Close

Zuidwest Engeland & Cotswolds #2: de highlights van Oxford (+eettips)

In augustus 2025 werd onze zomervakantie een roadtrip doorheen Zuidwest Engeland & de Cotswolds, met ook tijd voor een citytrip door Oxford. In deze overzichtspost vind je alle info qua vervoer, verblijf en reisplanning. Ik neem jullie daarnaast graag mee naar de highlights van onze trip.

Vorige keer vertelde ik meer over de colleges van Oxford, maar je kan er nog wel meer beleven. Het historische centrum is prima te voet te verkennen.

Bodleian Library met de Radcliffe Camera

Alle wegen leiden in het historisch centrum naar de prestigieuze Bodleian Library met zijn Radcliffe Camera. Het is één van de oudste bibliotheken van Europa. En die bestaat uit meerdere gebouwen. De Weston Library kan je gratis naar binnen, daar vind je enkele expo’s over geschreven werken. Ik zag er een handgeschreven brief van Henry VIII en vond er boeken van Mary Queen Of Scots en Katheryn Parr dus ik was helemaal blij.

Links: binnenkant van de moderne Weston Librabry. Rechts: Tower of the five orders op het binnenplein van de Bodleian Library.

Je kan op meerdere manieren de andere gebouwen van de bibliotheek bezoeken, zonder tour geraak je echter enkel in de Divinity School (2,50 pond per persoon) en dus kozen we voor een begeleide tour. Deze verkopen snel uit want de enige tour die nog vrij was, was de 90 minuten walking tour waarmee je ook de Radcliffe Camera binnen kon en een rondleiding in de stad kreeg. De tour kostte 30 pond per persoon.

We hadden niet de beste gids, maar ik vond het wel leuk om in de Radcliffe camera te mogen. Helaas mag je er geen foto’s nemen. De Radcliffe camera werd gebouwd in de 18de eeuw in barokke stijl met geld van John Radcliffe. Het was de eerste ronde bibliotheek en het gebouw bestaat uit drie etages, waarvan de onderste vroeger open was.

Het gebouw was bedoeld als leesruimte, maar ondertussen bevat het ook zijn eigen boekencollectie en is het sinds begin 20ste eeuw deel van de Bodleian met vooral wetenschappelijke werken. Het is met een ondergrondse tunnel met de rest van de bibliotheek verbonden zodat de boeken niet blootgesteld hoeven te worden aan de weergoden. Wij mochten tijdens die tour ook doorheen de tunnel.

Divinity School

Nadien mochten we ook in de Divinity School, een 15de eeuwse ruimte in gotische stijl. Het is echt een prachtige ruimte (die ook in Harry Potter komt blijkbaar) en langs buiten vind je er een deur ontworpen door Christopher Wren met een boek met Griekse inscriptie.

Ingang Divinity School en Wren’s door

De deur is er gekomen om studenten vanuit de Divinity school het Sheldonian Theatre te laten binnengaan – de plek waar diploma’s nog steeds worden uitgedeeld-. Het theater is ook een gebouw van Wren, één van zijn vroegere gebouwen.

Wren’s Scheldonian Theatre, ook in dit gebouw kan je een rondleiding boeken. Daar hadden we jammer genoeg geen tijd meer voor.

In de buurt van de Bodleian vind je de Bridge of sighs, naar het voorbeeld in Venetië die de twee delen van Hertford college met elkaar verbindt.

Bridge of sighs

Naar de top van de St Mary The Virgin

St. Mary is de gotische universiteitskerk met een woelig verleden. Het is hier dat aartsbisschop Cranmer, degene die Anne Boleyn en Henry VIII ooit trouwde, zijn protestantse geloof niet wou afzweren onder Bloody Mary en uiteindelijk werd veroordeeld tot de dood. Samen met twee andere bisschoppen worden ze herinnerd als de Oxford martelaren.

Het interieur is best sober zoals het een gotische Engelse kerk betaamt. Je vindt er nog 15de eeuws glas-in-lood werk. Tijdens onze tour hadden we de tip gekregen om de toren te beklimmen en te genieten van het beste uitzicht van de stad. Binnen staat er dan ook een rij wachtenden aan te schuiven en wij sloten ons aan.

Voor 6 pond per persoon mag je de 127 trappen (dat viel goed mee) betreden en krijg je een buitengewoon uitzicht over de universiteitsstad.

Met een prachtig zicht op de Radcliffe Camera

Het was zoals je ziet mooi weer en dat geeft de typische zachte steen van alle gebouwen zo’n mooie warme gloed. Je waant je voortdurend in een andere eeuw als je in Oxford ronddwaalt.

Links: zicht op High Street met de toren van Magdalen College in de verte. Rechts: All Souls college

Als je dus niet veel tijd hebt in Oxford: beklim dan zeker de St Mary’s en je hebt een goed zicht op de stad.

Blackwell’s books

Genoeg gebouwen gezien? Dan kan je boeken gaan shoppen in één van de mooiste (& grootste) boekenwinkels waar ik al ben binnen geweest. Blackwell’s bookshop is een waar boekenparadijs. Een instituut in de stad.

Carfax Tower & Saint Michael at the North Gate

Naast alle historische gebouwen vind je in Oxford ook een heel druk winkelgedeelte. Onze gids noemde het ’the worst street of Oxford’. Maar ook hier is de geschiedenis niet ver weg en duiken enkele torens op. Zoals de Carfax Tower, een klokkentoren die nog rest van een oude kerk. We bekommen hem niet, maar het kan wel ;).

Links: St. Michael at The North Gate. Rechts: Carfax Tower

Of de toren van St Michael at The North Gate. De oudste kerk van de stad met een saksische toren uit de 10de eeuw die je ook op kan, maar bij ons werd die gerestaureerd. Het interieur is niet heel speciaal, maar je kan er gratis binnen.

Ashmolean Museum

Oxford telt meerdere musea. Aan het National History en het Pitt Rivers museum zijn we niet geraakt, maar we deden wel het bekende Ashmolean Museum. Toegang is gratis.

Het Ashmolean museum combineert kunst met architectuur. Het is tevens het oudste museum van het Verenigd Koninkrijk en het eerste universiteitsmuseum ter wereld. Het is ook echt ontzettend groot, dus het is wat kiezen wat je wil doen.

Links: prachtig beschilderde kast. Rechts: plaster casts van bekende werken. Ik vind plaster casts altijd wel fijn eigenlijk.

Wij kozen om wat van de archeologie over de Egyptenaren mee te pikken en nadien de kunstcollectie te bekijken. Ik vond het een prachtig museum en zag enkele super mooie dingen. Er hangen soms van die highlights stickers op de grond en dus focuste ik daar op. Want dat heb ik wel met van die immense musea: ik heb het dan moeilijk om een focus te vinden.

We bezochten het Ashmolean op de laatste dag van onze hele trip dus de vermoeidheid was het dingetje. We gingen binnen vlak na openingstijd en hadden veel zalen voor ons alleen. Maar nadien was het wel wat op. Maar wel echt een aanrader, zeker bij regenweer.

The Covered Market

Misschien wel mijn favoriete plek in Oxford: de overdekte food court The Covered Market met ook wat leuke winkeltjes. En helemaal ingericht in het thema van Alice In Wonderland – omdat Lewis Carroll in deze stad dus het gelijknamige boek schreef tijdens zijn studententijd.

We aten twee keer pizza bij Sartorelli’s, omdat die zo goed was, en kochten koekjes bij Ben’s cookies.

Eettips

Een paar dagen in Oxford, dat zijn natuurlijk ook eettips. Het aanbod in Oxford is niet enorm en soms nogal toeristisch, maar wij vonden wel enkele lekkere plekken.

  • Koffie en ontbijt vonden we bij Missing Bean, net om de hoek van The Covered Market
  • Tegenover St. Michael at The North Gate vind je ook de koffiebar New Ground
  • Het Londens Indische instituut Dishoom heeft ook een restaurant in Oxford. Hier gingen we twee keer eten. Reserveren is sterk aan te raden. Het concept is hier een permit room waar je vooral kleinere gerechten kan delen. Je kan hier ook ontbijten.
  • In het winkelcentrum Westgate, vlak bij ons hotel, vonden we ook een Comptoir Libanais.
  • We aten dus twee keer pizza bij Sartorelli’s op The Covered Market. Yum!

Sartorelli’s

  • En we doken Gusto binnen op de High Street voor een pasta.

Ik moet eerlijk gezegd toegeven dat ik op voorhand niet had gedacht Oxford zo leuk te vinden. Het is er altijd druk want dit is zo’n uitstap die ook vervat zit in het schema van veel touroperatoren.

Overdag is het dus soms over de koppen lopen, maar na het avondeten daalt de rust neer en ben je bijna alleen met de historische gebouwen. En gezien we zo’n mooi weer hadden genoot ik daar volop van. Het was het ideale start- en eindpunt van onze trip. Ik zie mezelf nog eens terugkeren.

Ben jij al eens in Oxford geweest?

Op mijn reisgidspagina vind je een handig overzicht van alle bestemmingen die ik bezocht en de bijhorende blogposts die ik erover schreef. Zo vertrek je nooit zonder inspiratie op vakantie.

Wenen #2: De binnenstad met het Albertina

In juni 2025 trokken Leen en ik voor vijf dagen naar Wenen. Tijdens een hittegolf nota bene en dus genoten we van het buitenleven in de Oostenrijkse hoofdstad die jaar na jaar wordt verkozen tot meest leefbare stad van Europa. Ik wist zelf totaal niet wat te verwachten van deze stad en neem jullie graag mee doorheen onze trip.

Na een eerste dag in het Freihausviertal met vooral veel art nouveau, doken we op de tweede dag het Wenen van de Habsburgers in. We begonnen met een metroritje naar en wandeling doorheen het Stadtpark. Soms moeten namen niet complex zijn: dit is het grootste park van de stad.

Daar vind je het Wienflussportal waar het kanaal doorstroomt, een stukje architectuur uit begin 20ste eeuw dat ik wat verloederd vond. Nog in het park te vinden: een gouden standbeeld van Johann Strauss, één van de vele klassieke componisten waar de stad heel trots op is. En waarbij bussen Japanners stoppen voor een selfie.

Vanuit het park wandelden we doorheen een – ook in juni – heel rustige binnenstad. Ik schrok er echt van hoe niet toeristisch Wenen bleek in de zomer? In de winkelstraat passeerden we langs de prachtige gevel van glazenwinkel Lobmeyr.

Een bezoek aan de Kapuzinergruft stond niet het allerhoogst op ons lijstje, maar leek wel nuttig om de Habsburgers hun macht te begrijpen. Het zijn de keizerlijke crypten waar de meesten vooral langsgaan om het graf van Sisi te bewonderen. Er liggen maar liefst 12 keizers en 18 keizerinnen begraven en nog heel wat andere mensen (145 in totaal!). Voor 13 euro mag je naar binnen.

Ik schrok van de omvang van de crypte. Het was er zooo groot. Bij elke kist stond wel een bordje – met soms heel tragische levensverhalen – om zo toch wat meer te weten over de personen in kwestie. Het immense praalgraf van keizerin Maria Theresia, waar ook haar minder gekende man Frans I Stefan in ligt, is de absolute blikvanger. Het rococograf zit boordevol kleine maar weelderige details.

Praalgraf van keizerin Maria Theresia.

