Close

Londen #22: Van Holland Park naar Notting Hill (via Design Museum & Leighton House)

In oktober 2024 gingen we op herfsttrip naar de Britse hoofdstad en deden we weer heel wat nieuwe dingen die ik graag met jullie deel. Op onze eerste dag doken we twee kunstmusea binnen. Dag 2 brachten we helemaal door in de wijken Kensington en Notting Hill. We gingen namelijk van Holland Park tot aan Portobello Road, en deden eindelijk twee zaken die al even op mijn bucket list stonden: het Design Museum en Leighton House.

In Holland Park kozen we ervoor om eerst het Design Museum te bezoeken, want dat stond al langer op het nooit korter wordende lijstje van nog te bezoeken musea in Londen. Het Design Museum toont toegepaste kunst. Van gebruiksvoorwerpen, tot industriële producten en systemen tot brand design. Toegang tot de permanente collectie is gratis, voor expo’s moet je soms betalen. Dichtstbijzijnde metrohaltes: Holland Park of Kensington High Street.

Vroeger huisde dit museum op Bankside, maar in 2016 verhuisde het naar Holland Park in een gebouw van het vroegere Commonwealth Institute. Ik vond het een neig gebouw. Er zijn drie verdiepingen in een soort van open atrium, vooral op het derde heb je een uitgebreide permanente collectie. Op het eerste en tweede zijn er tijdelijke displays. De expo’s huizen op de benedenverdieping.

Het is best een luchtig museum: het gaat over hoe design een belangrijke rol speelt in onze samenleving. Door in een webbureau te werken heb ik zelf natuurlijk een sterke link met design. Maar het is wel fijn om de evolutie van een product zoals muziek luisteren of de signalisatie in de Londense metro te zien.

Ik herinner me dat er ook een tijdelijke display was over de vervuiling van de mode-industrie en op dat moment was er een populaire expo over Barbie, na de hype rond de film. Het museum focust duidelijk ook op hedendaagse thema’s.

Soit, ik vind het dus wel een aanrader, ook al ben ik meestal niet van die toegepaste kunstmusea. Het is heel toegankelijk gebracht en het is volgens mij ook heel leuk om met kinderen te doen, er waren ook een aantal interactieve zones.

Daarnaast liepen we natuurlijk Holland Park door. Het was volop herfst dus er lag een gekleurd bladerdek.

Ik vind Holland Park een echt typisch Engels park met sportterreinen en een speeltuin. De gebouwen die er staan zouden een likje verf kunnen gebruiken, maar de sfeer is er gemoedelijk. Ik was er in 2017 al eens geweest en wist dus dat de Kyoto Garden het hoogtepunt is.

De Kyoto Garden is een Japanse tuin en aangelegd begin jaren ’90 ter ere van een Japans festival in Londen. De tuin moet harmonie en rust uitstralen en doet dat o.a. met een grote waterpartij, een watergeval en Japanse beplanting. In de herfst was het nog mooier dan ik me herinnerde. Echt de moeite om langs te gaan.

Hierna aten we ramen en bao’s bij Bone Daddies op de drukke Kensington High Street, vlak aan het Design Museum.

Om de hoek van Holland Park ligt een beetje verborgen Leighton House. Het is de villa van kunstenaar Frederic Leighton, één van de artistieke koppen uit de zogenaamde Holland Park Circle uit de 19de eeuw.

De zeer sobere voorgevel verklapt niet wat er binnen te zien is.

Leighton was niet alleen zelf schilder (hij behoorde tot de Pre-Rafaellieten), maar vooral ook verzamelaar en had een voorliefde voor oriëntaalse interieurs. Ik kende de man zelf niet, maar had wel gelezen over dit speciale huis met mooie ruimtes. Het is een tijdje gesloten geweest ter restauratie, maar sinds 2024 terug open voor publiek. Een toegangsticket kost 14 pond. Je kan eventueel een combiticket nemen met het nabijgelegen Sambourne House, maar dat lieten wij voor een volgende keer.

Je krijgt een audiogids die je wat meer vertelt over Leighton en zijn collectie in elke ruimte. Bij het binnenkomen merk je meteen dat de man een excentrieke stijl had.

Links: de trappenhal. Rechts: de Drawing room.

Blikvanger is de prachtig blauw betegelde arabische hal met gouden koepel. Je krijgt dit eigenlijk niet deftig op de foto.

Op de bovenverdieping vind je de ruimtes waar Leighton ontspande en er hangen heel wat schilderijen aan de muren. Leighton was vrijgezel en woonde er dus alleen.

Daarnaast passeer je de enorme bibliotheek en een wintertuin – de meest recente toevoeging aan villa, een soort veranda zeg maar.

Buiten is er nog een fijne stadstuin en je kan er ook iets drinken. Op een uurtje ben je wel door het huis gewandeld. Leighton House had mijn aandacht getrokken omwille van het speciale interieur en heeft zeker mijn verwachtingen ingelost. Voor wie iets anders zoekt dan The National Gallery of The British Museum. Dichtstbijzijnde metrohaltes: Kensington High Street of Kensington Olympia.

Gekleurde huizen ergens in een woonwijk tussen Holland Park en Portobello Road.

Tijd om nog wat verder te struinen. We wandelden opnieuw het park door en naar de wijk Notting Hill, bekend van de kleurrijke huisjes, de markt op Portobello Road en de gelijknamige film. Ik was er eigenlijk nog nooit deftig geweest.

De bekende boekenwinkel en Portobello Road

We genoten van het zonnetje en de markt die er stond (het was een vrijdagnamiddag dus de markt was beperkter dan die op zondag). Het was druk maar dat kon me niet deren.

Meer Portobello Road en de relatieve rust en ook mooie architectuur één straat verder ;).

We pauzeerden even bij Flying Horse Coffee en wandelden nog wat verder. Ik kocht ergens leuke kaartjes. Verder is er in deze wijk niet per se veel te doen, maar het was de perfecte tijdsbesteding tijdens een zonnige namiddag :).

’s Avonds gingen we nog eten bij Mestizo, onze favoriete Mexicaan in Londen. Alle Londen food tips vind je trouwens in deze blogpost die ik regelmatig bijwerk.

Op mijn reisgidspagina vind je een handig overzicht van alle bestemmingen die ik bezocht en de bijhorende blogposts die ik erover schreef. Zo vertrek je nooit zonder inspiratie op vakantie.

Porto #3: Ribeira & Vila Nova de Gaia

In juni 2024 gingen we voor 6 dagen naar Porto als onze zomervakantie. Porto leek ons een ideale uitvalsbasis om ook wat uitstapjes te doen naar andere delen in Portugal. Maar al op dag 1 kreeg het coronavirus me te pakken, waardoor we meer in de stad bleven dan verwacht. Gelukkig bleek Porto een fijne stad waar je best veel kan doen, al is het er niet groot. De stad voelt als een soort Leuven in het buitenland. De ideale citytrip voor een lang weekend of voor een luie zomervakantie zoals wij deden.

Vorige keer wandelden we van het Sao Bento station naar de oever van de Douro. Vandaag zetten we vanaf hier de tocht verder. Deze wijk heet Ribeira, wat simpelweg ‘waterkant’ betekent. Ribeira vormt het levendige hart van de stad. Hier vind je altijd veel volk dat langs de rivier wandelt of op de terrassen zit.

Ook zeer typisch zijn de vele kleurrijke huizen met typische balkonnetjes. In de kleine steegjes vlak naast de oever vind je veel winkels en restaurants, maar verdwalen doe je er niet want je komt steeds weer aan de Douro en de ponte Luis I uit.

Voor de brug vind je steeds enkele typische portoboten. En kan je ook een boottochtje boeken (dat deden wij op een andere dag).

De Ponte Luis I is dé blikvanger van Porto. Hij werd geopend in 1886, wanneer Luis I koning was van Portugal. De ontwerper, Théophile Seyrig, was een collega van Gustave Eiffel – dat zie je natuurlijk aan zijn werk. Het is trouwens maar één van de zes bruggen die op korte afstand van elkaar de oevers met elkaar verbinden.

De brug bestaat uit een boven- en onderdek. Wij wandelden eerst beneden de brug over, op naar Vila Nova de Gaia. Wil je graag naar boven, dan kan je de kabeltrein Funicular dos Guindais nemen, die langs de oude stadsmuur naar boven klimt.

Ik ben een grote fan van bruggen en dit is zeker eentje van mijn favorieten. De overkant Vila Nova de Gaia is vooral gekenmerkt door de vele portohuizen die je er kan bezoeken. Aangezien ik zelf amper alcohol drink, stond dat niet op ons lijstje.

Zicht op Ribeira vanaf de overkant.

Ook nieuw aan deze kant: het WOW, een gloednieuw cultureel centrum dat meerdere musea huisvest en een mooi dakterras heeft met uitzicht op de rode daken van Porto.

Uitzicht vanaf het Wow.

