Close

Napels #7: het koninklijke Chiaia en de golf van Napels

In april 2024 trokken Leen en ik naar de Italiaanse stad Napels voor onze jaarlijkse citytrip. Napels wordt ook wel de buik van Italië genoemd, ze zijn er blijkbaar zot van kerststallen en er is altijd wel ergens een hoek van waaruit de Vesuvius opdoemt. Napels is veelzijdig, Napels is luid, Napels is vuil en Napels voelt nog heel echt. Het werd een fijne kennismaking met deze zonnige stad.

Vandaag neem ik jullie mee doorheen onze laatste dag in Napels. We begonnen met een tour onder de grond en hadden nadien nog heel wat op de planning. Eerst en vooral verkenden we het gebied rond het statige Piazza del plebiscito. Er is eeuwenlang om Napels gevochten, zowel Spanje als Frankrijk dachten een goede claim te hebben. Zo kwamen de Bourbons er ooit aan de macht en die hebben een grote invloed gehad op dit deel van de stad. Pas in de 19de eeuw is Napels deel gaan uitmaken van het Koninkrijk Italië.

Waar Napels voor de rest heel middeleeuws aan doet met kleine steegjes, is dit een koninklijk Napels met veel grote statige gebouwen.

Beginnende met de Galleria Umberto I. Dat is een chique winkelgalerij opgericht ter ere van de Italiaanse koning Umberto I, die een cholera uitbraak hielp bedwingen. De galerij heeft een kruisvorm en is volledig met glas overkoepeld. Op de vloer onder de centrale koepel is een mozaïekvloer aangebracht met alle dieren van de dierenriem. In de galerij verkopen ze van alles – en niet allemaal even goedkoop ;). Wij kozen voor het typische Napolitaanse gebakje sfogliatella (schelpvormig deeggebak gevuld met ricotta en gedroogd fruit) en een ijsje bij Gay Odin.

Van daaruit wandelden we naar Castel Nuovo, één van de middeleeuwse kastelen aan de baai van Napels, die ook later door de koninklijke Bourbon dynastie bewoond werd. Helaas was het kasteel gesloten en konden we het niet bezoeken. Staat op de lijst voor een volgende keer.

Het Piazza del plesbiscito is vernoemd naar het referendum dat in 1860 bepaalde dat Napels deel werd van Italië. Het plein en de gebouwen errond zijn het resultaat van de Bourbon dynastie die ervoor op de troon zat.

Het plein is immens. Langs de ene kant vind je het koninklijk paleis (Palazzo Reale), aan de andere kant de neoclassicistische basiliek San Fransceso da Paola.

De kerk is gebaseerd op het pantheon in Rome en is gratis te bezoeken. De zuilengalerij die naar de inkom leidt langs beide kanten deed me dan weer denken aan het Sint-Pietersplein in Rome.

Ik vond dit met voorsprong de mooiste kerk van heel Napels. Omdat ik echt wel de overeenkomsten met het pantheon zag en ik sowieso wel hou van neoclassicisme – het is misschien een beetje té allemaal, maar dat mag al eens.

Nadien waren we van plan om het paleis te bezoeken. Maar eerst was het tijd voor een pizzalunch bij Pizzeria Pavia in een leuke zijstraat achter de kerk. Hier staat een grote pizzaoven en eet je echt belachelijk goed voor weinig geld. Al jaren een familiezaak en een instituut in Napels blijkbaar.

Op naar het koninklijk paleis. Je kan het Palazzo Reale bezoeken voor 15 euro per persoon en dan krijg je toegang tot de state apartments, de exporuimte, het koetsenmuseum en de tuinen. Er is ook nog een stukje tuin dat je alleen met een tour kan bekijken. Toen wij er waren was er een conferentie bezig in het gebouw en konden we niet alles bezoeken. Het koetsenmuseum sloegen we over. Er was wel een tijdelijke expo over Tolkien, de schrijver van The Lord Of The Rings, die deden we wel.

Achteraan het paleis vind je deze binnenkoer met de ingang naar het koetsenmuseum.

Maar waarom we toch echt naar het paleis waren gekomen: de prachtige state apartments. Je komt binnen langs wat ooit verkozen is als de mooiste trappenhal van Europa.

Het koninklijk paleis heeft een uitgebreide, complexe geschiedenis door de verschillende machtswissels in Napels. De trappenhal is van de hand van architect Domenico Fontana en een echte monumentale marmeren trap. Daarnaast huist er ook een bibliotheek en een theater in het paleis, maar beiden waren in gebruik door de conferentie.

Dus konden we vooral de appartementen van de koninklijke familie bezoeken – al heeft er nooit echt lang een koning gewoond. Ik moet toegeven dat ik was vergeten hoe mooi het er was nu ik de foto’s er weer bij nam. De informatie die er stond op de bordjes was namelijk karig dus ik heb het in mijn hoofd niet zo goed opgeslagen precies.

Alleen al die prachtige deuren boordevol details.

Laat staan de prachtige plafonds…

Links: ook speciaal, deze boekenmachine waarin je dus meerdere boeken of documenten tegelijk kan inzien.

Een bezoekje aan het koninklijk paleis vonden we dus zeker de moeite. We keken nog even rond bij de Tolkien expo en dan was het tijd om richting de baai van Napels te wandelen.

Eerste stop: het Castel dell’Ovo, het oudste kasteel van de stad – er zijn nog overblijfselen uit de Romeinse tijd te vinden, maar het eerste echte kasteel staat er sinds de 12de eeuw. De huidige vorm dateert uit de 19de eeuw. Helaas was ook dit kasteel niet open in de periode dat wij in Napels waren en konden we het dus niet bezoeken. Je hebt er wel een fantastisch zicht op de haven en de Vesuvius.

We wandelden dan maar van het kasteel langs de baai van Napels. Het was heel warm en een weekenddag dus het was er immens druk. Het gaf me een ‘dijk van Blankenberge’-gevoel met langs de ene kant een stroom van mensen en marktkramers die brol proberen verkopen en langs de andere kant propvolle terrassen. Wij konden nog net een ijsje bemachtigen bij ROL Gelateria. Niet het beste ijs van de vakantie – dat lag zeker aan de locatie – maar wel een goede opfrisser.

Er is trouwens geen echt strand hier, maar wel altijd een super mooi zicht op de bergen in de verte.

Bon, snel uit de drukte dan maar. Het Villa Comunale di Napoli park is een typisch stadspark met kapotte standbeelden, veel groen en een art deco priooltje in de verte.

Laatste stop: het Museo Villa Pignatelli. Niet voor het museum want dat was al gesloten. Maar de typische Engelse tuin met het neoclassicistische gebouw wouden we wel graag even bewonderen. En we mochten nog net even binnen.

Na de drukte aan het water vonden we hier nog rust – heerlijk.

Villa Pignatelli gaat op de lijst om te bezoeken bij een volgende keer. Het was in ieder geval een mooie afsluiter van deze laatste dag.

’s Avonds aten we nog in onze Spaanse wijk en de volgende dag was het na een korte wandeling tijd om terug naar huis te keren. Na dagen van luide toeterende brommers genoot ik wel weer van de stilte op het Vlaamse platteland.

Ik wist op voorhand niet wat ik van Napels zou vinden. Ja, het is luid en vuil, maar het is ook zo divers en er zijn zo veel leuke uitstappen in de omgeving te doen. Ik vind het dus een goede uitvalbasis voor de Vesuvius, Pompeii, Herculaneum, diverse andere Romeinse villa’s, Capri, de Amalfi kust… Maar ook in de stad zelf was er veel meer geschiedenis en cultuur dan ik dacht. Al vond ik het historisch centrum wel minder mijn ding – te dicht op elkaar en nogal druk.

Napels voelde als het echte rommelige Italië met een heel lekkere keuken. Ideale citytrip of voor een langere vakantie. Ik denk wel dat ik nog eens terug ga.

Op mijn reisgidspagina vind je een handig overzicht van alle bestemmingen die ik bezocht en de bijhorende blogposts die ik erover schreef. Zo vertrek je nooit zonder inspiratie op vakantie.

Onze roadtrip doorheen Oost-Schotland: Cairngorms & Aberdeenshire – praktisch & reisplanning

Naar goede gewoonte deel ik graag onze reisplanning van de roadtrips die we maken, zodat je er zelf eventueel inspiratie kan uithalen. Ik geef nog graag even mee dat we onze volledige trip zelf betaalden en dat we niet werden gesponsord, dus alle reclame die ik maak is vanuit een eigen positieve ervaring (ik zeg het er voor de zekerheid maar even bij).

Het oosten: Cairngorms & Aberdeenshire

Schotland is hier al jaren een droombestemming. Mensen denken spontaan aan de Highlands, Loch Ness en Isle of Skye. Maar er is natuurlijk nog veel meer. Ik wist dat de zomer een drukke periode was in Schotland en dat tegen eind augustus die drukte zowel wat zou gaan liggen alsook dat de muggen (midges) minder fel zouden zijn. Daarom gingen wij in de laatste week van augustus en de eerste week van september.

We vonden het ook nooit echt druk, dus het is zeker meegevallen qua timing. Alleen veranderen vanaf 1 september de openingsuren van de kastelen in Aberdeenshire wel fel en dat heeft ons een beetje extra aan het puzzelen gebracht. We hebben gedurende de hele reis geen midge gezien.

We kozen ook bewust niet voor het bekendste deel van Schotland maar zijn gestart met het ‘oosten’: de Cairngorms bergen en Aberdeenshire, halverwege passeerden we dan ook Inverness en zo maakten we een cirkel rond de bergketen. Op deze manier hadden we het beste van wat Schotland te beiden heeft: bergen, valleien en de zee/kust. We deden geen eilanden, dat is voor een volgende keer.

Dus misschien een minder typische itinerary dan je gewoonlijk ziet, maar absoluut de moeite waard ;).

Vervoer en verblijf

We vlogen heen en terug met Brussels Airlines naar Edinburgh en huurden dan een auto via Sunny Cars op de luchthaven. Je kan ook de ferry nemen met je eigen auto. Maar daar zouden we wel wat tijd mee verliezen en zo’n auto die volledig voorzien is op links rijden is wel echt een luxe. Het was niet onze eerste keer links rijden en dat ging meteen weer heel vlot. Mijn tips voor links rijden vind je in deze blogpost.