Ook het drieluik met het graf van Sisi, haar gemaal Franz-Joseph en kroonprins Rudolf – die zelfmoord pleegde voor hij de troon kon bestijgen – is populair. Het laatste graf werd in 2011 toegevoegd aan de crypte en was voor de zoon van de laatste keizer. Je loopt chronologisch door de crypte. Sommige graven zijn echte kunstwerken op zich, al zie je het wel soberder worden naarmate de tijd vordert.

Terug boven, konden we wel iets minder serieus gebruiken en streken we neer op het terras van Konditorei Oberlaa voor aphelstrudel, hét Weense dessert bij uitstek. Oberlaa is één van de vele gekende koffiehuizen in de stad.

Alle wegen in het historische centrum leiden naar de Stephansdom op de Stephansplatz. In de volksmond wordt dit de steffl genoemd en deze gotische kerk is één van de uithangboren van de stad. Ik vind het dak ook echt prachtig met al die kleurtjes :).

Er staat telkens een lange rij voor de ingang, maar die gaat wel goed vooruit. Je mag namelijk een deel van de kerk gratis in, daarom is het er over de koppen lopen. Een ander deel is betalend – de meerwaarde om ervoor te betalen (7 euro voor enkel de hele kerk te doen) leek ons nogal klein. Tenzij je op het dak wil – wat dan weer 25 euro extra kostte – maar dat sloegen we over.

We volgden verder onze wandeling van Time To Momo langs de Jesuitenkirche, een witte sobere kerk langs buiten maar met veel marmeren barok binnenin. Je kan gratis naar binnen.

Via de oude steeg Griechengasse kwamen we uit op de grote Schwedenplatz die leidt naar het Donaukanaal. Lijkt me ook wel fijn om hier wat langs te wandelen, maar we keerden terug naar de stad.

We deden nog even een ommetje tot aan de Postsparkasse, een art deco gebouw van Otto Wagner. Het was niet heel duidelijk of je er binnen kon, maar de conciërge hield ons niet tegen en dus wandelden we tot aan het atrium, waar een café zit dat helaas gesloten was.

Hierna kozen we op den wilde bots voor een gezellig terras in een steegje vlakbij het Mozarthaus – muziekliefhebbers vinden heel wat interessante musea in Wenen. Chamaleon belooft Zwitserse keuken, maar wij genoten vooral van een lichte lunch.

Links: Chamaleon. Rechts: Staatsopera.

Volgende stop is de enorme Staatsopera. Maar echt: dit gebouw is zoo immens. Het is in neoclassicistische stijl en om de binnenkant te bewonderen koop je waarschijnlijk best een ticket voor één van de voorstellingen of voor een begeleide tour. Dat is voor een volgende keer.

We bleven maar rond dit gebouw wandelen precies… :D.

Rechts: grappig worstenstandje met reuzenkonijn.

We hadden ons voorgenomen om elke dag een museum mee te pikken. In Wenen is de keuze immers groot. Het Albertina is gespecialiseerd in kunst vanaf de tweede helft van de 19de eeuw – en dat is wel een periode die ons beiden interesseert. Ze hebben ook nog twee andere musea in de stad met meer moderne en hedendaagse kunst, maar dit is het bekendste.

Hun huidige ‘permanente’ Batliner collectie ‘Van Monet tot Picasso’ was het doel van ons bezoek. Het gebouw op zich is ook interessant: het is een soort stadspaleis met ook heel moderne elementen aan en een fotogenieke trap.

Het museum heeft meerdere verdiepingen. Op de eerste verdiepen vind je de tijdelijke expo’s, op de tweede verdieping de ‘state rooms’ van het paleis en op de bovenste dan de Batliner collectie die voor een langere tijd te zien is.

Om dat allemaal te kunnen doen, heb je best wat tijd nodig dus wij deden alleen de ‘Van Monet tot Picasso’ expo en waren daar twee uur mee zoet. Een toegang kost 19,90 euro per persoon voor het hele gebouw.

Ik moet zeggen dat de expo één van de beste is die ik ooit heb gezien. Ik ben een enorme fan van de periode impressionisme en alles wat erna komt en wat ik hier heb gezien is van zo’n hoog niveau. De zalen waren ook prachtig – zei het zeer sober – ingericht.

Het begint met impressionisme: waterlelies van Monet, ballerina’s van Degas, het pointillisme van Signac… daarna loop je over in het expressionisme, surrealisme en eindigen doe je met het kubisme van o.a. Picasso.

Picasso en Monet dus. Maar ook Renoir, Matisse, Braque, Modigliani, Miro, Delvaux en Magritte, Malevich, Kandinsky, Munch en natuurlijk de lokale kunstenaars Kokoschka, Schiele en Klimt. Ze hangen er allemaal.

Dikke aanrader voor de kunstliefhebber. Eentje om zeker naar terug te keren in mijn geval :D.

Met zo’n zwoele 32 graden zochten we nadien verkoeling bij Gelateria La Romana, ongetwijfeld het beste ijs van de binnenstad (én een gekende naam voor wie al eens in Italië vertoeft). Nadien even tijd om ons op te frissen en we aten een heerlijke pizza bij Disco Volante – ver uit het centrum op wandelafstand van onze slaapplek in Margareten. Weer een geslaagde dag!

Op mijn reisgidspagina vind je een handig overzicht van alle bestemmingen die ik bezocht en de bijhorende blogposts die ik erover schreef. Zo vertrek je nooit zonder inspiratie op vakantie.

Malaga #3: Soho & Muello Uno

In februari 2025 gingen het lief en ik de zon opzoeken in Malaga. We verbleven bij Tandem Soho suites, een appartementcomplex in de hippe Soho wijk. Naast een uitstap naar het Alhambra van Granada, werd het vooral een chille citytrip in deze kuststad. Ik laat je met plezier de fijnste plekken van de stad zien.

Vorige keren zagen jullie dat Malaga een mooi historisch centrum heeft met resten uit allerlei tijden. Vandaag neem ik jullie mee naar het hipper gedeelte van de stad.

Soho

Toen wij een appartement boekten lazen we overal dat Soho een hippe wijk is met veel restaurants, bars en street art. Dat klonk goed, dus boekten we meteen.

Street art in Soho met rechts de kameleon van de Gentse ROA.

Maar ik moet zeggen dat Soho (niet te verwarren met de gelijknamige wijk in Londen) wat tegenviel. Het kan ook aan de timing gelegen hebben, we waren er in februari – niet meteen het hoogseizoen. Ik vond het uiteindelijk niet zo levendig als verwacht, veel restaurants waren dicht, de street art was minder dan verwacht én het leek vooral een toeristenbuurt.

Links: één van de (verlaten) straten in Soho. Rechts: de boulevard Alameda Principal heeft een leuk voetgangersgedeelte.

Vroeger was er hier een street art festival en werden er best wat grote namen uitgenodigd om een werk te komen maken. Er was toen ook het Centro de Arte Contemporáneo de Málaga – een museum voor hedendaagse kunst dat het festival organiseerde, maar dat is ondertussen gesloten. Je vindt er wel nog de mural Paz y Libertad (Vrede en vrijheid).

Links: Paz y libertad. Rechts: nog een ROA.

Muello Uno

Naast Soho ligt Muello Uno, een kleine wijk rond het haventje. Met het parque de Malaga waar je altijd schaduw vindt en een wandelboulevard met paravang.

Langs de kade van de haven zit een winkelcentrum, restaurants en bars- van de toeristische soort, een openlucht markt… En je vindt er ook een opvallende kleurrijke kubus. Het uithangbord van het Centre Pompidou Malaga – het kleine boertje van het bekende moderne kunstmuseum in Parijs.

Links: de paravang met één van de weinige Invader werkjes die in Malaga zijn mogen blijven hangen. Rechts: Centre Pompidou.

Wij wilden het museum bezoeken op zondagnamiddag en bij aankomst kregen we te horen dat als we nog een half uur wachtten we om 16u gratis naar binnen mogen. Zondag na 16u is toegang dus gratis. Het is uiteraard veel drukker dan, maar we kozen toch voor die optie. Op andere dagen kost een ticket voor het hele museum 9 euro per persoon, dat valt nog best mee dus.

Ieder jaar is er één groter thema waaraan de permanente collectie wordt gewijd. Bij ons was dat ‘place-ness’, daarnaast variëren er telkens wat tijdelijke expo’s – bij ons eentje over de architect Vilanueva.

Het museum ligt onder de grond, wat zorgt voor grote open ruimtes. Het is allemaal mooi opgebouwd, maar de werken zijn misschien iets minder toegankelijk dan in andere moderne kunst musea. Ik vond het wel fijn dat je in de binnenkant van de kubus kon gluren (je mag er helaas wel niet ‘in’).

Malaga pakt graag uit met zijn status als museumstad en het Centre Pompidou was wat mij betreft het museum met de meeste internationale uitstraling. Iets waarvoor je regelmatig zou kunnen terugkomen. Dus het heeft zeker een grote waarde voor de stad denk ik.

Vanuit Muello Uno loop je heel snel het strand van Malagueta op. Verder is Malagueta een typische strandbuurt, met veel appartementen, toeristenrestaurants en winkeltjes. Ik ben geen strandvakantieganger, maar kan me voorstellen dat wie van de combo citytrip-strand houdt, hier zijn gading wel vindt. Wij hielden het bij een avondwandeling op het strand.

Voila, dat was alweer een heel ander luikje van de stad. Eettips, ook in Soho, gaf ik al mee in deze blogpost.

Op mijn reisgidspagina vind je een handig overzicht van alle bestemmingen die ik bezocht en de bijhorende blogposts die ik erover schreef. Zo vertrek je nooit zonder inspiratie op vakantie.

Londen #24: van Tate Britain naar de Saatchi Gallery tot in Hyde Park

In oktober 2024 gingen we op herfsttrip naar de Britse hoofdstad en deden we weer heel wat nieuwe dingen die ik graag met jullie deel. Vandaag besloten we Chelsea in te trekken, met eerst een tussenstop bij Tate Britain.

We ontbeten bij onze favoriete koffiebar aan St. James, Formative Coffee (alle food en koffie spots vind je in deze blogpost) en wandelden tot aan Tate Britain want de herfstzon scheen volop. Uiteindelijk kwamen we vlak voor openingstijd aan bij het museum. Het was één van de vele Londense musea die nog op mijn lijstje stond.

Tate Britain focust voornamelijk op Britse kunst (deuh), heeft een enorme collectie van William Turner én covert blijkbaar wel een ruime periode: van de Tudors tot moderne kunst. Dat laatste wist ik niet: ik dacht dat alle moderne kunst in het grotere broertje Tate Modern hing, maar dat is dus niet zo.

Tate Britain is een staatsmuseum, toegang tot de permanente collectie is gratis, enkel voor expo’s moet je betalen. Binnen kom je via een prachtige neoclassicistische entreehal met glazen koepel waarin je met de trap naar het café op de eerste verdieping kan.

Ik wist ook niet dat het museum zo enorm groot was binnen. De zalen zijn allemaal gigantisch en nemen je per tijdsperiode mee doorheen de Britse kunstgeschiedenis. Het is te veel om in één keer allemaal in detail te bekijken.

Wij kozen voor een paar zalen van de oudere kunst, liepen door de zaal met Turners (maar ik heb niet zo veel met hem, behalve zijn schilderijen van schepen) en bekeken de moderne kunst en tijdelijke installaties die er stonden.

Er is ook grote aandacht voor de pre-Rafaellieten met voorop John Everett Millais. Swifties zullen geïnteresseerd zijn in zijn Ophelia (waarvan ik een foto vergat te nemen blijkbaar). Ik hou wel van hun dromerige nostalgische kunst met vaak een ginger beauty centraal.