Je kan er o.a. een museum over wijn, kurk en chocola bezoeken. En ze doen ook mee aan de Instagram hypes met ‘Pink palace’, waar je foto’s van jezelf kan nemen in roze achtergronden. Allemaal ook niet echt ons ding dus we wandelden verder.

Links: de kleurrijke tegeltjestrap van het WOW. Rechts: The rabbit van Bordalo II.

Niet veel verder vind je ‘The rabbit’ van street artist Bordalo II die vaak levensgrote dieren knutselt met allerlei afval en materialen. Hij is het meest actief in Lissabon, maar dit is toch ook een heel bekend werk.

Maar wij waren vooral naar de overkant gekomen om naar boven te gaan. En omdat dit te voet wel wat klimmen zou zijn en ik nog ziek was, kozen we voor de Teleférico de Gaia. Een kabelbaan die je voor 7 euro per persoon naar boven brengt. Ik ben niet zo een held in hangende doorzichtige dingen, maar ik vond dit wel een hele belevenis met een leuk uitzicht op de rivier, de brug en Gaia.

Eens boven wandelden we eerst door de Jardim Do Morro. Hier is het echt genieten van een prachtig uitzicht.

Nog iets meer naar boven vind je het Mosteiro da Serra do Pilar. Het hoogste uitzichtspunt. Zowel het klooster als de kerk hebben een cirkelvormige architectuur. Jammer genoeg is het vaak niet open om te bezoeken.

En vanaf hier kan je dan de bovenkant van de Ponte Luis I over wandelen, op weg naar het Sé district of een terras om je even neer te planten.

Ribeira en Vila Nova de Gaia zijn echt het hart van Porto en dus zeker een must voor je bezoek. Je kan hier op een dag heel wat zien omdat alles heel dicht bij elkaar is. De mooie rode daken langs de rivier, I love it!

Op mijn reisgidspagina vind je een handig overzicht van alle bestemmingen die ik bezocht en de bijhorende blogposts die ik erover schreef. Zo vertrek je nooit zonder inspiratie op vakantie.

De 12 reisfavorieten van 2025

Het is de tijd van de eindejaarslijstjes en ik vlieg erin met een terugblik op mijn reizen van 2025, net zoals in 2024, 2023 en de precovidjaren.

2025 bracht me in Malaga en omgeving, Wenen, Parijs, de Engelse Cotswolds, Londen, Barcelona en Lissabon. Het was dus met andere woorden een belachelijk goed reisjaar – zij het wel steeds binnen Europa want daar voel ik me nog steeds het beste bij (die grote verre reizen, ze komen er wel eens aan).

Ik presenteer mijn favorieten in willekeurige volgorde.

 Een meet and greet met de Sagrada Familia

Over ons korte tripje naar Barcelona, kan ik ook kort zijn. Ik was er met een collega voor een conferentie met het werk en we plakten er één extra dag aan die we doorbrachten in de smalle straten van El Born en het historische centrum en vooral in één van de vele tapasbars.

Op één van de conferentieavonden wandelden we daarnaast naar de Sagrada Familia. Ik was er ooit al geweest, maar totaal vergeten hoe hoog dat gebouw is en hoeveel details er in de gevel zitten. Indrukwekkend toch wel. Een bezoek binnenin staat nog steeds op de bucket list.

Zoals je ziet was toen de hoogste toren nog niet klaar, die stelling is ondertussen weg. En we hadden wel degelijk mooi weer in Barca maar toen we aan de kerk aankwamen hing er regen in de lucht zoals je kan zien haha :D.

Het Musée Jacquemart-André in Parijs

Speciaal voor een tentoonstelling over Artemisia, de barokke schilderes, trokken Leen en ik in mei één dag naar Parijs. De zon scheen volop. De expo zelf was in het – voor mij toch onbekende – museum Jacquemart-André.

Het museum focust op Renaissance kunst en het staat dus sindsdien op mijn lijstje om de lijstje ervan in’t oog te houden. Een prachtig stadspaleis en de expo was zwaar de moeite – zij het een beetje druk door de niet zo grote ruimtes.

Enkele citytripdagen in Oxford

Oxford werd onze uitvalbasis aan het begin én het einde van de roadtrip door Zuidwest Engeland. Ik had een fijne universiteitsstad verwacht en dat kreeg ik ook. Een soort Leuven, maar dan met nog meer historische gebouwen. En veel toerisme.

Oxford in de zomer is druk. Maar toch: het deerde me allemaal niet en ik genoot van ons bezoek aan de Redcliff Camera, New College, Christ Church, het Ashmolean Museum, de boekenwinkels, de Covered Market… Het is echt een fijne stad voor een korte citytrip.

Westminster Abbey in Londen

Tijdens enkele regenachtige dagen in Londen combineerden we een wielerevent met nog enkele nieuwe zaken ontdekken in onze favoriete stad. Uiteindelijk boekten we dan toch eens tickets voor Westminster Abbey (inclusief The Queen’s Diamond Jubilee Galleries waardoor je een zicht hebt van bovenaf – maar helaas mag je daar geen foto’s nemen).

Ik vond het een fantastisch bezoek en bewonderde de hooggotiek, zeker die van The Lady’s chapel, in opdracht van de eerste Tudorkoning Henry VII. Hij ligt er zelf begraven, net als veel grote namen uit de Britse geschiedenis waaronder Elizabeth I, Mary I, Mary Queen of Scots, Edward I, Henry III, Richard II en ga zo maar door.

Ik twijfel soms op voorhand om dit soort grote toeristische dingen te doen in Londen, maar dit bezoek bewees opnieuw dat die twijfel ongegrond is. Ook de populaire dingen zijn de moeite waard ;).

Links: Cosmati pavement vlak voor het altaar. Rechts: een kloostergang.

Museu Nacional do Azulejo in Lissabon

Ik was al eens uitgebreid in Lissabon geweest, dus toen het lief naar daar vloog voor een conferentie en ik enkele dagen later in zijn spoor volgde, wilde ik toch ook wat nieuwe dingen doen. Na wat opzoekwerk viel mijn oog op een museum over de tegelcultuur van Portugal. Op een tiental minuten met de bus van het centrum van de stad.

Op een propvolle bus vol toeristen gingen we op een zondagochtend er naartoe. En het bleek een echte winner. Het museum neemt je mee door de verschillende tijdsperiodes van tegelkunst en geeft ook uitleg over het productieproces en de kleuren. Een deel van het museum zit in een barokke kerk die volledig gedecoreerd is met de typische wit-blauwe tegels.

Ik zag prachtige kunst en werd er helemaal door geïnspireerd. Ga wel vroeg, want tegen de middag was het al aanschuiven aan de ingang.

Links: deze kip in een koets was een hoogtepunt voor mij :). Rechts: er was ook moderne tegelkunst.

De zuiderse sfeer van Malaga

In februari zochten we de zon op in Malaga. Ik verwachtte niet super veel van de stad, behalve wat zonneschijn en tapas :D. Maar het fijne historische centrum met z’n prachtige kathedraal en de vele musea, het Alcabaza met Gibralfaro, de mooie markthal, gezellige eettentjes en het strand zo dichtbij stal toch mijn hart.

Malaga heeft echt de vibe van een levendige gezellige Spaanse stad. Toeristisch dat ook, maar in februari viel dat goed mee ;). En ik had deze pauze toen broodnodig.

Sudeley Castle & gardens

Voor velen zal dit eerder een plek zijn die ze overslaan, maar ik wilde er absoluut stoppen tijdens onze roadtrip omdat er zoveel Tudor en andere Britse geschiedenis te vinden is. En Catherine Parr, de zesde vrouw van Henry VIII, ligt er begraven. Een prachtig bezoek met uitgebreide tuinen en een kasteel waar nog steeds mensen wonen (je mag er daarom geen foto’s binnen nemen). Ook is er een uitgebreide expo over de geschiedenis van het domein.

Ik vond het één van onze leukere stops en we bleven er toch wel een dikke halve dag plakken. Dat zegt genoeg hé.

Het Albertina in Wenen

In Wenen probeerden we rondwandelen te combineren met af en toe een museum. Ons oog viel op het Albertina, omdat deze plek focust op de 19de en 20ste eeuwse kunst waarin er veel verandert.

We gingen naar de bovenste verdieping voor de permanente opstelling ‘Van Monet tot Picasso’. Dit is by far één van de beste expo’s die ik ooit heb gezien. Elk stuk dat er hangt is van zo’n hoog niveau. Je wandelt door een eeuw aan baanbrekende kunstgeschiedenis en de ruimtes zijn echt heel aangenaam.

Het Albertina heeft nog verdiepingen, maar we lieten het hierbij om deze ervaring volledig op ons te laten inwerken. Het Albertina komt zo in mijn top vijf van musea denk ik en een herhaalbezoek zal er sowieso komen.

Fantastische moderne kunt in Lissabon

In Lissabon doken we maar liefst 3 keer een moderne/hedendaagse kunstenmuseum binnen en we zagen echt topwerken.

