vila Nova de Gaia

In juni 2024 gingen we voor 6 dagen naar Porto als onze zomervakantie. Porto leek ons een ideale uitvalsbasis om ook wat uitstapjes te doen naar andere delen in Portugal. Maar al op dag 1 kreeg het coronavirus me te pakken, waardoor we meer in de stad bleven dan verwacht. Gelukkig bleek Porto een fijne stad waar je best veel kan doen, al is het er niet groot. De stad voelt als een soort Leuven in het buitenland. De ideale citytrip voor een lang weekend of voor een luie zomervakantie zoals wij deden.

Vorige keer wandelden we van het Sao Bento station naar de oever van de Douro. Vandaag zetten we vanaf hier de tocht verder. Deze wijk heet Ribeira, wat simpelweg ‘waterkant’ betekent. Ribeira vormt het levendige hart van de stad. Hier vind je altijd veel volk dat langs de rivier wandelt of op de terrassen zit.

Ook zeer typisch zijn de vele kleurrijke huizen met typische balkonnetjes. In de kleine steegjes vlak naast de oever vind je veel winkels en restaurants, maar verdwalen doe je er niet want je komt steeds weer aan de Douro en de ponte Luis I uit.

Voor de brug vind je steeds enkele typische portoboten. En kan je ook een boottochtje boeken (dat deden wij op een andere dag).

De Ponte Luis I is dé blikvanger van Porto. Hij werd geopend in 1886, wanneer Luis I koning was van Portugal. De ontwerper, Théophile Seyrig, was een collega van Gustave Eiffel – dat zie je natuurlijk aan zijn werk. Het is trouwens maar één van de zes bruggen die op korte afstand van elkaar de oevers met elkaar verbinden.

De brug bestaat uit een boven- en onderdek. Wij wandelden eerst beneden de brug over, op naar Vila Nova de Gaia. Wil je graag naar boven, dan kan je de kabeltrein Funicular dos Guindais nemen, die langs de oude stadsmuur naar boven klimt.

Ik ben een grote fan van bruggen en dit is zeker eentje van mijn favorieten. De overkant Vila Nova de Gaia is vooral gekenmerkt door de vele portohuizen die je er kan bezoeken. Aangezien ik zelf amper alcohol drink, stond dat niet op ons lijstje.

Zicht op Ribeira vanaf de overkant.

Ook nieuw aan deze kant: het WOW, een gloednieuw cultureel centrum dat meerdere musea huisvest en een mooi dakterras heeft met uitzicht op de rode daken van Porto.

Uitzicht vanaf het Wow.

Je kan er o.a. een museum over wijn, kurk en chocola bezoeken. En ze doen ook mee aan de Instagram hypes met ‘Pink palace’, waar je foto’s van jezelf kan nemen in roze achtergronden. Allemaal ook niet echt ons ding dus we wandelden verder.

Links: de kleurrijke tegeltjestrap van het WOW. Rechts: The rabbit van Bordalo II.

Niet veel verder vind je ‘The rabbit’ van street artist Bordalo II die vaak levensgrote dieren knutselt met allerlei afval en materialen. Hij is het meest actief in Lissabon, maar dit is toch ook een heel bekend werk.

Maar wij waren vooral naar de overkant gekomen om naar boven te gaan. En omdat dit te voet wel wat klimmen zou zijn en ik nog ziek was, kozen we voor de Teleférico de Gaia. Een kabelbaan die je voor 7 euro per persoon naar boven brengt. Ik ben niet zo een held in hangende doorzichtige dingen, maar ik vond dit wel een hele belevenis met een leuk uitzicht op de rivier, de brug en Gaia.

Eens boven wandelden we eerst door de Jardim Do Morro. Hier is het echt genieten van een prachtig uitzicht.

Nog iets meer naar boven vind je het Mosteiro da Serra do Pilar. Het hoogste uitzichtspunt. Zowel het klooster als de kerk hebben een cirkelvormige architectuur. Jammer genoeg is het vaak niet open om te bezoeken.

En vanaf hier kan je dan de bovenkant van de Ponte Luis I over wandelen, op weg naar het Sé district of een terras om je even neer te planten.

Ribeira en Vila Nova de Gaia zijn echt het hart van Porto en dus zeker een must voor je bezoek. Je kan hier op een dag heel wat zien omdat alles heel dicht bij elkaar is. De mooie rode daken langs de rivier, I love it!

Op mijn reisgidspagina vind je een handig overzicht van alle bestemmingen die ik bezocht en de bijhorende blogposts die ik erover schreef. Zo vertrek je nooit zonder inspiratie op vakantie.

Rome #9: Galleria Doria Pamphilj en Trastevere

In november 2023 kreeg het lief een tripje naar Rome cadeau van het werk (voor zijn 10de werkverjaardag), als collega en lief had ik zelf de trip in elkaar mogen steken. En man, wat was ik vergeten hoe een geweldige stad Rome was! Ja, het is er altijd druk, ook in november, maar je kan heel snel weer de hoek om een rustig straatje inwandelen waar je alleen bent. Ook dat is Rome.

Op de derde dag trokken we in de voormiddag naar het Vaticaan om na de lunch het pantheon te bezoeken. Verder hadden we deze dag niet gepland en dus bleef er nog wat tijd over. Ik overtuigde het lief om de Galleria Doria Pamphilj te proberen en dat hebben we ons niet beklaagd.

Maar eerst passeerden we nog de Chiesa di Sant’Ignazio di Loyola. Dit vond ik tien jaar geleden al een bijzondere kerk. De Sant’Ignazio heeft namelijk één van de mooiste barokke plafonds van de stad. Met prachtige schilderingen van Andrea Pozzo die de glorie van Sant’Ignazio moet uitbeelden. Alleen was op een bepaald moment het geld op waardoor er geen koepel meer kon gebouwd worden. Geen probleem: Pozzo schilderde dan maar een koepel. En die is levensecht. Een echte trompe l’oeil dus.

Net echt toch? Die donkere koepel. Het is trouwens drummen in de Sant’Ignazio. De kerk heeft één groot probleem: hij is instagramfamous. Ze hebben er namelijk een spiegel neergezet die licht geeft (nadat je er een muntje insteekt, zo commercieel is de kerk wel) waardoor je een selfie in perfect licht kan nemen met het barokke plafond. En dit is serieuze influencer business want er staat een gigantische rij en mensen nemen echt lang de tijd om de perfecte foto te maken. Dit artikel heeft het er ook over.