We waren ook dit jaar niet zo vroeg met plannen en dat hebben we geweten in onze zoektocht naar slaapplekken, haha. Maar dit zijn uiteindelijk de vier plekken waar we sliepen:

  • Northlands B&B, Pitlochry. Pitlochry is de ideale uitvalbasis voor de zuidelijke Cairngorms, een toeristisch stadje met veel eetplekken. Northlands is een fantastische B&B uitgebaat door Pauline en David en het zijn echt de allerliefste mensen die een geweldig ontbijt serveren. Hier sliepen we twee nachten, maar dat was eigenlijk te kort.
  • Eagle View Guest House, Newtonmore, in de buurt van Aviemore. We zochten lang rond Aviemore, de grootste stad voor de oostelijke Cairngorms en belanden uiteindelijk in Newtonmore. Alles in orde om te slapen hier en achteraf wel blij dat we niet in Aviemore zaten want dat is een ongezellig stadje vond ik. Twee nachten brachten we hier door.
  • Carnach House B&B, Nairn, nabij Inverness. Ook lang gezocht in Inverness, uiteindelijk beland in Nairn, een super fijn kuststadje. Inverness viel ook echt tegen dus ik was heel blij dat we ergens anders sliepen. Ideale uitvalsbasis voor boven de Cairngorms. We sliepen hier twee nachten.
  • Maryculter House, Peterculter in Aberdeenshire. Op zo’n dik kwartier van de grote stad Aberdeen, maar volledig in het groen. Dit is het enige hotel uit de reeks, dus hier slaap je niet bij mensen thuis. Maar de locatie is alles want je bent zo bij alle toffe kastelen, Aberdeen, Stonehaven… Hier verbleven we drie nachten.

Oorspronkelijk hadden we nog een nacht in Dufftown, in de whiskeyregio Speyside gepland om niet van Nairn naar Aberdeen te moeten rijden in één keer en om whiskey te gaan proeven. Maar met de openingsuren van de kastelen te checken, hebben we die nacht laten vallen en zijn we wel meteen naar Aberdeen en omgeving uitgeweken. We hebben een whiskey distilleerderij mee in onze Aviemore dag gestopt als alternatief.

Alle slaapplekken zou ik dus zeker aanraden. Maar ik raad vooral aan om meer dan een half jaar op voorhand te beginnen zoeken om meer en goedkopere opties te hebben ;).

Onze reisplanning

En dan nu een korte samenvatting van wat we tijdens de trip allemaal deden.

Dag 1: reizen en via Loch Leven naar Pitlochry

  • Na een korte vlucht stapten we in de huurauto en konden we nog een kleine stop maken tussen Edinburgh en Pitlochry. Er waren meerdere opties om in Perthshire te stoppen: Perth zelf of Dunkeld, maar we kozen uiteindelijk voor Loch Leven.
  • Op Loch Leven vind je de overblijfselen van het kasteel waar Robert De Bruce te gast was en Mary, Queen of Scots ooit 11 maanden gevangenzat voor ze ontsnapte. Je gaat met een bootje naar het eiland, waar je de ruïne bekijkt en weer terug op de boot stapt. Een ideale korte stop en kennismaking met de lochs en kastelen van Schotland.

Loch Leven vanop het eiland en van aan de oever. Je kan er ook een lange wandeling rond het meer maken.

  • In de late namiddag kwamen we aan in Pitlochry en verkenden we de leuke high street.

Dag 2: hike naar de top van Ben Vrackie

  • Ik zou mezelf geen hiker noemen en heb geen ervaring met wandelen in de bergen. Maar als we dan toch in de Cairngorms waren, moest ik toch even die bergen gezien hebben. De hike naar de top van Ben Vrackie vraagt 700 hoogtemeters in ongeveer 10km heen en terug. Dat is een gemiddelde wandeling voor iemand met een goede conditie. We hadden ook geweldig weer dus we begonnen eraan.
  • We deden uiteindelijk 4,5 uur over de wandeling en nadien waren we echt uitgeput. Veel verder dan een terrasje en de Pitlochry dam (ook de moeite) kwamen we niet. Het is een prachtige wandeling, zeker met de paarse heide in bloei in de zomer, maar wel pittig.

Ben Vrackie

Dag 3: rond Pitlochry

  • Het was alweer tijd om uit te checken in Pitlochry, maar er is nog zoveel te doen in de buurt dat we besloten om nog niet meteen naar Aviemore te rijden (en dat was een goede keuze!)
  • We begonnen aan Blair Castle & Gardens, het domein van de dukes of Blair Atholl die enorm veel land bezitten in de buurt. Het kasteel zelf is echt megagroot: je kan meer dan 30 kamers verkennen. De prachtige balzaal was echt de eyecatcher.
  • Je kan nadien de walled garden verkennen, de highland koeien en reeën bewonderen, naar het doedelzak concert luisteren dat elk uur wordt gegeven of een uitgebreidere wandeling doen over het domein. Wij deden alleen dat laatste niet. We spendeerden hier makkelijk een halve dag en hadden nog langer kunnen blijven.

Blair Castle

  • We reden eerst langs The queen’s view: dit uitzichtpunt over de Tummelvallei dankt haar bekendheid aan Queen Victoria en haar naam aan Isabella, de koningin van Robert De Bruce. Mooi uitzicht!
  • Nadien wandelden we rond de Pass of Killiecrankie waar ooit een veldslag plaatsvond tussen de Jacobieten en de Engelsen. De Jacobieten wonnen doordat ze het terrein goed kenden. Zo vind je er nog steeds soldier’s leap: een steen in de rivier waarop een Britse soldaat zou gesprongen zijn om te ontsnappen aan de Jacobieten. Mooie wandeling rond de rivier, alleen kon je niet echt makkelijk een cirkel maken dus hebben we hetzelfde stuk terug gewandeld. Aanrader, zeer toegankelijke wandeling!

Queen’s view en de pass van Killiecrankie.

  • En de laatste stop van de dag was House of Bruar: een gigantisch winkelcomplex waar je ook naar de watervallen van Bruar kan wandelen. Wij stapten enkel tot aan de laagste watervallen aangezien we nog best moe waren van de Ben Vrackie.

Dag 4: rond Aviemore

Onze eerste en enige dag rond Aviemore was heel bewolkt, mistig en regenachtig. Het plan om met een treintje tot Cairngorm mountain op te gaan borgen we dus op. Ook met rendieren zijn we niet gaan wandelen helaas, maar dat kan wel (zoek even op reindeer centre).

  • We starten met een bezoek aan de Ruthven barracks. Deze infanteriekazerne van het Britse leger werd gebouwd na de slag bij Culloden om de regio stabiel te houden, maar viel in handen van de Jacobieten en brandde later ook af. De ruïne staat op een heuvel in het landschap en kan je gratis en vrij bezoeken. De moeite!
  • Nadien deden we een de wandeling van 5km rond het Loch an Eilein. Met toegankelijke paden en ook de ruïne van een kasteel op het eiland. Heel mooie wandeling, ook de moeite met kinderen denk ik.

Ruthven Barracks & Loch Ain Eilein

  • We hadden nog wat tijd over een stopten bij het Highland Folk Museum, een gratis openluchtmuseum dat je terugbrengt in de tijd. Sommige scènes van Outlander seizoen 1 werden hier gefilmd in het 17de eeuwse dorpje. Een soort Bokrijk en dus zeker een topper met kinderen, voor ons was het iets minder ons ding :).
  • Nadien hadden we nog een rondleiding bij de Dalwhinnie distilleerderij geboekt. Dalwhinnie is de hoogste en koudste whiskey distilleerderij van Schotland. Na een half uur rondleiding mochten we ook proeven. Wij zijn geen kenners en het aanbod aan Whiskey is gigantisch, dus ik denk niet dat je fout kan kiezen en veel distilleerderijen bieden rondleidingen aan.

Highland folk museum & Dalwhinnie distilleerderij

Dag 5: Culloden & Inverness

  • Vanuit Newtonmore reden we door naar Culloden Battlefield, niet ver van Inverness. Je kan een deel van het slagveld van Culloden bezoeken – wie Outlander gezien heeft weet dan natuurlijk waar het over gaat. Je kan gratis dat slagveld op wandelen, maar dan gaat het niet zo veel zeggen. Wij deden het museum en sloten aan bij een begeleide tour, beiden waren echt de moeite. Mooi hoe zowel de Jacobieten als de Engelsen een stem krijgen. Ik was wel echt onder de indruk van de plek.
  • Niet ver van Culloden vind je nog oudere overblijfselen: de Clava Cairns. Dit zijn drie stenen graftombes uit het neolithicum. Beetje onwerkelijk als je rondloopt om dat te beseffen want het lijkt allemaal zo oud niet.

Culloden & Clava Cairns

  • Nadien reden we door naar de stad Inverness. Oorspronkelijk had ik hier een volle dag voor voorzien maar ik ontdekte in de reisgids dat er niet zo veel te doen was dus hebben we het wat ingekort. Inverness is op zich een leuke bewandelbare stad, maar het is allemaal heel nieuw. Er zijn veel uitgaansmogelijkheden en bars, maar weinig gezellige straatjes.
  • Je kan het Inverness Castle bezoeken (maar te nieuw en te duur vonden wij), de kathedraal (maar gesloten toen wij er waren), het Museum & Art Gallery (niet gedaan) of een lange wandeling maken naar de Ness Islands. Wij wandelden vooral wat rond naar Abertarff House (oudste huis van de stad), Old Church, Leakey’s bookshop, The Victorian Market en staken een paar keer de bruggen over maar dan hadden we het ook echt gezien. Ik voelde de vibe niet en vond het was ongezellig en marginaal op sommige plekken. Ik zou Inverness een volgende keer dus overslaan, maar oordeel vooral zelf.