MAAT Central

De eerste dag kozen we voor het MAAT central, de nabijgelegen gallery was helaas niet open. Het is een voormalig elektriciteitsstation en dat maakt de locatie speciaal, maar de expo’s waren nu niet specifiek mijn ding. Maar wel cool om er in rond te lopen.

Op dezelfde dag bezochten we het MAC/CCB in Belem (in het cultureel centrum) en wauw, ik vond zowel de tijdelijke als permanente expo’s daar wel echt geweldig. Ze hadden best wat grote namen hangen, en ook wat surrealistische kunst – waar ik een grote fan van ben.

MAC/CBB

De volgende dag begon het plots te regenen en dus doken we het Centro de Arte Moderna Gulbenkian (CAM) binnen. Het museum met oudere kunst in het Gulbenkian park is namelijk dicht ter renovatie. Het begon met enkele speciale tijdelijke expo’s, maar in de kelder zat een grotere expo op basis van de permanente collectie in een super mooie opstelling. Eén grote ruimte waarin met houten elementen allerlei hoeken en kanten worden gecreëerd. Ik zag prachtige schilderwerken en installaties. Dit was voor mij het hoogtepunt van de vakantie :D.

CAM

Ik had Lissabon nooit als een museumstad gezien voor mijn tweede bezoek, maar nu dus wel.

De Wiener Secession beleven in Wenen

Links: Secession gebouw. Rechts: twee huizen van Otto Wagner

Toen Leen en ik naar Wenen gingen, verwachtte ik zelf vooral Habsburgse 19de eeuwse architectuur. En die was er ook. Wat ik niet wist is dat Wenen zijn eigen versie van de art nouveau heeft: de Wiener Secession. En man, wat een prachtige architectuur en werken!

Een bezoek aan het Secession gebouw en nadien aan Upper Belvedere met werken van Gustav Klimt zorgde voor een onderdompeling in deze stijl. En dat spoorde me dit najaar aan om een specifieke cursus rond Art nouveau te volgen.

Links: Beethovenfries van Klimt in he Secession gebouw. Rechts: ik had voor De Kus kunnen kiezen, maar dit werk van Klimt in het Belvedere doet me nog meer wegdromen.

Het Alhambra in Granada

Toen we naar Malaga gingen, stond op voorhand één ding vast: een uitstap naar het Alhambra van Granada. Dit Moorse paleizencomplex op een heuvel met prachtige architectuur en tuinen stond hoog op mijn bucket list en een bezoek stelde dus absoluut niet teleur.

Het Nasridenpaleis met het patio de los leones (de leeuwenfontein), de tuinen van het Generalife, de Alcabaza burcht met prachtige vergezichten, het renaissancepaleis van Karel V met zijn ronde vorm en zuilen… Het was allemaal even mooi. In februari viel de drukte goed mee. Ik genoot enorm van een bezoek en de stad Granada zelf leek ook de moeite, maar daar was helaas geen tijd meer voor. Ik keer ooit nog terug.

De prachtige dorpen en huizen met tuinen in en rond de Cotswolds

Ik kan het niet onder stoelen of banken steken: onze roadtrip doorheen de Cotswolds was de beste vakantie. De vrijheid om ons met de auto te begeven naar bekende en onbekende plekken was zalig. Het was hoogzomer en dus bezochten we allerlei dorpen en ook verschillende huizen van National Trust.

Favorieten? Lower Slaughter, Snowshill manor & garden, Great Chalfield manor & garden.

Et voila, dat waren ze alle 12. Amai, als ik zo terugkijk mag ik mijn pollekes kussen met alle mooie plekken waar ik ben geweest.

Hebben de lijst nipt niet gehaald: de Weense desserts, zowat alle andere stops van de Engelse roadtrip (o.a. Blenheim Palace, Bristol, Bath, Broadway Tower…), de botanische tuin La Conception in Malaga, het John Soane Museum in Londen, andere art nouveau gebouwen in Barcelona, de uitzichtspunten in Lissabon…

Wat brengt reizen in 2026? Er zijn veel plannen in mijn hoofd, maar nog niks geboekt 🙈. Een zuiderse vakantie in februari/maart, een citrytrip met Leen in juni (waarschijnlijk opnieuw wat noordelijker), misschien terug naar Engeland of Schotland in de zomer?, en ga ik in 2026 Londen een keer een jaar overslaan of niet? (waarschijnlijk niet 😅)… wie zal het zeggen.

Wat was jouw reishoogtepunt uit 2025?

Rome #9: Galleria Doria Pamphilj en Trastevere

In november 2023 kreeg het lief een tripje naar Rome cadeau van het werk (voor zijn 10de werkverjaardag), als collega en lief had ik zelf de trip in elkaar mogen steken. En man, wat was ik vergeten hoe een geweldige stad Rome was! Ja, het is er altijd druk, ook in november, maar je kan heel snel weer de hoek om een rustig straatje inwandelen waar je alleen bent. Ook dat is Rome.

Op de derde dag trokken we in de voormiddag naar het Vaticaan om na de lunch het pantheon te bezoeken. Verder hadden we deze dag niet gepland en dus bleef er nog wat tijd over. Ik overtuigde het lief om de Galleria Doria Pamphilj te proberen en dat hebben we ons niet beklaagd.

Maar eerst passeerden we nog de Chiesa di Sant’Ignazio di Loyola. Dit vond ik tien jaar geleden al een bijzondere kerk. De Sant’Ignazio heeft namelijk één van de mooiste barokke plafonds van de stad. Met prachtige schilderingen van Andrea Pozzo die de glorie van Sant’Ignazio moet uitbeelden. Alleen was op een bepaald moment het geld op waardoor er geen koepel meer kon gebouwd worden. Geen probleem: Pozzo schilderde dan maar een koepel. En die is levensecht. Een echte trompe l’oeil dus.

Net echt toch? Die donkere koepel. Het is trouwens drummen in de Sant’Ignazio. De kerk heeft één groot probleem: hij is instagramfamous. Ze hebben er namelijk een spiegel neergezet die licht geeft (nadat je er een muntje insteekt, zo commercieel is de kerk wel) waardoor je een selfie in perfect licht kan nemen met het barokke plafond. En dit is serieuze influencer business want er staat een gigantische rij en mensen nemen echt lang de tijd om de perfecte foto te maken. Dit artikel heeft het er ook over.

En het grappigste is: je kan perfect een mooie foto nemen van het plafond zonder die spiegel (oké tis geen selfie, maar toch). En niemand van de toeristen in de kerk nam de tijd om naar de trompe l’oeil te kijken. Instagram ruined everything. Maar bon, hieronder dus mijn foto (zonder spiegel).

Het blijft één van de mooiste plafonds van Rome. En je kan dat helemaal gratis bewonderen.

Op naar de Galleria Doria Pamphilj. Dit is het stadspaleis van de familie Pamphilj (weer zo’n familie die een paus afvaardigde) die nadien huwde met een Doria. En die familie Doria Pamphilj woont er nog steeds. Alleen stellen ze wel een groot deel open voor het publiek. Toegang kost 16 euro per persoon en daarvoor krijg je ook een audiogids die is ingesproken door iemand van de familie zelf. En daardoor is de audiogids ook echt de moeite om te luisteren. Italië staat bekend om slechte audiogidsen maar dit vond ik dus een uitzondering.

Ik ga eerlijk toegeven: ik had op Instagram vooral gezien dat er een spiegelzaal à la Versailles was, maar ik wist dus niet hoe groot dit museum was. En toch nog heel onbekend ook. We waren er bijna alleen.

Per ruimte krijg je uitleg over wat de functie was/is. In de meeste ruimtes hangt ook kunst aan de muur. Zo zagen we er drie Caravaggio’s (als je in Rome bent is Caravaggio overal). Er staat een buste gemaakt door Bernini, je vindt er verschillende Bruegels (De Oudere), een Titiaan, Lippi, Velazquez…

Dit middelste werk van Caravaggio heet ‘Rest on the flight to Egypt’.

Maar ik geef het toe: ik was er voor de mooie ruimtes. En dan is The gallery de echte eyecatcher. De galerij heeft ‘four wings’ waarvan de spiegelzaal de mooiste is.

Overdadige plafonds, geflankeerd met zo veel kunst, beelden en mooie lusters. Dit is echt een plaatje alsof je in Versailles bent.

Het was echt niet moeilijk om foto’s van lege zalen te nemen. Doria Pamphilj staat niet in de top tien van bekende Romeinse musea – er zijn er ook zoveel – en dus slaan heel wat toeristen het over. Of ze bezoeken het nabije Palazzo Colonna dat ook een soort spiegelzaal heeft.

Is dit Versailles of Rome?

Naast deze vier mooie gallerijen, heb je nog een aantal zalen waarvan ik vooral The Aldobrandini Hall onthou. In 1956 zorgde hevige sneeuw dat het dak instortte. Deze zaal is heel modern terug opgebouwd. En sommige kunst zoals dit authentiek Romeins beeld van een Centaur op de foto is ondertussen hersteld. Je ziet de twee kleuren en de scheidingslijn heel goed.

