Close

Augustus

Augustus is meestal mijn favoriete maand en ik keek dit jaar echt enorm hard uit naar onze tweeënhalve week vakantie. Maar eerst waren we nog een weekendje thuis en we genoten van enkele gratis concerten in de buurt. Het weer begin augustus was even wat minder, maar dat hield ons niet tegen.

En dan vertrokken we op onze roadtrip naar de Cotswolds. Een uitgebreid verslag van wat we deden vind je in deze blogpost. Maar ik kan alleen maar zeggen dat ik geweldig heb genoten van mijn favoriete land met prachtig weer en zoveel moois. De vrijheid die zo’n roadtrip geeft is echt aan te raden. Mentaal was het heel rustig in mijn hoofd. Het enige waar ik over moest denken is ‘Waar gaan we straks naar toe of wat eten we straks?’. Op vakantie is het leven zo simpel.

Fysiek was het wel zwaar. De heenreis met veel vertraging hakte er al in en vooral de laatste twee dagen zat de vermoeidheid hoog. We hebben lang getwijfeld om de vakantie wat langer te maken, maar uiteindelijk was ik toch blij dat we na 9 dagen weer thuis waren (deze keer zonder vertragingen).

We namen meer dan 1.000 foto’s ofzo dus ik ben er nog niet allemaal door. Ondertussen zijn de camera foto’s wel bekeken. Dus hieronder nog een kleine selectie.

Toen we terug kwamen van Engeland hadden we nog meer dan een dikke week vakantie over. Die begon goed. Eerst wat uitblazen, nadien een dagje naar de wellness en met een vriendin wat rondwandelen in Mechelen (en Bretoense pannenkoeken eten bij Rozell). Maar ondertussen werd het lief ziek en na enkele dagen kreeg ik het ook, dus eindige de vakantie in bed met een dikke verkoudheid. En dat vond ik gewoonweg KUT.

Ook de eerste dagen van de werkweek moest ik me er een beetje doorslepen. Ik heb veel minder kunnen uitrusten dan ik had gehoopt. Maar het is nu zo. Het gaat min of meer wel wat beter na mijn CMV-besmetting, maar mijn immuniteit, daar is nog werk aan. Ik hoop stilaan alle virussen afgevinkt te hebben zodat ik een rustige winter tegemoet ga (haha, mocht het zo simpel zijn).

Links: de postkaartjes van de vakantie werden al omhoog gehangen. Een hele collectie deze keer, in Engeland vond ik makkelijk kaartjes. Rechts: Mechelen <3, door mijn ziekte moest ik de geweldige line-up van Maanrock dit jaar missen en ik baalde als een stekker.

In die eerste werkweek viel ook mijn 32ste verjaardag (snot en een volle mailbox op mijn verjaardag, hoera! En ik had ook nog eens PMS). Dit jaar had ik daarvoor niet echt iets speciaals gepland en ik keek er eerst wat tegenop omdat ik soms wat te veel nadenk rond mijn verjaardag. Grappig genoeg schreef Kelly net die week een nieuwsbrief over haar probleem met verjaren en ik herkende me er helemaal in (ik kan niet linken naar de nieuwsbrief merk ik dus hieronder een quote).

“Sinds ik er met anderen over praat, blijk ik lang niet de enige die een lastige relatie heeft met jarig zijn. Niet met ouder worden an sich, daar zie ik absoluut het privilege van in. Maar wel met het relationele, het emotionele, wat het is en misschien zou moeten zijn.”

Maar uiteindelijk kwam ik toch best makkelijk door de dag en zat ik iets minder met dat gevoel dan de afgelopen jaren. Een collega had eclairs gekocht, het was prachtig weer dus ik haalde Magnums ter traktatie en ik kreeg leuke cadeautjes van een teamgenoot. Soms is mijn werkplek alsnog een hele mooie plek om te zijn <3.

Ik voelde deze maand ook de nood om hier wat meer columnachtige content te brengen en zoals je in die laatste las ben ik echt niet klaar voor de herfst. Ik zit nog in ontkenningsfase.

Gelezen

Door de vakantie en met ziek te zijn werd er iets minder gelezen, maar ik las wel een klepper van een boek uit.

  • Medusa van Rosie Hewlett. Een dunnere Griekse mythe hervertelling over Medusa’s tragische leven. Heel feministisch dit. Ik was een grotere fan van Hewlett’s Medea, maar dit was haar debuutroman en die mag er zeker zijn.
  • Watch the lady van Elizabeth Fremantle. Een wat ouder boek van één van mijn favoriete schrijfsters over Penelope Devereux, de zus van Robert Devereux, hertog van Essex en één van de grote favorieten van Elizabeth I. Een boek vol Tudorintriges dus. Niet haar allerbeste, maar wel genoten!
  • Daughters of Rome van Kate Quinn ging mee op vakantie en is een soort prequel van het eerste boek uit de reeks Empress of Rome. We volgen de latere keizerin Domitia tijdens het jaar van de vier keizers, een gruwelijk jaar uit de Romeinse geschiedenis. Heel boeiend en goed geschreven dit. Hier en daar wel een flink loopje met de realiteit :).
  • The evening and the morning (De ochtend en de dageraad) van Ken Follett. De dikke pil waarvan sprake en het laatste deel uit de Kingsbridge serie dat ik nog moest lezen. Een soort prequel van Pillars of The Earth, je ziet Kingsbridge letterlijk geboren worden en dat was fijn. Typische Follett verhaallijnen en personages ook. Ik zit altijd meteen helemaal in zijn boeken en ze voelen helemaal niet als 900+ pagina’s.

Et voila, dat was het weer voor augustus. Hoe gaat bij jou de overgang naar september?

Niet klaar

Ik ben er nog niet klaar mee. Met de zomer. Met de warme dagen. Met leven in buitenklompen en mijn jas steevast aan de haak.

Ik ben er nog niet klaar mee. Misschien omdat ik de afgelopen maanden me zo vaak zo ziek voelde en vanop de zetel naar de zomer heb moeten staren. Misschien omdat we dit jaar zo’n fantastische blauwdruk van het concept zomer hebben mogen ervaren, na een jaar van regen.

Misschien nog wel veel meer omdat ik de winterversie van mezelf een pak minder leuk vind.

Ik treur met de bruine schijn nog op mijn huid geplakt, alvorens genadeloos af te pellen. Met mijn haarkleur een tint lichter geworden door de zon. Met de bus zonnecrème die bijna is uitgeknepen. Ik grijp die laatste zonnestralen op het terras vast zoals een kleuter met z’n moeder doet op de eerste schooldag.

En ja, ik treur voordat het echt voorbij is. September en oktober kunnen nog mooi zijn. Er komt nog een zuiderse citytrip aan. Er kan schoonheid gezocht én gevonden worden in ieder seizoen. Maar ik wil geen na in de nazomer.

Mocht Pommelien Thijs me de vraag stellen die vandaag zo vaak door de radio knalt dan is het antwoord voluit ‘Neen.’ ‘Ik ben er nog niet klaar voor.’

Hoe ga jij om met de overgang van de seizoenen?

Onze roadtrip door de Engelse Cotswolds: praktisch, reisplanning en links rijden in Zuidwest Engeland

In een ver verleden schreef ik al eens een overzichtspost (bv. van Malta of Roemenië) van één van onze rondreizen die je zou kunnen helpen om zelf een tripje te plannen. En dat wil ik ook graag doen van onze roadtrip in Zuidwest Engeland in augustus 2025. Dus vandaag geen hopen foto’s, maar praktische informatie over de invulling. En onze ervaring met links rijden.

Ik geef nog graag even mee dat we onze volledige trip zelf betaalden en dat we niet werden gesponsord, dus alle reclame die ik maak is vanuit een eigen positieve ervaring (ik zeg het er voor de zekerheid maar even bij).

Zuidwest-Engeland & Cotswolds

Heel wat mensen kijken vreemd wanneer ik zei dat we onze zomervakantie zouden spenderen in Engeland. Ik ken niemand die er op vakantie gaat en toch kwamen we er voortdurend Vlamingen en Nederlanders tegen :).

Onze reis naar Engeland had twee grote redenen:

  • Ik ben gek op het land en de geschiedenis. Er rond rijden met de auto stond dus al jaren op de bucket list. Engeland leek ons qua verkeer en wegen ook een goede eerste ervaring, alvorens we de wegen in Schotland of Wales zouden trotseren. Dus we kozen bewust nog niet voor die meer populaire bestemmingen.
  • Engeland in de zomer is niet te heet. Ik hou van Italië en Spanje, maar in de zomer vind ik het er te heet en te druk. Er was een hittegolf in België, dus ook in Engeland hebben we temperaturen van 30+ graden gekend. Het kan natuurlijk ook echt veel regenen, daar kan je flink pech mee hebben. Maar meestal mag je uitgaan van het vier-seizoenen-op-één-dag principe of ga in het hoogseizoen en vaak heb je geluk met het weer dan.

Ik spreek van Zuidwest Engeland, daar kan je over discussiëren. De Cotswolds is een natuurgebied (“an area of outstanding beauty”) in het midden van het land en was wel de centrale focus van onze trip. Al zijn we daar ook wel wat buiten getreden. Je zou in dezelfde tijdspanne heel wat verder kunnen rijden en meer zaken kunnen meepikken. Maar wij kozen ervoor om echt rond onze verblijfplaatsen alles te zien wat we interessant vonden.

Links: Oxford. Rechts: tuin van Snowshill Manor.