En het grappigste is: je kan perfect een mooie foto nemen van het plafond zonder die spiegel (oké tis geen selfie, maar toch). En niemand van de toeristen in de kerk nam de tijd om naar de trompe l’oeil te kijken. Instagram ruined everything. Maar bon, hieronder dus mijn foto (zonder spiegel).

Het blijft één van de mooiste plafonds van Rome. En je kan dat helemaal gratis bewonderen.

Op naar de Galleria Doria Pamphilj. Dit is het stadspaleis van de familie Pamphilj (weer zo’n familie die een paus afvaardigde) die nadien huwde met een Doria. En die familie Doria Pamphilj woont er nog steeds. Alleen stellen ze wel een groot deel open voor het publiek. Toegang kost 16 euro per persoon en daarvoor krijg je ook een audiogids die is ingesproken door iemand van de familie zelf. En daardoor is de audiogids ook echt de moeite om te luisteren. Italië staat bekend om slechte audiogidsen maar dit vond ik dus een uitzondering.

Ik ga eerlijk toegeven: ik had op Instagram vooral gezien dat er een spiegelzaal à la Versailles was, maar ik wist dus niet hoe groot dit museum was. En toch nog heel onbekend ook. We waren er bijna alleen.

Per ruimte krijg je uitleg over wat de functie was/is. In de meeste ruimtes hangt ook kunst aan de muur. Zo zagen we er drie Caravaggio’s (als je in Rome bent is Caravaggio overal). Er staat een buste gemaakt door Bernini, je vindt er verschillende Bruegels (De Oudere), een Titiaan, Lippi, Velazquez…

Dit middelste werk van Caravaggio heet ‘Rest on the flight to Egypt’.

Maar ik geef het toe: ik was er voor de mooie ruimtes. En dan is The gallery de echte eyecatcher. De galerij heeft ‘four wings’ waarvan de spiegelzaal de mooiste is.

Overdadige plafonds, geflankeerd met zo veel kunst, beelden en mooie lusters. Dit is echt een plaatje alsof je in Versailles bent.

Het was echt niet moeilijk om foto’s van lege zalen te nemen. Doria Pamphilj staat niet in de top tien van bekende Romeinse musea – er zijn er ook zoveel – en dus slaan heel wat toeristen het over. Of ze bezoeken het nabije Palazzo Colonna dat ook een soort spiegelzaal heeft.

Is dit Versailles of Rome?

Naast deze vier mooie gallerijen, heb je nog een aantal zalen waarvan ik vooral The Aldobrandini Hall onthou. In 1956 zorgde hevige sneeuw dat het dak instortte. Deze zaal is heel modern terug opgebouwd. En sommige kunst zoals dit authentiek Romeins beeld van een Centaur op de foto is ondertussen hersteld. Je ziet de twee kleuren en de scheidingslijn heel goed.

Kortom: we waren plots twee uur later voor we alles in ons hadden opgenomen. Zeker de entreeprijs waard. En vergis je niet: dit museum staat gewoon aan de Via del Corso, pal in het centrum van Rome. Dus je bent er misschien zelfs al eens voorbij gewandeld.

Op dan naar Tibereiland. Een eiland in de Tiber met een ziekenhuis, kerk, een gloednieuw Citizen M hotel en enkele horecazaken. Ik vind het niet zo speciaal, maar zou wel graag eens langs de oever wandelen.

Via de andere kant van Tibereiland kom je in Trastevere. Volgens velen proef je hier het authentieke van Rome omdat het nog een oude volkswijk is met smalle middeleeuwse straten en heel lekkere lokale keuken. Ik voelde het er 10 jaar geleden al niet zo, en dat gevoel bleef ook nu. Het zijn vooral toeristen die je er vindt en het is wat zoeken naar echte leuke lokale eetplekken.

Santa Maria Della Scala

Maar er zijn wel enkele mooie straten en pleintjes en je vindt er ook op elke hoek een kerk. En die zijn nodig om even aan de drukte te ontsnappen, ook bij valavond. Zo glipten wij op aanraden van de reisgids de Santa Maria della Scala binnen. In de eerste kapel rechts vind je een schilderij van de Nederlander Gerrit Van Honthorst, bekend in Italië als Gerardo delle Notti, een Utrechtse Caravaggist.

Het Piazza Renzi is een gezellig plein, beetje uit de kering van de toeristen, met allemaal horecazaken. Ideaal als je op zoek bent naar een plekje om neer te zitten en dat was ook voor ons welgekomen.

Nadien trokken we naar de Piazza de Santa Maria, het hoofdplein van de wijk. Daar staat de Basilica de Santa Maria in Trastevere. Een prachtige kerk.

Er zijn een aantal zaken bijzonder aan deze kerk: het is één van de oudste kerken van de stad, de huidige bouw dateert van de 12de eeuw. En dat zie je aan de atypische structuur: een gewoon simpel rechthoekig plafond, wel helemaal voorzien van bladgoud. En de zuilen zijn ‘gepikt’ uit het nabijgelegen Thermen van Caracalla complex.

Ik vind dit een bijzondere kerk. En ik zeg dat precies wel vaker over Rome. Maar de diversiteit is heel groot en ik vind het leuk dat er nog een semiromaanse structuur is overgebleven. Alleen zonde van al dat bladgoud.

Nu werd het tijd voor avondeten. Ik wou graag bij Tonnarello omdat dit nogal gekend is voor zijn goede pasta. Die hebben ondertussen meerdere vestigingen in Trastevere en het lukte ons nog net om een tafeltje te krijgen. De pasta was zeker lekker, wel niet de beste van de vakantie. Maar de sfeer zat er goed en bediening was ook tof. Ik had ook Nannarella en Ivo a Trastevere opgeschreven als goede opties. Dus doe er je ding mee. In Trastevere vind je in ieder geval wel makkelijk een tafel op een leuke plek.

Trastevere blijft een beetje een haat-liefde verhouding voor mij denk ik. De truc is om verder te wandelen dan de straten rond de basiliek en dan kom je snel weer op meer lokale en rustige plekken.

Op mijn reisgidspagina vind je een handig overzicht van alle bestemmingen die ik bezocht en de bijhorende blogposts die ik erover schreef. Zo vertrek je nooit zonder inspiratie op vakantie.