Kortom: we waren plots twee uur later voor we alles in ons hadden opgenomen. Zeker de entreeprijs waard. En vergis je niet: dit museum staat gewoon aan de Via del Corso, pal in het centrum van Rome. Dus je bent er misschien zelfs al eens voorbij gewandeld.

Op dan naar Tibereiland. Een eiland in de Tiber met een ziekenhuis, kerk, een gloednieuw Citizen M hotel en enkele horecazaken. Ik vind het niet zo speciaal, maar zou wel graag eens langs de oever wandelen.

Via de andere kant van Tibereiland kom je in Trastevere. Volgens velen proef je hier het authentieke van Rome omdat het nog een oude volkswijk is met smalle middeleeuwse straten en heel lekkere lokale keuken. Ik voelde het er 10 jaar geleden al niet zo, en dat gevoel bleef ook nu. Het zijn vooral toeristen die je er vindt en het is wat zoeken naar echte leuke lokale eetplekken.

Santa Maria Della Scala

Maar er zijn wel enkele mooie straten en pleintjes en je vindt er ook op elke hoek een kerk. En die zijn nodig om even aan de drukte te ontsnappen, ook bij valavond. Zo glipten wij op aanraden van de reisgids de Santa Maria della Scala binnen. In de eerste kapel rechts vind je een schilderij van de Nederlander Gerrit Van Honthorst, bekend in Italië als Gerardo delle Notti, een Utrechtse Caravaggist.

Het Piazza Renzi is een gezellig plein, beetje uit de kering van de toeristen, met allemaal horecazaken. Ideaal als je op zoek bent naar een plekje om neer te zitten en dat was ook voor ons welgekomen.

Nadien trokken we naar de Piazza de Santa Maria, het hoofdplein van de wijk. Daar staat de Basilica de Santa Maria in Trastevere. Een prachtige kerk.

Er zijn een aantal zaken bijzonder aan deze kerk: het is één van de oudste kerken van de stad, de huidige bouw dateert van de 12de eeuw. En dat zie je aan de atypische structuur: een gewoon simpel rechthoekig plafond, wel helemaal voorzien van bladgoud. En de zuilen zijn ‘gepikt’ uit het nabijgelegen Thermen van Caracalla complex.

Ik vind dit een bijzondere kerk. En ik zeg dat precies wel vaker over Rome. Maar de diversiteit is heel groot en ik vind het leuk dat er nog een semiromaanse structuur is overgebleven. Alleen zonde van al dat bladgoud.

Nu werd het tijd voor avondeten. Ik wou graag bij Tonnarello omdat dit nogal gekend is voor zijn goede pasta. Die hebben ondertussen meerdere vestigingen in Trastevere en het lukte ons nog net om een tafeltje te krijgen. De pasta was zeker lekker, wel niet de beste van de vakantie. Maar de sfeer zat er goed en bediening was ook tof. Ik had ook Nannarella en Ivo a Trastevere opgeschreven als goede opties. Dus doe er je ding mee. In Trastevere vind je in ieder geval wel makkelijk een tafel op een leuke plek.

Trastevere blijft een beetje een haat-liefde verhouding voor mij denk ik. De truc is om verder te wandelen dan de straten rond de basiliek en dan kom je snel weer op meer lokale en rustige plekken.

Op mijn reisgidspagina vind je een handig overzicht van alle bestemmingen die ik bezocht en de bijhorende blogposts die ik erover schreef. Zo vertrek je nooit zonder inspiratie op vakantie.

Napels #4: een kloostertuin en meer in het historisch centrum

In april 2024 trokken Leen en ik naar de Italiaanse stad Napels voor onze jaarlijkse citytrip. Napels wordt ook wel de buik van Italië genoemd, ze zijn er blijkbaar zot van kerststallen en er is altijd wel ergens een hoek van waaruit de Vesuvius opdoemt. Napels is veelzijdig, Napels is luid, Napels is vuil en Napels voelt nog heel echt. Het werd een fijne kennismaking met deze zonnige stad.

Na een dag in de wijk Vomero en een uitstap naar Pompeii, trokken we nu echt naar het historische (en toeristische) hart van de stad. Het centro storico is uniek, in die zin dat de indeling nog net zo is zoals in de tijd van de Grieken. En dit maakt dat het is uitgeroepen tot Unesco werelderfgoed. Chique!

Grofweg concentreert het historische centrum zich rond de Spaccanapoli, een twee kilometer lange straat die het centrum doorkruist. Aan het begin van deze straat vind je onze eerste stop: de chiesa del Gesu Nuovo. Een kerk met een wel heel bijzondere gevel en een barokke interieur.

De voorgevel dateert van het Sanseverinopaleis dat hier eerst stond en heeft allemaal kleine rustieke piramides die blijkbaar een ding waren tijdens de Renaissance. Ik vind het maar speciaal :).

De Gesu Nuovo (‘Nieuwe Jezus’) is een van de grootste en belangrijkste kerken van de stad. Binnen valt meteen het prachtige interieur op, dat zelfs een beetje doet denken aan de Sint-Pieter in Rome door de felle koepel. Toegang tot de kerk is trouwens gratis. Wij liepen er wel even rond om alles in ons op te nemen. Weetje: er kwam tijdens WOII een bom terecht op de kerk die wel wat schade aanbracht maar gelukkig nooit echt tot ontploffing kwam.

Op het pleintje voor de kerk vind je de obelisk van de Onbevlekte Maagd en ook de ingang naar het Complesso Monumentale de Santa Chiara. Voor 7 euro per persoon mag je het klooster, de kerk en het museum bezoeken. In Vomero waren we al eerder verliefd geworden op zo’n klooster dus we haalden snel die portefeuille boven.

De kerk stamt uit de 14de eeuw, maar werd wel volledig verwoest door een WOII bombardement. In het museum zie je foto’s van de verwoesting. Maar ondertussen is de kerk herbouwd in gotische stijl zoals het gebouw ooit was bedoeld, met een uniek houten plafond en toch nog wel een zijkapel met wat barokke elementen. Het zorgt voor een sober interieur, helemaal anders dan de Gesu Nuovo die er pal tegenover staat.

De kloostertuin is wel gespaard gebleven van het bombardement en is helemaal niet zo sober te noemen. Er is versiering met kleurrijke tegels rondom de hele patio aangebracht. Het was hier een nonnenklooster en de tuin werd aangelegd in de 18de eeuw.

De zuilen en tegels in de tuin zijn allemaal versierd met bloemenmotieven en de zuilengalerij rondom heeft fresco’s met taferelen uit het Oude Testament. Het deed me op sommige momenten denken aan de Plaza de Espana in Sevilla.

Je mag trouwens niet op de zuilen gaan zitten, want je ziet al wat schade van de toeristen die dat wel hebben gedaan. Dit klooster is één van de bekendere trekpleisters dus je bent er niet alleen. Tegelijk is het ook wel een rustpunt, weg van de drukke spaccanapoli straat.

Naast de kerk en het klooster is er ook een klein museum over de geschiedenis van het klooster en kan je wandelen rond de archeologische opgravingen die ze er aan het doen zijn. Want net zoals overal in Napels zit er ook hier een hele stad onder de grond: overblijfselen uit Griekse en Romeinse tijd.

Links: Romeinse opgravingen. Rechts: de kerststal

En je ziet er opnieuw een kerststal, deze keer kon ik wel een deftige foto nemen. De presepe is een miniatuurtafereel over de geboorte van Jezus in de stal in Bethlehem. Die Napolitanen zijn toch echt kerstgek.

Na dit bezoek wandelden we verder door het centrum en volgden daarbij de Time To Momo reisgids die ons opnieuw naar een kerk wees: die van Santa Luciella. Maar toen we daar aankwamen zagen we slechts een kleine deur en aan het onthaal zeiden ze dat de kerk enkel via een Italiaanse tour te bezoeken was. Maar we konden aansluiten en kregen een Engels infoblaadje. We betaalden 6 euro per persoon.

Wat we niet wisten is dat de Santa Luciella kerk bedolven is geraakt onder een aardbeving in 1980 en dat vrijwilligers sinds 2016 de kerk hebben uitgegraven en deels terug hebben open gesteld. De kerk dateert uit de 14de eeuw en is gewijd aan Santa Lucia. Van de kerk zelf is maar één mini ruimte toegankelijk vandaag en dan de ingang naar de crypte.

Wat we ook niet wisten is dat er een grote legende rond het kerkje hangt: in de crypte is namelijk een schedel met oren aan gevonden. Een schedel met nog oren aan, ja je leest het goed. De crypte is ooit een begraafplaats geweest en is vandaag een soort bedevaartsoord waar mensen dingen komen neerleggen wanneer er iets mis is met één van hun zintuigen (Santa Lucia is blijkbaar de heilige van het zicht).

Links: crypte met schedels en offeringen. Rechts: schedel met oren, net Gollem!

Zou ik het aanraden om te bezoeken? Ik weet het niet zo goed, want het is wel een van de meer bijzondere dingen die ik in Napels heb gezien. En de inkom die je betaalt gaat naar de restauratie die nog volop bezig is. Wie weet is een bezoek aan deze kerk over enkele jaren wel weer heel anders.