Vervoer en verblijf

Omdat alles in de Cotswolds dicht op elkaar zit, besloten we om te kiezen voor drie verschillende verblijfplaatsen en niet elke dag te wisselen. Het is toch wat aangenamer om je spullen te laten liggen soms. En we wilden ook wel zelf ons ontbijt kunnen maken en de mogelijkheid hebben om zelf te koken (want elke avond pub food, is wat veel).

We kozen voor Oxford als uitvalsbasis om de auto te huren. Zo reden we een soort cirkel. Uiteraard kan je er ook voor kiezen om de auto op een andere plek in te leveren.

Om in Oxford te geraken, namen we eerst de Eurostar van Brussel-Zuid naar Londen, om nadien in Londen Paddington Station een trein te nemen naar Oxford (met GWR). De trein Londen-Oxford is slechts 40 minuutjes en je moet nog een beetje tijd voorzien voor de overstap via de Londense metro van St. Pancras naar Paddington. Als je vroeg genoeg boekt bij Eurostar kan je voor zo’n 100 euro per persoon heen en terug en off-peak return treinticket Oxford-Londen koste zo’n 38 pond per persoon. Als alles goed sta je zo na een halve dag in Oxford.

  • In Oxford sliepen we eerst twee nachten in het Premier Inn Westgate hotel. Geen aanrader vond ik (veel te warm of te koud door de airco, douche was matig), maar het was het enige nog beschikbare en niet te dure hotel toen wij boekten én de locatie is wel heel goed. Oxford blijkt een dure stad om te slapen met niet veel hotels. Dus boek op voorhand.
  • Daarna sliepen we 3 nachten in Box Cottage, in Broadwell. Dat is een piepklein gehucht vlak boven Stow-on-the-Wold (het hart van de Cotswolds) met slechts één pub en verder heel veel rust. Zeer fijn huisje!
  • Daarna sliepen we nog 2 nachten in het dorpje Box, vlakbij Bath, meer onderaan de Cotswolds. Hier huurden we een cottage met de slaapkamer mee in de living (een studio dus zeg maar). Ook zeker een aanrader.
  • Op onze laatste avond sliepen we nogmaals in de Premier Inn in Oxford, alvorens via Londen terug met de Eurostar naar huis te gaan.

De auto huurden we via Sunny Cars. Zij hebben een gegarandeerde all-in verzekering en werken met onderverhuurders ter plaatse. In Oxford is dat Europcar die op een industrieterrein iets buiten de stad zitten (nog net op wandelafstand van het centrum). Alles ging super vlot en we kregen een auto die helemaal in orde was en we hadden geen gedoe. Daar moet je natuurlijk wat geluk mee hebben, maar door de all-in verzekering had ik niet echt veel stress. Je kan Sunny Cars ook steeds in het Nederlands bereiken, wat ik een enorme plus vind.

Links: Lower Slaughter. Rechts: Bristol

Onze tips om links te rijden

Links rijden, ik had er al veel over gehoord. De ene vindt het een eitje, de andere een beetje eng. Het was de reden dat we Engeland boekten en nog niet Schotland, omdat we nu nooit ver moesten rijden en zo even konden wenen.

Wel, bleek dat allemaal even goed mee te vallen. Ik vond er helemaal niets aan. Links rijden went zo snel! Maar er zijn wel een aantal praktische zaken die ik kan meegeven:

  • Huur een Engelse auto met stuur aan de juiste kant voor links rijden. Ik denk dat het veel moeilijker is met een Belgische auto omdat je dan aan de verkeerde kant zit en niet de juiste dingen ziet als chauffeur.
  • Huur een automaat. Schakelen met je andere hand leek ons de hel. En met een automaat kan je vlot de beklimmingen over en moet je niet bezig zijn met een handrem ofzo.
  • Check op voorhand waar je wil parkeren. Links evenwijdig parkeren is misschien nog een stap te ver. Wij vonden in bijna elke plek een parkeerterrein aan de rand van het dorp of de stad, zo moest evenwijdig parkeren niet.
  • Een goede co-piloot is immens belangrijk. Iemand die jou er aan herinnert dat je links moet houden bv. wanneer er niemand is (want ja, het gebeurt dat je plots per ongeluk weer rechts gaat rijden). Wij werkten ook met ‘korte bocht’ en ‘brede bocht’ tegen elkaar te zeggen op het moment dat we moesten afslaan. Geen links-rechts verwarring zo.
  • Let op bij rotondes! Het verkeer komt er van de andere kant. In Engeland is er ook een systeem van rotondes met meerdere rijvakken en verkeerslichten. De bedoeling is dat je voorsorteert volgens de afrit die je moet hebben. Moet je dus de eerste afrit hebben, dan ga je helemaal links staan. Maar moet je de derde afrit, dan moet je het uiterst rechtse vak nemen en op een gegeven moment van vak veranderen. Klinkt heel chaotisch, maar er zijn meer dan genoeg lijnen op de grond die aangeven waar je naartoe moet.

Enkele sfeerbeelden van de kleine tweerichtingsstraten en soms moet je ook door een beek rijden.

Britten zijn sowieso veel hoffelijker in het verkeer dan Belgen. Wij reden door hele kleine straatjes waar je elkaar niet altijd kon passeren behalve op lay-by’s en tegenliggers gingen altijd mooi mee aan de kant of deden teken met hun lichten. Daar moet ik hier in mijn eigen Belgische straat zelfs niet op hopen ;).

Onze reisplanning

En dan nu een korte samenvatting van wat we tijdens de trip allemaal deden.

Dag 1: reizen en Oxford

  • Na een halve dag reizen waren we al doodmoe, in Oxford kan je makkelijk 2 dagen rond wandelen en dingen bezoeken, dus ik ben blij dat we daar voldoende tijd voor hebben genomen. Wat een fijne stad, het is er wel altijd een beetje druk denk ik.
  • In de namiddag bezochten we Christ Church, de kathedraal van de stad en meteen een eerste college van de universiteit. Prijzig, maar ik vond dit echt zwaar de moeite (de audiogids is ook echt goed!). Opgelet: elke vrijdag geven ze tickets voor de week erop vrij en die tickets gaan hard. Op tijd reserveren dus.

Christ Church

Dag 2: Oxford

  • Een citytrip dagje! We boekten deze walking tour met bezoek aan de Redcliff Camera van de Bodleian library. Heel fijne kennismaking met de stad.
  • We gingen ook naar binnen bij een college. Er is veel keuze, maar ons oog viel op New College, want hoewel de naam iets anders suggereert is dit één van de oudste colleges van de stad. Maar ook Magdalen College en Merton College zouden goede keuzes zijn.
  • We beklimden ook de toren van de universiteitskerk Saint Mary The Virgen. Echt een prachtig uitzicht, aanrader!
  • Boeken shoppen bij Blackwell’s is ook een must.

Links: zicht op de Redcliff Camera vanuit de toren van St. Mary. Rechts: New College

Dag 3: Blenheim Palace & aankomst in de Cotswolds

  • Vandaag pikten we de auto op en we reden meteen door naar Blenheim Palace. Unesco werelderfgoed! Dit is de plek waar Winston Churchill is geboren en John “Capability” Brown befaamde Engelse tuinen heeft aangelegd. Wij bezochten het paleis met meerdere expo’s en wandelden ook rond in de vele tuinen. Zes uur later waren we moe maar voldaan.

Links: zijkant Blenheim Palace. Rechts: zicht vanaf het openstelde dak.

  • We reden door naar de Cotswolds en stopten meteen bij Stow-on-the-Wold, het dorpje het dichtst bij onze cottage. Stow is altijd redelijk druk en heeft een middeleeuws aandoend minicentrum met oude marktplaats. De noordelijke deur van de St. Edward’s church is vooral een trekpleister: er groeien namelijk twee bomen door en het zou een inspiratiebron geweest zijn voor J.R.R. Tolkein voor de deuren van Durin.

Links: tuinen Blenheim Palace. Rechts: St. Edward’s church, Stow-On-The-Wold

Dag 4: Dagje in de Cotswolds

  • We begonnen heel vroeg bij Broadway Tower, het hoogste punt van de Cotswolds, om van het uitzicht te genieten zonder de drukte. Je kan de toren ook bezoeken, maar we wandelen enkel op de grounds helemaal naar beneden naar het dorpje Broadway.
  • Broadway is echt een etalagedorp met veel winkeltjes en barretjes en een hele mooie High Street. Nadien namen we de Uber naar boven want de klim zou te veel zijn geweest.
  • We reden naar Snowshill Manor & Garden. Een National Trust property. Charles wade legde hier een excentrieke collectie van spullen aan die je in de manor kan bezichtigen. De tuinen zijn daarnaast ook echt prachtig aangelegd.

Links: Broadway Tower. Rechts: Snowshill Manor & Garden

  • We bezocht Chastleton House, een Jakobistisch huis van een adellijke familie met door de eeuwen steeds te weinig geld om het huis goed te onderhouden. National Trust besloot het huis niet te restaureren, maar alles te laten zoals het was. Dit geeft een mooi beeld van zo’n adellijke familiewoning in verval. Ook hier zijn de tuinen fijn om door te wandelen.
  • We stopten kort even in Moreton-In-Marsch, een dorpje met een fijne high street, maar het was er doods dus vonden we er niet zo veel aan.
  • Uiteindelijk reden we toch nog naar Chipping Camden omdat dit voor velen het mooiste dorp van de Cotswolds is. Alle huizen van de High Street hebben namelijk dezelfde kleur van baksteen, en er staat ook een middeleeuwse markthal.