Links: John Singer’s ‘Lady Macbeth’. Rechts: John William Waterhouse, ‘The lady of Shalott’. Deze twee trokken duidelijk meer mijn aandacht dan Ophelia, oeps!

Buiten aan het museum staat ook een standbeeld van Millais. Er zijn daarnaast ook werken van Frederic Leighton (je weet wel, die van Leighton House dat we eerder bezochten) en bijvoorbeeld Rossetti.

Links: zeer mooi zaaltje vond ik. Rechts: de collectie van William Turner, ooit wil ik wel eens terug als ik wat meer van de man en zijn werk afweet.

Het museum pakt dus vooral uit met zijn enorme collectie Turners, de artiest schonk zijn werken bewust aan de natie. Tijdgenoot John Constable is nooit ver weg en kan je dus ook voldoende spotten.

Bij de moderne kunst afdeling vind je ook enkele grote namen zoals David Hockney en Francis Bacon en in de hoofdgang etaleren hedendaagse kunstenaars hun werk.

Ik weet niet of het kwam omdat we er redelijk vroeg waren (we liepen er denk ik tussen 10u en 12u rond), of omdat het er zo groot is, maar het was er nooit echt druk. Tate Britain ligt natuurlijk wat verder weg van het toeristische hart van Londen. Maar de kunst is echt wel van hoog niveau en ik vond het een enorm inspirerend bezoek. Zeker de moeite waard! Dichtstbijzijnde metrohalte: Pimlico.

Verder dan Tate Britain hadden we de dag niet echt gepland, we besloten de metro te nemen tot aan Sloane Square in hartje Chelsea. Eerst aten we iets bij Comptoir Libanais om nadien een bezoek te brengen aan de Saatchi Gallery.

Saatchi Gallery is een hedendaagse kunstgalerij, geen museum dus. Je kan de expo’s wel gratis bezoeken. Ze zitten op deze locatie sinds 2019. Het is een enorm mooi neoclassicistisch gebouw met een park voor.

Wat ze er tonen verandert voortdurend: van schilderijen, tot installaties, tot filmproducties. Het zijn mooie grote zalen en er is een leuke shop. Dichtstbijzijnde metrohalte: Sloane Square.

Misschien wat arty allemaal, maar ik merk zelf: hoe meer ik musea bezoek en met kunst bezig ben, hoe kleiner de stap wordt om in een volgend museum of zo’n kunstgalerij binnen te stappen. Ik laat het idee ook los dat ik alles hoef te snappen of mooi moet vinden. Kunstbeleving is per definitie iets persoonlijk, en je hoeft niet uren door te brengen in een museum. Soms is er even binnenspringen en iets zien dat je inspireert of raakt voldoende.

Na deze galerij besloten we van Chelsea naar Hyde Park te wandelen, omdat we wisten dat daar een pompoen van Yayoi Kusama stond, ter ere van haar expo in Victoria Miro die we eerder bezochten. De architectuur van Chelsea en het nabijgelegen Belgravia vond ik ook mooi.

In Hyde Park hing een fijne herfstsfeer, ook al regende het. De pompoen van Kusama stond ergens in de omgeving van The Serpentine Gallery, dat is weer een andere kunstgalerij. Wat toegankelijker dan Saatchi denk ik, want ze hebben een paar kleine paviljoens doorheen het park en verder staat er ook gewoon kunst in openlucht.

We liepen binnen bij één van de paviljoens en vonden de pompoen eerst niet en dan plots wel, in de buurt van Kensington Palace.

The Serpentine South Gallery, van buiten af én een foto van de expo binnen.

We dachten eerst nog naar The North Gallery van de Serpentine te wandelen, daar is nog meer te zien, maar het regende dus gingen we ergens koffie drinken.

Een levensgrote Kusama en ik had een bijpassende jas aan ;). De pompoen staat er ondertussen niet meer.

Nadien was het wel weer wat droger en wandelden we via Buckingham Palace naar Westminster om uiteindelijk op Trafalgar Square te eindigen. En zo hadden we weer een groot aantal wijken van Londen doorkruist op één dag en was de kaars uit :).

Ben jij al eens in een kunstgalerij geweest?

Alle Londen food tips vind je trouwens in deze blogpost die ik regelmatig bijwerk.

Op mijn reisgidspagina vind je een handig overzicht van alle bestemmingen die ik bezocht en de bijhorende blogposts die ik erover schreef. Zo vertrek je nooit zonder inspiratie op vakantie.

Zuidwest Engeland & Cotswolds #1: de colleges in Oxford

In augustus 2025 werd onze zomervakantie een roadtrip doorheen Zuidwest Engeland & de Cotswolds, met ook tijd voor een citytrip door Oxford. In deze overzichtspost vind je alle info qua vervoer, verblijf en reisplanning. Ik neem jullie daarnaast graag mee door de highlights van onze trip.

Vandaag beginnen we in Oxford, het start- en eindpunt van onze trip. Een geweldige universiteitsstad die heel Leuvens aandeed en dus voelden we ons er meteen thuis.

Oxford wordt gedomineerd door de colleges. Dat zijn geen faculteiten zoals wij ze kennen, maar zelfstandige colleges die elk een eigen reputatie hebben (intellectueel, sportief, politiek…) en hun eigen gebouwen beheren. Daardoor vind je universiteitsgebouwen doorheen de hele stad want Oxford telt momenteel 36 colleges – waarvan de oudste in de 13de eeuw werden gesticht. Elk college is heel gegeerd, vanuit binnen- en buitenland – enkel de besten raken binnen – en de rivaliteit met Cambridge is groot.

Heel wat colleges zetten hun deuren open voor toeristen. Elk college is opgebouwd rond een centraal rechthoekig plein of quad(rangle). Wij bezochten er twee tijdens onze trip: Christ Church en New College.

Christ Church college

Dit is meteen een specialleke omdat op dit domein ook de kathedraal van het bisdom Oxford staat. Christ Church is dus zeer gegeerd om te bezoeken: elke vrijdag gaan de tickets open voor de komende week. Je moet dit dus zeker op voorhand boeken. Een ticket kost 23 euro per persoon, inclusief goed audiogids. Prijzig ja, maar ik vond dit absoluut de moeite.

Christ Church is omgeven door groen met de Christ Church meadow, een heerlijke plek om te picknicken, joggen of te wandelen. Aan de ticketbalie haalden we onze audiogids op en we gingen naar binnen. De audiogids zat goed in elkaar en vertelde over de geschiedenis, maar ook huidige studenten kwamen aan het woord en geven meer uitleg over hoe het leven op het college eraan toegaat.

Christ Church werd in de 16de eeuw gesticht door Thomas Wolsey, kardinaal en kanselier van Henry VIII, toen heette het Cardinal College. Na diens val nam Henry VIII het college zelf over en het college kwam zo onder de Anglicaanse kerk.

Vandaag is het college heel populair omdat de eerste film van Harry Potter er werd gefilmd in de prachtige eetzaal en trappenhal. Ik ben zelf geen potterhead, en het Harry Potter toerisme in Oxford had ik wat onderschat ofzo.

De machtige eetzaal bevat heel wat portretten waaronder die van Henry VIII, Cardinal Wolsey en Elizabeth I. Daarnaast is er ook een specifiek glasraam over Alice In Wonderland, want Lewis Caroll studeerde af aan Christ Church en schreef in die periode het bekende kinderboek.

Tom Quad met Tom Tower

Hij is niet de enige bekende alumni. Maar liefst 13 eerste ministers van het Verenigd Koninkrijk studeerden hier af. Een architectureel hoogtepunt van de tour is Tom squad, ooit aangelegd door Cardinal Wolsey, maar nu geflankeerd door de Tom tower van Christopher Wren in laatgotische stijl om te passen bij de originele gebouwen.

Links: Tom Tower. Rechts: Canterbury quad

Eén grasplein verder vind je het meer classicistische Canterbury quadrangle. Op de muren worden de resultaten van de meest recente roeiwedstrijden – dé sport onder de studenten – bijgehouden.

Wat verderop kan je dan de kathedraal bezoeken. De vroegste stukken dateren uit de 12de eeuw, maar de kerk is vandaag vooral hooggotisch, in die typische engelse perpendicular stijl. Met prachtige glas-in-loodramen en een opvallend stergewelf.

De glasramen trekken echt wel de aandacht. Het oudste is van de 14de eeuw met nog een afbeelding van Thomas Becket die overeind is gebleven tijdens de reformatie. Meer recente glasramen zijn van de hand van Edward Burne-Jones, een bekende naam uit de Engels arts & crafts beweging.

Ik vond het een prachtige kerk, een prelude voor de vele gotische pracht die we ook in Bristol en Bath nog zouden ontdekken. We deden zo’n twee uur over een bezoek aan Christ Church. De audiogids gaf veel duiding die het bezoek toch iets extra gaf, dus ik zou zeker aanraden die te luisteren. Duik na je bezoek ook even Alice’s shop binnen, een leuke winkel helemaal in het teken van Alice In Wonderland.

New College

De dag nadien kozen we voor New College. Hoewel de naam iets anders laat uitschijnen is dit één van de oudere colleges van de stad. Het werd gesticht in de 14de eeuw door William of Wykeham. Een ticket kost 13,50 euro en wij hebben gewoon aangeschoven aan de ingang.

Je kan een audiogids via je gsm luisteren, maar die vonden we niet zo goed als die van Christ Church dus uiteindelijk liepen we vooral zelf een beetje rond.

Die gotische kloostergang met een tuin in het midden, hier zie ik mezelf ook wel studeren.

Ook New College komt blijkbaar voor in een Harry Potter film. Er staat ergens een bekende boom. De boom zelf is absoluut niet speciaal, maar dat zorgde ervoor dat wij de kloostergangen wat meer voor onszelf hadden, haha.

Links: de Harry Potter boom. Rechts: de eetzaal

Ook hier kan je de eetzaal bezoeken. De kapel was helaas dicht en zou ook de moeite zijn. Daarnaast is er een prachtige ommuurde tuin.

Keuze genoeg

Met 36 colleges is de keuze enorm. Wij waren er eind augustus en dus waren sommige colleges niet open. Je kan een aparte college tour boeken of bij veel colleges kan je even door de eerste deur piepen. Magdalen College zou ook de moeite zijn en is vaak open. Je kan denk ik niet verkeerd kiezen – loop binnen waar het open is en mooi lijkt. Een college bezoeken is wat mij betreft wel een must om deze universiteitsstad te kunnen begrijpen.

Links: Lincoln College quad vanaf de toegangsdeur, hier heeft prinses Elizabeth gestudeerd. Rechts: Jesus college quad, vooral in trek bij studenten uit Wales

Wandel ook zeker eens naar de Magdalen bridge waar je de typische puntboten kan zien, een eeuwenoud tijdverdrijf.

Links: voorkant Balliol college. Rechts: puntboten

Mocht je op dagtrip vanuit Londen naar Oxford, ga je wel moeten kiezen want naast de colleges is er nog veel meer te zien in Oxford. Daarover volgende keer meer.

Op mijn reisgidspagina vind je een handig overzicht van alle bestemmingen die ik bezocht en de bijhorende blogposts die ik erover schreef. Zo vertrek je nooit zonder inspiratie op vakantie.