Links: interieur piepkleine kerkruimte Santa Luciella. Rechts: drukte in de Spaccanapoli.

Ondertussen was het zeer druk geworden in het centrum. We sloegen de Via San Gregorio Armeno over, die staat bekend als de kerststraat van Napels, waar je dus kerststalpoppetjes en miniaturen zou kunnen kopen. Al zouden heel veel winkels ondertussen importeren uit China en is er van echte ambacht niet zoveel sprake meer. Het was er over de koppen lopen, dus we zochten stilaan naar een lunchplek.

Eerst passeerden we nog langs de Santa Maria delle Anime del Purgatorio ad Arco (wat een naam zeg!), waar er schedels buiten aan de ingang staan die je blijkbaar moet aanraken voor geluk. En de Italianen deden dat ook echt. Die schedels, het is naast kerststallen een terugkerend dingetje in Napels. Verder is het een mooie barokke kerk. De entree is gratis.

Links: schedel aan de ingang, Rechts: interieur van de Santa Maria Purgatorio ad arco.

Nu begon het te regenen en dus doken we Pizzeria I Decumandi binnen. Eten in het toeristisch centrum is altijd wat moeilijker, maar deze stond in de reisgids. Zeer grote en goedkope Napolitaanse pizza in een typisch Italiaanse zaak. Was het de beste pizza van de vakantie? Neen, maar er was ook helemaal niets mis mee.

Links: foto van pizza met hand om de grootte aan te duiden. Rechts: random straatje.

Et voila, dat was deel 1 van onze dag in het historische centrum. Veel kerken dus, Napels is heel religieus en dit maakt nu eenmaal deel uit van hun erfgoed. Wordt vervolgd!

Waar at jij ooit de beste pizza?

Op mijn reisgidspagina vind je een handig overzicht van alle bestemmingen die ik bezocht en de bijhorende blogposts die ik erover schreef. Zo vertrek je nooit zonder inspiratie op vakantie.

Londen #21: Kunst kijken in Victoria Miro & The Courtauld Gallery

Yes, dit is al bericht 21(!) over mijn favoriete stad. In oktober 2024 gingen we op herfsttrip naar de Britse hoofdstad en deden we weer heel wat nieuwe dingen die ik graag met jullie deel. Vandaag: twee minder gekende hotspots voor kunstfanaten – van hedendaags tot impressionisme – die we tijdens onze eerste dag bezochten.

Victoria Miro

Dit is een redelijke grote galerij voor hedendaagse kunst in Islington (Oost-Londen) van de vrouwelijke kunstdealer, Victoria Miro, die ook een galerij heeft in Venetië. Zowel bekende namen als opkomende artiesten krijgen er een plek. Toegang is gratis, al zal je wel op voorhand moeten reserveren voor bepaalde populaire expo’s. Zoals die van Yayoi Kusama, de beroemde Japanse stippenkunstenares, die wij bezochten in oktober 2024. De expo is vandaag dus niet meer te zien. Maar ik vond dit echt een hele fijne galerij waar ik sindsdien de expo’s van check als we naar Londen gaan en dus wie weet hebben ze ook iets interessant als jij naar Londen gaat.

De galerij zit in een vroegere meubelfabriek en dat zie je nog steeds goed terug in de indeling van het gebouw. Het gebouw bestaat uit twee verdiepingen en een kleine stadstuin. Zoals steeds vind ik het gebouw bijna net zo fascinerend als de kunst wanneer ik een galerij of museum bezoek.

De lappen stof met de typische stippen van Kusama hingen vast aan het houten plafond en besloegen zo twee verdiepingen. De muren zijn in elke exporuimte wit geverfd.

Zoals je hierboven ziet, hingen de schilderijen kriskras door elkaar. Ook in de stadstuin stonden enkele werken van Kusama.

Via de tuin kan je opnieuw een trap op en kom je in een tweede exporuimte waar werken hingen van Jules De Balincourt – ook geen kleine naam in de hedendaagse kunst.

Ik vond dit ook echt een hele mooie ruimte waarin de werken goed tot hun recht komen. En ik werd ook wel meteen fan van de kleurrijke, sfeervolle abstracte schilderijen van De Balincourt.

Het is een hele toegankelijke kunstgalerij. Geen te gekke installaties (ze hebben soms wel installatiekunst trouwens, maar toch vooral veel schilderkunst in hun portfolio), geen drukke ruimtes, niet te veel volk én gewoon echt goede kunst. Islington is sowieso een fijne, onbekendere wijk om te verkennen als je het toeristische hart van Londen al goed kent. En Victoria Miro is ook goed bereikbaar met de metro: vanaf het metrostation Old Street is het slechts 10 minuten stappen tot aan de galerij.

Courtauld Gallery, Somerset House

Tweede stop van de dag werd Courtauld Gallery, het kunstmuseum van de kunstfaculteit van de universiteit in Londen dat zich bevindt in Somerset House, aan The Strand. Hartje Londen dus. Uitstappen met de metro op Temple, Charing Cross of Covent Garden.

Somerset House is een neoklassiek gebouw waar verschillende overheidsinstellingen gevestigd zijn, met een zeer groot binnenplein, een standbeeld voor George III, een bar en een evenementenlocatie.

Het is eigenlijk vreemd dat het museum nog nooit eerder op mijn lijstje was geraakt. In de jaren ’30 verzamelde Samuel Courtauld voornamelijk (post)impressionistische werken met grote namen als Renoir, Manet, Degas, Pissaro… Ondertussen heeft het museum nog heel wat kunst verzameld van andere stromingen en periodes, maar de collectie impressionisme blijft het paradepaartje. En het is één van mijn favoriete stromingen.

The Courtauld Gallery is geen staatsmuseum en dus ook niet gratis. De permanente collectie bezoeken kost 12 pond, best vooraf te reserveren via de website. Wij betaalden voor de permanente collectie en de expo 18 pond.

Naast de permanente collectie, hebben ze dus ook een kleine exporuimte. En dat was de trigger om langs te gaan, want er liep een expo ‘Monet en Londen’. Monet is natuurlijk een grote naam en hij verbleef enkele jaren in Londen waarin hij verschillende werken van de Charing Cross Bridge, Waterloo Bridge en the Houses of Parliament maakte – met vaak een mistige blik op de heel industriële stad aan het begin van de 20ste eeuw. Nu waren er een 12-tal van die werken samen verzameld vanuit de hele wereld, uniek dus!

De exporuimte zelf is best klein, daarom dat ze werken met tijdsloten. Dat is ook echt wel nodig. Maar ik vond het wel prachtige schilderijen. Monet wou zelf graag een expositie organiseren in Londen met deze werken, maar het is hem nooit gelukt.

Na de expo verkenden we de permanente collectie. Er is een zaal met meer religieuze kunst, barok (vooral Rubens) en dan op de derde verdieping de impressionisten.

Links: A Bar at the Folies-Bergère. Rechts: Een versie van Déjeuner sur l’herbe, allebei van Edouard Manet. Twee topstukken uit de collectie.

Links: danseres van Edgar Dégas. Rechts: het gebouw heeft een prachtige trappenhal met koepel.

Barokke kunst op de tweede verdieping.

Het is een zeer behapbaar museum. Geen overload aan kunst, maar mooi gecureerd en overzichtelijk. Zijn prijs zeker waard. Ook van The Courtauld Gallery hou ik dus vanaf nu de expo’s in het oog ;).

Vanaf Somerset House wandelden we nog tot aan The Tower en The Tower Bridge onder een heerlijke herfstzon en met Halloween vibes ;). ’s Avonds gingen we eten bij Ottolenghi. Alle Londen food tips vind je in deze blogpost die ik regelmatig bijwerk.

Op mijn reisgidspagina vind je een handig overzicht van alle bestemmingen die ik bezocht en de bijhorende blogposts die ik erover schreef. Zo vertrek je nooit zonder inspiratie op vakantie.

Wat is jouw favoriete museum in België, Nederland, Londen, Parijs dat ik zeker eens moet checken?

Rotterdam #4: Huis Sonneveld & Het Depot (+ nieuwe eettips)

In de zomer van 2024 startte de Tour De France Femmes in Rotterdam. Wij trokken er voor drie dagen naartoe om de start van een rit, aankomst van een rit én een tijdrit door de stad te beleven, en dat in een snikhete week. Daarnaast hadden we nog één dag vrij te besteden. In 2018 was ik al eens een weekend in Rotterdam, dus ik had al veel van de stad gezien (dus check zeker even de oudere blogposts vol inspiratie). Vandaag neem ik jullie mee naar twee musea die ik toen niet bezocht.

We besloten richting museumkwartier te trekken. Ik volgde toen een cursus kunstgeschiedenis en het modernisme is natuurlijk dé bouwstijl in Rotterdam. Daarom stond een bezoek aan Huis Sonneveld hoog op mijn wishlist.