Links: Castleton House. Rechts: Chipping Camden

Dag 4: Sudeley Castle en meer Cotswolds

  • We reden eerst naar Winchcombe, een oud Saksisch dorp dat qua sfeer toch helemaal anders aanvoelde dan de andere dorpjes.
  • De reden daarvoor: we wilden graag Sudeley Castle & Gardens bezoeken. Sudeley Castle heeft een link met meerdere koningen en koninginnen uit de Engelse geschiedenis. O.a. Catherine Parr, de zesde vrouw van Henry VIII, leefde er en ligt er begraven. Het kasteel is vandaag privédomein maar de huidige eigenares stelt het open. Zeer boeiende expo over de geschiedenis van het kasteel, mooie samenhang van de huidige kamers die nog worden bewoond én de ruïne van vroegere vertrekken. En opnieuw: hele mooie tuinen. Sudeley is niet zo bekend, dus het is er veel minder druk dan in Blenheim Palace.

Sudeley Castle

  • Hierna reden we naar Bourton-On-The-Water maar omwillle van het extreem mooie weer was het daar over de koppen lopen. We besloten in Bourton te parkeren en van daaruit naar Lower Slaughter te wandelen. Een super klein dorpje aan dezelfde rivier. Persoonlijk vond ik dit het mooiste dorp dat we hebben bezocht.
  • Nadien gingen we wel nog naar Bourton. Het moet er heel mooi zijn als het er minder druk is. Dus kom vroeg zou ik zeggen. Je kan er wel makkellijk wat eten en drinken.
  • Wanneer de avond viel reden we door naar Burford. Een dorp op een heuvel met opnieuw een super mooie High Street. We gingen er eten in The Angel.

Je kan met de auto best wat dorpjes op zo’n dag zien. Meestal heeft zo’n dorp één of enkele mooie straten. En de drukte verschilt echt enorm per dorp, zo blijkt.

Links: Lower Slaughter. Rechts: Burford

Niet gedaan in de Cotswolds: Bibury met de overbekende Arlington Row (leek ons te druk en te klein om vlot te parkeren), Upper Slaughter (daar zijn we doorgereden, maar er was geen parking), Circencester (hoofdstad van de Cotswolds, hier hadden we geen tijd meer voor), de Romeinse villa in Chedworth, de tuinen van Hidcote manor en we zijn ook niet naar Stratford-Upon-Avon (geboortedorp van Shakespeare) gereden aangezien dat altijd overrompeld wordt door toeristen. Maar dat zijn dus wel allemaal goede opties ook ;).

Dag 5: Bristol

  • Voor we richting Box en Bath reden, gingen we een beetje uit de richting voor een dagje Bristol. We parkeerden aan het station.
  • Bristol is een soort Rotterdam: een hippe havenstad met veel leuke eetplekken, ruïnekerken door WOII bombardementen en wat street art. Maar het was iets minder hip dan ik had verwacht, er is namelijk ook heel veel geschiedenis en cultuur nog te vinden.
  • We bezochten de gotische pracht van St. Mary Redcliff, de prachtige Bristol Cathedral en het Bristol Museum & Art Gallery (alle drie gratis te bezoeken!). Verder liepen we vooral rond in de stad en lunchten we op de St. Nicholas Market.

Links: kleurrijke huisjes aan de haven. Rechts: Bristol Cathedral

Bristol is tof en je kan er langer spenderen dan één dag door bv. ook nog naar het dorp Clifton te gaan en de suspension bridge mee te pikken.

Dag 6: rond Bath

Dit was misschien wel mijn favoriete dag omdat we minder bekende zaken bezochten die allemaal echt heel mooi bleken. Dat we midden augustus tuinen in volle bloei hadden, hielp natuurlijk wel.

Links: Lacock. Rechts: Great Chalfield Manor

  • We begonnen in Lacock, een dorp van vier straten dat heel vaak dient als achtergrond van een historische tv-serie of film. Het hele dorp wordt onderhouden door National Trust. Als je er vroeg bent, heb je het dorp nog bijna voor jou alleen.
  • We bezochten ook Lacock Abbey, bekend van Harry Potter zo blijkt, maar het was het huis van William Fox Talbot, hij nam de eerste foto ooit aan de abdij en is de uitvinden van het negatiefproces. De abdij die werd omgevormd tot een familiewoning was interessant om te zien en er hoort ook een fotografiemuseum bij.
  • Daarna reden we naar Great Chalfield Manor & Gardens. Een onbekende parel uit de National Trust stal. Heel vaak de achtergrond van series en films die zich afspelen in Tudortijden aangezien de manor echt nog die middeleeuwse vibe heeft. Binnen kan je enkel met een begeleide tour die elk uur loopt, en je krijgt een beeld van een goed bewaarde middeleeuwse manor. De tuin is daarnaast echt een pareltje. Echt de moeite waard!

Links: Lacock Abbey. Rechts: Great Chalfield Manor

  • Tot slot, gingen we naar het dorp Corsham waar we Corsham Court bezochten. Een statig huis dat vol hangt met uitzonderlijke kunstobjecten (denk Rubens, Van Dyck, Lippi…) en prachtige uitgestrekte tuinen. Hier was niemand. We kregen in elke zaal persoonlijke uitleg van de medewerkers en de kunstcollectie was van een hoog niveau, helaas mochten we er geen foto’s nemen dus ik kan de binnenkant niet tonen.
  • We reden nog door naar Bradford-On-Avon, een stadje aan de rivier Avon, gebouwd op een heuvel waar nog een oude Romaanse Saksische kerk staat en de brug over de rivier de grootste trekpleister is. Daar aten we iets bij Ravello.

Links: Corsham Court. Rechts: Bradford-On-Avon

Niet gedaan: Dyrham Park, en ook Castle Combe hebben we aan ons voorbij moeten laten gaan. Avebury met de staande stenen hebben we ook moeten skippen.

Dag 7: Bath

  • Bath is een immens drukke stad qua verkeer en ligt ook in een dal, dus we besloten gebruik te maken van één van de drie park & rides waarbij je enkel de bus moet betalen die je naar het centrum brengt. We zaten minder dan 10 minuten op de bus dus dat was allemaal goed geregeld.
  • In Bath kan je heerlijk rondstruinen doorheen de straten met Georgiaanse en Edwardiaanse architectuur, bekend van Jane Austen en Bridgerton. Neem zeker de Pulteney Bridge, The Circus en The Royal Crescent mee.
  • Een must is ook een bezoek aan de Romeinse baden met audiogids. Ja, het is niet goedkoop en het is er best druk, maar het was zwaar de moeite. Unesco werelderfgoed dit en het is binnen nog veel groter en beter bewaard dan ik dacht.
  • Ook een bezoekje aan Bath Abbey is zeker de moeite. Deze gotische kerk heeft een uniek waaierpatroon.

Links: Pulteney Bridge. Rechts: Great Roman Bath.

In Bath kan je nog makkelijk langer zoet zijn door bv. één van de musea mee te pikken of het prior park in te wandelen voor een geweldig uitzicht, maar wij moesten de terugtocht maken naar Oxford en de auto gaan inleveren.

Dag 8: Oxford en naar huis

  • Onze laatste halve dag in Oxford spendeerden we in het prachtige Ashmolean Museum (gratis) waar je dagen in kan verdwalen. Er zijn collecties artefacten van oude beschavingen (Egypte, Grieken en Romeinen, Etrusken…) en ook een collectie Europese kunst. Voor ieder wat wils dus.,
  • Nog een laatste lunch op de leuke Covered Market en nadien via Londen met de Eurostar weer naar huis.

Ashmolean Museum, Oxford

En dat was het dan!

Extra bonustip: als je van plan bent om meerdere domeinen van National Trust mee te pikken – individueel zijn die best prijzig – kan je lid worden bij National Trust in Engeland of bij de Belgische tegenhanger Herita (wat goedkoper is), aangezien zij allen behoren tot de internationale organisatie INTO mag je dus in het buitenland ook gratis binnen bij de domeinen van de lokale erfgoedorganisatie. Zeker een winner qua budget en je kan de rest van het jaar ook in België wat zaken bezoeken dan.

Een lange blogpost dit, maar zo heb je alle praktische informatie meteen gebundeld bij elkaar. Hopelijk haal je er wat inspiratie uit!

Ben jij al eens naar Engeland op vakantie geweest?

Op mijn reisgidspagina vind je een handig overzicht van alle bestemmingen die ik bezocht en de bijhorende blogposts die ik erover schreef. Zo vertrek je nooit zonder inspiratie op vakantie.

Twee letters

‘AF!’ roep ik voor de 9de keer vandaag tegen mijn hond. We doen deze oefening ondertussen al enkele weken. Het is het tweede commando dat we leren. Het eerste was ‘Blijf!’ want ik wil dat hij naast me blijft lopen en niet trekt aan de leiband. Hij leert het stilletjes aan, maar bij de minste afleiding – zoals een andere hond op straat, zeker als het een vrouwtje is – begint hij weer te trekken.

Als ik tegen vrienden zeg dat ik naar de hondenschool ga, vragen ze één voor één of mijn hond al een bal kan gaan halen en terugbrengen. Maar ‘Pak!’ is nog niet aan bod gekomen. Daarvoor is het veel te vroeg.

Een hond moet eerst zelfbeheersing kweken. Discipline komt voor plezier. En daarom wandel ik nu met hem op een pad vol verleiding. Struiken, eten, speeltjes, andere honden… Ik spreek de hond gedegen aan met ‘Af!’ en we lopen verder.