Inverness

  • Na een avond in Inverness reden we door naar onze slaapplaats nabij Nairn

Dag 6: Fort George, Cawdor Castle & Nairn

  • Vandaag begonnen we in Fort George. Een grote militaire basis die is opgericht na de slag van Culloden. Het volgde dus mooi op ons bezoek van gisteren. De kazerne ligt aan de zeemonding, soms kan je er zelfs dolfijnen spotten, en is echt enorm groot. Het geeft een goed beeld van zo’n basis in de 18de eeuw die nog steeds in gebruik is trouwens. Je krijgt een fijne audiogids. Fort George wordt door tijdsgebrek denk ik vaak overgeslagen, maar het is de moeite (als je geïnteresseerd bent in militaire geschiedenis)

Fort George

  • Na een lunch in Nairn, reden we door naar Cawdor Castle & Gardens. Dit kasteel met een 14de eeuwse donjon wordt gelinkt met Macbeth, maar het stond er nog niet toen hij leefde. Het is wel eeuwenlang in handen geweest van de familie Cawdor en wordt nog steeds door hen gebruikt. Doorheen alle ruimtes vind je moderne kunst en dat zorgt voor een fijn huiselijk gevoel. Het domein beschikt ook over twee prachtige walled gardens, eentje inclusief doolhof.

Cawdor Castle

  • Nadien reden we nog even om voor Sueno’s stone in Forres. Deze steen uit de 9de eeuw is waarschijnlijk gemaakt door de picten om een belangrijke veldslag te herdenken, maar eigenlijk weten we niet waarvoor alle symbolen staan. Vandaag staat de steen was vreemd in een gewone huizenstraat. Chique!
  • Eindigen deden we in Nairn. We wandelden langs het strand en de kleine haven. Heel fijn kuststadje en blijkbaar één van de zonnigste plekken van Schotland – al hadden wij dus een regendag.

Cawdor Castle walled garden & Nairn

Dag 7: Elgin Cathedral, Huntly Castle & Drum Castle

  • Op deze dag reden we het verst: van Nairn naar Peterculter. Gelukkig maakten we een aantal heel mooie stops onderweg. Omdat Drum Castle alleen deze dag nog open was moesten we best veel verplaatsen, anders zou ik nog iets dichter in de buurt van Huntly zijn gebleven denk ik.
  • Elgin Cathedral was een beetje omrijden maar voor een ruïnekerk doe ik dat al eens graag. De 13de eeuwse kathedraal moet één van de grootste geweest zijn toen, maar door enkele branden en de reformatie is het vervallen geraakt. Het koor en de tombes errond zijn echt nog heel goed bewaard gebleven.

Elgin Cathedral

  • We reden door naar Huntly Castle, dat was een last-minute beslissing. Huntly Castle is een ruïne van de thuisbasis van de familie Gordon. Op deze plek stonden drie kastelen, de ruïne die je vandaag ziet is van het kasteel uit de 15de eeuw. Je kan nog steeds vier verdiepingen bezichtigen. Blikvangers zijn de marmeren schouwversieringen en de inscriptie boven de deur die nog geweldig goed bewaard zijn gebleven. Huntly is ook een leuk dorp voor een lunch.

Huntly Castle

  • Nadien dan door naar Drum Castle & Gardens van de familie Irvine. Dit kasteel met 13de eeuwse toren wou ik niet missen door de middeleeuwse vibe. Je kan alleen bezoeken via een begeleide tour waarbij je o.a. de Victoriaanse salon, Georgiaanse eetkamer en geweldige bibliotheek te zien krijgt. De walled garden was heel cute en je kan ook enkele korte wandelingen op het domein doen met uitzicht over de valleien in Aberdeenshire.

Drum Castle & walled garden

Dag 8: Castle Fraser, de kliffen met Dunnottar Castle en Stonehaven

  • Vandaag reden we kort even naar Craigievar Castle. Dit roze sprookjeskasteel was helaas gesloten tijdens ons verblijf daar maar je kan er wel naartoe wandelen.
  • Nadien bezochten we Castle Fraser. Dit kasteel is opgebouwd in een Z-lay-out en de inrichting is vooral 18de eeuws. Je kan ook helemaal naar boven op de toren. En er is alweer een mooie walled garden. Engelse tuinen zijn echt super fijn.

Craigievar Castle & Castle Fraser

  • Nadien hadden we tickets geboekt voor Dunnottar Castle, nabij Stonehaven. Dit ruïnekasteel staat op en rond kliffen en dat zorgt voor een dramatisch zicht op de ruïne. Nadien is het wel wat afdalen en klimmen naar het kasteel zelf waar de Schotse kroonjuwelen ooit gered zijn van Oliver Cromwell. Het raakte allemaal vervallen in de 18de eeuw en werd begin 20ste eeuw hersteld door dezelfde familie die ook aan de slag ging met Castle Fraser.

Dunnottar Castle

  • Niet ver van Dunnottar kan je een 3km wandeling doen van RSPB Fowlsheugh aan de kliffen. In het broedseizoen kan je hier ook puffins spotten. Die waren er nu niet, maar het was een mooie wandeling!
  • ’s Avonds liepen we rond in het gezellige kuststadje Stonehaven, met een pittoreske haven.

De kliffen van Fowlsheugh & Stonehaven

Dag 9: Crathes Castle & Aberdeen

  • Het laatste kasteel van de trip was Crathes Castle, met prachtige beschilderde plafonds en vooral indrukwekkende tuinen. Dit is één van de topkastelen in de Dee vallei dus als je er eentje meepikt, kies dan deze.

Crathes Castle

Crathes Castle gardens, St. Machar cathedral in Aberdeen

  • Nadien hadden we nog een halve dag over en dus gingen we toch naar de stad Aberdeen. De granieten stad waar alles in dezelfde grijze granieten steen is opgetrokken. Topper was Old Aberdeen met de prachtige St. Machar kathedraal, King’s college en de middeleeuwse straten. In New Aberdeen vind je Marischal College, de Union Terrace Gardens en de leuke Art Gallery. We hadden hier een fijne halve dag, in best koud weer, en de stad heeft ongetwijfeld meer in petto. Leuker dan Inverness.

Old Aberdeen, Art Gallery

Union Terrace Gardens & Marischal College

Dag 10: Weer naar huis

  • Een dikke twee uur rijden naar Edinburgh waar we de huurauto inleverden en terug naar Brussel vlogen.

Extra bonustip: als je van plan bent om meerdere domeinen van National Trust mee te pikken zoals Castle Fraser, Drum Castle, Crathes Castle en Culloden battlefield – individueel zijn die best prijzig – kan je lid worden bij National Trust Schotland of bij de Belgische tegenhanger Herita (wat goedkoper is), aangezien zij allen behoren tot de internationale organisatie INTO mag je dus in het buitenland ook gratis binnen bij de domeinen van de lokale erfgoedorganisatie en je parkeert er ook gratis. Zeker een winner qua budget en je kan de rest van het jaar ook in België wat zaken bezoeken dan.

Een lange blogpost dit, maar zo heb je alle praktische informatie meteen gebundeld bij elkaar. Hopelijk haal je er wat inspiratie uit!

Ben jij al eens in Schotland geweest?

Op mijn reisgidspagina vind je een handig overzicht van alle bestemmingen die ik bezocht en de bijhorende blogposts die ik erover schreef. Zo vertrek je nooit zonder inspiratie op vakantie.

Augustus

Ik kan echt iedereen aanraden om als je eind augustus op vakantie gaat, de eerste week van september er bij te nemen. Je hebt niet door dat de zomer geëindigd is en je mist de eerste dagen van de terug naar school rat race. That said, het gaat maandag een pijnlijke worden denk ik.

Soit, augustus. De maand begon met een super warm weekend. We gingen naar de trouw van een vriend en naar een festivalletje in de buurt. Dat hebben we iets te weinig gedaan, maar alle festivals waren precies in hetzelfde weekend? Kunnen ze dat niet beter plannen? Daarnaast was het ook Tour De France femmes week en ik keek elke minuut die ik kon kijken en leefde weer veel te hard mee.

Ik ging met Leen naar een expo in La Boverie in Luik. Dat was onverwacht echt een hele fijne expo met werken uit 10 jaar La Boverie kriskras door elkaar. Genoten van ons dagje weg samen.

Ik ging naar de St. Rochus lichtjes in Aarschot en naar de musical Napoleon van Historalia (wat was dat weer goed zeg!). Ondertussen bleef het heel druk op het werk en was het zwoegen om die laatste loodjes zoveel mogelijk af te werken en over te dragen, want de vakantie kwam eindelijk in zicht.

En die vakantie bracht ons naar Schotland! En dat was voor mij een droomvakantie. Ik was op voorhand een beetje bang doordat mijn conditie niet top was, ik veel stress had gehad de voorbije weken én ze heel veel regen voorspelden. Maar: we hebben daar minder regen gezien dan hier in België is gevallen en echt alles is meegevallen.

We trokken door de Cairngorms tot in Inverness en dan via Aberdeenshire terug. Ik had regelmatig tranen in mijn ogen van hoe mooi het landschap er is. Het is niet te beschrijven of op foto vast te leggen. Ik kan eigenlijk geen woorden vinden voor deze vakantie en plan nog wel snel een overzichtspost met onze reisplanning.

Ben Vrackie, ik moet nog veel foto’s sorteren om van andere zaken iets te delen dus hiermee moeten jullie het even doen.

Ik verjaarde net op de dag dat we een spannende bergklim hadden gepland naar de Ben Vrackie (een Corbett van categorie). Dat zijn 700 hoogtemeters en deze kiddo had nog nooit een berg beklommen. Ik had eigenlijk nooit gedacht dat ik boven zou geraken. Halverwege krijg ik ook wel echt inzinking, mijn hoofd werkte echt zwaar tegen. Toch heb ik verder gezet, stap voor stap. Om dan boven te komen in de wind en de mist en niets te zien. Haha, het was echt vooral een mentaal spelletje ofzo. Ik wou aan mezelf bewijzen dat ik het kon. Ik was 33 geworden die dag en beklom een berg.