Huis Sonneveld is een museumwoning uit de jaren 30 en een mooi voorbeeld van ‘Het nieuwe bouwen’, oftewel het modernisme waarbij licht, lucht en ruimte de kernwoorden zijn. Het huis werd gebouwd voor de heer Sonneveld, een van de directeurs van de Van Nellefabriek door architect Leendert van der Vlugt. Die fabriek is trouwens ook een modernistische parel van dezelfde architect. Een ticket tot de woning kost 10 euro per persoon.

Met een fijne audiogids ingesproken door één van familieleden van de heer Sonneveld wandel je door de verschillende ruimtes. Je krijgt een beeld van hoe een best rijke familie (en hun personeel) leefde in de jaren ’30. Het is niet groot, maar ik vond de audiogids echt mooi gedaan. Ook het meubilair was best vernieuwend voor die tijd en is heel vrolijk en kleurrijk.

Naast Huis Sonneveld kan je nog een bezoek brengen aan Het Nieuwe Instituut of het Chabot museum, maar de trekpleister is het Museum Boijmans Van Beuningen, dat we de vorige keer bezochten maar ondertussen gerenoveerd wordt. Sinds enkele jaren kan je er ook Het Depot bezoeken, het eerste openbare kunstdepot. Het is geen museum, maar een opslagplaats van werken én een plek waar restauratie plaatsvindt. Een bezoek is met 20 euro best prijzig, maar we besloten het toch te doen.

Bij binnenkomst merk je onmiddellijk: dit is geen museum. Met heel wat verschillende (rol)trappen kan je de verschillende verdiepingen verkennen waar kunst lukraak op elkaar lijkt gestapeld en restaurateurs aan het werk zijn.

Er zijn ook een paar kleine tentoonstellingen. Bv. “de favorieten”, een selectie van heel bekende werken die er op hangen (opnieuw lukraak door elkaar) en we konden in een spiegelkamer van Yayoi Kusama (wat ik leuk vond, want we hadden haar net ontdekt in Porto, anderhalve maand eerder).

De kunst die er hangt is wel van topniveau, maar toch vonden we het een wat vreemde ervaring. Het depot zette wel een trend, ondertussen heeft ook de V&A in Londen een depot geopend voor het brede publiek (yes, die staat al op de ellendig lange Londen wishlist).

Bovenop heb je een bar, veel groen een uitzicht over Rotterdam, deze derde dag bracht wat regen en bewolking met zich mee.

Wanneer het Boijmans Van Beuningen museum in zijn geheel opengaat zal er waarschijnlijk wel een soort combiticket mogelijk zijn en dan lijkt me de combo ook wel tof. Nu bleef ik toch een beetje op m’n honger zitten. Zo’n origineel gebouw langs buiten, dan had ik binnen misschien net wat meer verwacht.

Drie dagen Rotterdam, dat is ook wandelen langs mijn favorieten: de kubushuizen, de Erasmusbrug, de Leuvehaven, de food markets…

En het leverde ook waar wat nieuwe (en oude) favoriete eetplekken op, dit zijn onze aanraders:

In de Witte De Wihtstraat

  • Ter Marsch & Co voor burgers (vond ik iets minder dan de hype leek uitschijnen, maar nog steeds lekker)
  • Supermercado, nog steeds lekker
  • Bazar, nog steeds lekker
  • Pizza Beppe, nieuwe ontdekking (zit blijkbaar op meerdere plekken)

Elders

  • La Pizza (stomme naam, maar wel heerlijk eten)
  • De Foodhallen voor een fijne lunch, tegenvaller was dan weer de Fenix Food Factory die veel kleiner is geworden dan de vorige keer dan we er waren?
  • Giraffe Coffee Roasters voor koffie en ontbijt
  • Harvest voor koffie en ontbijt

Et voila, dat was weer een fijne dag in Rotterdam. Ik blijf het wel een leuke stad vinden waar je als liefhebber van moderne architectuur, musea en lekker eten wel voldoende aan je trekken komt.

Wat is jouw favoriete stad in Nederland?

Op mijn reisgidspagina vind je een handig overzicht van alle bestemmingen die ik bezocht en de bijhorende blogposts die ik erover schreef. Zo vertrek je nooit zonder inspiratie op vakantie.

Porto #2: Van Sao Bento via Palacio Da Bolsa tot de Sao Francisco kerk

In juni 2024 gingen we voor 6 dagen naar Porto als onze zomervakantie. Porto leek ons een ideale uitvalsbasis om ook wat uitstapjes te doen naar andere delen in Portugal. Maar al op dag 1 kreeg het coronavirus me te pakken, waardoor we meer in de stad bleven dan verwacht. Gelukkig bleek Porto een fijne stad waar je best veel kan doen, al is het er niet groot. De stad voelt als een soort Leuven in het buitenland. De ideale citytrip voor een lang weekend of voor een luie zomervakantie zoals wij deden.

Na op de eerste dag onze wijk Bonfim te verkennen, maakten we ons op voor het historische centrum. Meer bepaald Ribeira & Vila Nova De Gaia, beide zijdes van de oevers van de Douro met de ponte Luis I centraal. Te veel om in één keer te laten zien, dus beginnen we vandaag aan het Sao Bento station.

Toen wij er waren, lag het plein voor het stationsgebouw open door werken dus kwam de enorme voorgevel wat minder tot zijn recht. Sao Bento is het belangrijkste treinstation van de stad, je kan van hieruit ook heel wat dagtrips doen (o.a. naar Guimaraes of Braga).

Het is ook één van de mooiste treinstations binnenin door de blauwe azulejos en glas-in-loodramen. Het zouden zo’n 20.000 tegels zijn in totaal en ze representeren verschillende belangrijke oorlogen. Ik vond vooral ook de stoomtreinen en andere kleine details heel mooi, net als de lichtinval door de ramen.

Links: Time Out Market. Rechts: street art van een kat in de Rua das Flores

Ook leuk: om de hoek van het station vind je de Time Out market, een overdekte markt waar je street food kraampjes kan vinden en zowel binnen als buiten heel wat zitplaatsen hebt. Ideaal voor een lunch of een uitgebreid aperitief.

Rua das Flores

Van aan het station kan je de Rua das Flores afwandelen, één van de meest gezellige straten met allerlei winkels en restaurants. Spring bijvoorbeeld binnen bij Fabrica De Nata voor wat verse pasteis de nata. Op het einde van de straat vind je een gezellig pleintje waar vaak een straatartiest staat te spelen. Aan de overkant vind je het Palacio des artes waar je op de eerste verdieping een leuk arty marktje vindt.

Een goede lunchspot is Puro4050 aan het pleintje op het einde van de Rua das Floras. Ze hebben allerlei heerlijke kleine hapjes en serveren daarnaast ook goede pasta’s en andere hoofdgerechten. Zie het als een soort fusion Italiaans meets Portugees. Echt één van de beste maaltijden van de vakantie. Ze hebben ook nog een tweede restaurant in de straat, Cantina 32.

Nog wat verder naar beneden kom je uit in een klein park met enerzijds de Mercado Ferreira Borges en anderzijds het Palacio Da Bolsa.

De enorme rode markthal is opgetrokken uit glas en ijzer en je vindt er binnen een arts & craft markt. Heel gezellig om door te wandelen en je kan er ook iets drinken.

Het neoclassicistische Palacio da Bolsa is wel echt een attractie op zich. Je kan er enkel binnen via een begeleide tour van drie kwartier. Een begeleide tour kost 12 euro per persoon.

Tickets kan je zowel op voorhand boeken via de website, als ter plaatse aan de balie. Via de website geven ze maar een deel van de tickets vrij. Dat merkten wij omdat we tickets voor de Portugese tour online hadden gekocht aangezien de Engelse tour uitverkocht was, tot we aan de balie stonden en er nog veel plaats vrij was voor de Engelse tour. Helaas konden we niet gratis wisselen van taal (we begrepen echt niet waarom), maar we kochten dan maar nieuwe Engelse tickets om er toch iets van te verstaan.

Ondanks dit verhaal, wil ik zo’n tour echt wel aanraden als één van de topdingen om in Porto te doen. Het Palacio da Bolsa is niet voor niets uitgeroepen tot Unesco Werelderfgoed. Het is een immens mooi gebouw langs binnen en vrees niet voor een zware geschiedkundige tour. Je krijgt vooral uitleg over het gebruik van de ruimtes, vroeger en nu. Het beursgebouw heeft niet langer een commerciële handelsfunctie maar doet vandaag dienst als conferentie- en evenementenlocatie (dus vandaar dat je er niet zomaar mag rondlopen).

Bij de binnenkomst kom je meteen uit in de prachtige Hal der Naties met glazen koepel en de wapenschilden van de landen waar Portugal in de 19de eeuw handelsrelaties mee onderhield. Ook België is van de partij.

Ook de vloer is prachtig, met gekleurde tegels en het licht geeft via de glazen koepel een mooi effect.

Daarnaast is er een immense neoclassicistische traphal en enkele kamers die werden gebruikt voor de handelsrelaties. Steeds rijkelijk gedecoreerd met schilderijen, houtwerk en unieke vloeren.