Eigenlijk gek hé, wat twee letters en enkele weken van geduld en training mijn hond kunnen leren?

Ik heb geen hond. En ik heb ook geen zoon.

Wat ik wel heb zijn vriendinnen. Vriendinnen met sleutels in hun hand geklemd, vriendinnen die denkbeeldige telefoongesprekken voeren, vriendinnen die in groepjes fietsen en liefst met een jongen erbij, vriendinnen die vragen ‘stuur je me een berichtje wanneer je veilig thuis bent?’.

Vriendinnen voor wie het een enorm verschil zou maken wanneer mannen ‘afblijven’ zouden verstaan. Net zoals die hond die recht vooruit blijft lopen naast me en alles en iedereen met rust laat. Twee letters, kan dat nog in het curriculum?

Napels #3: een bezoek aan Pompeii

In april 2024 trokken Leen en ik naar de Italiaanse stad Napels voor onze jaarlijkse citytrip. Napels wordt ook wel de buik van Italië genoemd, ze zijn er blijkbaar zot van kerststallen en er is altijd wel ergens een hoek van waaruit de Vesuvius opdoemt. Napels is veelzijdig, Napels is luid, Napels is vuil en Napels voelt nog heel echt. Het werd een fijne kennismaking met deze zonnige stad.

Op onze tweede dag was het meteen tijd voor een uitstapje naar de oude Romeinse stad Pompeii. Pompeii klinkt druk en is voor velen een hoop stenen, maar wij zijn twee Latinisten met een hart voor het oude Rome. En ‘dankzij’ de ramp in Pompeii waarbij een vulkaanuitbarsting een hele stad onder zijn assen begroef, weten we heel veel over het leven van die rare Romeinen. Ik deed nooit een Italiëreis met school dus voor mij was Pompeii de eerste keer :).

Hoe geraak je in Pompeii vanuit Napels?

Met de trein is het eigenlijk heel eenvoudig. Vanuit het centrale Garibaldi treinstation (waar je vanuit heel Napels makkelijk raakt met de metro) neem je de circumvesuviano trein en stap je uit bij de halte Pompeii Scavi (scavi betekent opgravingen). Wij betaalden 13,20 euro heen en terug, dus dat is zeker niet duur.

Alleen moet je je wel verwachten aan een drukke toeristentrein. Zeker als je in de voormiddag vertrekt, wat ik wel aanraad want je bent makkelijk een hele dag zoet in Pompeii. Ik heb mensen bij het instappen heel fel anderen zien verdringen voor een zitplaats. Enfin, ik zag niet de mooiste kant van de mens, maar op een half uurtje ben je in Pompeii (dus ik vond rechtstaan ook niet zo erg).

Hoe was een bezoek aan Pompeii?

Casa de Sirico, eén van de vele villa’s met nog heel wat fresco’s.

Je betaalt 18 euro per persoon toegang (voor alleen Pompeii, je kan ook een combiticket met enkele villa’s kopen) en ik raad aan om op voorhand via de website tickets te boeken om zeker te zijn van een toegang (vooral in het hoogseizoen). Wij gingen op een weekdag in april wanneer ze regen voorspelden, uiteindelijk bleef het mooi weer, maar daardoor was het vrij rustig in Pompeii. Ik kan dus niet oordelen hoe druk het er gemiddeld is. Sowieso is het domein gigantisch. Neem dus zeker een plannetje bij de ingang en als het ergens te druk wordt, sla dan gewoon een zijstraat in.

Ik vond Pompeii best overweldigend. Ik had niet verwacht dat er nog zoveel gebouwen, muren en straten zo goed bewaard zijn gebleven. Ik had meer iets à la het Forum Romanum in Rome verwacht, maar Pompeii is dus veel meer dan dat.

Terme del foro

Je kan nooit alles doen op een dag dus je stippelt best een route uit volgens je interesses. Enkele stops die wij deden zijn:

  • therme suburbane (vlak bij de ingang als je van de trein komt)
  • casa del fauno
  • de basilica
  • het theater en het amfitheater met oefenweide daarnaast
  • lupanare (het bordeel met schunnige tekeningen)
  • terme del foro (heel mooi vond ik)
  • casa di sirico met nog veel fresco’s
  • de oude stadsmuren met een overgebleven wachttoren
  • casa poeto tragico met de mozaïek cave canem (‘Hier waakt de hond’), een gekend iets onder de Latinisten doordat het op de cover stond (staat?) van bepaald lesmateriaal

Links: een bakkerij met de maalstenen nog intact, rechts: mozaïek van Cave Canem achter glas, dus moeilijk te fotograferen

Ook gewoon fijn: door de straten wandelen en op het goed geluk links en rechts afslaan. En de eeuwenoude zebrapaden gebruiken om over te steken. Doe wel goede stapschoenen aan want de ondergrond is niet altijd even makkelijk.

Ze zijn nog altijd volop opgravingen aan het doen. Naar schatting ligt vandaag slechts 1/3de van de oude stad bloot. Het deel hieronder op de foto (genomen vanop de wachttoren) is niet publiek toegankelijk en in de achtergrond zie je enkele archeologische sites die – wie weet – een volgende keer wel te bezichtigen zijn.

Kom je op een zonnige dag dan raad ik aan om voldoende water en snacks zelf mee te brengen want er is amper schaduw. Het blijft een archeologische site dus binnen heb je wel WC-voorzieningen, maar geen restaurants. Daarvoor moet je het moderne Pompeii in. Wij hadden een bewolkte dag en dus viel de temperatuur, net als de drukte, goed mee.

Links: de basilica, in tegenstelling tot wat de naam doet vermoeden was dit geen religieus, maar wel een wereldlijk gebouw (wij hebben de structuur dan ‘gestolen’ om er ons Christelijke kerken op te baseren en daar is de naam basiliek van afgeleid). Rechts: het theater dat in de zomer wordt gebruikt voor voorstellingen, het witte gedeelte is gerestaureerd.

Het nadeel aan Pompeii is dat het er zo groot is dat je je er kapot kan lopen. Op de duur beginnen de zaken ook op elkaar te lijken. Tegen de helft van de namiddag hadden we dus zin om ons te zetten en iets te eten. We doken binnen bij pizzeria I matti voor – in mijn geval- een pasta (want pizza hield ik voor in Napels). Heel groot en toeristisch daarbinnen, maar met het eten was niets mis. Nadien namen we de trein terug die veel minder druk was, aangezien de mensen gespreid terugkeren naar de stad.

Zou ik er opnieuw naar toe gaan? Absoluut! Ik heb het gevoel dat ik nog steeds veel moet zien daar. Daarnaast zou ik ook Herculaneum eens willen doen omdat daar nog meer fresco’s te zien zijn en het meer behapbaar zou zijn op één dag. Of enkele andere opengestelde Romeinse villa’s in de buurt. Er is rond de Vesuvius nog zoveel Romeinse geschiedenis te ontdekken!

Ik heb met Pompeii toch iets kunnen afstrepen dat al heel lang op mijn bucket list stond. Ik denk wel dat het een ‘love it or hate it’ verhaal is. Voor sommigen is dit waarschijnlijk een hoop stenen die ze veel te lang in warme omstandigheden moeten trotseren. Maar hou je van geschiedenis en zie je wat wandelen op een dag wel zitten? Dan is dit sowieso de moeite!

Ben jij als eens in Pompeii geraakt?

Op mijn reisgidspagina vind je een handig overzicht van alle bestemmingen die ik bezocht en de bijhorende blogposts die ik erover schreef. Zo vertrek je nooit zonder inspiratie op vakantie.

Mag vakantie nog gewoon vakantie zijn?

Mag ik eens een lans breken voor het feit dat vakantie soms ook gewoon maar vakantie is. Wat tijd weg van je werk. En dat er dan niets moet?

Je moet niet naar het buitenland. Je moet niet terugkomen met zotte verhalen. Of honderden likes verzameld hebben op die Instagramfoto. Of terugkeren met hernieuwde ideeën omdat je even afstand hebt kunnen nemen. Want afstand kan veel doen. Misschien ook net je problemen zichtbaarder maken.

Je mag gewoon terugkomen met een koffer vol vuile was, een zonnebril die eens gekuist moet worden en dat stiekeme gevoel dat je blij bent weer je in eigen bed te slapen.

Of zoals een collega antwoordde wanneer ik vroeg wat ze tijdens haar drie weken vakantie ging doen. ‘Dat weet ik nog niet, ik ga gewoon elke dag kijken waar ik zin in heb’. Zo simpel kan het zijn.

Dit is voor iedereen die geen plannen heeft tijdens z’n vakantie, voor iedere ouder die stiekem uitkijkt naar 1 september, voor de toerist die net terug aan het werk is en al zuchtend uitkijkt naar de volgende vrije dagen, voor de avonturier die nostalgisch terugdenkt aan die eindeloze festivalzomers van toen en nu midden in een al even eindeloze verbouwing zit, voor de uitsteller die allerlei plannen had gemaakt en op z’n laatste vakantiedag moet toegeven dat daar niks van in huis is gekomen, voor de single vrouw die vaak over het hoofd wordt gezien en haar sportlessen en collega’s mist terwijl ze vrolijke gezinsfoto’s ontwijkt online, voor zij die de stapel bibboeken ongelezen terug moet binnenbrengen, voor iedereen die zonder life changing keuze terugkeert naar het werk want soms is niets doen al life changing genoeg.

I hear you. Het is oké. Vakantie is ook maar gewoon vakantie. Een break. Ook van al dat moeten.