Een foto van mij na de eerste helft van de afdaling 😅. Queen’s view, nabij Pitlochry

Ik weet niet of ik het nog eens wil doen ooit, haha. Maar voor mij was dit de sportieve prestatie van het jaar, beetje alsof ik een marathon had gelopen.

Ik vond de vakantie fysiek dus best zwaar, maar mentaal heb ik wel wat rust gevonden. Vooral doordat alles er zo mooi was en het weer zo goed meeviel. Eens thuis, was de onrust snel terug, maar bon.

Tijdens de vakantie bereikte me ook het bericht dat de kunstenares Yayoi Kusama is overleden. Er lijken dit jaar veel grote namen uit de kunst te overlijden, wat ergens logisch is want als hedendaagse kunstenaar ben je meestal pas echt wereldberoemd op een gezegende leeftijd. Maar het was toch raar omdat ik van haar al heel wat expo’s heb gezien, waar ze vaak nog werken voor had gemaakt. En dat is nu voorbij. Ga dit najaar zeker nog naar de expo in Amsterdam die ik in Keulen zag (dat was deze).

En zo was augustus toch wel een geslaagde maand, op naar het najaar en hopelijk een nazomer (sorry herfstmensen, maar april is nog ver, laat ons nog even wat nazomeren).

Gelezen

  • The house of Boleyn van Tracy Borman heeft als originele insteek dat het zich afspeelt op Hever Castle, de thuis van de familie Boleyn en zo Anne Boleyn’s dramatische leven schetst. Onverwacht een fijn boek dat origineel is opgezet.
  • Tsarina gaat over Catherine I, die geboren wordt als Martha, een arm boerenmeisje. Cinderellagewijs trekt ze de aandacht van de tsaar en zo wordt ze één van de machtigste vrouwen van Rusland. Een traag, dik boek met een onwaarschijnlijk verhaal dat toch echt is gebeurd.
  • The flames gaat over de vier vrouwen in het leven van kunstenaar Egon Schiele, één van de protegées van Gustav Klimt. Schiele is niet echt sympathiek, maar achter elk gezicht op een kunstwerk schuilt een eigen verhaal, dat bewijst dit boek nog maar eens.
  • Domitian is een boek over keizer Domitianus vanuit het standpunt van zijn vriend en opvolger Nerva. Beetje droog geschreven en Domitianus is al veel te jong betrokken in politiek naar mijn mening. Maar er zijn te weinig boeken over de Romeinen dus deze reeks doet zijn best.

Hoe was augustus voor jou?

Zuidwest Engeland & Cotswolds #2: de highlights van Oxford (+eettips)

In augustus 2025 werd onze zomervakantie een roadtrip doorheen Zuidwest Engeland & de Cotswolds, met ook tijd voor een citytrip door Oxford. In deze overzichtspost vind je alle info qua vervoer, verblijf en reisplanning. Ik neem jullie daarnaast graag mee naar de highlights van onze trip.

Vorige keer vertelde ik meer over de colleges van Oxford, maar je kan er nog wel meer beleven. Het historische centrum is prima te voet te verkennen.

Bodleian Library met de Radcliffe Camera

Alle wegen leiden in het historisch centrum naar de prestigieuze Bodleian Library met zijn Radcliffe Camera. Het is één van de oudste bibliotheken van Europa. En die bestaat uit meerdere gebouwen. De Weston Library kan je gratis naar binnen, daar vind je enkele expo’s over geschreven werken. Ik zag er een handgeschreven brief van Henry VIII en vond er boeken van Mary Queen Of Scots en Katheryn Parr dus ik was helemaal blij.

Links: binnenkant van de moderne Weston Librabry. Rechts: Tower of the five orders op het binnenplein van de Bodleian Library.

Je kan op meerdere manieren de andere gebouwen van de bibliotheek bezoeken, zonder tour geraak je echter enkel in de Divinity School (2,50 pond per persoon) en dus kozen we voor een begeleide tour. Deze verkopen snel uit want de enige tour die nog vrij was, was de 90 minuten walking tour waarmee je ook de Radcliffe Camera binnen kon en een rondleiding in de stad kreeg. De tour kostte 30 pond per persoon.

We hadden niet de beste gids, maar ik vond het wel leuk om in de Radcliffe camera te mogen. Helaas mag je er geen foto’s nemen. De Radcliffe camera werd gebouwd in de 18de eeuw in barokke stijl met geld van John Radcliffe. Het was de eerste ronde bibliotheek en het gebouw bestaat uit drie etages, waarvan de onderste vroeger open was.

Het gebouw was bedoeld als leesruimte, maar ondertussen bevat het ook zijn eigen boekencollectie en is het sinds begin 20ste eeuw deel van de Bodleian met vooral wetenschappelijke werken. Het is met een ondergrondse tunnel met de rest van de bibliotheek verbonden zodat de boeken niet blootgesteld hoeven te worden aan de weergoden. Wij mochten tijdens die tour ook doorheen de tunnel.

Divinity School

Nadien mochten we ook in de Divinity School, een 15de eeuwse ruimte in gotische stijl. Het is echt een prachtige ruimte (die ook in Harry Potter komt blijkbaar) en langs buiten vind je er een deur ontworpen door Christopher Wren met een boek met Griekse inscriptie.

Ingang Divinity School en Wren’s door

De deur is er gekomen om studenten vanuit de Divinity school het Sheldonian Theatre te laten binnengaan – de plek waar diploma’s nog steeds worden uitgedeeld-. Het theater is ook een gebouw van Wren, één van zijn vroegere gebouwen.

Wren’s Scheldonian Theatre, ook in dit gebouw kan je een rondleiding boeken. Daar hadden we jammer genoeg geen tijd meer voor.

In de buurt van de Bodleian vind je de Bridge of sighs, naar het voorbeeld in Venetië die de twee delen van Hertford college met elkaar verbindt.

Bridge of sighs

Naar de top van de St Mary The Virgin

St. Mary is de gotische universiteitskerk met een woelig verleden. Het is hier dat aartsbisschop Cranmer, degene die Anne Boleyn en Henry VIII ooit trouwde, zijn protestantse geloof niet wou afzweren onder Bloody Mary en uiteindelijk werd veroordeeld tot de dood. Samen met twee andere bisschoppen worden ze herinnerd als de Oxford martelaren.

Het interieur is best sober zoals het een gotische Engelse kerk betaamt. Je vindt er nog 15de eeuws glas-in-lood werk. Tijdens onze tour hadden we de tip gekregen om de toren te beklimmen en te genieten van het beste uitzicht van de stad. Binnen staat er dan ook een rij wachtenden aan te schuiven en wij sloten ons aan.

Voor 6 pond per persoon mag je de 127 trappen (dat viel goed mee) betreden en krijg je een buitengewoon uitzicht over de universiteitsstad.

Met een prachtig zicht op de Radcliffe Camera

Het was zoals je ziet mooi weer en dat geeft de typische zachte steen van alle gebouwen zo’n mooie warme gloed. Je waant je voortdurend in een andere eeuw als je in Oxford ronddwaalt.

Links: zicht op High Street met de toren van Magdalen College in de verte. Rechts: All Souls college

Als je dus niet veel tijd hebt in Oxford: beklim dan zeker de St Mary’s en je hebt een goed zicht op de stad.

Blackwell’s books

Genoeg gebouwen gezien? Dan kan je boeken gaan shoppen in één van de mooiste (& grootste) boekenwinkels waar ik al ben binnen geweest. Blackwell’s bookshop is een waar boekenparadijs. Een instituut in de stad.

Carfax Tower & Saint Michael at the North Gate

Naast alle historische gebouwen vind je in Oxford ook een heel druk winkelgedeelte. Onze gids noemde het ’the worst street of Oxford’. Maar ook hier is de geschiedenis niet ver weg en duiken enkele torens op. Zoals de Carfax Tower, een klokkentoren die nog rest van een oude kerk. We bekommen hem niet, maar het kan wel ;).

Links: St. Michael at The North Gate. Rechts: Carfax Tower

Of de toren van St Michael at The North Gate. De oudste kerk van de stad met een saksische toren uit de 10de eeuw die je ook op kan, maar bij ons werd die gerestaureerd. Het interieur is niet heel speciaal, maar je kan er gratis binnen.

Ashmolean Museum

Oxford telt meerdere musea. Aan het National History en het Pitt Rivers museum zijn we niet geraakt, maar we deden wel het bekende Ashmolean Museum. Toegang is gratis.

Het Ashmolean museum combineert kunst met architectuur. Het is tevens het oudste museum van het Verenigd Koninkrijk en het eerste universiteitsmuseum ter wereld. Het is ook echt ontzettend groot, dus het is wat kiezen wat je wil doen.

Links: prachtig beschilderde kast. Rechts: plaster casts van bekende werken. Ik vind plaster casts altijd wel fijn eigenlijk.

Wij kozen om wat van de archeologie over de Egyptenaren mee te pikken en nadien de kunstcollectie te bekijken. Ik vond het een prachtig museum en zag enkele super mooie dingen. Er hangen soms van die highlights stickers op de grond en dus focuste ik daar op. Want dat heb ik wel met van die immense musea: ik heb het dan moeilijk om een focus te vinden.

We bezochten het Ashmolean op de laatste dag van onze hele trip dus de vermoeidheid was het dingetje. We gingen binnen vlak na openingstijd en hadden veel zalen voor ons alleen. Maar nadien was het wel wat op. Maar wel echt een aanrader, zeker bij regenweer.

The Covered Market

Misschien wel mijn favoriete plek in Oxford: de overdekte food court The Covered Market met ook wat leuke winkeltjes. En helemaal ingericht in het thema van Alice In Wonderland – omdat Lewis Carroll in deze stad dus het gelijknamige boek schreef tijdens zijn studententijd.

We aten twee keer pizza bij Sartorelli’s, omdat die zo goed was, en kochten koekjes bij Ben’s cookies.

Eettips

Een paar dagen in Oxford, dat zijn natuurlijk ook eettips. Het aanbod in Oxford is niet enorm en soms nogal toeristisch, maar wij vonden wel enkele lekkere plekken.