De handelsrechtbank

Maar de blikvanger is de Arabische zaal in Moorse stijl met een enorme hoeveelheid bladgoud en mudejar-elementen (golvende, bloemige en geometrische patronen). Je weet niet waar eerst kijken in deze ruimte.

Om de hoek van het palacio da Bolsa vind je de Igreja de Sao Francisco, de fransicanerkerk van de stad. Ooit gebouwd in gotische stijl, maar binnenin volledig omgezet naar barok. Voor 10 euro per persoon mag je de kerk binnen met audiogids en er hoort ook een museum bij.

Buitenkant van de kerk, rechts is de sobere ingang en pas binnen heb je zicht op hoe immens deze kerk is.

Binnen mag je geen foto’s nemen dus ik kan niets tonen. Maar ik herinner het me nog goed: elke millimeter van de kerk zit onder het bladgoud en barokke ornamenten. Ik heb in het zuiden al veel overdreven barok gezien, maar dit overtreft alles. Er zijn heel veel zijkapellen met een eigen altaarstuk. Ze waren er ook eentje aan het restaureren, wat wel interessant was om te zien.

Kijk, you love it or you hate it. Ik vind dit soort barok té, maar kan het ambachtswerk wel appreciëren en deze stijl hoort nu eenmaal bij het nog steeds katholieke zuiden. Het is een ervaring, deze kerk. Dus oordeel vooral zelf als je er bent ;).

Hierna sta je aan de oever van de Douro, met zicht op de Portohuizen van Vila Nova de Gaia en natuurlijk de brug. Maar die overkant is voor een volgende keer.

Wat is jouw favoriete zuiderse citytrip?

Op mijn reisgidspagina vind je een handig overzicht van alle bestemmingen die ik bezocht en de bijhorende blogposts die ik erover schreef. Zo vertrek je nooit zonder inspiratie op vakantie.

(Noord-)Ierland #9: Crumlin Road Gaol & conflicting stories tour

In augustus 2023 trokken het lief en ik voor onze zomervakantie niet naar de zon, maar naar (Noord)-Ierland – waar we alle seizoenen meemaakten. Vliegen deden we op Dublin, waar we het even verkenden, om daarna door te reizen naar Belfast om het woelige verleden van Noord-Ierland en de prachtige natuur te ontdekken.

Vandaag is het tijd voor de laatste blogpost over deze vakantie en het is ook meteen de meest serieuze – nu al sorry voor alle tekst :). We verlieten al wandelend het centrum van de stad, richting het westen. Waar het leven veel harder is en je best ook als toerist ’s avonds niet ronddoolt. Maar overdag voelden we ons er volledig veilig. Eerste stop: een oude gevangenis.

Crumlin Road Gaol

Deze gevangenis op Crumlin Road is een Victoriaanse gevangenis uit de 19de eeuw. Het gebouw is ontworpen door Lanyon, dezelfde architect van The Queen’s university. Je kan de gevangenis bezoeken, ofwel met een begeleide tour ofwel op jezelf. Wij deden dat laatste voor 14,50 Pond per persoon.

Je komt eerst in een soort van expokamer met wat achtergrondinformatie en dan kan je een route volgen door de verschillende kamers van de gevangenis met vaak filmpjes, die ook zeer gericht zijn op kinderen.

Ik vond dat de filmpjes het allemaal wat te licht maakten. Crumlin Road Goal was een sterk bewaakte gevangenis waar het leven hard was. Het was één van de eerste gevangenissen waar je als gedetineerden apart in een cel werd opgesloten. Ook vrouwen – bv. suffragettes – en kinderen zijn er ooit opgesloten geweest.

En zes mannen zijn er aan hun eind gekomen tussen 1928 en 1945. Ze werden opgehangen en begraven op het terrein. Al weten we ondertussen dat de meesten van hen potentieel onschuldig waren. Daarom mogen de families de lichamen komen ophalen, maar dat doen ze niet allemaal.

Tijdens The Troubles werden verschillende leden van de IRA hier opgesloten. De bekendste naam is Bobby Sands, die in een andere gevangenis stierf als gevolg van een hongerstaking. Ik had op voorhand gedacht dat deze gevangenis een grotere rol speelde tijdens The Troubles maar dat bleek niet zo te zijn.

The courthouse

De gevangenis is via een ondergrondse tunnel verbonden met het oude gerechtsgebouw zodat gevangenen hun verdict konden gaan aanhoren. Het gerechtsgebouw is een mooi toonbeeld van neoclassicistische architectuur maar ligt er vervallen en verlaten bij na een brand in 2009 (toen was het al even niet meer in gebruik). Het werd nadien opgekocht om er een hotel van te maken, maar in 2020 was er opnieuw een brand (aangestoken?) en momenteel is het voortbestaan van het gebouw dus onzeker. Door de geschiedenis is het uiteraard geen geliefd gebouw bij de buurtbewoners.

Eigenlijk vond ik de tour in de gevangenis wat tegenvallen. Ik had er persoonlijk meer van verwacht. In de buurt is verder niet veel te doen. In de kelder van de gevangenis zit wel een goed restaurant – Cuffs Bar & Grill – waar wij lunchten. Zeker een aanrader!

The conflicting stories tour

Even wat achtergrond:

Tussen grofweg 1968 en 1998 waren er heel wat gewelddadige conflicten en aanslagen in Noord-Ierland tussen Ieren en Britten, oftewel tussen katholieken en protestanten. Een periode die vandaag bekend staat als The Troubles, de Bloody Sunday in Derry is wereldberoemd geworden door het lied van U2. Maar vooral Belfast was het epicentrum van het geweld.

Het Ierse republikeinse leger (de IRA) wierp verschillende bommen op de Engelsen, waarvan verschillende op Shankill Road. Tegelijk had je het Britse leger dat repressailles deed en verschillende mensen in de gevangenis opsloot of ze werden koudweg neergeschoten bij te veel weerstand. Ook staan de Britten bekend als orangisten die ieder jaar de slag bij de Boyne herdenken waarbij William Of Orange (koning van Engeland) de Ieren versloeg en Noord-Ierland zo veroverde. Tijdens die vieringen dagen ze vaak de Ieren echt uit en dat leidt tot schermutselingen.

Meer dan 3.500 mensen lieten het leven tijdens het conflict, en heel veel families werden verscheurd. In 1998 werd het Goede Vrijdag akkoord ondertekend waarmee de vrede was aangebroken. Maar ook nadien waren er nog regelmatig conflicten. In West-Belfast staat een kilometerslange Peace Wall die Ierse en Britse families van elkaar scheidt. Elke avond gaan de verschillende poorten genadeloos dicht, omdat er anders ’s avonds geweld zou uitbreken.

Bon veel geschiedenis dus. Wij keken deze aflevering van Reizen Waes en boekten nadien dezelfde conflicting stories tour die ons in drie uur tijd rond het gebied van de peace wall zou rondleiden. Het eerste anderhalve uur werden we rondgeleid door een Ier, die deel uitmaakt(e) van de IRA. Het laatste anderhalve uur door een conservatieve ex-soldaat van het Britse leger.

Ierse propaganda murals

Tijdens de tour:

We begonnen met de wandeling aan de Ierse kant. In een hoog flatgebouw werden in de jaren ’60 een jongen en een politieagent – in zijn vrije tijd -doodgeschoten door de Britten. Voor onze gids was dit de start van The Troubles en dus uitgelokt door de Britten. De man zelf ontkende dat de IRA in die periode bestond en dat ze pas veel later actief zijn moeten worden. De man sprak nooit over de bommen die zijn gegooid of alle andere aanslagen. Hij had ook zelf in de gevangenis gezeten en deelgenomen aan het conflict.

Zowel aan Ierse als Britse kant worden murals gebruikt voor propaganda. Het is politieke street art. Hier zie je een mural van Bobby Sands. De Ierse katholieke man die aan een hongerstaking stierf in de gevangenis.

Daarna kwamen we dichter bij de Peace Wall waar je ziet dat de huizen hun achtertuinen hebben afgeschermd tegen de bommen die van de andere kant gegooid zouden kunnen worden. De straat brandde in 1969 al eens volledig af.

Nadien liepen we door één van de poorten van de peace wall naar de Britse gids. En die vertelde ons vooral over de verschillende IRA bomaanslagen op Shankill Road. Op twee pubs, op een viswinkel… Er was een hele propagandahoek waar parallellen werden gemaakt tussen IRA en IS, Al Qaida en Hamas.

Hij vertelde ons ook dat de overheid graag de vredesmuur wil afbreken, maar dat de mensen hier dat niet willen. Meer nog: hij is in de jaren ’90 nog verhoogd. Hij gaf daarnaast aan dat hij denkt dat het conflict nog niet ten einde is en dat hij over enkele jaren geen toeristen meer zal kunnen rondleiden omdat er dan terug gevechten zullen zijn. De jeugd wordt opgehitst met van die murals en propaganda en zo wordt haat voor de Ieren letterlijk met de paplepel doorgegeven.