Juli

Jawadde, het is alweer augustus – mijn favoriete maand van het jaar! Maar dus eerst een terugblik op juli, met alweer wat ups en downs.

De maand begon met een trouwfeest van één van de collega’s – en ook al waren we er door de vakantieperiodes maar met een kleine groep – het was een ontzettend mooie, fijne en lange avond! Ik mis dat dansen op een feestje soms zo hard, dus ik geniet van elk moment dat ik krijg. Sowieso één van de beste avonden van het jaar tot nu toe.

Ook grappig: op het trouwfeest konden we allemaal een stukje van ‘De kus’ van Klimt schilderen. Zeer mooi idee, maar ook wel weer toevallig dat ik twee weken na dat ik het in Wenen in het echt zag, Klimt en dat schilderij – mij voor de trip niet zo bekend – weer tegenkwam.

Na het trouwfeest werd het lief ziek, een stevige coronabesmetting. Om één of andere reden heb ik dat virus niet ook opgepikt, waarschijnlijk omdat één van de infecties die ik in het voorjaar had al covid zal zijn geweest. Goed nieuws voor mij, maar het betekende wel twee weekends waarin we eigenlijk het huis niet uitkonden en net nu het zo’n mooi weer was.

Hoe gaat het dan met mijn gezondheid? Aan het begin van de maand had ik nog een enorm slechte week door het CMV-virus, ondertussen merk ik elke week beterschap met de vermoeidheid dus ik hoop dat de ergste infectie is geweken. En minder moe zijn, betekent dat ik eindelijk terug wat kon sporten, hoera want mijn rug heeft dat nodig!

Daarnaast blijf ik sukkelen met de ijzerpillen die ik moet nemen en heb ik ondertussen besloten om er tijdens mijn vakantie mee te stoppen. Het is me momenten echt wel te veel dat ik zoveel kwaaltjes heb en niet weet waar ze van komen. Maar ik voel me dus echt al wel beter dan een maand geleden.

Links: de Dwaaltuin. Rechts: Kunstenares vraagt aandacht voor het vrouwelijk lichaam in de geneeskunde.

Gelukkig waren er ook nog wat hoogtepunten. Er waren meerdere sociale momenten met de collega’s, waaronder een begeleide wandeling van de nieuwe kunstroute in Leuven ter ere van 600 jaar KU Leuven. Hele fijne route, helaas viel de gids wat tegen. Laat ons zeggen dat zijn boomergehalte nogal hoog was en dat hij niet op dezelfde manier naar de rechten van de vrouw kijkt als ik. Ik denk dat als de rondleiding iets langer had geduurd ik ruzie was beginnen zoeken, want zijn uitspraken zaten me soms hoog – bij de hele groep trouwens. Deze feminist zit blijkbaar snel op haar paard, oeps!

Links: een gedicht aan de Sint-Lambertuskapel. Rechts: Berlinde De Bruyckere in het Van Dale college

Er werden ijsjes gegeten, af en toe een spelletje gespeeld en heel erg hard gewerkt want op kantoor blijft de drukte enorm (ik klaag niet want we zitten daardoor als agency in een enorme luxepositie, maar ik hoopte stiekem op wat meer rust tijdens de zomer). Er werd enorm genoten van de Tour De France femmes. Als je weet dat ik enorm hard opkijk naar Pauline Ferrand-Prévot zeg ik genoeg denk ik ;).

Ik vond de regen jammer op het einde van de maand – sorry herfstliefhebbers, maar de herfst en winter zullen nog lang genoeg duren – waardoor er minder op het terras werd gezeten dan ik hoopte. Maar het is nu vooral uitkijken naar augustus: 2,5 weken vakantie en in Engeland geven ze alvast zonneschijn.

Gelezen

Ik heb nog wel wat gelezen deze maand:

  • Hamnet (zelfde titel in het Nederlands) Maggie O’Farrell. Ik las Hamnet uit, een mooi boek over het verdriet van ouders om hun zoontje, in de context van William Shakespeare. Het is niet mijn favoriete boek van O’Farrell, maar ik begrijp helemaal waarom dit zo’n hype was. Wel het lezen waard!
  • Cleopatra’s shadows van Emily Holleman. Een fijn, onbekend boek over de twee zussen van Cleopatra, dus laat je niet misleiden door de titel van het boek want van Cleopatra zelf zie je weinig ;). Ik wil zeker het vervolg eens lezen.
  • Carnival of Lies van D.V. Bishop is het nieuwste boek in de serie rond Cesare Aldo die in 16de eeuws Firenze allerlei moorden oplost. Deze keer moet hij naar Venetië, een stad waar hij een hekel aan heeft. Heerlijk deel weer van deze fijne serie.
  • Lion hearts (moet nog vertaald worden) van Dan Jones is dan weer het laatste deel van de Essex Dogs trilogie en die Essex Dogs zijn een groepje gewone soldaten die proberen overleven in de Honderdjarige Oorlog. Hun leider Loveday heeft dat bestaan afgezworen en baat nu een pub uit in Winchelsea, maar net daar zullen de Spanjaarden oorlog zoeken.

En zo vloog er alweer een maand voorbij, wat minder foto’s deze keer, maar dat zal ik in augustus ongetwijfeld goed maken.

Hoe was juli voor jou? Had jij al vakantie?

Porto #1: Santo Ildefonso & Bonfim

In juni 2024 gingen we voor 6 dagen naar Porto als onze zomervakantie. Porto leek ons een ideale uitvalsbasis om ook wat uitstapjes te doen naar andere delen in Portugal. Maar al op dag 1 kreeg het coronavirus me te pakken, waardoor we meer in de stad bleven dan verwacht. Gelukkig bleek Porto een fijne stad waar je best veel kan doen, al is het er niet groot. De stad voelt als een soort Leuven in het buitenland. De ideale citytrip voor een lang weekend of voor een luie zomervakantie zoals wij deden.

We sliepen in een moderne Airbnb in de wijk Bonfim, die wijk stond in de reisgids aangeschreven als hip en opkomend. Tijdens onze eerste dag in Porto verkenden we Bonfim en omgeving en ik neem jullie hier graag mee naartoe.

Een klein stukje van Praca dos Poveiros

We sliepen vlakbij het leuke park Jardim Marques de Oliveira aan het Praca dos Poveiros. Waar de bouwvallige huizen afwisselen met hippe en authentieke eetplekken. Typisch voor deze voormalige arbeiderswijk die de laatste jaren aan het heropwaarderen is. Wij kozen voor een snelle pizzalunch bij Pizzaiolo aan het Coliseu, een art deco theater.

Links: Coliseu, rechts: Café Majestic.

Een beetje verder kan je rechts de Rua De Santa Catherina inslaan, de winkelstraat, waar je o.a. ook het chique Café Majestic – dit is dan weer Art Nouveau – vindt, samen met een horde toeristen die er een tafeltje proberen bemachtigen.

Als je nog wat verder wandelt, bots je plots op de blauwwitte tegels – azulejos – van de Capela Das Almas. Meteen een typisch beeld van Porto: de mooie tegels en kerken.

De kapel is opgezet in neoclassicistische stijl en gratis te bezoeken. Ik vond het interieur nog best sober, al zijn er ook binnen blauwe azulejos te vinden. Het is vooral treffend hoe zo’n mooi bouwwerk heel casual tussen de winkels op een drukke straathoek staat.

Om de hoek van de kapel kan je etenswaren inslaan in de mercado de Bolhao. Op de bovenverdieping vind je ook enkele leuke restaurants.

Er hangt die typische vibe van een zuiderse overdekte markthal, ik vind het altijd een must om daar even rond te lopen. De straten rondom de gigantische markthal zijn ook echt heel mooi met kleurrijke gevels.

Als je de Rua Santa Catherina in de andere richting naar beneden wandelt, kom je uiteindelijk uit aan de Igreja de Santo Ildefonso, opnieuw een blauw betegelde kerk vernoemd naar Ildelfonsos van Toledo, een bisschop uit de middeleeuwen.

De kerk is gebouwd in vroegbarokke stijl, al is het bladgoud van het altaar binnen wel echt overdadig. Voor 1 euro per persoon kan je naar binnen en daar hoort ook een minireligieus museum bij dat vooral heel schattig was.

In Portugal en Spanje zijn de barokke kerken vaak nogal too much. Zo ook de deze. Ik mis dan onze eenvoudige gotiek. Maar al dat bladgoud en die zware altaarstukken zijn nu eenmaal deel van de cultuur van het Iberische schiereiland dat lang heeft moeten strijden tegen de Moren – iets dat ik sinds mijn lessen Spaanse kunstgeschiedenis beter begrijp en probeer te waarderen.

Een bezoek duurt niet lang. Buiten aan de kerk staat er ook vaak een gezellige markt op het plein dat de kerk met het Sao Jaoa theater verbindt. Sao Jaoa (Johannes De Doper) is de patroonheilige van de stad. En enkele dagen later op 22 juni zou er een groot volksfeest zijn op zijn naamdag.

Ook nog een beetje verder weg in deze wijk: het Praca da Liberdade, het grootste plein van de stad met het stadhuis centraal. Een barok stadhuis, uiteraard.