Porto #5: dagtrip naar Guimarães

In juni 2024 gingen we voor 6 dagen naar Porto als onze zomervakantie. Porto leek ons een ideale uitvalsbasis om ook wat uitstapjes te doen naar andere delen in Portugal. Maar al op dag 1 kreeg het coronavirus me te pakken, waardoor we meer in de stad bleven dan verwacht. Gelukkig bleek Porto een fijne stad waar je best veel kan doen, al is het er niet groot. De stad voelt als een soort Leuven in het buitenland. De ideale citytrip voor een lang weekend of voor een luie zomervakantie zoals wij deden.

Ook al heeft Porto zelf heel wat te bieden, toch wilden we ook wel graag een andere stad verkennen. Ons oog viel op zowel Guimarães als Braga, twee steden ten noorden van Portugal perfect bereikbaar met de trein. Volgens sommigen zelfs doenbaar op één en dezelfde dag, maar we wilden niet rushen. Omdat ik in Porto ziek werd, raakten we uiteindelijk enkel in Guimarães en moesten we ook daar vroeger dan gepland naar huis. Maar dan nog kregen we wel een goed beeld van deze leuke stad!

Hoe geraak je van Porto in Guimarães met het openbaar vervoer?

Je kan rechtstreeks treinen van het Sao Bento station in Porto naar het station van Guimarães. Er zijn wel maar enkele treinen per dag heen en terug, dus het is even plannen welke uren je wil nemen, zeker ook voor de terugweg. Een heen en terug ticket kostte ons 7,40 euro per persoon, wat dus zeker niet duur is. Je zit ongeveer een uur en een kwartier op de (comfortabele) trein. Van het treinstation wandel je dan zo’n kwartier naar het centrum van het stadje.

Er zijn ook bussen die je kan nemen tussen de twee steden en dan rijdt er ieder uur wel een bus in elke richting. De bus in Guimarães stopt wel iets verder van het centrum dan de trein. Genoeg opties om er te raken dus.

Wat valt er te doen in Guimarães?

Guimarães is de geboorteplaats van Portugal. Toen koning Alfons I van Portugal in de 12de eeuw de Portugese onafhankelijkheid uitriep koos hij Guimarães als eerste hoofdstad uit. Het historisch centrum van de stad bevat nog steeds veel middeleeuwse elementen en is daarom UNESCO werelderfgoed.

De stad is er trots op de geboorteplek van Portugal te zijn. Als je vanuit het treinstation naar het Largo de Toural plein wandelt kom je het bord ‘Aqui Nasceu Portugal’ tegen.

Ook zijn er meerdere monumenten die Alfonso I als middeleeuwse ridder en held eren.

Toen wij door de straten wandelden kwamen we tot de constatatie dat de voorbereidingen voor een middeleeuws feest bezig waren. Maar we liepen eerst helemaal de heuvel van de stad op. Want daar staat het paleis van de Dukes of Bragança.

In de 14de eeuw woonden hier de hertogen van Bragança, de familie die later zou uitgroeien tot een koninklijke familie, de Spanjaarden zou verdrijven en een koningin aan Engeland zou leveren (Catherine Of Bragança).

Het kasteel floreerde dus in de 14de eeuw, maar raakte in de 16de eeuw volledig in verval. Pas in de 19de eeuw werd het gerestaureerd en sinds 1910 is het een historisch monument. Wat je vandaag ziet is dus een reconstructie van het middeleeuwse paleis uit de 14de eeuw. Een toegangsticket kost 10 euro per persoon.

Je komt meteen binnen in de mooie rechthoekige binnenplaats, bestaande uit twee verdiepingen. Elke hoek bevat een toren en langs één kant bevindt zich de kapel (houten dak op de foto rechts hierboven). De gangen hebben gotische bogen.

Binnen hebben ze het middeleeuwse paleis proberen reconstrueren, gebaseerd op andere kastelen uit deze tijd en de informatie die ze hebben over de oorspronkelijke opzet. Denk vooral aan Vlaamse tapijten aan de muren en een houten plafond. Het is mooi gedaan vond ik, maar je merkt wel dat het niet authentiek is.

Links: houten plafond dat de kiel van een boot nabootst.

In de verschillende zalen hangt en staat ook best wat kunst en andere interessante objecten, soms zelfs met een moderne toets.

Links: moderne kunst aan de muren.

Op de eerste verdieping is de kapel de blikvanger, met vernuftig houtsnijwerk voor de balkons en Vlaams glas-in-lood.

Ook op deze verdieping: de slaapkamer van Catherine Of Bragança, gek genoeg één van de bekendste telgen uit de familie omdat ze door haar huwelijk met James II in de 17de eeuw koningin van Engeland werd. Haar portret hangt naast het kleine bed.

Verder heb je een mooi zicht op het binnenplein van bovenaf. Het paleis van Bragança is de grootste monument van Guimarães en is dus zeker een bezoekje waard.

Naast het paleis vind je ook het kasteel van Guimarães, gebouwd in de 10de eeuw en blijkbaar recent nog uitgeroepen tot één van de zeven wonderen van Portugal omwille van zijn romaanse bouw. Het was op voorhand niet echt duidelijk of je het kasteel kan bezoeken. Toen wij er waren stond de poort niet open en dus hebben we er vooral even rondom gewandeld.

Je passeert daarboven ook nog de romaanse kapel São Miguel do Castelo. Ondertussen was het middeleeuwse festival in volle gang met activiteiten voor kinderen, mensen in traditionele klederdracht, een marktje en optredens op straat. Heel leuk hoe ze daar de geschiedenis zo levend houden. We wandelden door de middeleeuwse straatjes.

Alle wegen leiden naar het plein Largo do Oliveira met de Igreja de Nossa Senhora da Oliveira waar je voor 2 euro ook even binnen kan piepen.

Links: huizen aan de Largo do Oliveira. Rechts: binnenkant Igreja de Nossa Senhora da Oliveira

Op het plein zitten heel wat restaurantjes maar die zaten goed vol, wij doken een straat verder binnen bij Bangkok Thai, en dat was best lekker.

Je kan daarnaast ook over de oude middeleeuwse stadsmuur wandelen, dat hebben ze heel mooi aangelegd.

Je krijgt doorheen de hele stad echt het gevoel dat je in een andere tijd rondloopt, een beetje zoals in Mdina in Malta. Hierna besloten we net buiten het centrum naar de Igreja de Nossa Senhora da Consolação e Santos Passos (een mond vol!) te wandelen, een 18de eeuwse barokke kerk met blauwe tegels langs de buitenkant en een mooi aangelegd park ervoor. Je kan er gratis naar binnen.

Hierna was mijn kaars jammer genoeg uit. Op zich hadden we een goed beeld van de stad gekregen. Er waren nog enkele kleine musea om te ontdekken. Je kan er nog met een kabelbaan een hogere heuvel op om van het uitzicht te genieten en ik had graag wat meer genoten van de festiviteiten die aan de gang waren, maar er was een trein om 16u en die namen we terug naar Porto.

Ik vond Guimarães een leuke daguitstap. Het is er niet zo groot, maar je kan er wel een dag rondlopen en van de middeleeuwse sfeer genieten. Ik zou er zeker nog eens naartoe gaan als ik in de buurt ben.

Op mijn reisgidspagina vind je een handig overzicht van alle bestemmingen die ik bezocht en de bijhorende blogposts die ik erover schreef. Zo vertrek je nooit zonder inspiratie op vakantie.

Napels #6: Napoli onder de grond

In april 2024 trokken Leen en ik naar de Italiaanse stad Napels voor onze jaarlijkse citytrip. Napels wordt ook wel de buik van Italië genoemd, ze zijn er blijkbaar zot van kerststallen en er is altijd wel ergens een hoek van waaruit de Vesuvius opdoemt. Napels is veelzijdig, Napels is luid, Napels is vuil en Napels voelt nog heel echt. Het werd een fijne kennismaking met deze zonnige stad.

Op onze laatste dag in Napels wilden we de koninklijke Bourbon wijk gaan verkennen, maar eerst was het nog tijd voor een afdaling naar het Napels onder de grond. Er zijn verschillende tours die je kan volgen. Wij kozen voor Napoli Sotteranea. Dit is niet de meest bekende tour. Dat is die in het toeristisch centrum met dezelfde naam, die vaak uitverkocht is. En door onze last-minute beslissing was er bij de eerstgenoemde tour wel nog plaats. De ingang van onze tour vind je in een steegje van de Spaanse wijk.

We kozen voor de Engelstalige begeleide tour en waren maar met een heel kleine groep. Deze tour is zeker nog niet zo bekend bij de toeristen. We betaalden 12 euro per persoon. Onze gids Alex bleek een Vlaams ex-lief gehad te hebben en verstond daardoor enkele woorden Vlaams, wat heel grappig was. Hij deed dat heel goed en ik zou deze tour zeker aanraden.

Maar wat zijn we nu gaan bezoeken? Ik zei al eerder iets over de Romeinse stad die onder de grond schuilt, maar hier gaat het om een ondergronds aquaduct dat de stad van water voorzag. Na een cholera epidemie werd het niet langer gebruikt en werd er een nieuw aquaduct gebouwd.

Links: de wandeling begint met een stevige afdaling via deze trappenpartij. Rechts: graffiti tekening op de muur, tegen de verveling van het wachten in de bunker.

Napels werd echter stevig gebombardeerd tijdens WOII en dus deed het plots weer dienst als bunker. Heel wat inwoners zochten er hun toevlucht. Er werden douches en toiletten geïnstalleerd om toch een beetje comfort te hebben. Er was zelfs een prostituee aan het werk toen.

Na de oorlog hebben ze heel wat afval in het aquaduct zitten storten en werd de plek vergeten. Met dank aan de inzet van vrijwilligers werd het terug hersteld en nu opengesteld voor publiek.

Links: allerlei gevonden artefacten in het aquaduct. Rechts: via deze gaten die dienst deden als trappen moesten de schoonmakers vroeger langs de muren wandelen.

Onze gids vertelde daarnaast over enkele plaatselijke mythes en legendes zoals ‘The little monk’, gebaseerd op de hondenjob van schoonmaker die vroeger zijn leven riskeerde in het aquaduct.

De tour gaf ons een mooi beeld van de geschiedenis van Napels. Hier en daar moesten we door een smalle irrigatiepassage. Ik vind dat zelf best eng, aangezien we met een kleine groep waren, zag ik dat nog net zitten. Heb je dus claustrofobie, dan is deze tour misschien niets voor jou.

Weinig foto’s deze keer, want dat is moeilijk onder de grond. Maar ik vond zo’n tour echt de moeite. Dus zet het zeker op je to-do list voor Napels.

Bonus: onder de grond, de metro!

De metro van Napels is blijkbaar al meerdere keren uitgeroepen tot de mooiste van Europa. Vooral het station Toledo is bekend om zijn immens blauwe koepel, maar bv. ook aan Garibaldi heb je heel wat leuke effecten met de verschillende roltrappen. De mooiste? Dat weet ik niet, ik vind die van Rome ook echt heel mooi en Londen is ook altijd in orde. Maar het is een soort extra bezienswaardigheid als je dan toch van punt A naar B moet ;).

Op mijn reisgidspagina vind je een handig overzicht van alle bestemmingen die ik bezocht en de bijhorende blogposts die ik erover schreef. Zo vertrek je nooit zonder inspiratie op vakantie.

Wenen #1: Freihausviertel met de Naschmarkt en het Secession

In juni 2025 trokken Leen en ik voor vijf dagen naar Wenen. Tijdens een hittegolf nota bene en dus genoten we van het buitenleven in de Oostenrijkse hoofdstad die jaar na jaar wordt verkozen tot meest leefbare stad van Europa. Ik wist zelf totaal niet wat te verwachten van deze stad en neem jullie graag mee doorheen onze trip.