Napels #4: een kloostertuin en meer in het historisch centrum

In april 2024 trokken Leen en ik naar de Italiaanse stad Napels voor onze jaarlijkse citytrip. Napels wordt ook wel de buik van Italië genoemd, ze zijn er blijkbaar zot van kerststallen en er is altijd wel ergens een hoek van waaruit de Vesuvius opdoemt. Napels is veelzijdig, Napels is luid, Napels is vuil en Napels voelt nog heel echt. Het werd een fijne kennismaking met deze zonnige stad.

Na een dag in de wijk Vomero en een uitstap naar Pompeii, trokken we nu echt naar het historische (en toeristische) hart van de stad. Het centro storico is uniek, in die zin dat de indeling nog net zo is zoals in de tijd van de Grieken. En dit maakt dat het is uitgeroepen tot Unesco werelderfgoed. Chique!

Grofweg concentreert het historische centrum zich rond de Spaccanapoli, een twee kilometer lange straat die het centrum doorkruist. Aan het begin van deze straat vind je onze eerste stop: de chiesa del Gesu Nuovo. Een kerk met een wel heel bijzondere gevel en een barokke interieur.

De voorgevel dateert van het Sanseverinopaleis dat hier eerst stond en heeft allemaal kleine rustieke piramides die blijkbaar een ding waren tijdens de Renaissance. Ik vind het maar speciaal :).

De Gesu Nuovo (‘Nieuwe Jezus’) is een van de grootste en belangrijkste kerken van de stad. Binnen valt meteen het prachtige interieur op, dat zelfs een beetje doet denken aan de Sint-Pieter in Rome door de felle koepel. Toegang tot de kerk is trouwens gratis. Wij liepen er wel even rond om alles in ons op te nemen. Weetje: er kwam tijdens WOII een bom terecht op de kerk die wel wat schade aanbracht maar gelukkig nooit echt tot ontploffing kwam.

Op het pleintje voor de kerk vind je de obelisk van de Onbevlekte Maagd en ook de ingang naar het Complesso Monumentale de Santa Chiara. Voor 7 euro per persoon mag je het klooster, de kerk en het museum bezoeken. In Vomero waren we al eerder verliefd geworden op zo’n klooster dus we haalden snel die portefeuille boven.

De kerk stamt uit de 14de eeuw, maar werd wel volledig verwoest door een WOII bombardement. In het museum zie je foto’s van de verwoesting. Maar ondertussen is de kerk herbouwd in gotische stijl zoals het gebouw ooit was bedoeld, met een uniek houten plafond en toch nog wel een zijkapel met wat barokke elementen. Het zorgt voor een sober interieur, helemaal anders dan de Gesu Nuovo die er pal tegenover staat.

De kloostertuin is wel gespaard gebleven van het bombardement en is helemaal niet zo sober te noemen. Er is versiering met kleurrijke tegels rondom de hele patio aangebracht. Het was hier een nonnenklooster en de tuin werd aangelegd in de 18de eeuw.

De zuilen en tegels in de tuin zijn allemaal versierd met bloemenmotieven en de zuilengalerij rondom heeft fresco’s met taferelen uit het Oude Testament. Het deed me op sommige momenten denken aan de Plaza de Espana in Sevilla.

Je mag trouwens niet op de zuilen gaan zitten, want je ziet al wat schade van de toeristen die dat wel hebben gedaan. Dit klooster is één van de bekendere trekpleisters dus je bent er niet alleen. Tegelijk is het ook wel een rustpunt, weg van de drukke spaccanapoli straat.

Naast de kerk en het klooster is er ook een klein museum over de geschiedenis van het klooster en kan je wandelen rond de archeologische opgravingen die ze er aan het doen zijn. Want net zoals overal in Napels zit er ook hier een hele stad onder de grond: overblijfselen uit Griekse en Romeinse tijd.

Links: Romeinse opgravingen. Rechts: de kerststal

En je ziet er opnieuw een kerststal, deze keer kon ik wel een deftige foto nemen. De presepe is een miniatuurtafereel over de geboorte van Jezus in de stal in Bethlehem. Die Napolitanen zijn toch echt kerstgek.

Na dit bezoek wandelden we verder door het centrum en volgden daarbij de Time To Momo reisgids die ons opnieuw naar een kerk wees: die van Santa Luciella. Maar toen we daar aankwamen zagen we slechts een kleine deur en aan het onthaal zeiden ze dat de kerk enkel via een Italiaanse tour te bezoeken was. Maar we konden aansluiten en kregen een Engels infoblaadje. We betaalden 6 euro per persoon.

Wat we niet wisten is dat de Santa Luciella kerk bedolven is geraakt onder een aardbeving in 1980 en dat vrijwilligers sinds 2016 de kerk hebben uitgegraven en deels terug hebben open gesteld. De kerk dateert uit de 14de eeuw en is gewijd aan Santa Lucia. Van de kerk zelf is maar één mini ruimte toegankelijk vandaag en dan de ingang naar de crypte.

Wat we ook niet wisten is dat er een grote legende rond het kerkje hangt: in de crypte is namelijk een schedel met oren aan gevonden. Een schedel met nog oren aan, ja je leest het goed. De crypte is ooit een begraafplaats geweest en is vandaag een soort bedevaartsoord waar mensen dingen komen neerleggen wanneer er iets mis is met één van hun zintuigen (Santa Lucia is blijkbaar de heilige van het zicht).

Links: crypte met schedels en offeringen. Rechts: schedel met oren, net Gollem!

Zou ik het aanraden om te bezoeken? Ik weet het niet zo goed, want het is wel een van de meer bijzondere dingen die ik in Napels heb gezien. En de inkom die je betaalt gaat naar de restauratie die nog volop bezig is. Wie weet is een bezoek aan deze kerk over enkele jaren wel weer heel anders.

Links: interieur piepkleine kerkruimte Santa Luciella. Rechts: drukte in de Spaccanapoli.

Ondertussen was het zeer druk geworden in het centrum. We sloegen de Via San Gregorio Armeno over, die staat bekend als de kerststraat van Napels, waar je dus kerststalpoppetjes en miniaturen zou kunnen kopen. Al zouden heel veel winkels ondertussen importeren uit China en is er van echte ambacht niet zoveel sprake meer. Het was er over de koppen lopen, dus we zochten stilaan naar een lunchplek.

Eerst passeerden we nog langs de Santa Maria delle Anime del Purgatorio ad Arco (wat een naam zeg!), waar er schedels buiten aan de ingang staan die je blijkbaar moet aanraken voor geluk. En de Italianen deden dat ook echt. Die schedels, het is naast kerststallen een terugkerend dingetje in Napels. Verder is het een mooie barokke kerk. De entree is gratis.