Ik voelde me ondertussen zieker worden en dus gingen we terug naar de Airbnb. Bonfim bleek de ideale uitvalsbasis. Een beetje verder weg van het toeristische centrum, maar wel omgeven door fijne koffiezaken en eetplekken. Enkele aanraders:

  • Koffie kan bij C’Alma in een heel mooi pand, of bij Combi Coffee Roasters aan het park voor wie ook wil ontbijten en ook A certain café iets verderop biedt ook ontbijt en koffie.
  • Op het Praca do Poveiros vindt je heel wat eetplekken die lokaal Portugees serveren (maar wij zijn niet zo’n fan van veel vis of vlees op je bord). We gingen bij het iets hippere Antu.
  • Iets verder, maar wel twee keer geweest: Boa, boa voor lekker fusion Aziatisch. Van ramen tot curry’s en uiteraard bao’s. Aanrader!
  • Duello is een gezellige, kleine Mexicaan.
  • En het beste ijs van de buurt en van heel Porto is ongetwijfeld Gelateria Portuense. Je loopt er zo voorbij, maar dit ijs is echt niet te missen!

Ben jij al eens in Porto geweest?

Afknappers in boeken

De zomer is voor velen de ultieme periode om er een boek bij te pakken. En hoewel ik ook in de andere seizoenen heel wat lees, leek het me nog eens een mooi moment om een boekenpost te schrijven. Geïnspireerd door de afknappers van Naomi, deel ik ook graag mijn lijstje van zaken die er voor kunnen zorgen dat ik een boek niet zo goed vind.

  • Instant love. Je weet wel, girl meets boy en ze is meteen verliefd (ook al is hij misschien een slechte man). Een coup de foudre zeg maar die heel het boek nadien beheerst. Ik ben gewoon geen romance lezer vrees ik. Ik stoor me er trouwens even hard aan als deze trope wordt toegepast op holebikoppels.
  • Het scheldwoord ‘fuck’ in historische romans. Zo van die boeken die zich afspelen in de 16de eeuw, maar de personages zeggen evenveel ‘fuck’ of ‘fucking’ als je 16-jarig neefje.
  • Ik heb in historische romans er ook moeite mee als de schrijver een vrouw te hard wil moderniseren en er een feministe wil van maken. Ik snap dat ze vergeten vrouwen een stem willen geven, love it zelfs! Maar niet elke vrouw uit de – pakweg 14de eeuw – vocht voor vrouwenrechten, eerder om te overleven.
  • Een zwangerschap als ultieme happy end. Genre ‘een vrouw maakt allemaal erge dingen mee en verliest de liefde van haar leven, maar gelukkig blijft die liefde bestaan in de vorm van een nieuw leven’. Dit heb ik echt al te veel gelezen en een kind alleen opvoeden terwijl je in rouw bent voor je partner lijkt me ‘fucking’ zwaar.
  • Een zwangerschap na één keer seks. Heel vaak hebben mensen één keer seks gehad en is er dan een zwangerschap om de zaken complex te maken of om iets een ‘mooi’ einde te geven. Het gebeurt in de realiteit natuurlijk ook, maar niet zo vaak als al die boeken doen uitschijnen.
  • Een dier dat gruwelijk sterft terwijl het niet bijdraagt aan het verhaal. Ik kan het niet hebben en ik wil het niet lezen.
  • Een heel boek vanuit het perspectief van een kind. Ik lees regelmatig romans die het leven van iemand die echt heeft bestaan vertellen. Het verhaal opent dan vaak in de kindertijd en dat vind ik prima. Maar een heel boek vanuit het perspectief van een kind, dat vind ik minder fijn.
  • Verhaallijnen die niet worden afgewerkt. Vaak focust een verhaal op één of twee hoofdverhaallijnen, maar zijn er ook nog wat zijpersonages met verhaallijnen die niet altijd worden afgemaakt. En ik wil net weten hoe het hen vergaat. Wanneer introduceer je die verhaallijnen anders?

Ik kan er ongetwijfeld nog bedenken, maar dit zijn de eerste afknappers die in me opkwamen. Waar kan jij niet tegen in boeken?

Wat als we het allemaal al weten?

Ik ben een waarom-persoon. Ik begrijp graag de dingen en ik wil weten hoe ik ze kan aanpakken. En ik ben dus ook echt sucker voor artikels die me beloven daarmee te gaan helpen. Tips om meer schermvrij te leven, om de ideale vakantie te plannen of om gewoon eens even in het nu te zijn.

En het is niet bij te houden: de artikels, podcasts, blogposts, Instagram reels of online cursussen die je kan aanschaffen om meer over jezelf, je gezondheid of je leven te leren en aan de slag te gaan met tips en tricks. Coaches en ervaringsdeskundigen die je vertellen hoe je iets kan verbeteren. We voelen een voortdurende optimalisatiedrang – alsof we levende machines zijn waaraan voortdurend gesleuteld kan en moet worden. Maar al lees je nog duizenden van die tips. Wat als we het al allemaal weten?

Wat als we al weten dat gezond eten, veel bewegen, water drinken, voldoende rustmomenten, minder meldingen op je telefoon en tijd doorbrengen met geliefden (met je volle aandacht) de sleutels zijn tot geluk?

Ik heb al honderden van die artikels gelezen. Het komt altijd weer op die dingen neer. Beperk je schermtijd. Matig met vetstoffen. Slaap voldoende. Ga naar buiten. Beweeg. Spreek fysiek af met vrienden. Mediteer. En ja, er bestaan allerlei varianten (“Drink sap van die zo goed al onvindbare plant en je slaapt als een roos”), maar de grote gemene deler is altijd hetzelfde.

We weten het allemaal. Ik weet het. En ik weet dat weten alleen niet genoeg is. Dat gedragsverandering niet eenvoudig is. Dat je dat moet nudgen. Door je gsm niet naast je bed te leggen, want dan kan je er niet meteen naar grijpen bij het opstaan. Door dat pak koeken niet te kopen en die tros bananen wel. Door je sportkleren alvast klaar te leggen op een zichtbare plek. Jij, ik, we weten het.

We weten eigenlijk heel veel. Maar daarom doen we het nog niet. Er is al eeuwen een discrepantie tussen wat we weten en wat we doen. En die zal er ook altijd zijn. Want aan het einde van een vermoeiende werkdag rij je wel snel nog langs de nachtwinkel voor dat pak koeken en kan je die sportkleren op tafel perfect negeren om nog wat te scrollen op je smartphone. En dat is menselijk.

Wat we misschien nog niet weten is dat we geen machines zijn. En dat die rat race waarin we leven op zich al kwalijk genoeg is. Dat voortdurende gesleutel aan onszelf, die zoektocht naar meer en beter… het hoeft niet. Misschien zal ik bij de teaser van dat volgende artikel verder scrollen en het eens niet lezen. Of nog beter: die smartphone aan de kant leggen en er een boek bij pakken.

Ben jij iemand die op zoek gaat naar tips voor een beter leven? Of doe je je eigen ding?

Over doeboeken en vakantiegewoontes

Ik was als kind tijdens de zomermaanden verslingerd aan van die invul- en doeboeken. Met allerlei opdrachten, testjes, kruiswoordraadsels, korte verhalen… Hetzelfde concept bestaat ondertussen ook voor volwassenen, zo wil ik deze eens ooit uitproberen. Ook Flow Magazine brengt ieder jaar een zomerboek uit met zowat hetzelfde concept: verhalen én creatieve opdrachten.

En hoewel de stapel gewone Flows nog amper in de schuif geraakt (ik sta gemiddeld zo’n half jaar achter, niet handig om over de feestdagen te lezen in de zomer trouwens), kocht ik het toch. Omdat ik gewoon zin had om aan de slag te gaan (het romantische beeld van mezelf aan de terrastafel met dat zomerboek heeft er sowieso iets mee te maken).

Dus met een fluostift en een stel potloden in de hand begon ik eraan. En geen zorgen, dit wordt geen post over mijn kribbels in het zomerboek.

Maar wel over één van de artikels die me deed nadenken over hoe de vakantiegewoontes van je ouderlijke gezin heel vaak in je eigen leven (en dus dat van jouw gezin) sluipen. Uit een soort onbewuste loyaliteit neem je blijkbaar bepaalde gewoontes of aannames over (bv. “een vakantie moet vooral rustig zijn”, “we koken ons eigen potje om geld te besparen”…), terwijl je daarnaast ook soms bewust bepaalde overtuigingen los laat (bv. “ik hoef niet ieder jaar naar dezelfde plek te gaan”).

Ik besefte door de vragen in te vullen dat het lief en ik vooral dat laatste hebben gedaan: de gewoontes van onze ouders losgelaten. Ik ging als kind nooit naar het buitenland op vakantie, maar steeds naar dezelfde plek aan zee. Er was vaak geen duidelijke planning, het was gewoon leven op het ritme van de dag: wandelen, spelen op het strand, een ijsje… En als kind was dat heerlijk, ik hield van die lange zomermaanden.

Vandaag kan ik me de laatste keer dat ik een ‘geen-plan-vakantie’ had niet meer herinneren. Ik trek graag de wereld in en bedenk op voorhand wat ik wil doen daar. Zonder een volledig uurschema te maken weliswaar. Doordacht en voorbereid, maar met ruimte voor spontaniteit. Ik heb dus echt wel het gevoel dat ik nood heb aan nieuwe plekken verkennen.

En tegelijk denk ik nog steeds met nostalgie en charme terug aan het idee van een vakantie op een vertrouwde plek, in een omgeving waar niets moet. Het zit dus zeker nog in mij, maar mijn vakantienoden zijn op dit moment in mijn leven gewoon even anders. Mijn vertrouwde plek, dat is thuis, en op vakantie mag het nieuw zijn, zoek ik die prikkels op en wil ik verrast worden. En dat is prima.