  • Koffie en ontbijt vonden we bij Missing Bean, net om de hoek van The Covered Market
  • Tegenover St. Michael at The North Gate vind je ook de koffiebar New Ground
  • Het Londens Indische instituut Dishoom heeft ook een restaurant in Oxford. Hier gingen we twee keer eten. Reserveren is sterk aan te raden. Het concept is hier een permit room waar je vooral kleinere gerechten kan delen. Je kan hier ook ontbijten.
  • In het winkelcentrum Westgate, vlak bij ons hotel, vonden we ook een Comptoir Libanais.
  • We aten dus twee keer pizza bij Sartorelli’s op The Covered Market. Yum!

Sartorelli’s

  • En we doken Gusto binnen op de High Street voor een pasta.

Ik moet eerlijk gezegd toegeven dat ik op voorhand niet had gedacht Oxford zo leuk te vinden. Het is er altijd druk want dit is zo’n uitstap die ook vervat zit in het schema van veel touroperatoren.

Overdag is het dus soms over de koppen lopen, maar na het avondeten daalt de rust neer en ben je bijna alleen met de historische gebouwen. En gezien we zo’n mooi weer hadden genoot ik daar volop van. Het was het ideale start- en eindpunt van onze trip. Ik zie mezelf nog eens terugkeren.

Ben jij al eens in Oxford geweest?

Op mijn reisgidspagina vind je een handig overzicht van alle bestemmingen die ik bezocht en de bijhorende blogposts die ik erover schreef. Zo vertrek je nooit zonder inspiratie op vakantie.

Vakantieversie

Waarom kijken we eigenlijk zo uit naar vakantie? En kijken we echt uit naar die lege dagen zonder werk of andere verplichtingen om helemaal zelf te vullen? Naar dat vliegtuig of de trein die ons naar ergens anders brengt? Of kijken we vooral uit naar die versie van onszelf die we op vakantie zijn?

Die versie die tijd neemt voor een kop koffie ’s morgens. Die nieuwe dingen ontdekt. Eens op een ander uur van de dag gaat uiteten. Een woord leert in een andere taal. Die een berg beklimt of een souvenir koopt voor op de kast. Is dat wie we zo graag willen zijn? Ik vermoed het.

Maar is dat wie we zijn? Of zijn we die persoon die op een drukke werkdag op de zetel neerploft om nadien zichzelf gehaast in sportkleren te wringen en te eindigen met een portie Netflix & chill met de smartphone in de hand?

We zijn veel meer dat tweede dan dat eerste. Daarom willen we zo graag dat eerste zijn. En een vakantieperiode geeft ons de illusie dat we dat ook kunnen zijn. En misschien zijn we ook wel gemaakt om zo te zijn, maar houdt die rat race ons van die bestemming? Misschien is het een kwestie van meer vakantie te integreren in ons gewone leven. Maar wat maakt dan nog vakantie?

Ach ja, eerst maar genieten van die vakantie zeker.

– In de reeks korte mijmeringen over het leven, eentje over vakantie, geluk en de rat race.

Dagdroom van een vakantiehuis

In de zomer hebben het lief en ik een guilty pleasure die ‘Met vier in bed’ heet. Een programma (op vtm, maar er is ook een Nederlandse variant onder een andere naam denk ik) waarin elke week B&B of vakantiewoning eigenaars hun deuren openzetten voor elkaar en elkaar beoordelen.

Het is soms een nogal cringy groep mensen met een hoop boomeruitspraken (want de gemiddelde B&B eigenaar is een boomer of iemand met te veel geld gekregen van de ouders als ze wat jonger zijn – sorry not sorry 😅). En het is niet bijster goed gemaakt, maar we kijken het toch.

Achter de schermen in de kamers kijken en het interieur beoordelen, zien wat je als ontbijt krijgt en ontdekken wat je in de omgeving kan doen. Zo’n programma doet toch wat wegdromen van vakantie.

Na X aantal seizoenen zijn de B&B’s in ons Belgenlandje stilaan op en vroeger gingen ze dan al eens een week naar het buitenland, maar het budget is daarvoor ook precies op. Dus tegenwoordig doen er veel vaker eigenaars mee van een vakantiewoning. En meestal is een vakantiewoning gericht op een groep mensen, vrienden of familie die zo’n huis samen huren.

En stiekem doet me dat dromen. Ik heb niet echt een vriendengroep of familiegroep waarmee ik elk jaar op weekend ga. Misschien vorm ik daarin een uitzondering want ik ken wel veel mensen die dit wel doen. Sommigen zelfs met meerdere groepen per jaar. En eerlijk: ofwel kijken ze daar keihard naar uit, ofwel haten ze het, haha.

Maar het romantische idee om tijd door te brengen samen in een groot huis, activiteiten te doen overdag, samen te koken en bij te babbelen tot ’s avonds laat… het heeft iets. Het is iets onbekend voor mij en daarom trekt het me waarschijnlijk net aan.

Ik denk nochtans dat het niets voor mij zou zijn. Ons jaarlijks weekend met het werk is één nacht in zo’n vakantiehuis en hoewel ik er naar uitkijk vergeet ik elk jaar opnieuw hoe hard mijn introvert neurodivers persoontje ervan overprikkelt geraakt. Het net kort genoeg om er toch nog van te genieten.

Dat is anders dan tijdens die twee weekends die ik eens aan zee met mijn schoonfamilie heb doorgebracht. Dat was te veel met mensen die ik niet goed genoeg ken of kan inschatten en te weinig structuur in hoe de dingen dan lopen. Ik doe eigenlijk graag mijn ding op mijn tempo. En ik kan me wel aanpassen aan anderen (grote pleaser hier), maar dat kan ik alleen als ik de mensen wat ken (zoals bij mijn collega’s).

En toch, als ik dan die vakantiewoningen zie op tv… Dan zie ik mezelf daar zitten aan die barbecue met zicht op een stukje natuur en een glaasje bubbels in de hand terwijl ik mijn tijd deel met mensen die ik graag mag. Het is zo’n extravert ideaal waarop ik mezelf betrap dat ik erover dagdroom. Gewoon even niet enkel maar bijpraten maar echte herinneringen maken.

Wegdromen mag zeker 😉

Ga jij al eens op weekend met een grotere groep of vind je dat net horror?

Wenen #2: De binnenstad met het Albertina

In juni 2025 trokken Leen en ik voor vijf dagen naar Wenen. Tijdens een hittegolf nota bene en dus genoten we van het buitenleven in de Oostenrijkse hoofdstad die jaar na jaar wordt verkozen tot meest leefbare stad van Europa. Ik wist zelf totaal niet wat te verwachten van deze stad en neem jullie graag mee doorheen onze trip.

Na een eerste dag in het Freihausviertal met vooral veel art nouveau, doken we op de tweede dag het Wenen van de Habsburgers in. We begonnen met een metroritje naar en wandeling doorheen het Stadtpark. Soms moeten namen niet complex zijn: dit is het grootste park van de stad.

Daar vind je het Wienflussportal waar het kanaal doorstroomt, een stukje architectuur uit begin 20ste eeuw dat ik wat verloederd vond. Nog in het park te vinden: een gouden standbeeld van Johann Strauss, één van de vele klassieke componisten waar de stad heel trots op is. En waarbij bussen Japanners stoppen voor een selfie.

Vanuit het park wandelden we doorheen een – ook in juni – heel rustige binnenstad. Ik schrok er echt van hoe niet toeristisch Wenen bleek in de zomer? In de winkelstraat passeerden we langs de prachtige gevel van glazenwinkel Lobmeyr.

Een bezoek aan de Kapuzinergruft stond niet het allerhoogst op ons lijstje, maar leek wel nuttig om de Habsburgers hun macht te begrijpen. Het zijn de keizerlijke crypten waar de meesten vooral langsgaan om het graf van Sisi te bewonderen. Er liggen maar liefst 12 keizers en 18 keizerinnen begraven en nog heel wat andere mensen (145 in totaal!). Voor 13 euro mag je naar binnen.

Ik schrok van de omvang van de crypte. Het was er zooo groot. Bij elke kist stond wel een bordje – met soms heel tragische levensverhalen – om zo toch wat meer te weten over de personen in kwestie. Het immense praalgraf van keizerin Maria Theresia, waar ook haar minder gekende man Frans I Stefan in ligt, is de absolute blikvanger. Het rococograf zit boordevol kleine maar weelderige details.

Praalgraf van keizerin Maria Theresia.

Ook het drieluik met het graf van Sisi, haar gemaal Franz-Joseph en kroonprins Rudolf – die zelfmoord pleegde voor hij de troon kon bestijgen – is populair. Het laatste graf werd in 2011 toegevoegd aan de crypte en was voor de zoon van de laatste keizer. Je loopt chronologisch door de crypte. Sommige graven zijn echte kunstwerken op zich, al zie je het wel soberder worden naarmate de tijd vordert.

Terug boven, konden we wel iets minder serieus gebruiken en streken we neer op het terras van Konditorei Oberlaa voor aphelstrudel, hét Weense dessert bij uitstek. Oberlaa is één van de vele gekende koffiehuizen in de stad.

Alle wegen in het historische centrum leiden naar de Stephansdom op de Stephansplatz. In de volksmond wordt dit de steffl genoemd en deze gotische kerk is één van de uithangboren van de stad. Ik vind het dak ook echt prachtig met al die kleurtjes :).

Er staat telkens een lange rij voor de ingang, maar die gaat wel goed vooruit. Je mag namelijk een deel van de kerk gratis in, daarom is het er over de koppen lopen. Een ander deel is betalend – de meerwaarde om ervoor te betalen (7 euro voor enkel de hele kerk te doen) leek ons nogal klein. Tenzij je op het dak wil – wat dan weer 25 euro extra kostte – maar dat sloegen we over.

We volgden verder onze wandeling van Time To Momo langs de Jesuitenkirche, een witte sobere kerk langs buiten maar met veel marmeren barok binnenin. Je kan gratis naar binnen.

Via de oude steeg Griechengasse kwamen we uit op de grote Schwedenplatz die leidt naar het Donaukanaal. Lijkt me ook wel fijn om hier wat langs te wandelen, maar we keerden terug naar de stad.