Links: schedel aan de ingang, Rechts: interieur van de Santa Maria Purgatorio ad arco.

Nu begon het te regenen en dus doken we Pizzeria I Decumandi binnen. Eten in het toeristisch centrum is altijd wat moeilijker, maar deze stond in de reisgids. Zeer grote en goedkope Napolitaanse pizza in een typisch Italiaanse zaak. Was het de beste pizza van de vakantie? Neen, maar er was ook helemaal niets mis mee.

Links: foto van pizza met hand om de grootte aan te duiden. Rechts: random straatje.

Et voila, dat was deel 1 van onze dag in het historische centrum. Veel kerken dus, Napels is heel religieus en dit maakt nu eenmaal deel uit van hun erfgoed. Wordt vervolgd!

Waar at jij ooit de beste pizza?

Op mijn reisgidspagina vind je een handig overzicht van alle bestemmingen die ik bezocht en de bijhorende blogposts die ik erover schreef. Zo vertrek je nooit zonder inspiratie op vakantie.

Londen #21: Kunst kijken in Victoria Miro & The Courtauld Gallery

Yes, dit is al bericht 21(!) over mijn favoriete stad. In oktober 2024 gingen we op herfsttrip naar de Britse hoofdstad en deden we weer heel wat nieuwe dingen die ik graag met jullie deel. Vandaag: twee minder gekende hotspots voor kunstfanaten – van hedendaags tot impressionisme – die we tijdens onze eerste dag bezochten.

Victoria Miro

Dit is een redelijke grote galerij voor hedendaagse kunst in Islington (Oost-Londen) van de vrouwelijke kunstdealer, Victoria Miro, die ook een galerij heeft in Venetië. Zowel bekende namen als opkomende artiesten krijgen er een plek. Toegang is gratis, al zal je wel op voorhand moeten reserveren voor bepaalde populaire expo’s. Zoals die van Yayoi Kusama, de beroemde Japanse stippenkunstenares, die wij bezochten in oktober 2024. De expo is vandaag dus niet meer te zien. Maar ik vond dit echt een hele fijne galerij waar ik sindsdien de expo’s van check als we naar Londen gaan en dus wie weet hebben ze ook iets interessant als jij naar Londen gaat.

De galerij zit in een vroegere meubelfabriek en dat zie je nog steeds goed terug in de indeling van het gebouw. Het gebouw bestaat uit twee verdiepingen en een kleine stadstuin. Zoals steeds vind ik het gebouw bijna net zo fascinerend als de kunst wanneer ik een galerij of museum bezoek.

De lappen stof met de typische stippen van Kusama hingen vast aan het houten plafond en besloegen zo twee verdiepingen. De muren zijn in elke exporuimte wit geverfd.

Zoals je hierboven ziet, hingen de schilderijen kriskras door elkaar. Ook in de stadstuin stonden enkele werken van Kusama.

Via de tuin kan je opnieuw een trap op en kom je in een tweede exporuimte waar werken hingen van Jules De Balincourt – ook geen kleine naam in de hedendaagse kunst.

Ik vond dit ook echt een hele mooie ruimte waarin de werken goed tot hun recht komen. En ik werd ook wel meteen fan van de kleurrijke, sfeervolle abstracte schilderijen van De Balincourt.

Het is een hele toegankelijke kunstgalerij. Geen te gekke installaties (ze hebben soms wel installatiekunst trouwens, maar toch vooral veel schilderkunst in hun portfolio), geen drukke ruimtes, niet te veel volk én gewoon echt goede kunst. Islington is sowieso een fijne, onbekendere wijk om te verkennen als je het toeristische hart van Londen al goed kent. En Victoria Miro is ook goed bereikbaar met de metro: vanaf het metrostation Old Street is het slechts 10 minuten stappen tot aan de galerij.

Courtauld Gallery, Somerset House

Tweede stop van de dag werd Courtauld Gallery, het kunstmuseum van de kunstfaculteit van de universiteit in Londen dat zich bevindt in Somerset House, aan The Strand. Hartje Londen dus. Uitstappen met de metro op Temple, Charing Cross of Covent Garden.

Somerset House is een neoklassiek gebouw waar verschillende overheidsinstellingen gevestigd zijn, met een zeer groot binnenplein, een standbeeld voor George III, een bar en een evenementenlocatie.

Het is eigenlijk vreemd dat het museum nog nooit eerder op mijn lijstje was geraakt. In de jaren ’30 verzamelde Samuel Courtauld voornamelijk (post)impressionistische werken met grote namen als Renoir, Manet, Degas, Pissaro… Ondertussen heeft het museum nog heel wat kunst verzameld van andere stromingen en periodes, maar de collectie impressionisme blijft het paradepaartje. En het is één van mijn favoriete stromingen.

The Courtauld Gallery is geen staatsmuseum en dus ook niet gratis. De permanente collectie bezoeken kost 12 pond, best vooraf te reserveren via de website. Wij betaalden voor de permanente collectie en de expo 18 pond.

Naast de permanente collectie, hebben ze dus ook een kleine exporuimte. En dat was de trigger om langs te gaan, want er liep een expo ‘Monet en Londen’. Monet is natuurlijk een grote naam en hij verbleef enkele jaren in Londen waarin hij verschillende werken van de Charing Cross Bridge, Waterloo Bridge en the Houses of Parliament maakte – met vaak een mistige blik op de heel industriële stad aan het begin van de 20ste eeuw. Nu waren er een 12-tal van die werken samen verzameld vanuit de hele wereld, uniek dus!

De exporuimte zelf is best klein, daarom dat ze werken met tijdsloten. Dat is ook echt wel nodig. Maar ik vond het wel prachtige schilderijen. Monet wou zelf graag een expositie organiseren in Londen met deze werken, maar het is hem nooit gelukt.

Na de expo verkenden we de permanente collectie. Er is een zaal met meer religieuze kunst, barok (vooral Rubens) en dan op de derde verdieping de impressionisten.

Links: A Bar at the Folies-Bergère. Rechts: Een versie van Déjeuner sur l’herbe, allebei van Edouard Manet. Twee topstukken uit de collectie.

Links: danseres van Edgar Dégas. Rechts: het gebouw heeft een prachtige trappenhal met koepel.

Barokke kunst op de tweede verdieping.