We sliepen in een AirBnb in de wijk Margareten, beetje verder van het centrum en niet zeer levendig, maar op zich wel goed bereikbaar met het openbaar vervoer (al namen we vooral de bus die het dichtst bij onze slaapplaats stopt want Wenen is groot dus het aantal stappen per dag liep snel op).

Toen we aankwamen aten we een pizza bij Trattoria Pizzeria Margareta in het hart van de wijk op een zalig binnenpleintje met terras. Aanrader! Nadien was het tijd om de wijk ernaast te ontdekken: het Freihausviertel (het 4de district).

Wenen heeft met de Secession zijn eigen versie van de art nouveau. Gustav Klimt en Otto Wagner zijn daarvan de bekende namen. Aan de Linke Weinzeile staan twee van Otto Wagner zijn prachtige huizen: het bloemrijke Majolikahaus en het met gouden ornamenten van Kolomon Moser versierde Wienzeilerhäuser .

Prachtige gevels zijn het! Leuk om al die details te spotten. Je merkt ook meteen dat de metro-ingangen heel erg art nouveau aandoen. De place to be begint echter achter de metro-ingang: de Naschmarkt.

De Naschmarkt is een halfopen markt met overdag kleurrijke stallen vol fruit, kruiden en andere etenswaren. ’s Avonds openen de vele bars en restaurants en worden de terrassen opgezet. Op zaterdagvoormiddag vind je er ook een vlooienmarkt.

Het is misschien allemaal wat toeristisch, maar wij vonden het er toch heel gezellig en dankzij het mooie weer was het de ideale plek voor een aperitief, of een heerlijk diner bij Neni am Naschmarkt.

Aan de andere kant van de markt kom je uit op het Kleines Haus der Kunst, ook een voorbeeld van de Secession (werd verbouwd toen wij er waren), maar meteen valt vooral de gouden koepel van het Secessiongebouw op.

In 1898 zag dit het gebouw het levenslicht door een groep kunstenaars die zich verenigden onder de naam ‘Secession’ en die een tempel voor hedendaagse kunst wilden creëren. Hun motto Der Zeit ihre Kunst. Der Kunst ihre Freiheit staat op de gevel. Het gebouw zelf is van Joseph Maria Olbrich en binnenin vind je de Beethoven friezen van Gustav Klimt.

Naast die friezen, vind je er ook vandaag werk van hedendaagse kunstenaars. Voor 12 euro per persoon kan je naar binnen. We zagen kunst van Ariane Muller, Jeremy Shaw en Francis Offman, maar de expo’s wisselen regelmatig. Het hele gebouw is ruim en laat veel licht binnen wat de werken mooi doet uitkomen.

Als laatste kwamen we uit bij de Klimt Friezen, gebaseerd op de 9de symphonie van Beethoven – die door je hoofdtelefoon weerklinkt. De art nouveau swing, gouden details en femmes fatales met lange haren vielen meteen op – typische elementen van art nouveau over heel Europa. De friezen zijn moeilijk te bewaren aangezien ze rechtstreeks met verf op de muren zijn geschilderd, daardoor wordt de temperatuur in de kamer constant op hetzelfde peil gehouden.

Dit bezoek werd meteen één van de hoogtepunten van de trip. Je kan Wenen niet begrijpen zonder de nieuwe kunst te zien die artiesten zoals Klimt en Wagner wilden brengen om zich af te zetten tegen het oude neoclassicistische ideaal dat de binnenstad domineert.

Van hieruit wandelden we verder richting de Karlsplatz waar de Karlskirche het landschap domineert. Deze rooms-katholieke kerk werd in de 18de eeuw door de keizer Karel VI aan de stad gegeven na een grote pestepidemie. En is opgezet in neoclassicistische stijl met twee grote zuilen geïnspireerd op de zuil van Trajanus in Rome – ze hadden er eentje net gekuist, de andere was nog ‘vuil’ ;).

Een bezoek kost 9,50 euro per persoon en daarmee kan je ook het panoramadak op om de zuilen van dichterbij te bekijken. Het interieur van de kerk is barok, in de koepel hing een modern lichtkunstwerk.

’s Avonds doen ze hier opvoeringen van klassieke muziek waaronder de vier seizoenen van Vivaldi. Sowieso kan je in heel Wenen concerten van hun gevierde componisten meepikken, iets dat voor een volgende keer op het lijstje staat.

Hiermee hadden we hoogtepunten van de wijk gezien en zat onze eerste halve dag erop. We aten (veggie) burgers bij Weinschenke in Margareten en doken op tijd ons bed in.

Ben jij al eens in Wenen geweest?

Op mijn reisgidspagina vind je een handig overzicht van alle bestemmingen die ik bezocht en de bijhorende blogposts die ik erover schreef. Zo vertrek je nooit zonder inspiratie op vakantie.

Malaga #2: het centrum met de Kathedraal en het Picasso museum (+eettips)

In februari 2025 gingen het lief en ik de zon opzoeken in Malaga. We verbleven bij Tandem Soho suites, een appartementcomplex in de hippe Soho wijk. Naast een uitstap naar het Alhambra van Granada, werd het vooral een chille citytrip in deze kuststad. Ik laat je met plezier de fijnste plekken van de stad zien.

Vorige keer nam ik jullie mee naar het moorse erfgoed van Malaga, vandaag focus ik op het centrum. Ik wist op voorhand niet hoe klein en gezellig dat centrum van Malaga zou zijn. Het was ook carnaval toen wij er waren, wat voor een groot volksfeest zorgde.

Het centrum is dus zoals gezegd compact, met de winkelstraat Calle Larios die alles doormidden snijdt en uitkomt op het Plaza de la Constitucion. Dé twee trekpleisters zijn ongetwijfeld de kathedraal en het Picassomuseum.

De kathedraal

De kathedraal van Malaga is zo één van de plekken waar alle wegen naar lijken te leiden. Het is een enorme kerk met een gotisch fundament, de spitsbogen binnenin geven dat weg, en daarnaast renaissance en vooral barokke elementen. De kerk is gebouwd op de plek van de vroegere moskee, dus na de katholieke herovering aan het einde van de middeleeuwen. Dat is al laat om zo’n bouw te starten en het heeft dan nog eens 200 jaar geduurd om het af te werken, wat de mengelmoes van stijlen verklaart.

Links: gebouwde toren. Rechts: nooit voltooide toren 😉

Langs buiten ziet elke gevel er wat anders uit. Er is een klokkentoren en er ontbreekt er tegelijk een: de tweede is nooit gebouwd door geldgebrek in de 18de eeuw. Daardoor wordt de kerk ‘La Manquita’ genoemd, wat zoveel betekent als ‘één-armige of manke dame’. De toren die wel gebouwd is, is 87m hoog en daarmee de hoogste kerktoren van Andalusië.

Aan de zijkant heb je een – vond ik – hele mooie barokke ingang. We wilden deze kerk ook graag langs binnen bewonderen en toegang kostte 10 euro per persoon, daarin zit een audiogids inbegrepen. De hele kerk is gewijd aan de hemelvaart van Maria. Binnen vond ik licht echt heel speciaal, goudgeel als het ware. En het is een enorm hoge kerk door de gotische bogen.

Het is heel groot binnen, met veel zijkapellen, een enorm altaar en een houten koor dat in drie lagen is opgebouwd, heel indrukwekkend ambachtswerk. Je loopt er al snel een dik uur in rond.

Ik heb al veel kerken gezien en meestal ben ik in Spanje geen grote fan door de overdreven barok. Ik had dat ook van deze kerk verwacht, maar het was dus niet wat ik dacht. Het sobere is behouden en dat maakt het allemaal heel mooi.

Links: het ambachtskerk in het koor.

De kathedraal was het eerste wat we bezocht hebben in Malaga en absoluut de moeite!

Picassomuseum

Picasso is een naam waar je niet rond kan in Malaga. Hij werd er geboren. Eén van de musea die je er vindt is dan ook zijn casa natal (geboortehuis) aan het enorme Plaza de la Merced. Dat bezochten we echter niet.

Plaza de la Merced

Niet veel verder vind je het Picasso museum in het historische Palacio de Buenavista, één van de vele musea over de kunstenaar in de wereld. Het museum doet een poging om Picasso’s hele oeuvre te overspannen en focust ook op zijn liefde voor Andalusië. Naast schilderijen, vind je er ook veel keramiek van de kunstenaar.

Een bezoek kost 12 euro per persoon en je reserveert best online op voorhand. Dat hadden wij niet gedaan en we hadden de populariteit een beetje onderschat. Het is het meest bezochte museum van Malaga (en er zijn er veel!). Er zijn twee rijen: voor mensen met een online ticket en voor mensen zonder ticket. Ook met een ticket is het dus even aanschuiven. Wij stonden eerst in de foute rij en nadien in de juiste die niet vooruit ging en kochten dan toch maar een ticket online voor het tijdslot dat er aankwam. Boek dus online.

De echt bekende werken hangen er niet. Maar je krijgt wel echt idee van zijn loopbaan en zijn turbulent liefdesleven. Picasso was allesbehalve goed voor zijn vele vrouwen, daarom heb ik een wat moeilijke relatie met hem als persoon. Maar hij is misschien wel één van de meest invloedrijke kunstenaars ooit en dan verdient hij een museum in zijn geboortestad.

Links: ik met gekruiste armen bij het werk ‘Vrouw met gekruiste armen’.

Je ziet het misschien een beetje op hoe ik mijn foto’s heb genomen: het is er enorm druk binnen. Het is geen groot gebouw dus hangen de werken in relatief kleine ruimtes. Er lopen heel wat mensen als een kip zonder kop door de werken. Het is niet de meest rustige museumbeleving, maar dat moet je er helaas een beetje bijnemen. Wij gingen ook op een weekenddag in de voormiddag, dus ik zou een rustiger moment uitkiezen ;).

Eettips

Een kleine midweek in Malaga zorgde ervoor dat we goed van de lokale keuken hebben kunnen genieten, hierbij onze tips:

Ijs:

Churros:

  • De lokale variant van churros zijn de tejeringos. Ze zijn gladder, dunner, langer en krommer :D. Er zijn een aantal toeristenplekken, maar als je ze graag lokaal eet moet je bij Churreria La Malaguena zijn. Opgelet: in Spanje eten ze churros als ontbijt/in de voormiddag met een kop chocolade erbij. Ik zou echt een goede Spanjaard zijn.

Lunch/avondeten:

  • In het centrum kan je kiezen voor tapas bij d’Platos (mijn favoriet!), het mega populaire Casa Lola (vond ik wat tegenvallen?), Madeinterranea, of Los Marangos (meerdere locaties). Los Marangos heeft ook heel lekkere paëlla (when in Spain…), maar is wel het meest toeristische van allemaal.
  • In de wijk Soho waar we sliepen aten we steengoede pizza bij Unica en lekkere fusionkeuken bij Fusion 87.
  • We aten ook een keer Mexicaans bij Mezcal. Oké, niet fantastisch, maar een goede afwisseling.

Op mijn reisgidspagina vind je een handig overzicht van alle bestemmingen die ik bezocht en de bijhorende blogposts die ik erover schreef. Zo vertrek je nooit zonder inspiratie op vakantie.