Waarschijnlijk ligt het ideale scenario ergens tussenin: af en toe een rustige vakantie op een vertrouwde plek en tegelijk een prikkelende vakantie in een nieuwe omgeving. Dus misschien moet ik toch nog eens werk maken van dat eerste.

En ondertussen zit ik hier toch maar met mijn doeboek, misschien dan toch iets dat ik heb meegenomen uit die vakanties van vroeger.

Heb jij de vakantiegewoontes van je ouderlijk gezin overgenomen of doe je net iets helemaal anders?

(Noord-)Ierland #8: The Causeway Coast

In augustus 2023 trokken het lief en ik voor onze zomervakantie niet naar de zon, maar naar (Noord)-Ierland – waar we alle seizoenen meemaakten. Vliegen deden we op Dublin, waar we het even verkenden, om daarna door te reizen naar Belfast om het woelige verleden van Noord-Ierland en de prachtige natuur te ontdekken.

Noord-Ierland is meer dan Belfast. Zo staat dit deel van de UK/ het eiland Ierland bekend om zijn Causeway Coast aan de noordkust: een route die je met de auto kan rijden en die je langs de mooiste kusten en oude kastelen brengt. Wij huurden helaas geen auto, maar vonden toch een vlotte manier om met het openbaar vervoer een deel van deze route af te leggen.

Hoe geraak je van Belfast aan de Causeway Coast met het openbaar vervoer?

Het was even wat opzoekwerk, maar dit is hoe wij er geraakt zijn. We namen de trein van Great Victoria Street station (dat is niet ver van de City Hall) met bestemming Derry en stapten af in Coleraine. De trein wordt uitgevoerd door de maatschappij Translink en wij betaalden 18,50 Pond per persoon voor een dagkaart.

Aan Coleraine vertrekt de Coastway Rambler bus (nr. 402), ook van Translink dus je gebruikt hetzelfde ticket. De Coastway Rambler rijdt rondjes tussen Coleraine en Ballycastle. Je kan afstappen waar je wil en dan kan je kiezen in welke richting je weer opstapt. De bus is er ongeveer elk half uur, dus dat was zeker oké. Hieronder geef ik mee welke stops wij gedaan hebben, maar er is uiteraard nog meer te zien.

Dunluce Castle

Dunluce castle is vandaag een ruïne van wat vroeger het kasteel van de clan MacDonnell was. Het kasteel dateert al van de 13de eeuw. Voor 6 Pond per persoon kan je de ruïnes bezoeken. En dat is de moeite, ook omdat je vanaf het kasteel een mooi zicht hebt op de kliffen/kustlijn.

Na de Ierse nederlaag in de The Battle of the Boyne tegen de Engelsen werd het kasteel verlaten. Er gaat een legende de ronde dat de keuken op een gegeven moment in zee zou gestort zijn en dat de vrouw des huizes daarom weigerde er nog langer te wonen. Maar vandaag kan je nog steeds de keuken zien in de ruïne, dus veel waarde wordt er aan dat verhaal niet gehecht.

Dunluce is een populaire stop en ik vind het altijd fijn om in een kasteel rond te lopen, zeker als het een ruïne is. Aan de inkom is een kleine shop waar je ook een plannetje meekrijgt met informatie over de verschillende ruimtes en de geschiedenis.

Na een uurtje hadden we alles gezien en dus stapten we weer de bus op.

Giant’s causeway

De Giant’s causeway is dé trekpleister op deze route. Je ziet het aan het aantal geparkeerde auto’s en de hoeveelheid mensen die er rondlopen. Het was er echt druk, ondertussen kwam de zon er stilaan door. Er is een betalend bezoekerscentrum over de stenen, dat sloegen we over.

We begonnen meteen met de afdaling, de stenen liggen namelijk op zeeniveau dus je moet de klif afdalen (en daarna ook terug naar omhoog). En het is er druk!

The Giant’s causeway is een inham waar lavastenen zijn gevormd door de tand des tijds. De mensen zeiden hiervan vroeger dat de stenen zijn neergelegd door en voor reuzen, dus vandaar de naam ‘Giant’s causeway’. De wetenschappelijke verklaring is dat een vulkaanuitbarsting de stenen heeft doen ontstaan. Dit fenomeen is UNESCO beschermd ondertussen.

De stenen zijn een soort van trappen en tegelijk ook stoelen, maar ik vond het toch oppassen als je er rondstapt. Ik had ook gedacht dat het gebied met deze lavastenen groter was, maar eigenlijk is het zeer geconcentreerd op één bepaalde plek. En daar liep het dus vol mensen.

En die mensen doen de meest gekke dingen. Je ziet hen springen van stenengroep naar stenengroep, dicht bij het water. Soms zelfs hele jonge kinderen die gevaarlijke sprongen uithaalden. En dat terwijl er een stevige wind stond.

Ik vond de stenen dus best mooi en ook de inham heeft super mooie kliffen. Maar ik vond de ervaring van er te zijn met al die mensen niet zo fijn.

Tja, het is nu eenmaal de meest bezochte plek van Noord-Ierland. En de natuur is er echt heel mooi. Ik zou als tip geven om er heel vroeg of wat later op in de namiddag/in de avond te komen, zodat je de plek nog iets meer voor jezelf hebt.

Je kan in de buurt nog wel wat leuke wandelingen doen, maar wij gingen weer naar boven en stapten de bus op.

Dunseverick Castle

De volgende stap zou een korte zijn: op een hoge klif staat een mini ruïne van Dunseverick Castle. Het kasteel stond er waarschijnlijk al sinds de 5de eeuw en raakte in de 16de eeuw ook handen in van de MacDonnells. Tijdens het terreurregime van Oliver Cromwell werd het verwoest.

Het lijkt een stomme stop, maar tussen de twee kliffen is er een soort zee-inham en dat levert mooie natuurpracht op. Als je tijd hebt, kan je dus ook naar beneden wandelen, maar wij bleven boven staan. Er staan picknicktafels dus het is ook een heerlijke plek voor een lunch.

Wat een mooie plek hé

Ballintoy Harbour

De haven van Ballintoy is een populaire spot onder toeristen omdat er een scene uit Game Of Thrones is opgenomen. Wij stapten er af met de bus, maar moesten dan nog een hele weg naar beneden. De haven ligt echt op zeeniveau. Auto na auto passeerde ons, het was er heel druk. Ik vind persoonlijk de haven niet zo speciaal.

We dronken er iets in dat ene café dat ook verschillende cakes had. Je kon er alleen met cash betalen want wifi of mobiele data ontvangst was er niet. Dit is wat ze noemen afgelegen 😅.

Maar eens we waren bijgetankt, gingen we de omgeving verkennen en wauw wat een kusten! De haven is misschien in een aflevering op de tv geweest, maar ik vond toch de omgeving nog veel mooier. De foto’s spreken denk ik voor zich.

Op onderstaande foto spot je dichtbij Sheep island, maar helemaal in de verte linksboven, dat is Rathlin Island. Tijdens de oorlog met de Engelsen schuilde de familie MacDonnell en de verschillende families van de andere clanleden op dit eiland. Vooral omdat Sorley Boy MacDonnell tegen de Engelsen vocht.

Maar die Engelsen – Henry Sidney, Francis Drake en hun kompanen – vielen het eiland aan en hebben zowat iedereen (maar dan 600 mannen, vrouwen en kinderen) genadeloos om het leven gebracht. De hele MacDonnell familie van Sorley Boy overleefde het dus niet. Noord-Ierse geschiedenis, daar word je niet gelukkig van ;).

Bon, ik vond het er super mooi. En daarom is het waarschijnlijk ook terecht een populaire spot. En je zou het niet denken als je deze foto’s ziet, maar tijdens de terugweg naar boven begon het best fel te regenen.

We stapten dus weer de bus op met het plan om nog één stop te maken aan Kinbane Castle. Maar ofwel hebben we die halte gemist, ofwel stoppen ze er niet meer. En dus kwamen we aan in Ballycastle, een kustdorp met meer toerisme. En daar namen we bus terug die ons naar Coleraine station bracht.

Andere populaire stops zijn: de Carrick-a-Rede hangbrug (daar krijg je mij van zijn leven niet op 😅, maar heel populair), het stadje Bushmills waar je whiskey kan gaan proeven en de vele mooie stranden zoals Whitepark Bay.

We zagen dus maar een klein onderdeel van de Causeway Coast, maar wel het bekendste en meest populaire stuk. Ik wil heel graag de volledige route eens met de auto rijden, want de wegen zagen er heel goed te doen uit en je hebt overal voldoende parkeerplaatsen.

Zo’n dag in de natuur was een fijne afwisseling met het stedelijke van Belfast.

Ben jij al eens in Noord-Ierland geweest?

Op mijn reisgidspagina vind je een handig overzicht van alle bestemmingen die ik bezocht en de bijhorende blogposts die ik erover schreef. Zo vertrek je nooit zonder inspiratie op vakantie.

Juni

Wat een prachtige maand qua weer was juni zeg! Het zomermeisje in mezelf werd weer helemaal wakker! Het was een beetje dubbele maand voor mij wel: ik ging op vakantie en dat is altijd leuk. Tegelijk wil de gezondheid nog altijd niet mee.

Aan het begin van de maand werd er nog eens gegeten bij Roots in Leuven, oeps!