Het is een zeer behapbaar museum. Geen overload aan kunst, maar mooi gecureerd en overzichtelijk. Zijn prijs zeker waard. Ook van The Courtauld Gallery hou ik dus vanaf nu de expo’s in het oog ;).

Vanaf Somerset House wandelden we nog tot aan The Tower en The Tower Bridge onder een heerlijke herfstzon en met Halloween vibes ;). ’s Avonds gingen we eten bij Ottolenghi. Alle Londen food tips vind je in deze blogpost die ik regelmatig bijwerk.

Op mijn reisgidspagina vind je een handig overzicht van alle bestemmingen die ik bezocht en de bijhorende blogposts die ik erover schreef. Zo vertrek je nooit zonder inspiratie op vakantie.

Wat is jouw favoriete museum in België, Nederland, Londen, Parijs dat ik zeker eens moet checken?

Rotterdam #4: Huis Sonneveld & Het Depot (+ nieuwe eettips)

In de zomer van 2024 startte de Tour De France Femmes in Rotterdam. Wij trokken er voor drie dagen naartoe om de start van een rit, aankomst van een rit én een tijdrit door de stad te beleven, en dat in een snikhete week. Daarnaast hadden we nog één dag vrij te besteden. In 2018 was ik al eens een weekend in Rotterdam, dus ik had al veel van de stad gezien (dus check zeker even de oudere blogposts vol inspiratie). Vandaag neem ik jullie mee naar twee musea die ik toen niet bezocht.

We besloten richting museumkwartier te trekken. Ik volgde toen een cursus kunstgeschiedenis en het modernisme is natuurlijk dé bouwstijl in Rotterdam. Daarom stond een bezoek aan Huis Sonneveld hoog op mijn wishlist.

Huis Sonneveld is een museumwoning uit de jaren 30 en een mooi voorbeeld van ‘Het nieuwe bouwen’, oftewel het modernisme waarbij licht, lucht en ruimte de kernwoorden zijn. Het huis werd gebouwd voor de heer Sonneveld, een van de directeurs van de Van Nellefabriek door architect Leendert van der Vlugt. Die fabriek is trouwens ook een modernistische parel van dezelfde architect. Een ticket tot de woning kost 10 euro per persoon.

Met een fijne audiogids ingesproken door één van familieleden van de heer Sonneveld wandel je door de verschillende ruimtes. Je krijgt een beeld van hoe een best rijke familie (en hun personeel) leefde in de jaren ’30. Het is niet groot, maar ik vond de audiogids echt mooi gedaan. Ook het meubilair was best vernieuwend voor die tijd en is heel vrolijk en kleurrijk.

Naast Huis Sonneveld kan je nog een bezoek brengen aan Het Nieuwe Instituut of het Chabot museum, maar de trekpleister is het Museum Boijmans Van Beuningen, dat we de vorige keer bezochten maar ondertussen gerenoveerd wordt. Sinds enkele jaren kan je er ook Het Depot bezoeken, het eerste openbare kunstdepot. Het is geen museum, maar een opslagplaats van werken én een plek waar restauratie plaatsvindt. Een bezoek is met 20 euro best prijzig, maar we besloten het toch te doen.

Bij binnenkomst merk je onmiddellijk: dit is geen museum. Met heel wat verschillende (rol)trappen kan je de verschillende verdiepingen verkennen waar kunst lukraak op elkaar lijkt gestapeld en restaurateurs aan het werk zijn.

Er zijn ook een paar kleine tentoonstellingen. Bv. “de favorieten”, een selectie van heel bekende werken die er op hangen (opnieuw lukraak door elkaar) en we konden in een spiegelkamer van Yayoi Kusama (wat ik leuk vond, want we hadden haar net ontdekt in Porto, anderhalve maand eerder).

De kunst die er hangt is wel van topniveau, maar toch vonden we het een wat vreemde ervaring. Het depot zette wel een trend, ondertussen heeft ook de V&A in Londen een depot geopend voor het brede publiek (yes, die staat al op de ellendig lange Londen wishlist).

Bovenop heb je een bar, veel groen een uitzicht over Rotterdam, deze derde dag bracht wat regen en bewolking met zich mee.

Wanneer het Boijmans Van Beuningen museum in zijn geheel opengaat zal er waarschijnlijk wel een soort combiticket mogelijk zijn en dan lijkt me de combo ook wel tof. Nu bleef ik toch een beetje op m’n honger zitten. Zo’n origineel gebouw langs buiten, dan had ik binnen misschien net wat meer verwacht.

Drie dagen Rotterdam, dat is ook wandelen langs mijn favorieten: de kubushuizen, de Erasmusbrug, de Leuvehaven, de food markets…

En het leverde ook waar wat nieuwe (en oude) favoriete eetplekken op, dit zijn onze aanraders:

In de Witte De Wihtstraat

  • Ter Marsch & Co voor burgers (vond ik iets minder dan de hype leek uitschijnen, maar nog steeds lekker)
  • Supermercado, nog steeds lekker
  • Bazar, nog steeds lekker
  • Pizza Beppe, nieuwe ontdekking (zit blijkbaar op meerdere plekken)

Elders

  • La Pizza (stomme naam, maar wel heerlijk eten)
  • De Foodhallen voor een fijne lunch, tegenvaller was dan weer de Fenix Food Factory die veel kleiner is geworden dan de vorige keer dan we er waren?
  • Giraffe Coffee Roasters voor koffie en ontbijt
  • Harvest voor koffie en ontbijt

Et voila, dat was weer een fijne dag in Rotterdam. Ik blijf het wel een leuke stad vinden waar je als liefhebber van moderne architectuur, musea en lekker eten wel voldoende aan je trekken komt.

Wat is jouw favoriete stad in Nederland?

Op mijn reisgidspagina vind je een handig overzicht van alle bestemmingen die ik bezocht en de bijhorende blogposts die ik erover schreef. Zo vertrek je nooit zonder inspiratie op vakantie.

Porto #2: Van Sao Bento via Palacio Da Bolsa tot de Sao Francisco kerk

In juni 2024 gingen we voor 6 dagen naar Porto als onze zomervakantie. Porto leek ons een ideale uitvalsbasis om ook wat uitstapjes te doen naar andere delen in Portugal. Maar al op dag 1 kreeg het coronavirus me te pakken, waardoor we meer in de stad bleven dan verwacht. Gelukkig bleek Porto een fijne stad waar je best veel kan doen, al is het er niet groot. De stad voelt als een soort Leuven in het buitenland. De ideale citytrip voor een lang weekend of voor een luie zomervakantie zoals wij deden.