We deden nog even een ommetje tot aan de Postsparkasse, een art deco gebouw van Otto Wagner. Het was niet heel duidelijk of je er binnen kon, maar de conciërge hield ons niet tegen en dus wandelden we tot aan het atrium, waar een café zit dat helaas gesloten was.

Hierna kozen we op den wilde bots voor een gezellig terras in een steegje vlakbij het Mozarthaus – muziekliefhebbers vinden heel wat interessante musea in Wenen. Chamaleon belooft Zwitserse keuken, maar wij genoten vooral van een lichte lunch.

Links: Chamaleon. Rechts: Staatsopera.

Volgende stop is de enorme Staatsopera. Maar echt: dit gebouw is zoo immens. Het is in neoclassicistische stijl en om de binnenkant te bewonderen koop je waarschijnlijk best een ticket voor één van de voorstellingen of voor een begeleide tour. Dat is voor een volgende keer.

We bleven maar rond dit gebouw wandelen precies… :D.

Rechts: grappig worstenstandje met reuzenkonijn.

We hadden ons voorgenomen om elke dag een museum mee te pikken. In Wenen is de keuze immers groot. Het Albertina is gespecialiseerd in kunst vanaf de tweede helft van de 19de eeuw – en dat is wel een periode die ons beiden interesseert. Ze hebben ook nog twee andere musea in de stad met meer moderne en hedendaagse kunst, maar dit is het bekendste.

Hun huidige ‘permanente’ Batliner collectie ‘Van Monet tot Picasso’ was het doel van ons bezoek. Het gebouw op zich is ook interessant: het is een soort stadspaleis met ook heel moderne elementen aan en een fotogenieke trap.

Het museum heeft meerdere verdiepingen. Op de eerste verdiepen vind je de tijdelijke expo’s, op de tweede verdieping de ‘state rooms’ van het paleis en op de bovenste dan de Batliner collectie die voor een langere tijd te zien is.

Om dat allemaal te kunnen doen, heb je best wat tijd nodig dus wij deden alleen de ‘Van Monet tot Picasso’ expo en waren daar twee uur mee zoet. Een toegang kost 19,90 euro per persoon voor het hele gebouw.

Ik moet zeggen dat de expo één van de beste is die ik ooit heb gezien. Ik ben een enorme fan van de periode impressionisme en alles wat erna komt en wat ik hier heb gezien is van zo’n hoog niveau. De zalen waren ook prachtig – zei het zeer sober – ingericht.

Het begint met impressionisme: waterlelies van Monet, ballerina’s van Degas, het pointillisme van Signac… daarna loop je over in het expressionisme, surrealisme en eindigen doe je met het kubisme van o.a. Picasso.

Picasso en Monet dus. Maar ook Renoir, Matisse, Braque, Modigliani, Miro, Delvaux en Magritte, Malevich, Kandinsky, Munch en natuurlijk de lokale kunstenaars Kokoschka, Schiele en Klimt. Ze hangen er allemaal.

Dikke aanrader voor de kunstliefhebber. Eentje om zeker naar terug te keren in mijn geval :D.

Met zo’n zwoele 32 graden zochten we nadien verkoeling bij Gelateria La Romana, ongetwijfeld het beste ijs van de binnenstad (én een gekende naam voor wie al eens in Italië vertoeft). Nadien even tijd om ons op te frissen en we aten een heerlijke pizza bij Disco Volante – ver uit het centrum op wandelafstand van onze slaapplek in Margareten. Weer een geslaagde dag!

Op mijn reisgidspagina vind je een handig overzicht van alle bestemmingen die ik bezocht en de bijhorende blogposts die ik erover schreef. Zo vertrek je nooit zonder inspiratie op vakantie.

Juli

Tja, wat kan ik zeggen over juli? Een heerlijke zomermaand, waarin ik nog geen vakantie had en dus toch ook veel in de airco op het werk zat. En op mijn terras met een boek, dat ook.

Er waren wat leuke sociale momenten met een dag in Brussel en een voetbalavond op de Oude Markt van Leuven. Ik kreeg eindelijk de uitslag van mijn intoleranties en weet nu dat ik melk, ei en bepaalde noten absoluut voor enkele maanden moet vermijden. Gluten ga ik wel eens wat vroeger mogen opstarten, maar nu nog even niet. Dus het werd weer een maand van zoeken.

Ik vierde mijn 10de werkverjaardag en kreeg een trip cadeau naar Bologna in oktober. Ik ben nog altijd wel een beetje aan het zwemmen op het werk, maar ik geniet ook wel van de groep en van de iets vrolijkere sfeer die er tijdens de zomermaanden altijd hangt.

Links: Panorama Mesdag. Rechts: Mauritshuis

Het verlengde weekend van 21 juli boekten we last-minute drie nachten in Den Haag. Den Haag is dé kunststad bij uitstek en dus deden we vooral heel wat musea. Voor de rest vond ik de stad wel heel gezellig qua cafés en restaurants (maar het was goed zoeken naar glutenvrij- en zuivelvrij eten, dat wel) en kan je er goed shoppen. Den Haag mist nog net iets meer afwisseling in dingen om te doen om helemaal mijn ding te zijn.

Gezelligheid in Den Haag

Maar het waren toch vooral de musea die ik geweldig vond. Het Mauritshuis vond ik leuker dan verwacht, Panorama Mesdag was een ontdekking, in het Kunstmuseum genoot ik van de architectuur en Mondriaan, Escher in het Paleis was vooral druk en Museum Voorlinden was een prachtige afsluiter.

Kunstmuseum Den Haag met de Victory Boogie Woogie van Mondriaan.

Museum Voorlinden had een expo van choreograaf William Forsythe en die was wel goed, maar ik viel vooral voor de expo rond stilte met werken uit de collectie en de werken die je er voortdurend kan bekijken. Aanrader voor hedendaagse interactieve kunst wel!

We gingen ook nog even met de tram naar het strand van Scheveningen. Het was iets kouder dit weekend, maar ik genoot er wel van om even weg te zijn.

Links: Scheveningen. Rechts: in Erlich’s ‘Swimming pool’ in Museum Voorlinden, ik wist niet goed welke pose ik moest doen, haha :D.

Nadien gingen we naar de wellness op een prachtige zonnige dag en ik trok ook nog naar het Rivierenhof in Antwerpen met twee vriendinnen. Er is nog zoveel dat ik wil doen deze zomer en het gaat allemaal weer veel te snel. Maar ik probeer echt van alle kleine momentjes te genieten.

OLT

Ondertussen blijf ik zoeken naar een goede, fitte versie van mezelf. Mijn darmtraject doet niet wat ik had verwacht dus dat blijft wat zoeken en ook mijn stress is niet per se onder controle. Maar ik voel ergens dat ik wel stappen zet en ik probeer in het proces te geloven. Niet alles tegelijk.

Gelezen

Er werd goed gelezen, met dank aan het mooie weer :).

  • Lessons in chemistry (Lessen in chemie) van Bonnie Garmus kreeg ik van een collega voor mijn secret santa. Het is een populaire debuutroman met een feministische tint. Ik vond het verhaal wel echt fijn, ook al hou ik normaal niet zo van die quirky hoofdpersonages. Ik heb meermaals moeten lachen, al zijn bijna alle mannen in dit boek eikels. Ik had iets minder met het hele koken is chemie ding. Maar het was een originele insteek. Hartjes voor six-thirty, want ik hou normaal ook niet zo van antropomorfe dieren in boeken maar hier dus wel. Bon, ik snap de hype. Lees het dus zeker eens.
  • Kruistocht van een koningin was mijn eerste historische roman van de Nederlandse Simone Van der Vlugt. Er zijn niet zoveel boeken over de grote Isabel Van Castilië en deze roman vertelt haar levensverhaal goed. Isabel is heel menselijk in dit boek, ook doet ze soms erge dingen. Een mooi boek voor wie haar wil leren kennen. Zeker graag gelezen.
  • The lion women of Tehran van Marjan Kamali gaat over twee vriendinnen die opgroeien in Tehran Iran en zich als vrouw door de politieke achtergrond van dat land moeten bewegen. Dit boek is echt heel goed en heel relevant om vandaag te lezen. Beetje zoet soms, maar het schuwt het harde niet. En een heel herkenbare vriendinnenrelatie. Deze haalt mijn eindejaarslijst denk ik.
  • The black friar van S.G. Maclean is dan het iets mindere boek uit deze lijst. Een moordmysterie met opnieuw Damian Seeker in de hoofdrol dat verder bouwt op deel één. Maar ik raakte er deze keer niet in. Ook al is het geen slecht boek, het mysterie is zelfs heerlijk complex. Dus zeker een auteur om te proberen voor de fans van historische mysteries.

Hoe was jouw juli?

Hoofdstukloos

Het leven van een kind is tegelijk voorspelbaar en verrassend. Het jaar heeft duidelijke hoogtepunten om naar af te tellen: de start van het schooljaar, herfstvakantie, Sinterklaas, Kerstmis, Pasen, je eigen verjaardag en twee maanden zomervakantie. Je ouders nemen beslissingen en dus plots zit je op een camping in Frankrijk, krijg je een nieuw stuk speelgoed of staat je lievelingseten op tafel.

En ieder jaar is er wel weer iets nieuws: je leert stappen, fietsen, zwemmen, lezen en rekenen, doet je communie of lentefeest, gaat naar het middelbaar, maakt nieuwe vrienden… Het leven als kind is als een boek met hoofdstukken. Er is altijd wel weer iets om naar uit te kijken. Er start altijd wel weer een volgend hoofdstuk.

Als volwassene is het anders. Ja, er zijn ook vakantieperiodes en familiefeesten en ergens is er die dag dat je verjaart – en als je pech hebt, ben je dan een dag verlof vergeten nemen. Ik kan mijn vakantiebestemming uitkiezen, ik kan iets nieuws voor mezelf kopen, terwijl ik tegelijk alle rekeningen en kosten probeer in orde te brengen en ik kan koken en eten wat ik wil. Maar ik moet het wel zelf doen.

