In oktober 2024 gingen we op herfsttrip naar de Britse hoofdstad en deden we weer heel wat nieuwe dingen die ik graag met jullie deel. Vandaag besloten we Chelsea in te trekken, met eerst een tussenstop bij Tate Britain.
We ontbeten bij onze favoriete koffiebar aan St. James, Formative Coffee (alle food en koffie spots vind je in deze blogpost) en wandelden tot aan Tate Britain want de herfstzon scheen volop. Uiteindelijk kwamen we vlak voor openingstijd aan bij het museum. Het was één van de vele Londense musea die nog op mijn lijstje stond.

Tate Britain focust voornamelijk op Britse kunst (deuh), heeft een enorme collectie van William Turner én covert blijkbaar wel een ruime periode: van de Tudors tot moderne kunst. Dat laatste wist ik niet: ik dacht dat alle moderne kunst in het grotere broertje Tate Modern hing, maar dat is dus niet zo.
Tate Britain is een staatsmuseum, toegang tot de permanente collectie is gratis, enkel voor expo’s moet je betalen. Binnen kom je via een prachtige neoclassicistische entreehal met glazen koepel waarin je met de trap naar het café op de eerste verdieping kan.


Ik wist ook niet dat het museum zo enorm groot was binnen. De zalen zijn allemaal gigantisch en nemen je per tijdsperiode mee doorheen de Britse kunstgeschiedenis. Het is te veel om in één keer allemaal in detail te bekijken.


Wij kozen voor een paar zalen van de oudere kunst, liepen door de zaal met Turners (maar ik heb niet zo veel met hem, behalve zijn schilderijen van schepen) en bekeken de moderne kunst en tijdelijke installaties die er stonden.


Er is ook grote aandacht voor de pre-Rafaellieten met voorop John Everett Millais. Swifties zullen geïnteresseerd zijn in zijn Ophelia (waarvan ik een foto vergat te nemen blijkbaar). Ik hou wel van hun dromerige nostalgische kunst met vaak een ginger beauty centraal.


Links: John Singer’s ‘Lady Macbeth’. Rechts: John William Waterhouse, ‘The lady of Shalott’. Deze twee trokken duidelijk meer mijn aandacht dan Ophelia, oeps!
Buiten aan het museum staat ook een standbeeld van Millais. Er zijn daarnaast ook werken van Frederic Leighton (je weet wel, die van Leighton House dat we eerder bezochten) en bijvoorbeeld Rossetti.


Links: zeer mooi zaaltje vond ik. Rechts: de collectie van William Turner, ooit wil ik wel eens terug als ik wat meer van de man en zijn werk afweet.
Het museum pakt dus vooral uit met zijn enorme collectie Turners, de artiest schonk zijn werken bewust aan de natie. Tijdgenoot John Constable is nooit ver weg en kan je dus ook voldoende spotten.
Bij de moderne kunst afdeling vind je ook enkele grote namen zoals David Hockney en Francis Bacon en in de hoofdgang etaleren hedendaagse kunstenaars hun werk.


Ik weet niet of het kwam omdat we er redelijk vroeg waren (we liepen er denk ik tussen 10u en 12u rond), of omdat het er zo groot is, maar het was er nooit echt druk. Tate Britain ligt natuurlijk wat verder weg van het toeristische hart van Londen. Maar de kunst is echt wel van hoog niveau en ik vond het een enorm inspirerend bezoek. Zeker de moeite waard! Dichtstbijzijnde metrohalte: Pimlico.
Verder dan Tate Britain hadden we de dag niet echt gepland, we besloten de metro te nemen tot aan Sloane Square in hartje Chelsea. Eerst aten we iets bij Comptoir Libanais om nadien een bezoek te brengen aan de Saatchi Gallery.


Saatchi Gallery is een hedendaagse kunstgalerij, geen museum dus. Je kan de expo’s wel gratis bezoeken. Ze zitten op deze locatie sinds 2019. Het is een enorm mooi neoclassicistisch gebouw met een park voor.


Wat ze er tonen verandert voortdurend: van schilderijen, tot installaties, tot filmproducties. Het zijn mooie grote zalen en er is een leuke shop. Dichtstbijzijnde metrohalte: Sloane Square.
Misschien wat arty allemaal, maar ik merk zelf: hoe meer ik musea bezoek en met kunst bezig ben, hoe kleiner de stap wordt om in een volgend museum of zo’n kunstgalerij binnen te stappen. Ik laat het idee ook los dat ik alles hoef te snappen of mooi moet vinden. Kunstbeleving is per definitie iets persoonlijk, en je hoeft niet uren door te brengen in een museum. Soms is er even binnenspringen en iets zien dat je inspireert of raakt voldoende.
Na deze galerij besloten we van Chelsea naar Hyde Park te wandelen, omdat we wisten dat daar een pompoen van Yayoi Kusama stond, ter ere van haar expo in Victoria Miro die we eerder bezochten. De architectuur van Chelsea en het nabijgelegen Belgravia vond ik ook mooi.


In Hyde Park hing een fijne herfstsfeer, ook al regende het. De pompoen van Kusama stond ergens in de omgeving van The Serpentine Gallery, dat is weer een andere kunstgalerij. Wat toegankelijker dan Saatchi denk ik, want ze hebben een paar kleine paviljoens doorheen het park en verder staat er ook gewoon kunst in openlucht.

We liepen binnen bij één van de paviljoens en vonden de pompoen eerst niet en dan plots wel, in de buurt van Kensington Palace.


The Serpentine South Gallery, van buiten af én een foto van de expo binnen.
We dachten eerst nog naar The North Gallery van de Serpentine te wandelen, daar is nog meer te zien, maar het regende dus gingen we ergens koffie drinken.


Een levensgrote Kusama en ik had een bijpassende jas aan ;). De pompoen staat er ondertussen niet meer.
Nadien was het wel weer wat droger en wandelden we via Buckingham Palace naar Westminster om uiteindelijk op Trafalgar Square te eindigen. En zo hadden we weer een groot aantal wijken van Londen doorkruist op één dag en was de kaars uit :).

Ben jij al eens in een kunstgalerij geweest?
Alle Londen food tips vind je trouwens in deze blogpost die ik regelmatig bijwerk.
Op mijn reisgidspagina vind je een handig overzicht van alle bestemmingen die ik bezocht en de bijhorende blogposts die ik erover schreef. Zo vertrek je nooit zonder inspiratie op vakantie.














































































































































