Na op de eerste dag onze wijk Bonfim te verkennen, maakten we ons op voor het historische centrum. Meer bepaald Ribeira & Vila Nova De Gaia, beide zijdes van de oevers van de Douro met de ponte Luis I centraal. Te veel om in één keer te laten zien, dus beginnen we vandaag aan het Sao Bento station.

Toen wij er waren, lag het plein voor het stationsgebouw open door werken dus kwam de enorme voorgevel wat minder tot zijn recht. Sao Bento is het belangrijkste treinstation van de stad, je kan van hieruit ook heel wat dagtrips doen (o.a. naar Guimaraes of Braga).

Het is ook één van de mooiste treinstations binnenin door de blauwe azulejos en glas-in-loodramen. Het zouden zo’n 20.000 tegels zijn in totaal en ze representeren verschillende belangrijke oorlogen. Ik vond vooral ook de stoomtreinen en andere kleine details heel mooi, net als de lichtinval door de ramen.

Links: Time Out Market. Rechts: street art van een kat in de Rua das Flores

Ook leuk: om de hoek van het station vind je de Time Out market, een overdekte markt waar je street food kraampjes kan vinden en zowel binnen als buiten heel wat zitplaatsen hebt. Ideaal voor een lunch of een uitgebreid aperitief.

Rua das Flores

Van aan het station kan je de Rua das Flores afwandelen, één van de meest gezellige straten met allerlei winkels en restaurants. Spring bijvoorbeeld binnen bij Fabrica De Nata voor wat verse pasteis de nata. Op het einde van de straat vind je een gezellig pleintje waar vaak een straatartiest staat te spelen. Aan de overkant vind je het Palacio des artes waar je op de eerste verdieping een leuk arty marktje vindt.

Een goede lunchspot is Puro4050 aan het pleintje op het einde van de Rua das Floras. Ze hebben allerlei heerlijke kleine hapjes en serveren daarnaast ook goede pasta’s en andere hoofdgerechten. Zie het als een soort fusion Italiaans meets Portugees. Echt één van de beste maaltijden van de vakantie. Ze hebben ook nog een tweede restaurant in de straat, Cantina 32.

Nog wat verder naar beneden kom je uit in een klein park met enerzijds de Mercado Ferreira Borges en anderzijds het Palacio Da Bolsa.

De enorme rode markthal is opgetrokken uit glas en ijzer en je vindt er binnen een arts & craft markt. Heel gezellig om door te wandelen en je kan er ook iets drinken.

Het neoclassicistische Palacio da Bolsa is wel echt een attractie op zich. Je kan er enkel binnen via een begeleide tour van drie kwartier. Een begeleide tour kost 12 euro per persoon.

Tickets kan je zowel op voorhand boeken via de website, als ter plaatse aan de balie. Via de website geven ze maar een deel van de tickets vrij. Dat merkten wij omdat we tickets voor de Portugese tour online hadden gekocht aangezien de Engelse tour uitverkocht was, tot we aan de balie stonden en er nog veel plaats vrij was voor de Engelse tour. Helaas konden we niet gratis wisselen van taal (we begrepen echt niet waarom), maar we kochten dan maar nieuwe Engelse tickets om er toch iets van te verstaan.

Ondanks dit verhaal, wil ik zo’n tour echt wel aanraden als één van de topdingen om in Porto te doen. Het Palacio da Bolsa is niet voor niets uitgeroepen tot Unesco Werelderfgoed. Het is een immens mooi gebouw langs binnen en vrees niet voor een zware geschiedkundige tour. Je krijgt vooral uitleg over het gebruik van de ruimtes, vroeger en nu. Het beursgebouw heeft niet langer een commerciële handelsfunctie maar doet vandaag dienst als conferentie- en evenementenlocatie (dus vandaar dat je er niet zomaar mag rondlopen).

Bij de binnenkomst kom je meteen uit in de prachtige Hal der Naties met glazen koepel en de wapenschilden van de landen waar Portugal in de 19de eeuw handelsrelaties mee onderhield. Ook België is van de partij.

Ook de vloer is prachtig, met gekleurde tegels en het licht geeft via de glazen koepel een mooi effect.

Daarnaast is er een immense neoclassicistische traphal en enkele kamers die werden gebruikt voor de handelsrelaties. Steeds rijkelijk gedecoreerd met schilderijen, houtwerk en unieke vloeren.

De handelsrechtbank

Maar de blikvanger is de Arabische zaal in Moorse stijl met een enorme hoeveelheid bladgoud en mudejar-elementen (golvende, bloemige en geometrische patronen). Je weet niet waar eerst kijken in deze ruimte.

Om de hoek van het palacio da Bolsa vind je de Igreja de Sao Francisco, de fransicanerkerk van de stad. Ooit gebouwd in gotische stijl, maar binnenin volledig omgezet naar barok. Voor 10 euro per persoon mag je de kerk binnen met audiogids en er hoort ook een museum bij.

Buitenkant van de kerk, rechts is de sobere ingang en pas binnen heb je zicht op hoe immens deze kerk is.

Binnen mag je geen foto’s nemen dus ik kan niets tonen. Maar ik herinner het me nog goed: elke millimeter van de kerk zit onder het bladgoud en barokke ornamenten. Ik heb in het zuiden al veel overdreven barok gezien, maar dit overtreft alles. Er zijn heel veel zijkapellen met een eigen altaarstuk. Ze waren er ook eentje aan het restaureren, wat wel interessant was om te zien.

Kijk, you love it or you hate it. Ik vind dit soort barok té, maar kan het ambachtswerk wel appreciëren en deze stijl hoort nu eenmaal bij het nog steeds katholieke zuiden. Het is een ervaring, deze kerk. Dus oordeel vooral zelf als je er bent ;).

Hierna sta je aan de oever van de Douro, met zicht op de Portohuizen van Vila Nova de Gaia en natuurlijk de brug. Maar die overkant is voor een volgende keer.

Wat is jouw favoriete zuiderse citytrip?

Op mijn reisgidspagina vind je een handig overzicht van alle bestemmingen die ik bezocht en de bijhorende blogposts die ik erover schreef. Zo vertrek je nooit zonder inspiratie op vakantie.