Londen #23: The charterhouse & The Barbican Conservatory

In oktober 2024 gingen we op herfsttrip naar de Britse hoofdstad en deden we weer heel wat nieuwe dingen die ik graag met jullie deel. Voor we vertrokken reserveerden we twee specifieke bezoekjes die zich pal in het centrum van Londen bevinden, maar die in de schaduw van St Paul’s en Tate Modern vaak niet op de bucket list van de gemiddelde toerist raken. Maar wel op die van mij :D.

The charterhouse

Dit gebouw is ongetwijfeld na The Tower mijn favoriete gebouw in Londen. Het is een van de weinige gebouwen uit de middeleeuwen en de Tudorperiode dat nog overeind staat in centrum Londen. Vandaag is The Charterhouse een liefdadigheidsinstelling die onderdak biedt aan mannen die (financieel) geen plek vinden binnen de ‘normale’ maatschappij. Dit zijn de “brothers” en ze gebruiken dat woord zonder religieuze bijbedoeling. Mannen van alle religies en afkomsten zijn er welkom.

Het is dus een plek waar mensen wonen, eten en leven. Daarom mag je er uiteraard niet zomaar vrij binnen. Er is een inkomhal met informatie en een klein gratis museum dat wel voor iedereen toegankelijk is, net als de kapel binnen bepaalde uren.

Ik raad aan om een tour te boeken om het hele gebouw te beleven, maar doe het tijdig want ze verkopen razendsnel uit. Wij kozen voor de brother’s tour van 2u voor 20 pond per persoon, maar je kan ook een kortere tour doen.

Een brother’s tour betekent dat één van de bewoners de rondleiding geeft, wat het toch wel extra interessant maakt. Het is hun manier om iets terug te doen voor de community. Onze brother gaf ook veel uitleg bij hoe ze daar leven en uiteraard de geschiedenis van het gebouw.

En die geschiedenis is boeiend: oorspronkelijk was het een klooster dat net buiten de stadsmuren van Londen stond. Vlak voor het gebouw is een park en daaronder huist een massagraf van een grote pestepidemie, en die epidemie vormde de aanleiding tot de bouw van het klooster. Door de reformatie in de 16de eeuw werd het klooster echter ontboden, verschillende monniken werden zelfs publiekelijk verbrand en het gebouw kwam in het bezit van een edele, Edward North, aan het hof van Henry VIII.

Later was het vooral Thomas Sutton die met het gebouw en de kapel aan de slag ging. Uiteindelijk werd het een liefdadigheidsinstelling met twee doeleinden: een jongensschool en een armenhuis. De school verhuisde ondertussen naar een andere plek, maar het is dus nog steeds een armenhuis.

The Charterhouse is evenwel geraakt door de Blitz tijdens WOII, maar toch is er nog een prachtig staaltje Tudorarchitectuur overgebleven. De edelman die het kocht liet het opkalfateren om o.a. koningin Elizabeth I te kunnen ontvangen. The Great Chamber is dan ook dé pronkzaal.

The Great Chamber, mijn mond viel er van open, zo’n mooie ruimte!

Het gebouw heeft meerdere binnenpleinen, een kloostergang en een uitgebreide tuin. The Charterhouse wordt heel vaak gebruikt in films en series o.a. Downton Abbey, Mary & George & Taboo draaiden er scènes. Je vindt natuurlijk niet op zoveel plekken zo’n authentieke ‘oude’ sfeer.

Dit is de plek waar in Downton Abbey seizoen 1 Sybil en Tom naar een politieke bijeenkomst gaan kijken :).

In de zomer kan je een tour in de tuin volgen, die zouden heel erg de moeite zijn, ook zijn er soms concerten of events waardoor je vrij in het gebouw kan. En in de winter doen ze candlelight tours by night, dat zou ik ook graag eens doen. Alle inkomsten van de tours gaan trouwens naar het armenhuis.

Ik vond het echt een super interessant bezoek. In het museum kun je een aantal artefacten terugvinden, waaronder het skelet van een pestslachtoffer. Na zo’n tour had ik ook voldoende context om het museum door te wandelen, anders ga je het misschien maar niets vinden.

Zoek je dus eens iets unieks in Londen met veel geschiedenis en wil je meteen bijdragen aan een goed doel is dit the place to be. Dichtstbijzijnd metrostation: Barbican of Farringdon.

Barbican Conservatory

Als je daar dan toch bent kan je even de architectuur van The Barbican gaan bekijken. En wat ik dus niet wist is dat er ook een tropische serre huist in het cultureel centrum. Een bezoek aan The Barbican conservatory kan je op bepaalde dagen (vrijdag – zaterdag – zondag meestal) gratis boeken. Je moet wel op voorhand reserveren en ook dit ‘verkoopt’ snel uit. Wij deden het ’s avonds omdat het me ook wel leuk leek om het in het donker te doen.

De tropische serre is niet megagroot, maar er staan dus heel wat planten bij elkaar (1.500 verschillende soorten), er zwemmen koi vissen in het water en er zijn veel verborgen hoekjes. Je vindt er ook een bar en ’s avonds zaten er veel mensen lekker te chillen (het is er warm binnen, wat in de winter in Londen mooi meegenomen is).

Overdag kan je meer van de planten zien bij daglicht, maar ’s avonds vond ik het vooral heel sfeervol.

Niet iets om uren in rond te lopen, maar wel fijn. Twee activiteiten waarbij je aan de foto’s niet misschien meteen zou denken ‘Hey, dit is Londen’, maar het toont weeral de diversiteit van Londen als bestemming :). Ik ben redelijk zeker dat ik nog terugkeer naar The Charterhouse of even ga chillen in de tropische serre.

Honger gekregen na je bezoek? Alle Londen food tips vind je in deze blogpost die ik regelmatig bijwerk.

Ken jij nog een plekje in Londen dat ik zeker niet mag overslaan bij een volgend bezoek?

Op mijn reisgidspagina vind je een handig overzicht van alle bestemmingen die ik bezocht en de bijhorende blogposts die ik erover schreef. Zo vertrek je nooit zonder inspiratie op vakantie.

Porto #4 : het middeleeuwse sé met de kathedraal en de verborgen Santa Clara kerk

In juni 2024 gingen we voor 6 dagen naar Porto als onze zomervakantie. Porto leek ons een ideale uitvalsbasis om ook wat uitstapjes te doen naar andere delen in Portugal. Maar al op dag 1 kreeg het coronavirus me te pakken, waardoor we meer in de stad bleven dan verwacht. Gelukkig bleek Porto een fijne stad waar je best veel kan doen, al is het er niet groot. De stad voelt als een soort Leuven in het buitenland. De ideale citytrip voor een lang weekend of voor een luie zomervakantie zoals wij deden.

Pal in het midden van het historische centrum vind je de wijk sé met helemaal bovenop de heuvel de Sé kathedraal en het bisschoppelijk paleis. Via middeleeuwse steegjes wandel je naar boven. Maar wij kwamen er door de Ponte Luis I van de bovenkant over te wandelen.

De Sé kathedraal is één van de oudste gebouwen van de stad. De bouw begon al in de 12de eeuw, maar het is een amalgaam van romaanse, gotische en barokke invloeden. Een ticket kost slechts 3 euro per persoon. Eventueel kan je ook een combiticket kopen met het bisschoppelijk paleis.

Links: bisschoppelijk paleis. Rechts: Sé kathedraal met een deel in de steigers toen wij er waren.

De kerk zelf bevat een enorm barok altaarstuk in bladgoud, maar gelukkig blijven verder de gotische spitsbogen overeind om het geheel toch een soort soberheid te geven.

Naast de kerk krijg je ook toegang tot het gotische klooster dat volledig omgeven is door blauwewitte azulejos. De kloostergangen zijn daardoor een plaatje.

Je kan ook naar het terras, waar nog meer tegels te zien zijn. Ik vond het er echt prachtig. Dus we liepen er echt wel even rond.

Beneden zouden de tegels scènes uitbeelden uit het hooglied (the song of songs) uit de Hebreeuwse bijbel.

Daarnaast mag je ook het chapter house bezoeken en kan je één van de klokkentorens beklimmen waar je wordt getrakteerd op een prachtig uitzicht.

De Sé kathedraal is wat mij betreft een must om te bezoeken en met voorsprong de mooiste kerk van Porto omdat de gotische elementen nog behouden blijven.

Tijd om langs de middeleeuwse straatjes naar beneden te dwalen. Eerst passeer je dan nog de Igreja de São Lourenço, een barokke kerk die we niet bezochten omdat ie nooit open was als we er passeerden :D.

De straatjes zijn kleurrijk en waren fel versierd (misschien omdat we het Sao Joao feest naderden, misschien is het altijd zo?).

Een paar dagen later keerden we terug naar dit deel van de stad omdat we nog wat tijd over hadden op maandag en in de reisgids werd nog een kerk vermeld die wel open zou zijn (want op maandag is er veel gesloten in Porto, zo blijkt). De Igreja de Santa Clara ligt helemaal bovenaan in Sé, verscholen achter de kathedraal en de oude stadsomwalling.

Hierboven op de foto zie je de sobere ingang van Santa Clara, een entree kost 4 euro per persoon. De kerk is een specialleke. In de 15de eeuw was de kerk onderdeel van het nonnenklooster dat er werd gesticht. Dat klooster heeft bestaan tot in 1900 toen de laatste non stierf. In 1996 werd het nog uitgeroepen tot UNESCO werelderfgoed, maar stilaan raakte de kerk in verval. In 2016 zijn ze dan begonnen aan de restauratie en pas sinds 2021 is de kerk terug open voor publiek.

Speciaal hé? De kerk is tot de nok gevuld met gesneden houtwerk waar bladgoud is op toegepast. Het ambachtswerk is precies en getuigd van vakmanschap. In de kerk zie je foto’s van voor de restauratie en ik moet zeggen dat ze geweldig werk hebben geleverd.

Mooi is dit moeilijk te noemen, maar ik kon uren staren naar de duizenden details en de authentieke gigantische deuren. Hier is zoveel werk ingekropen. Dat goud had misschien niet gemoeten, maar het is nu eenmaal typisch de barok van het zuiden.

Ben jij een barokfan of hou je eerder van gotiek?

Op mijn reisgidspagina vind je een handig overzicht van alle bestemmingen die ik bezocht en de bijhorende blogposts die ik erover schreef. Zo vertrek je nooit zonder inspiratie op vakantie.

Napels #5: Caravaggio en kerken in het historisch centrum

In april 2024 trokken Leen en ik naar de Italiaanse stad Napels voor onze jaarlijkse citytrip. Napels wordt ook wel de buik van Italië genoemd, ze zijn er blijkbaar zot van kerststallen en er is altijd wel ergens een hoek van waaruit de Vesuvius opdoemt. Napels is veelzijdig, Napels is luid, Napels is vuil en Napels voelt nog heel echt. Het werd een fijne kennismaking met deze zonnige stad.

Op onze derde dag waren we toegekomen aan het centro storico en zoals je de vorige keer kon lezen bezochten we al een mooi klooster en een bijzondere schedel in een kerk. Na de lunch trokken we verder op pad.

Terug door de smalle sfeervolle straten van Napels met een korte stop bij de Banksy mural ‘Madonna con la pistola’, een werk dat verwijst naar de mengeling van Napels’ criminaliteit en vroomheid.

En die vroomheid laat zich stevig blijken in het aantal kerken, Napels wordt ook wel de stad van de 500 koepels genoemd. Op elke straathoek vind je er eentje. Wij besloten de duomo (kathedraal) te vereren met een bezoek.