Ik zal beginnen met dat slechte nieuws: ik vertelde vorige maand al dat mijn rug wat beterde maar dat ik opnieuw ziek werd en dat er een ijzertekort werd vastgesteld. Er was toen ook een indicator dat ik misschien het CMV virus zou hebben. In juni kwam dan die bevestiging: ik zit met een citomegalovirusinfectie. Een wat? Je kan het zien als een soort klierkoorts, het is familie van de herpesvirussen. Het is niet gevaarlijk, maar je herkent het aan infectiesymptomen zoals keelpijn, verkoudheid, grieperig én een voortdurende vermoeidheid. Check, check, check. Voor mij viel alles op mijn plaats want ik had ooit ook klierkoorts en zo die vermoeidheid in je lijf is toch iets heel anders dan van een nacht niet goed slapen ofzo.

Ik kan niets doen behalve rusten (mijn lichaam moet het virus zelf verwerken) en het kan nog tot enkele weken of zelfs maanden duren voor ik me weer helemaal mezelf voel. Ik had me het begin van de zomer ook anders voorgesteld, maar ik ben blij dat wat ik voel ook bevestigd werd. Mijn rug is door het weinige bewegen en het ziek zijn terug wat verslechterd, maar één ding tegelijk nu: eerst genezen.

Het verlengde Pinsterweekend werd er dus vooral gerust en werd ik daar zelfs wat kattig van: het is mooi weer en zomer, ik wil dingen doen. Maar het lijf wou niet mee en ik vertrok bijna op vakantie. Gelukkig werden eindelijk onze terrasmeubels geleverd, net op tijd. En dus bracht ik al menig uur door op mijn ligbed onder de parasol met een boek. Nieuwe favoriete plek!

Links: Karlskirche. Rechts: Secession gebouw met murals van Klimt binnenin.

Midden juni was het dan zo ver: vier volle dagen in Wenen met Leen. Ook daar gaven ze 30+ graden (en een dag regen). Wenen bleek echt een fijne stad: heel leefbaar (voldoende waterpunten, vernevelaars, veel bomen op straat…), niet te druk of toeristisch en heel mooie statige architectuur.

Links: Staatsopera (wat een gebouw!), rechts: achterkant van het Belvedere (wat echt een super mooi kunstmuseum was).

We bezochten elke dag op het heetst van de dag zeker een museum (Secession, Albertina, Belvedere…), aten heel lekkere dingen (Wenen is de hometown van goede desserts: Sachertorte, Apfelstrüdel en er was ook ijs natuurlijk), keken verwonderd op in de grote en mooie bibliotheek, genoten van een terrasje op de Naschmarkt…

Links: Albertina (ik hou van museumfoto’s met andere mensen op), rechts: pronkzaal van de bibliotheek.

Op de regenachtige dag gingen we normaal naar het Sisi museum in Hofburg, maar Zelenski was net op bezoek in Wenen en dus was het halve centrum afgesloten. Dat was minder, maar als alternatief gingen we Invaders vangen (kleine aliens die de street artist overal ter wereld achterlaat) en hebben we wat Engelstalige boekenwinkels gedaan. Het Sisi museum deden we dan alsnog op de laatste dag (en viel zelfs een beetje tegen).

Links: Sachertorte, rechts: Invader gevonden!

Ik weet niet of Wenen nu meteen mijn favoriete stad is. Daarvoor waren we er te kort en hebben we zo meer de hippe wijken niet kunnen bezoeken. We wilden het ook rustig aandoen want de warmte + vermoeidheid was wel een uitdaging soms. Ik keer zeker nog eens terug, maar dat hoeft niet meteen. Al zijn de musea er wel top en wil ik echt graag toch eens naar Schloss Schönbrunn, waar we nu niet geraakt zijn. En dat openbaar vervoer daar is echt een zegen!

Fototje in de botanische tuin.

De rest van de maand waren er nog een aantal sociale avonden op het werk. In juli wil ik nog voldoende rust nemen en daarnaast ook elk weekend wel iets fijns doen. En dan hoop ik tegen onze vakantie in augustus zoveel mogelijk CMV al te hebben uitgezweet.

Gelezen

  • The last bookshop in London (De laatste boekenwinkel van Londen) van Madeline Miller bleek een fijn tussendoortje over de blitz in Londen. Zeemzoet met momenten, maar verdomme, soms kan je zo’n oorlogsroman gebruiken waarbij niet alles kommer en kwel is.
  • Clytemnestra van Constanza Casati lijkt de zoveelste Clytemnestra hervertelling, maar het is eigenlijk de beste die ik al heb gelezen. Veel focus op haar jeugd in Sparta, haar eerste huwelijk en dan ten slotte haar tijd in Mycenae met Agamemnon en de Trojaanse oorlog. Ik snap niet dat deze nog altijd niet vertaald is. Voor de fans van Circe en The silence of the girls.
  • A schooling in murder van Andrew Taylor is een soort van standalone mysterie over een moord op een internaat in Engeland. Een lerares is van een klif geduwd maar keert nadien terug als geest om haar eigen moord op te lossen. Klinkt speciaal, maar voor mij maakte het boek het niet helemaal waar. Jammer want ik heb al goede boeken van Taylor gelezen.

Al in Wenen geweest? Hoe was juni voor jou?

Mijn favoriete board games #5

Trouwe lezers weten dat ik al eens graag een spelletje speel. Ik lijstte al eerder enkele favorieten op (onderaan deze post vind je alle linkjes), en nu is het tijd voor een volgende lading aanraders. Ik heb ze niet allemaal in de kast staan. Sommige speelde ik met vrienden of in een spelletjescafé. En ik vergeet dus ook regelmatig een foto te nemen.

Land vs. sea

Land vs. sea is een origineel twee-speler-spel voor de fans van Carcasonne. Iemand is land, iemand is zee en je moet zo veel mogelijk afgesloten gebieden proberen leggen en daarbij ook zoveel mogelijk punten rapen. Klinkt simpel, maar je werkt jezelf al eens in nesten tijdens het leggen. Zeker omdat je elkaar hier echt wel de das om kan doen door de ander zijn zee of landgebied uit te breiden :). Ik vind dit leuker dan Carcasonne, maar je kan het dus maar met twee spelen. Deze hebben we wel zelf in huis en komt regelmatig uit de kast aangezien een spelletje niet zo lang duurt.

Lamaland

Gezellig familiespel waarbij je tegels moet leggen in verdiepingen – dat alleen al vind ik een leuk extra mechanisme. Je moet met het leggen van tegels eten verzamelen om lama’s te kunnen voeden en met waar je die lama’s plaatst kan je dan weer scoren dankzij doelkaarten. Een spel dat je snel leert. Ik moet het niet meteen in mijn kast hebben, maar vond het wel leuk om tussendoor eens te spelen.

Evergreen

Een spel waarbij je door het kiezen van bepaalde kaarten bomen en struiken op een wereldkaart kan leggen en afhankelijk van de positie van de zon scoor je dan punten. Deze was even uitzoeken en de kaarten zijn moeilijk te lezen vind ik (beetje verwarrend design). Maar eens je ermee weg bent, kan je naar hartelust bomen planten. Ook eentje die niet per se in de kast hoeft – maar wel spelelementen heeft die ik nog nergens anders gezien had.

Lost Cities

Een kaartspel met zo weinig regels dat je eerst denkt: is het dit? En dan begin je het te spelen en voel je meteen dat er meer aan is dan je dacht. Het is een soort moderne variant van patience in duelvorm. Je moet expedities leggen door cijfers van dezelfde kleur oplopend te verzamelen. Je kan op voorhand voor verdubbelaars kiezen en je moet goed uitkijken wanneer de dekstapel op is want dan kan je plots geen kaarten meer leggen, is het spel gedaan en zit je misschien wel met heel wat minpunten.

Er is een variant met en zonder legbord op de markt (om de kaarten mooier te positioneren). Die zonder zie je hierboven en eigenlijk heb je niet meer nodig dan een simpele tafel in een café. Lost Cities is enkel met twee personen te spelen.

Hieronder de linkjes naar de vorige posts:

Ken jij nog spelletjes die ik zeker eens moet uitproberen?

Over romantiseren en zijn

We doen het allemaal wel eens: het romantiseren van ons leven. We kijken dagenlang, wekenlang, misschien zelfs maandenlang uit naar dat ene moment. Dat ene moment van zijn, want meer is het vaak niet.

Die vakantiedag in een leuke stad, die eerste keer dat je weer buiten kan eten, dat afspraakje met iemand die je al even niet meer zag, het pakje dat er te lang over doet om aan te komen en je kan niet wachten om het open te maken…

We zoeken naar de juiste outfit, maken een playlist, speuren heel het internet af naar wat er perfect bij past. We denken er over na. Misschien komt het zelfs voorbij in een droom. Er zijn wat kriebels de dagen voorheen.

En dan is het moment daar. Dat ene moment van zijn. En nadien is het weer voorbij. De vakantiefoto’s staan in een mapje, misschien heb je ze gedeeld op Instagram of aan je moeder laten zien. De inhoud van het pakje wordt iets van jou en valt niet langer op. En het is zoeken naar een nieuwe datum met die vriend.

Misschien is dat wel exact waarom we aan romantiseren doen. Omdat het zijn zo kort is, proberen we het te rekken. We kaderen de herinnering als het ware al op voorhand in, zodat we op het moment zelf alleen nog de nagel in de muur moeten kloppen. En klaar, weer iets om te koesteren en voor altijd op te slaan. Of om zoek te raken in onze grote doos van vervaagde herinneringen.

Allemaal goed en wel, dat in het moment zijn. Maar door te romantiseren houden we dat zijn net wat langer vast. En misschien is het net wel dat waar het allemaal om draait. Doe jij mee?