Rome #8: Van de Sint-Pieter naar het pantheon

In november 2023 kreeg het lief een tripje naar Rome cadeau van het werk (voor zijn 10de werkverjaardag), als collega en lief had ik zelf de trip in elkaar mogen steken. En man, wat was ik vergeten hoe een geweldige stad Rome was! Ja, het is er altijd druk, ook in november, maar je kan heel snel weer de hoek om een rustig straatje inwandelen waar je alleen bent. Ook dat is Rome.

Op deze derde dag namen we de metro in de buurt van ons hotel (aan Barberini) naar Ottaviano. Rome werkt nog volop aan een beter metronet. Het Vaticaan is aan de overkant van de Tiber en voor ons was deze halte de makkelijkste manier om er te geraken. We wandelden zo eerst langs de Vaticaanse Musea, die ik 10 jaar eerder bezocht en we dus oversloegen, om uiteindelijk op het Sint-Pietersplein uit te komen.

En dat Sint-Pietersplein is altijd druk. Altijd. Er staat altijd een rij om de basiliek binnen te gaan, je moet namelijk door security. Die securitycheck is gestructureerder dan 10 jaar geleden en dus vond ik dat het allemaal heel vlot ging. Maar om grote massa’s te vermijden zou ik zeggen dat je ofwel heel vroeg in de rij gaat staan (zoals wij), ofwel tegen de latere namiddag. Draag ook altijd een broek/rok langer dan je knieën en bedek je schouders.

En dan ja, de grootste kerk ter wereld (allez dacht ik, blijkbaar staat er sinds 1989 in Ivoorkust een grotere kerk). Sowieso wel de meest indrukwekkende kerk. Over de Sint-Pieterbasiliek kan je veel vertellen. Als je binnenkomt rechts zie je meteen La Pieta van Michelangelo. Er liggen verschillende pausen en kardinalen begraven die elk een monument hebben, sommige waarbij het marmer er letterlijk vanaf druipt en in heel realistische plooien is neergelegd, zoals op de foto hierboven.

Twee van de grotere blikvangers zijn daarnaast de koepel van Michelangelo met het baldakijn van Bernini er vlak onder. Om dat baldakijn te maken zou er brons van het pantheon zijn gebruikt, wat op heel wat tegenstand van de toenmalige inwoners van Rome zou zijn gestoten. Maar ondertussen denken we dat dit eerder een vuile roddel zou zijn geweest om Bernini en vooral de toenmalige paus in diskrediet te brengen.

Je kan hier uren rondlopen: alle kleinere koepels bewonderen, de vele praalgraven, de beelden in de nissen, de zijkapellen… Het is gewoon zo veel en zo immens. Ik word telkens heel stil van mijn bezoek aan deze kerk. En dat als niet gelovige.

Je kan de koepel ook beklimmen (dat deed ik 10 jaar eerder), daarvoor moet je apart tickets kopen. De kerk bezoeken is gratis.

Het Sint-Pietersplein is weer een ander meesterwerk van Bernini. Van bovenaf lijkt het plein een sleutel, al is er ook een uitleg dat het om armen gaat die de gelovigen naar de kerk lokt. Het plein is omgeven door twee zuilencolonades. Steeds dubbele zuilen, maar op twee specifieke punten op het plein krijg je de optische illusie waarbij de zuilen samenvallen en je dus maar één rij ziet. In het midden staat een Egyptische obelisk.

Je kan in het Vaticaan makkelijk een hele dag doorbrengen, maar wij wandelden richting Castel Sant’ Angelo. Deze burcht is via een ondergrondse gang verbonden met het Vaticaan en is al zowel paleis als gevangenis geweest. Je kan de burcht bezoeken en dat is zeker een aanrader (zie ook deze oudere post), al is het maar voor het uitzicht van bovenop.

Naar het Castel Sant’ Angelo wandel je via de Engelenbrug met beelden van engelen van (de leerlingen van) Bernini. In dit stuk van de stad is Bernini werkelijk overal.

Tijd voor een lunch. We wandelden opnieuw richting het centrum en zetten ons neer op het terras van Osteria della Coppelle, niet ver van het Piazza Navona. Hier zouden ze hele goede pasta Amatriciana hebben, samen met Cacio e Pepe en Carbonara, de derde typische pastasaus van Rome met tomaat en spek. En amai, dat heeft echt gesmaakt. Maar ze hebben ook andere dingen dan pasta die er lekker uitzagen. Zit dit terras vol? Dan kan je ernaast bij Maccheroni terecht waar we de eerste dag aten. Dit is echt een heel gezellig pleintje.

Op naar het pantheon dan. Ten opzichte van mijn vorige keer in Rome is er wel iets veranderd: het is niet langer gratis om te bezoeken. Je moet 5 euro per persoon betalen. Je kan online tickets bestellen, of je gaat in de rij staan, die nog eens verdeeld is tussen cash en bankkaart. De cash-rij was bij ons de kortste dus namen we die. Misschien wat prijzig geworden, maar het pantheon is één van mijn favoriete gebouwen in de stad.

Het pantheon is een antieke Romeinse tempel gebouwd in opdracht van Marcus Agrippa, de rechterhand en schoonzoon van keizer Augustus. Maar die tempel werd meermaals verwoest door natuurrampen en opnieuw hersteld. Uiteindelijk werd het in de 7de eeuw hervormd tot kerk, en dat is de reden dat het gebouw zo goed bewaard is gebleven. Vandaag is het nog steeds een kerk en ook een begraafplaats.

De binnenkant is dus die bijzondere combo van tempel en kerk. Met het oculus als blikvanger. Daarnaast zie je in de koepel – die als inspiratie diende voor de Duomo in Firenze – typische Romeinse cassettes (die vierkanten), een manier om de koepel meer draagkracht te geven.

Et voila, dat was de eerste helft van deze dag in Rome. In de namiddag gingen we langs een onbekend museum dat zwaar de moeite bleek en eindigden we in Trastevere.

Op mijn reisgidspagina vind je een handig overzicht van alle bestemmingen die ik bezocht en de bijhorende blogposts die ik erover schreef. Zo vertrek je nooit zonder inspiratie op vakantie.

Napels #3: een bezoek aan Pompeii

In april 2024 trokken Leen en ik naar de Italiaanse stad Napels voor onze jaarlijkse citytrip. Napels wordt ook wel de buik van Italië genoemd, ze zijn er blijkbaar zot van kerststallen en er is altijd wel ergens een hoek van waaruit de Vesuvius opdoemt. Napels is veelzijdig, Napels is luid, Napels is vuil en Napels voelt nog heel echt. Het werd een fijne kennismaking met deze zonnige stad.