Maar laat ons eerlijk zijn. Ik ben in 10 jaar tijd nog nooit langer dan twee weken niet gaan werken. En intussen is er die eindeloze lijst aan dingen regelen, zien dat je nog schone kleren hebt en dat er iets voedzaam in de koelkast ligt. Je krijgt een boze mail op je werk en trekt het je te veel aan. Je raapt een verkoudheid op en de kraan in de badkamer lekt. En dat gaat door en door.

En natuurlijk gebeuren er ook grote dingen. Je wordt verliefd, je trouwt, je verhuist, je krijgt een kind, je verandert van job. Of je verliest een dierbare, gaat uit elkaar, verliest je job. Maar die zaken zijn niet altijd voorspelbaar. En je kan ze zeker niet bestellen. Veel mensen volgen niet het vaste pad. Het plot van het leven is niet duidelijk. Een volgend hoofdstuk wordt niet op voorhand geschreven.

En zo is een volwassen leven veel meer hoofdstukloos. Een aaneenschakeling van bladzijden waar vaak hetzelfde op staat en soms iets nieuws een plek vindt. En meestal is dat niet erg. In een goed boek hoef je geen hoofdstukken, maar soms is die pauze wel handig. Even die bladwijzer ertussen en laten bezinken wat je net hebt gelezen.

Zo’n bladwijzer, ik zou hem kunnen gebruiken.

Malaga #3: Soho & Muello Uno

In februari 2025 gingen het lief en ik de zon opzoeken in Malaga. We verbleven bij Tandem Soho suites, een appartementcomplex in de hippe Soho wijk. Naast een uitstap naar het Alhambra van Granada, werd het vooral een chille citytrip in deze kuststad. Ik laat je met plezier de fijnste plekken van de stad zien.

Vorige keren zagen jullie dat Malaga een mooi historisch centrum heeft met resten uit allerlei tijden. Vandaag neem ik jullie mee naar het hipper gedeelte van de stad.

Soho

Toen wij een appartement boekten lazen we overal dat Soho een hippe wijk is met veel restaurants, bars en street art. Dat klonk goed, dus boekten we meteen.

Street art in Soho met rechts de kameleon van de Gentse ROA.

Maar ik moet zeggen dat Soho (niet te verwarren met de gelijknamige wijk in Londen) wat tegenviel. Het kan ook aan de timing gelegen hebben, we waren er in februari – niet meteen het hoogseizoen. Ik vond het uiteindelijk niet zo levendig als verwacht, veel restaurants waren dicht, de street art was minder dan verwacht én het leek vooral een toeristenbuurt.

Links: één van de (verlaten) straten in Soho. Rechts: de boulevard Alameda Principal heeft een leuk voetgangersgedeelte.

Vroeger was er hier een street art festival en werden er best wat grote namen uitgenodigd om een werk te komen maken. Er was toen ook het Centro de Arte Contemporáneo de Málaga – een museum voor hedendaagse kunst dat het festival organiseerde, maar dat is ondertussen gesloten. Je vindt er wel nog de mural Paz y Libertad (Vrede en vrijheid).

Links: Paz y libertad. Rechts: nog een ROA.

Muello Uno

Naast Soho ligt Muello Uno, een kleine wijk rond het haventje. Met het parque de Malaga waar je altijd schaduw vindt en een wandelboulevard met paravang.

Langs de kade van de haven zit een winkelcentrum, restaurants en bars- van de toeristische soort, een openlucht markt… En je vindt er ook een opvallende kleurrijke kubus. Het uithangbord van het Centre Pompidou Malaga – het kleine boertje van het bekende moderne kunstmuseum in Parijs.

Links: de paravang met één van de weinige Invader werkjes die in Malaga zijn mogen blijven hangen. Rechts: Centre Pompidou.

Wij wilden het museum bezoeken op zondagnamiddag en bij aankomst kregen we te horen dat als we nog een half uur wachtten we om 16u gratis naar binnen mogen. Zondag na 16u is toegang dus gratis. Het is uiteraard veel drukker dan, maar we kozen toch voor die optie. Op andere dagen kost een ticket voor het hele museum 9 euro per persoon, dat valt nog best mee dus.

Ieder jaar is er één groter thema waaraan de permanente collectie wordt gewijd. Bij ons was dat ‘place-ness’, daarnaast variëren er telkens wat tijdelijke expo’s – bij ons eentje over de architect Vilanueva.

Het museum ligt onder de grond, wat zorgt voor grote open ruimtes. Het is allemaal mooi opgebouwd, maar de werken zijn misschien iets minder toegankelijk dan in andere moderne kunst musea. Ik vond het wel fijn dat je in de binnenkant van de kubus kon gluren (je mag er helaas wel niet ‘in’).

Malaga pakt graag uit met zijn status als museumstad en het Centre Pompidou was wat mij betreft het museum met de meeste internationale uitstraling. Iets waarvoor je regelmatig zou kunnen terugkomen. Dus het heeft zeker een grote waarde voor de stad denk ik.

Vanuit Muello Uno loop je heel snel het strand van Malagueta op. Verder is Malagueta een typische strandbuurt, met veel appartementen, toeristenrestaurants en winkeltjes. Ik ben geen strandvakantieganger, maar kan me voorstellen dat wie van de combo citytrip-strand houdt, hier zijn gading wel vindt. Wij hielden het bij een avondwandeling op het strand.

Voila, dat was alweer een heel ander luikje van de stad. Eettips, ook in Soho, gaf ik al mee in deze blogpost.

Op mijn reisgidspagina vind je een handig overzicht van alle bestemmingen die ik bezocht en de bijhorende blogposts die ik erover schreef. Zo vertrek je nooit zonder inspiratie op vakantie.

Een kort stukje tijd

Het is er als je goed oplet. Een soort sweet spot. Tussen warmte en koelte. Tussen dag en nacht. Het is er niet lang. Nog net voor de schemering. Na een klein half uur is het voorbij. En je kan het maar enkele zomerse weken op een jaar vinden, als het weer meezit.

Het gaat om dat korte ogenblik dat buiten de zware warmte niet langer op je drukt maar de zon al ondergaand nog wat laatste stralen op je huid loslaat. De wind die het moment niet wil verpesten en dus voor een briesje kiest. De lucht die een schilderij vormt waar ze in een museum een kunststoffen bank zouden voorzetten.

Wel exact dat moment, is een moment om te ‘pakken’. Om in je op te nemen. Buiten te staan en de natuur te observeren. De dagtaak van de bijen zit er op, vlinders fladderen nog wat rond en er vliegen eenden over je hoofd. Het is zo’n moment waar het woord ‘moment’ is voor uitgevonden. “Een kort stukje tijd” staat er in het woordenboek.

Een kort stukje tijd. Ik zou het willen rekken. In een bokaal willen opsluiten zodat ik het kan openen wanneer ik er nood aan heb. Kan iemand dat voor mij onder de kerstboom leggen dit jaar?

– In de reeks korte mijmeringen over het leven

Londen #24: van Tate Britain naar de Saatchi Gallery tot in Hyde Park

In oktober 2024 gingen we op herfsttrip naar de Britse hoofdstad en deden we weer heel wat nieuwe dingen die ik graag met jullie deel. Vandaag besloten we Chelsea in te trekken, met eerst een tussenstop bij Tate Britain.

We ontbeten bij onze favoriete koffiebar aan St. James, Formative Coffee (alle food en koffie spots vind je in deze blogpost) en wandelden tot aan Tate Britain want de herfstzon scheen volop. Uiteindelijk kwamen we vlak voor openingstijd aan bij het museum. Het was één van de vele Londense musea die nog op mijn lijstje stond.

Tate Britain focust voornamelijk op Britse kunst (deuh), heeft een enorme collectie van William Turner én covert blijkbaar wel een ruime periode: van de Tudors tot moderne kunst. Dat laatste wist ik niet: ik dacht dat alle moderne kunst in het grotere broertje Tate Modern hing, maar dat is dus niet zo.

Tate Britain is een staatsmuseum, toegang tot de permanente collectie is gratis, enkel voor expo’s moet je betalen. Binnen kom je via een prachtige neoclassicistische entreehal met glazen koepel waarin je met de trap naar het café op de eerste verdieping kan.

Ik wist ook niet dat het museum zo enorm groot was binnen. De zalen zijn allemaal gigantisch en nemen je per tijdsperiode mee doorheen de Britse kunstgeschiedenis. Het is te veel om in één keer allemaal in detail te bekijken.

Wij kozen voor een paar zalen van de oudere kunst, liepen door de zaal met Turners (maar ik heb niet zo veel met hem, behalve zijn schilderijen van schepen) en bekeken de moderne kunst en tijdelijke installaties die er stonden.

Er is ook grote aandacht voor de pre-Rafaellieten met voorop John Everett Millais. Swifties zullen geïnteresseerd zijn in zijn Ophelia (waarvan ik een foto vergat te nemen blijkbaar). Ik hou wel van hun dromerige nostalgische kunst met vaak een ginger beauty centraal.

Links: John Singer’s ‘Lady Macbeth’. Rechts: John William Waterhouse, ‘The lady of Shalott’. Deze twee trokken duidelijk meer mijn aandacht dan Ophelia, oeps!

Buiten aan het museum staat ook een standbeeld van Millais. Er zijn daarnaast ook werken van Frederic Leighton (je weet wel, die van Leighton House dat we eerder bezochten) en bijvoorbeeld Rossetti.

Links: zeer mooi zaaltje vond ik. Rechts: de collectie van William Turner, ooit wil ik wel eens terug als ik wat meer van de man en zijn werk afweet.

Het museum pakt dus vooral uit met zijn enorme collectie Turners, de artiest schonk zijn werken bewust aan de natie. Tijdgenoot John Constable is nooit ver weg en kan je dus ook voldoende spotten.

Bij de moderne kunst afdeling vind je ook enkele grote namen zoals David Hockney en Francis Bacon en in de hoofdgang etaleren hedendaagse kunstenaars hun werk.

Ik weet niet of het kwam omdat we er redelijk vroeg waren (we liepen er denk ik tussen 10u en 12u rond), of omdat het er zo groot is, maar het was er nooit echt druk. Tate Britain ligt natuurlijk wat verder weg van het toeristische hart van Londen. Maar de kunst is echt wel van hoog niveau en ik vond het een enorm inspirerend bezoek. Zeker de moeite waard! Dichtstbijzijnde metrohalte: Pimlico.