Achter de redelijk sobere neogotische gevel schuilt de belangrijkste kerk van de stad, opgericht voor de beschermheilige San Gennaro. Hij zou er begraven liggen en zijn bloed wordt er nog bewaard. Je kan de kerk gratis bezoeken, maar wil je toegang tot de plek waar ze het bloed bewaren dan betaal je een klein extra bedrag.

Het interieur van de kerk is vaak herbouwd door meerdere aardbevingen en bombardementen tijdens WOII. Het is vandaag een barokke kerk met een heel dramatisch altaarstuk waaronder de heilige San Gennaro, een bisschop die ergens in de jaren 300 door de Romeinen werd vermoord, begraven ligt.

Als ik Duomo hoor denk ik meteen aan een groot gebouw dat veel plek inneemt (zie ook Firenze). De kathedraal van Napels is wel degelijk groot, maar door alle huizen die er zijn rond gebouwd valt dat zo niet op. Het interieur is eigenlijk best sober, maar tegelijk heeft het ook wel iets. Ik vond de lichtinval vanaf het altaarstuk naar het middenschip heel speciaal en dat heb ik hierboven proberen vangen met de camera.

Volgende stop: Pio Monte della Misericordia. Dat is een kerk die hoort bij een barok paleis uit de 17de eeuw. Opgericht met de missie om iets terug te geven aan de zieken en armen in de maatschappij. In de kerk hangt een meesterwerk van Caravaggio, naast zes andere schilderijen. Het werk van Caravaggio heeft de toepasselijke naam ‘The seven acts of mercy’.

Een toegangsticket kost 10 euro per persoon en geldt zowel voor de kerk als het museum in het paleis. Je komt wel meteen binnen in de kerk. Het is geen grote ruimte maar de opbouw is in een soort van achthoek. In elke zijkapel hangt een schilderij. Naast Caravaggio prijken werken van Luca Giordano, Carlo Sellitto en Fabrizio Santafede aan de muren (ik kende ook alleen die eerste hoor).

Caravaggio (foto links) kreeg in 1607 400 dukaten om het werk te maken en speelt heel duidelijk met zijn typisch licht-donker contrasten. De moeder van de genade verschijnt omringd door twee engelen boven een groep figuren die allerlei ondeugden moeten voorstellen. Op zijn Caravaggio’s zijn de figuren niet mooi, maar heel echt en rauw uitgebeeld.

Het is dus zeker een meesterwerk, maar ik vond de andere kapellen ook de moeite. Daar vond ik ook meerdere moderne werken van onze Jan Fabre rond het thema genade.

Links: Jan Fabre. Rechts: museum.

Het museum zit zoals verwacht in een aantal mooie barokke ruimtes, maar bevat vooral schilderijen van onbekendere schilders. Er zijn ook veel kunstobjecten en zelfs een kleine zaal met moderne werken.

We wandelden er dus even rond op ons gemak. Veel mensen doen enkel de kerk, dat vond ik ook maar zonde. Heb je interesse in kunst en/of Caravaggio dan is Pio Monte della Misericordia zeker de moeite. De toegangsprijs gaat vandaag nog steeds naar een goed doel trouwens.

Je zou zeggen dat we ondertussen genoeg kerken hadden gezien. Maar de San Lorenzo Maggiore beloofde iets moois: een blik onder de grond én een stukje klooster. Een bezoekje kost 9 euro per persoon.

Je komt meteen binnen in de patio van het klooster en van daaruit kan je de kerk binnen gaan. Het gaat om een gotische kerk met barokke elementen. Daarnaast kan je een aantal prachtig gedecoreerde zalen met fresco’s op het plafond bekijken. Er was alleen net een privéfeest.

Maar nog straffer is het feit dat deze kerk pal in het centrum van de oude Romeinse stad staat. Onder het huidige niveau van Napels gaat namelijk nog een hele stad schuil met Griekse en Romeinse overblijfselen – Neapolis. En onder de San Lorenzo Maggiore is het marktgebouw (macellum) teruggevonden. En die overblijfselen kan je vandaag bekijken.

De vroegste overblijfselen zijn uit de 5de of 4de eeuw V.C., uit de Griekse tijd toen het dienst deed als agora. Nadien werd het een Romeinse markt. In de 5de eeuw N.C. is het geheel overstroomd en weggezakt in de modder. Nadien werd er dan voor het eerst een kerk over gebouwd.

Links: een gang in het marktgebouw. Rechts: nog een origineel stuk van Romeinse mozaiekvloer.

Je kan de opgravingen ook bezoeken met een begeleide tour, daar hadden we zo laat op de namiddag geen zin meer in. Maar ik raad het toch wel aan om wat meer context te krijgen. Er staan namelijk nergens bordjes dus daardoor liepen we soms wat verdwaald rond.

Deze plek neemt je dus letterlijk mee doorheen de eeuwen. Fijn om te bezoeken en je kan er zeker rust vinden als je de drukke steegjes van het centrum even beu bent.

Genoeg kerken gezien nu? Ja! Wij ploften neer op het terras van Bar La Nova Central, op een plein met – jawel – een kerk, die we niet hebben bezocht ;). En zo kwam er een einde aan onze derde dag in Napels, en konden we het toeristisch centrum laten voor wat het is.

Op mijn reisgidspagina vind je een handig overzicht van alle bestemmingen die ik bezocht en de bijhorende blogposts die ik erover schreef. Zo vertrek je nooit zonder inspiratie op vakantie.

Rome #10: het Colosseum, Palatijn en Forum Romanum

In november 2023 kreeg het lief een tripje naar Rome cadeau van het werk (voor zijn 10de werkverjaardag), als collega en lief had ik zelf de trip in elkaar mogen steken. En man, wat was ik vergeten hoe een geweldige stad Rome was! Ja, het is er altijd druk, ook in november, maar je kan heel snel weer de hoek om een rustig straatje inwandelen waar je alleen bent. Ook dat is Rome.

Onze laatste dag in de Italiaanse hoofdstad stond helemaal in het teken van de oude Romeinen. Het Colosseum deed ik 10 jaar eerder en ik herinner mij er eigenlijk weinig van, maar het lief wilde er natuurlijk graag binnen en dus besloot ik het een tweede kans te geven.

Eerste stop: een foto met het Colosseum vanop de Via Nicola Salvi. Die straat ligt wat hoger en geeft een goede foto-opportuniteit.

Ondertussen moet je je bezoek aan het meest bezochte gebouw van de stad op voorhand reserveren. En met op voorhand bedoel ik: weken op voorhand via de website (en enkel via de officiële website!). Heel wat organisaties kopen namelijk tickets op om ze nadien duurder te verkopen en het is echt snel volzet allemaal. Pas dus goed op voor scams en plan dit tijdig.

Je kan kiezen voor een ticket waarmee je ook toegang krijgt tot Forum Romanum en de Palatijn. Het tijdsslot dat je kiest geldt voor het Colosseum, de andere twee dingen kan je binnen wanneer je wil. Tickets kosten 18 euro per persoon. Op het gekozen tijdsslot kan je dan meteen binnen, dat ging heel vlot bij ons.

Eerst kom je binnen het in Colosseum en ga je met een trap naar een ‘museum’ met heel wat informatieborden over de geschiedenis, de werking, gevonden archeologische voorwerpen… Het Colosseum bezoeken doe je niet alleen, dus het is er altijd wel wat druk en je moet geduld hebben als je de panelen wil lezen. Ik denk dat ik dit de vorige keer oversloeg aangezien ik me het museumstuk niet meer herinner. Nu gaf de info me wel de nodige achtergrond om het geheel te appreciëren.

Want het is er natuurlijk gigantisch. En in het echt was het gebouw nog hoger en overdekt met een zeil. Het colosseum staat er sinds de Flavische dynastie en is gebouwd bovenop de resten van het paleis van Nero. Interessant vond ik ook om te lezen over de plek na de Romeinen: het is een begraafplaats geweest, er heeft een kapel gestaan waardoor het gebruikt werd voor religieuze doeleinden, het is daarna heel lang een verloederde plek geweest waar afval werd gedumpt en waar je niet wou zijn…

Het hypogeum is een stelsel van ondergrondse tunnels. Doordat de houten vloer er niet meer ligt, zie je deze van boven af ook goed. Met een apart ticket mag je daartussen wandelen, maar ook met een gewoon ticket krijg je wel voldoende zicht op die gangen vind ik.

Er werden ook ooit zeeslagen nagespeeld en daarvoor hebben ze delen van het Colosseum onder water gezet. Er stierven belachelijk veel mensen in de gladiatorengevechten, maar nog veel meer dieren vonden er de dood.

Na een dik uur ben je rond. Wij wandelden langs de uitgang de Via de San Gregorio omhoog om zo de Palatijn binnen te gaan. Dit is de meest rustige ingang van het complex.

De Palatijn was de heuvel waar vroeger de rijke Romeinen, denk consuls, senatoren en keizers, hun villa’s stonden. Hoog boven de vuiligheid van het plebs en met zicht op het Circus Maximus.

Het domein van het Forum Romanum en de Palatijn is immens, je kan nooit alles in detail zien. Al trek je er een hele dag voor uit. Breng sowieso eigen water en iets van een snack mee, want je kan er niets kopen.

Via de Therme di Massenzio op de foto hierboven wandelden we langs het stadium van Domitianus. Dit was een pure renbaan om te oefenen, het werd nooit gebruikt voor echte wedstrijden.

Hoogtepunt daarnaast was voor mij het paleis van Keizer Augustus waarin ze ondertussen een patio met echte fontein (Fontana delle pelte) hebben ‘gerestaureerd’.

Je vindt op verschillende plekken nog echte stukken kleurrijke vloer en je kan ook nog in bepaalde gebouwen binnen. Belangrijk om weten is dat alles wat je ziet een samenraapsel van eeuwen is. Niet al deze gebouwen stonden gelijktijdig recht. Zo zie je op onderstaande foto het casina Farnese nog rechtstaan, maar dat dateert uit de 15de eeuw en is dus helemaal niet Romeins.

Op het Forum zie je nog veel resten van Katholieke kerken, ook deze zijn later op de resten van het Oude Rome gebouwd. Je kan daardoor wel zien hoe diep je wandelt want je zal merken dat die kerken een pak hoger liggen, dus het vloerniveau was helemaal anders.

Van bovenop de Palatijn kan je door het park/de tuinen wandelen en van daaruit heb je een prachtig uitzicht op het Forum Romanum.

Wij wandelden helemaal langs de andere kant naar beneden voor een mooi uitzichtspunt op het Colosseum aan de ruïnes van de tempel van Venus.

Het Forum vind ik zelf altijd wat moeilijker. Je vindt er nog heel wat resten van tempels, de senaat, kerken… Maar het is meer een hoop stenen. Het kan daarom wel de moeite lonen om een gids onder de arm te nemen, zoals verschillende toeristen deden aangezien je dan veel meer context krijgt.

Links: een Christelijke kerk met zuilen uit een latere periode. Hier zie je duidelijk dat ze toen bovenop het oude Rome bouwden.

Ook zijn er nog verschillende gebouwen waarin een museum huist met meer uitleg. Je bent snel een hele dag zoet hier. Maar wij moesten een vliegtuig halen. Dus gingen we nog even lunchen in onze favoriete wijk Monti. We kwamen uit bij Taverna Romana waar we tussen de locals nog een pasta naar binnen werkten. En zo kwam er een eind aan mijn tweede trip naar Rome.