Op onze tweede dag was het meteen tijd voor een uitstapje naar de oude Romeinse stad Pompeii. Pompeii klinkt druk en is voor velen een hoop stenen, maar wij zijn twee Latinisten met een hart voor het oude Rome. En ‘dankzij’ de ramp in Pompeii waarbij een vulkaanuitbarsting een hele stad onder zijn assen begroef, weten we heel veel over het leven van die rare Romeinen. Ik deed nooit een Italiëreis met school dus voor mij was Pompeii de eerste keer :).

Hoe geraak je in Pompeii vanuit Napels?

Met de trein is het eigenlijk heel eenvoudig. Vanuit het centrale Garibaldi treinstation (waar je vanuit heel Napels makkelijk raakt met de metro) neem je de circumvesuviano trein en stap je uit bij de halte Pompeii Scavi (scavi betekent opgravingen). Wij betaalden 13,20 euro heen en terug, dus dat is zeker niet duur.

Alleen moet je je wel verwachten aan een drukke toeristentrein. Zeker als je in de voormiddag vertrekt, wat ik wel aanraad want je bent makkelijk een hele dag zoet in Pompeii. Ik heb mensen bij het instappen heel fel anderen zien verdringen voor een zitplaats. Enfin, ik zag niet de mooiste kant van de mens, maar op een half uurtje ben je in Pompeii (dus ik vond rechtstaan ook niet zo erg).

Hoe was een bezoek aan Pompeii?

Casa de Sirico, eén van de vele villa’s met nog heel wat fresco’s.

Je betaalt 18 euro per persoon toegang (voor alleen Pompeii, je kan ook een combiticket met enkele villa’s kopen) en ik raad aan om op voorhand via de website tickets te boeken om zeker te zijn van een toegang (vooral in het hoogseizoen). Wij gingen op een weekdag in april wanneer ze regen voorspelden, uiteindelijk bleef het mooi weer, maar daardoor was het vrij rustig in Pompeii. Ik kan dus niet oordelen hoe druk het er gemiddeld is. Sowieso is het domein gigantisch. Neem dus zeker een plannetje bij de ingang en als het ergens te druk wordt, sla dan gewoon een zijstraat in.

Ik vond Pompeii best overweldigend. Ik had niet verwacht dat er nog zoveel gebouwen, muren en straten zo goed bewaard zijn gebleven. Ik had meer iets à la het Forum Romanum in Rome verwacht, maar Pompeii is dus veel meer dan dat.

Terme del foro

Je kan nooit alles doen op een dag dus je stippelt best een route uit volgens je interesses. Enkele stops die wij deden zijn:

  • therme suburbane (vlak bij de ingang als je van de trein komt)
  • casa del fauno
  • de basilica
  • het theater en het amfitheater met oefenweide daarnaast
  • lupanare (het bordeel met schunnige tekeningen)
  • terme del foro (heel mooi vond ik)
  • casa di sirico met nog veel fresco’s
  • de oude stadsmuren met een overgebleven wachttoren
  • casa poeto tragico met de mozaïek cave canem (‘Hier waakt de hond’), een gekend iets onder de Latinisten doordat het op de cover stond (staat?) van bepaald lesmateriaal

Links: een bakkerij met de maalstenen nog intact, rechts: mozaïek van Cave Canem achter glas, dus moeilijk te fotograferen

Ook gewoon fijn: door de straten wandelen en op het goed geluk links en rechts afslaan. En de eeuwenoude zebrapaden gebruiken om over te steken. Doe wel goede stapschoenen aan want de ondergrond is niet altijd even makkelijk.

Ze zijn nog altijd volop opgravingen aan het doen. Naar schatting ligt vandaag slechts 1/3de van de oude stad bloot. Het deel hieronder op de foto (genomen vanop de wachttoren) is niet publiek toegankelijk en in de achtergrond zie je enkele archeologische sites die – wie weet – een volgende keer wel te bezichtigen zijn.

Kom je op een zonnige dag dan raad ik aan om voldoende water en snacks zelf mee te brengen want er is amper schaduw. Het blijft een archeologische site dus binnen heb je wel WC-voorzieningen, maar geen restaurants. Daarvoor moet je het moderne Pompeii in. Wij hadden een bewolkte dag en dus viel de temperatuur, net als de drukte, goed mee.

Links: de basilica, in tegenstelling tot wat de naam doet vermoeden was dit geen religieus, maar wel een wereldlijk gebouw (wij hebben de structuur dan ‘gestolen’ om er ons Christelijke kerken op te baseren en daar is de naam basiliek van afgeleid). Rechts: het theater dat in de zomer wordt gebruikt voor voorstellingen, het witte gedeelte is gerestaureerd.

Het nadeel aan Pompeii is dat het er zo groot is dat je je er kapot kan lopen. Op de duur beginnen de zaken ook op elkaar te lijken. Tegen de helft van de namiddag hadden we dus zin om ons te zetten en iets te eten. We doken binnen bij pizzeria I matti voor – in mijn geval- een pasta (want pizza hield ik voor in Napels). Heel groot en toeristisch daarbinnen, maar met het eten was niets mis. Nadien namen we de trein terug die veel minder druk was, aangezien de mensen gespreid terugkeren naar de stad.

Zou ik er opnieuw naar toe gaan? Absoluut! Ik heb het gevoel dat ik nog steeds veel moet zien daar. Daarnaast zou ik ook Herculaneum eens willen doen omdat daar nog meer fresco’s te zien zijn en het meer behapbaar zou zijn op één dag. Of enkele andere opengestelde Romeinse villa’s in de buurt. Er is rond de Vesuvius nog zoveel Romeinse geschiedenis te ontdekken!

Ik heb met Pompeii toch iets kunnen afstrepen dat al heel lang op mijn bucket list stond. Ik denk wel dat het een ‘love it or hate it’ verhaal is. Voor sommigen is dit waarschijnlijk een hoop stenen die ze veel te lang in warme omstandigheden moeten trotseren. Maar hou je van geschiedenis en zie je wat wandelen op een dag wel zitten? Dan is dit sowieso de moeite!

Ben jij als eens in Pompeii geraakt?

Op mijn reisgidspagina vind je een handig overzicht van alle bestemmingen die ik bezocht en de bijhorende blogposts die ik erover schreef. Zo vertrek je nooit zonder inspiratie op vakantie.