Verder dan Tate Britain hadden we de dag niet echt gepland, we besloten de metro te nemen tot aan Sloane Square in hartje Chelsea. Eerst aten we iets bij Comptoir Libanais om nadien een bezoek te brengen aan de Saatchi Gallery.

Saatchi Gallery is een hedendaagse kunstgalerij, geen museum dus. Je kan de expo’s wel gratis bezoeken. Ze zitten op deze locatie sinds 2019. Het is een enorm mooi neoclassicistisch gebouw met een park voor.

Wat ze er tonen verandert voortdurend: van schilderijen, tot installaties, tot filmproducties. Het zijn mooie grote zalen en er is een leuke shop. Dichtstbijzijnde metrohalte: Sloane Square.

Misschien wat arty allemaal, maar ik merk zelf: hoe meer ik musea bezoek en met kunst bezig ben, hoe kleiner de stap wordt om in een volgend museum of zo’n kunstgalerij binnen te stappen. Ik laat het idee ook los dat ik alles hoef te snappen of mooi moet vinden. Kunstbeleving is per definitie iets persoonlijk, en je hoeft niet uren door te brengen in een museum. Soms is er even binnenspringen en iets zien dat je inspireert of raakt voldoende.

Na deze galerij besloten we van Chelsea naar Hyde Park te wandelen, omdat we wisten dat daar een pompoen van Yayoi Kusama stond, ter ere van haar expo in Victoria Miro die we eerder bezochten. De architectuur van Chelsea en het nabijgelegen Belgravia vond ik ook mooi.

In Hyde Park hing een fijne herfstsfeer, ook al regende het. De pompoen van Kusama stond ergens in de omgeving van The Serpentine Gallery, dat is weer een andere kunstgalerij. Wat toegankelijker dan Saatchi denk ik, want ze hebben een paar kleine paviljoens doorheen het park en verder staat er ook gewoon kunst in openlucht.

We liepen binnen bij één van de paviljoens en vonden de pompoen eerst niet en dan plots wel, in de buurt van Kensington Palace.

The Serpentine South Gallery, van buiten af én een foto van de expo binnen.

We dachten eerst nog naar The North Gallery van de Serpentine te wandelen, daar is nog meer te zien, maar het regende dus gingen we ergens koffie drinken.

Een levensgrote Kusama en ik had een bijpassende jas aan ;). De pompoen staat er ondertussen niet meer.

Nadien was het wel weer wat droger en wandelden we via Buckingham Palace naar Westminster om uiteindelijk op Trafalgar Square te eindigen. En zo hadden we weer een groot aantal wijken van Londen doorkruist op één dag en was de kaars uit :).

Ben jij al eens in een kunstgalerij geweest?

Alle Londen food tips vind je trouwens in deze blogpost die ik regelmatig bijwerk.

Op mijn reisgidspagina vind je een handig overzicht van alle bestemmingen die ik bezocht en de bijhorende blogposts die ik erover schreef. Zo vertrek je nooit zonder inspiratie op vakantie.

Analoge postkaartjes #2

Ik deelde al vaker wat kiekjes en lessen van analoge fotografie met een wegwerpcamera (hierhier en hier). Na Tallinn was mijn volgende Kodak van 40 foto’s vol en dus deel ik vandaag het resultaat.

Ik liet mezelf wat vaker fotograferen deze keer, omdat ik merkte dat foto’s met mensen op meer sfeer geven. Ik probeer ook wat vaker de vibe te vangen en de minder typische toeristendingen te fotograferen.

Tallinn

Op onze laatste dag gingen we langs de brutalistische Linnahall, een sinds 2009 verlaten concertzaal die overgroeid raakt door de natuur. Ideaal om de camera boven te halen. Het weer was ook goed deze dag dus dat zorgt voor een heerlijke blauwe lucht.

Ik liet mezelf wat vaker op foto nemen en Leen zorgde steeds voor het perfect kader met de stadsomwalling.

Soms was het wat slechter weer, maar dan krijg je met dat analoge effect toch nog een warm gevoel.

En nog meer try-out kiekjes met mezelf op.

Soms zorgt overbelicht nog wel voor een leuk effect. En voor het eerst nam ik eens een uitzichtsfoto waar ik content van ben.

Keulen

In Keulen ging de camera ook even mee en nam ik voornamelijk foto’s met de dom op. Eentje op het dakterras van het Ludwig en eentje aan de overkant van de brug.

Andalusië

In de vorige post zag je al enkele analoge foto’s van onze maart vakantie naar Andalusië, dit zijn de foto’s van de laatste dagen. Met slecht weer en veel mist een echte uitdaging, maar het zorgt wel voor sfeer op de foto’s.

Twee keer Sahara de la Sierra. In de regen en de mist. Heel sfeervol vind ik.

Links: ook in Zahara, het lief trok deze foto en zijn vinger plakte er ergens mee op dus een beetje bijgesneden, maar ik vind het een mooie foto. Rechts: Olvera in de regen.

We hadden in Ronda één dag met relatief goed weer en dat merk je meteen aan de foto’s.

Maar Ronda in de mist is ook nog steeds prachtig. Amai, ik wil terug.

En tot slot, nog drie kiekjes van Cordoba. Mijn lief moet ook nog leren om rechte foto’s te nemen 😅

Ik ben nog op zoek naar manieren om dit op een leuke manier te delen, met jullie hier of met anderen. En om zelf meer met de analoge foto’s te doen. Ik verwerk ze sowieso ook mee in mijn fotoboeken, maar alle tips of ideeën zijn welkom!

Wat doe jij met je vakantiefoto’s?

Pril

Ik wandel het station uit en er volgt een knuffel. We praten over de tocht hier naartoe, het weer, de laatste vakantie. Het gaat goed met ons beiden. Zeker bij de eerste ‘Cava?’ die we aan elkaar stellen. Nadien komen de verhalen wat meer los. Over nieuwe dingen in ons leven. Zij over haar nieuwe job. Ik over de perikelen op onze oude job.

We wandelen en kijken regelmatig om ons heen. Spotten een luie kat, wat street art, andere mensen en hun gewoontes. De verhalen blijven komen, tussen wat we opmerken heen. Bij een eerste tussenstop keren we terug in de tijd. Over mijn familie, haar familie. Over wie we zijn en wie we zijn geworden.

De zon schijnt, we wandelen verder en verder. Alsof het gedachten helpt oproepen en we ze samen ontwarren. Stilaan moe, blijven we toch nog even stappen. Een park waar we even zitten. En nadien keren we terug naar het begin van de dag. Naar het station. En weer die knuffel. Nog een berichtje op het einde van de dag met een selfie die tussendoor werd genomen met twee lachende gezichten. Gedachten gedeeld, voeten moe.

– Een korte mijmering over een prille vriendschap. Want dat is niet evident als dertiger. Maar oh zo fijn.

Short hair, don’t care

Ik weet niet meer goed waar ik het las, maar er passeerde een artikel over dat mannen liever niet hebben dat vrouwen kort haar hebben. Een paar dagen later ging het op kantoor over kort haar (onder de vrouwen), naar aanleiding van een vrouwelijke collega met een nieuwe korte coupe. Het kwam erop neer dat iemand anders niet durfde want haar vader vindt kort haar niets voor vrouwen. En dat ze zich er niets van wilde aantrekken, maar dat ze toch niet verder durfde dan een bob. De collega in kwestie die wel net kort haar heeft is sinds een jaar uit elkaar met haar vriend en dus single.

Ik zit sinds dit jaar in twee dansscholen en in de aanloop naar het optreden gaat het altijd over hoe we ons haar gaan doen. In een hoge staart, een lange staart, een dot… Ik kan met mijn haar niets doen buiten het gewoon laten liggen. In beide dansgroepen ben ik de enige vrouw die geen staart kan maken en dus kort haar heeft.

Ik vroeg aan mijn kapster of veel vrouwen kort haar hebben of aan haar vragen om het kort te kappen. Het is deze kapster die me ooit had aangeraden kort te gaan omdat het beter bij mijn gezicht past. Ze zei eerlijk dat veel vrouwen de stap niet zetten omdat hun partner liever heeft dat ze lang haar dragen. Ook al weet zij als kapster dat ze er beter mee zouden staan en stelt ze dat dus proactief voor.

Ik zette zo’n 12 jaar geleden de stap naar kort haar, toen ik nog studeerde. Na een mislukt krullenexperiment dat mijn haar vanonder kort had gemaakt en dus een eerlijke nieuwe kapster. Mijn vader vond het maar niks, en zal dat nog steeds vinden, maar alles went want ik ben zelfs niet meer tot aan een klassieke schouderlengte bobmodel geraakt. Ik kreeg nog soortgelijke reacties van oudere generaties. Maar als je 20 bent, trek je je dat niet aan.

Ik las in het artikel dat kort haar dragen een feministische daad is. Ik weet niet of het toeval is. Ik was toen ik studeerde niet zo fel bezig met feminisme als vandaag, maar misschien wat het toch al een verdoken daad van mezelf uiten. Van verzet tegen de mannelijke waarden in onze maatschappij. Ik ben ooit heel kort gegaan met een geschoren coupe, want dat wou ik eens doen. Ook al vond ik het zelf achteraf gezien iets minder bij me passen. Haar groeit zo snel terug, dat het eigenlijk niet uitmaakt.

Ik noteer al deze dingen en ik besef dat het theorie bevestigende observaties zijn. Misschien is kort haar helemaal niet zo erg voor de gemiddelde man. Misschien heeft het niets met feminisme te maken.

Er is een norm. En lang haar bij vrouwen is de norm. Niets mis met de norm te volgen trouwens. Ik vind alleen dat elke vrouw haar haar zou mogen dragen zoals zij het wil. Voor haarzelf. Ik heb gewoon veel te veel gesprekken met andere vrouwen die me complementeren met mijn kort haar maar aangeven dat ze zelf die stap niet durven zetten. Doodjammer is dat.