Het Colosseum en het Forum/Palatijn is een must voor wie Rome een eerste keer aandoet. Ik sla het voor een volgende keer wel eens over denk ik, aangezien er nog zo veel te zien is in de stad.

Ik gooide misschien geen muntje in de Trevifontein, maar ik weet wel zeker dat ik nog terugkeer naar de Italiaanse grootstad :). Heb jij een tip voor mij voor de volgende keer?

Op mijn reisgidspagina vind je een handig overzicht van alle bestemmingen die ik bezocht en de bijhorende blogposts die ik erover schreef. Zo vertrek je nooit zonder inspiratie op vakantie.

Londen #22: Van Holland Park naar Notting Hill (via Design Museum & Leighton House)

In oktober 2024 gingen we op herfsttrip naar de Britse hoofdstad en deden we weer heel wat nieuwe dingen die ik graag met jullie deel. Op onze eerste dag doken we twee kunstmusea binnen. Dag 2 brachten we helemaal door in de wijken Kensington en Notting Hill. We gingen namelijk van Holland Park tot aan Portobello Road, en deden eindelijk twee zaken die al even op mijn bucket list stonden: het Design Museum en Leighton House.

In Holland Park kozen we ervoor om eerst het Design Museum te bezoeken, want dat stond al langer op het nooit korter wordende lijstje van nog te bezoeken musea in Londen. Het Design Museum toont toegepaste kunst. Van gebruiksvoorwerpen, tot industriële producten en systemen tot brand design. Toegang tot de permanente collectie is gratis, voor expo’s moet je soms betalen. Dichtstbijzijnde metrohaltes: Holland Park of Kensington High Street.

Vroeger huisde dit museum op Bankside, maar in 2016 verhuisde het naar Holland Park in een gebouw van het vroegere Commonwealth Institute. Ik vond het een neig gebouw. Er zijn drie verdiepingen in een soort van open atrium, vooral op het derde heb je een uitgebreide permanente collectie. Op het eerste en tweede zijn er tijdelijke displays. De expo’s huizen op de benedenverdieping.

Het is best een luchtig museum: het gaat over hoe design een belangrijke rol speelt in onze samenleving. Door in een webbureau te werken heb ik zelf natuurlijk een sterke link met design. Maar het is wel fijn om de evolutie van een product zoals muziek luisteren of de signalisatie in de Londense metro te zien.

Ik herinner me dat er ook een tijdelijke display was over de vervuiling van de mode-industrie en op dat moment was er een populaire expo over Barbie, na de hype rond de film. Het museum focust duidelijk ook op hedendaagse thema’s.

Soit, ik vind het dus wel een aanrader, ook al ben ik meestal niet van die toegepaste kunstmusea. Het is heel toegankelijk gebracht en het is volgens mij ook heel leuk om met kinderen te doen, er waren ook een aantal interactieve zones.

Daarnaast liepen we natuurlijk Holland Park door. Het was volop herfst dus er lag een gekleurd bladerdek.

Ik vind Holland Park een echt typisch Engels park met sportterreinen en een speeltuin. De gebouwen die er staan zouden een likje verf kunnen gebruiken, maar de sfeer is er gemoedelijk. Ik was er in 2017 al eens geweest en wist dus dat de Kyoto Garden het hoogtepunt is.

De Kyoto Garden is een Japanse tuin en aangelegd begin jaren ’90 ter ere van een Japans festival in Londen. De tuin moet harmonie en rust uitstralen en doet dat o.a. met een grote waterpartij, een watergeval en Japanse beplanting. In de herfst was het nog mooier dan ik me herinnerde. Echt de moeite om langs te gaan.

Hierna aten we ramen en bao’s bij Bone Daddies op de drukke Kensington High Street, vlak aan het Design Museum.

Om de hoek van Holland Park ligt een beetje verborgen Leighton House. Het is de villa van kunstenaar Frederic Leighton, één van de artistieke koppen uit de zogenaamde Holland Park Circle uit de 19de eeuw.

De zeer sobere voorgevel verklapt niet wat er binnen te zien is.

Leighton was niet alleen zelf schilder (hij behoorde tot de Pre-Rafaellieten), maar vooral ook verzamelaar en had een voorliefde voor oriëntaalse interieurs. Ik kende de man zelf niet, maar had wel gelezen over dit speciale huis met mooie ruimtes. Het is een tijdje gesloten geweest ter restauratie, maar sinds 2024 terug open voor publiek. Een toegangsticket kost 14 pond. Je kan eventueel een combiticket nemen met het nabijgelegen Sambourne House, maar dat lieten wij voor een volgende keer.

Je krijgt een audiogids die je wat meer vertelt over Leighton en zijn collectie in elke ruimte. Bij het binnenkomen merk je meteen dat de man een excentrieke stijl had.

Links: de trappenhal. Rechts: de Drawing room.

Blikvanger is de prachtig blauw betegelde arabische hal met gouden koepel. Je krijgt dit eigenlijk niet deftig op de foto.

Op de bovenverdieping vind je de ruimtes waar Leighton ontspande en er hangen heel wat schilderijen aan de muren. Leighton was vrijgezel en woonde er dus alleen.

Daarnaast passeer je de enorme bibliotheek en een wintertuin – de meest recente toevoeging aan villa, een soort veranda zeg maar.

Buiten is er nog een fijne stadstuin en je kan er ook iets drinken. Op een uurtje ben je wel door het huis gewandeld. Leighton House had mijn aandacht getrokken omwille van het speciale interieur en heeft zeker mijn verwachtingen ingelost. Voor wie iets anders zoekt dan The National Gallery of The British Museum. Dichtstbijzijnde metrohaltes: Kensington High Street of Kensington Olympia.

Gekleurde huizen ergens in een woonwijk tussen Holland Park en Portobello Road.

Tijd om nog wat verder te struinen. We wandelden opnieuw het park door en naar de wijk Notting Hill, bekend van de kleurrijke huisjes, de markt op Portobello Road en de gelijknamige film. Ik was er eigenlijk nog nooit deftig geweest.

De bekende boekenwinkel en Portobello Road

We genoten van het zonnetje en de markt die er stond (het was een vrijdagnamiddag dus de markt was beperkter dan die op zondag). Het was druk maar dat kon me niet deren.

Meer Portobello Road en de relatieve rust en ook mooie architectuur één straat verder ;).

We pauzeerden even bij Flying Horse Coffee en wandelden nog wat verder. Ik kocht ergens leuke kaartjes. Verder is er in deze wijk niet per se veel te doen, maar het was de perfecte tijdsbesteding tijdens een zonnige namiddag :).

’s Avonds gingen we nog eten bij Mestizo, onze favoriete Mexicaan in Londen. Alle Londen food tips vind je trouwens in deze blogpost die ik regelmatig bijwerk.

Op mijn reisgidspagina vind je een handig overzicht van alle bestemmingen die ik bezocht en de bijhorende blogposts die ik erover schreef. Zo vertrek je nooit zonder inspiratie op vakantie.

Porto #3: Ribeira & Vila Nova de Gaia

In juni 2024 gingen we voor 6 dagen naar Porto als onze zomervakantie. Porto leek ons een ideale uitvalsbasis om ook wat uitstapjes te doen naar andere delen in Portugal. Maar al op dag 1 kreeg het coronavirus me te pakken, waardoor we meer in de stad bleven dan verwacht. Gelukkig bleek Porto een fijne stad waar je best veel kan doen, al is het er niet groot. De stad voelt als een soort Leuven in het buitenland. De ideale citytrip voor een lang weekend of voor een luie zomervakantie zoals wij deden.

Vorige keer wandelden we van het Sao Bento station naar de oever van de Douro. Vandaag zetten we vanaf hier de tocht verder. Deze wijk heet Ribeira, wat simpelweg ‘waterkant’ betekent. Ribeira vormt het levendige hart van de stad. Hier vind je altijd veel volk dat langs de rivier wandelt of op de terrassen zit.

Ook zeer typisch zijn de vele kleurrijke huizen met typische balkonnetjes. In de kleine steegjes vlak naast de oever vind je veel winkels en restaurants, maar verdwalen doe je er niet want je komt steeds weer aan de Douro en de ponte Luis I uit.

Voor de brug vind je steeds enkele typische portoboten. En kan je ook een boottochtje boeken (dat deden wij op een andere dag).

De Ponte Luis I is dé blikvanger van Porto. Hij werd geopend in 1886, wanneer Luis I koning was van Portugal. De ontwerper, Théophile Seyrig, was een collega van Gustave Eiffel – dat zie je natuurlijk aan zijn werk. Het is trouwens maar één van de zes bruggen die op korte afstand van elkaar de oevers met elkaar verbinden.

De brug bestaat uit een boven- en onderdek. Wij wandelden eerst beneden de brug over, op naar Vila Nova de Gaia. Wil je graag naar boven, dan kan je de kabeltrein Funicular dos Guindais nemen, die langs de oude stadsmuur naar boven klimt.

Ik ben een grote fan van bruggen en dit is zeker eentje van mijn favorieten. De overkant Vila Nova de Gaia is vooral gekenmerkt door de vele portohuizen die je er kan bezoeken. Aangezien ik zelf amper alcohol drink, stond dat niet op ons lijstje.

Zicht op Ribeira vanaf de overkant.

Ook nieuw aan deze kant: het WOW, een gloednieuw cultureel centrum dat meerdere musea huisvest en een mooi dakterras heeft met uitzicht op de rode daken van Porto.

Uitzicht vanaf het Wow.

Je kan er o.a. een museum over wijn, kurk en chocola bezoeken. En ze doen ook mee aan de Instagram hypes met ‘Pink palace’, waar je foto’s van jezelf kan nemen in roze achtergronden. Allemaal ook niet echt ons ding dus we wandelden verder.

Links: de kleurrijke tegeltjestrap van het WOW. Rechts: The rabbit van Bordalo II.

Niet veel verder vind je ‘The rabbit’ van street artist Bordalo II die vaak levensgrote dieren knutselt met allerlei afval en materialen. Hij is het meest actief in Lissabon, maar dit is toch ook een heel bekend werk.

Maar wij waren vooral naar de overkant gekomen om naar boven te gaan. En omdat dit te voet wel wat klimmen zou zijn en ik nog ziek was, kozen we voor de Teleférico de Gaia. Een kabelbaan die je voor 7 euro per persoon naar boven brengt. Ik ben niet zo een held in hangende doorzichtige dingen, maar ik vond dit wel een hele belevenis met een leuk uitzicht op de rivier, de brug en Gaia.

Eens boven wandelden we eerst door de Jardim Do Morro. Hier is het echt genieten van een prachtig uitzicht.

Nog iets meer naar boven vind je het Mosteiro da Serra do Pilar. Het hoogste uitzichtspunt. Zowel het klooster als de kerk hebben een cirkelvormige architectuur. Jammer genoeg is het vaak niet open om te bezoeken.

En vanaf hier kan je dan de bovenkant van de Ponte Luis I over wandelen, op weg naar het Sé district of een terras om je even neer te planten.

Ribeira en Vila Nova de Gaia zijn echt het hart van Porto en dus zeker een must voor je bezoek. Je kan hier op een dag heel wat zien omdat alles heel dicht bij elkaar is. De mooie rode daken langs de rivier, I love it!

Op mijn reisgidspagina vind je een handig overzicht van alle bestemmingen die ik bezocht en de bijhorende blogposts die ik erover schreef. Zo vertrek je nooit zonder inspiratie op vakantie.