Hier zie je dat het doorzichtige deel van de muur er later bij op is gezet.

Mijn gevoel na deze tour:

Ik vond dit eigenlijk best confronterend. Beide zijdes focusten heel erg op wat de anderen hadden gedaan en hadden geen enkele zelfreflectie. De kinderen gaan hier naar gescheiden scholen omdat de ouders dat zo willen. Bijna alle mensen die hier woonden in de periode van het conflict hebben zelf of via een dierbare wel iets of iemand verloren – en dat kunnen en willen ze nog niet vergeten.

Het is eigenlijk een beetje triest om de muur peace wall te noemen. Want die muur houdt net een conflict in stand. Mensen kijken liever op een metershoge muur, dan dat ze elkaar in de ogen kijken en de hand schudden. Zolang de kinderen die hier opgroeien dit soort verhalen en propaganda meekrijgen kan het conflict nooit opgelost worden. Misschien binnen enkele generaties, wanneer herinneringen vervagen, dat er een oplossing komt. Je kan niet in het verleden blijven leven.

Maar er is ook vooruitgang: de laatste 10 jaar nemen de conflicten aanzienlijk af. De Britse man die zei dat er in een jaar twee terug gevochten zou worden, overdreef, want daar is vandaag nog steeds geen sprake van. Ik hoop dat de mensen daar ooit het principe ‘it starts with me’ in plaats van ‘how can I make this about me?’ gaan hanteren.

Bon, laat dit je dus zeker niet tegenhouden om Belfast te bezoeken. Ik zou zelfs aanraden om een tour boeken. Dit is zo dicht bij België en Nederland en het conflict is nog rauw. Ik heb er heel wat van opgestoken en heb ook weer mijn eigen omgeving en land weten appreciëren.

Dit was het laatste bericht over onze trip naar (Noord-)Ierland. Ik wil graag nog eens terug naar dit mooie eiland en de stad Belfast die toch wel echt een beetje mijn hart heeft veroverd.

Op mijn reisgidspagina vind je een handig overzicht van alle bestemmingen die ik bezocht en de bijhorende blogposts die ik erover schreef. Zo vertrek je nooit zonder inspiratie op vakantie.

Een tweede analoog experiment

In het voorjaar deelde ik een blogpost met lessen over de foto’s die ik liet ontwikkelen met mijn eerste wegwerpcamera. Voor onze vakantie in Engeland kocht ik exact hetzelfde Agfa model en ik had er geen enkele moeite mee om 27 foto’s te nemen, dus was ik wel heel benieuwd naar het resultaat.

Ik moet toegeven dat ik een beetje teleurgesteld was toen ik de foto’s zag. Er waren er een tweetal mislukt en het prachtige weer dat we tijdens de vakantie hebben gehad, bleek een extra moeilijkheidsgraad. Veel foto’s waren overbelicht of de lucht zag er wit en dus nogal vlak uit.

Maar qua kader zaten de foto’s wel al echt veel beter. En het is toch nog echt wel iets anders qua sfeer dan de foto’s die ik met mijn smartphone neem. Ik neem je even mee door mijn favorieten.

Op onze tweede dag nam ik in Oxford twee foto’s van bovenop de toren van de universiteitskerk. Het zijn misschien wel mijn favoriete kiekjes, de lucht zat ook echt goed.

Ik wist van de vorige keer dat het belangrijk is om het onderwerp dat je wil fotograferen in het midden van de foto te plaatsen (aangezien de zijkanten niet scherp zijn). Dat is bij bovenstaande foto’s zeker gelukt. Ik poseerde ook zelf een aantal keer. Maar de foto (links) in de oude tithe barn van Sudeley Castle is mijn favoriet (jammer van de platte lucht wel), net als die van Broadway Tower (rechts).

Links: Great Chalfield Manor. Rechts: Corsham Court. Beide foto’s tonen de grootte van het gebouw en geven het een heerlijke sfeer. De voorgrond is hier telkens ook wat vlakker, waardoor de focus wel echt op het gebouw ligt.

Links: een stukje van Sudeley Castle. Rechts: zicht vanaf de brug op Bradford-On-Avon. Ook hier zit de lucht nog wel best goed.

Het is soms best moeilijk om het onderwerp goed in het midden te houden en ook met perspectief is het soms wat oefenen. Wat meer op de voorkant staat, is scherper, zoals op onderstaande twee foto’s.

Links: Bristol harbour, met vooral de boot in focus. Rechts: Chastleton House met de bloemen vooraan in focus. Ik begrijp niet altijd hoe die focus werkt, maar ik vermoed dat het met voor- en achtergrond te maken heeft?

Hierboven nog twee geposeerde foto’s die niet helemaal gelukt zijn, maar wel een leuke sfeer geven. Links: the circus in Bath, rechts: de tuin van Somershill manor.

En dan nog twee voorbeelden die ik minder geslaagd vind, omdat de lucht het geheel nogal plat maakt en er daardoor eerder zo’n echte wintersfeer over hangt (het was nochtans echt warm :)). Links: de abdij van Lacock, rechts: een straat in Lower Slaughter.

De echte mislukte foto’s ga ik jullie niet aandoen. Ik vind het nog steeds leuk om op deze manier wat met analoge fotografie te experimenteren (haha, de echte fotograaf lacht me zeker uit om deze zin) zonder veel moeite of een zware camera met lenzen mee te moeten sleuren. Gewoon aandacht hebben voor wat een mooie foto zou kunnen zijn en dan het cameratje erbij nemen.

Dit najaar staan er nog wat kleine tripjes gepland, dus weer een mooie kans om zo’n camera mee te nemen!

Neem jij graag foto’s?

Rome #8: Van de Sint-Pieter naar het pantheon

In november 2023 kreeg het lief een tripje naar Rome cadeau van het werk (voor zijn 10de werkverjaardag), als collega en lief had ik zelf de trip in elkaar mogen steken. En man, wat was ik vergeten hoe een geweldige stad Rome was! Ja, het is er altijd druk, ook in november, maar je kan heel snel weer de hoek om een rustig straatje inwandelen waar je alleen bent. Ook dat is Rome.

Op deze derde dag namen we de metro in de buurt van ons hotel (aan Barberini) naar Ottaviano. Rome werkt nog volop aan een beter metronet. Het Vaticaan is aan de overkant van de Tiber en voor ons was deze halte de makkelijkste manier om er te geraken. We wandelden zo eerst langs de Vaticaanse Musea, die ik 10 jaar eerder bezocht en we dus oversloegen, om uiteindelijk op het Sint-Pietersplein uit te komen.

En dat Sint-Pietersplein is altijd druk. Altijd. Er staat altijd een rij om de basiliek binnen te gaan, je moet namelijk door security. Die securitycheck is gestructureerder dan 10 jaar geleden en dus vond ik dat het allemaal heel vlot ging. Maar om grote massa’s te vermijden zou ik zeggen dat je ofwel heel vroeg in de rij gaat staan (zoals wij), ofwel tegen de latere namiddag. Draag ook altijd een broek/rok langer dan je knieën en bedek je schouders.

En dan ja, de grootste kerk ter wereld (allez dacht ik, blijkbaar staat er sinds 1989 in Ivoorkust een grotere kerk). Sowieso wel de meest indrukwekkende kerk. Over de Sint-Pieterbasiliek kan je veel vertellen. Als je binnenkomt rechts zie je meteen La Pieta van Michelangelo. Er liggen verschillende pausen en kardinalen begraven die elk een monument hebben, sommige waarbij het marmer er letterlijk vanaf druipt en in heel realistische plooien is neergelegd, zoals op de foto hierboven.

Twee van de grotere blikvangers zijn daarnaast de koepel van Michelangelo met het baldakijn van Bernini er vlak onder. Om dat baldakijn te maken zou er brons van het pantheon zijn gebruikt, wat op heel wat tegenstand van de toenmalige inwoners van Rome zou zijn gestoten. Maar ondertussen denken we dat dit eerder een vuile roddel zou zijn geweest om Bernini en vooral de toenmalige paus in diskrediet te brengen.

Je kan hier uren rondlopen: alle kleinere koepels bewonderen, de vele praalgraven, de beelden in de nissen, de zijkapellen… Het is gewoon zo veel en zo immens. Ik word telkens heel stil van mijn bezoek aan deze kerk. En dat als niet gelovige.

Je kan de koepel ook beklimmen (dat deed ik 10 jaar eerder), daarvoor moet je apart tickets kopen. De kerk bezoeken is gratis.

Het Sint-Pietersplein is weer een ander meesterwerk van Bernini. Van bovenaf lijkt het plein een sleutel, al is er ook een uitleg dat het om armen gaat die de gelovigen naar de kerk lokt. Het plein is omgeven door twee zuilencolonades. Steeds dubbele zuilen, maar op twee specifieke punten op het plein krijg je de optische illusie waarbij de zuilen samenvallen en je dus maar één rij ziet. In het midden staat een Egyptische obelisk.

Je kan in het Vaticaan makkelijk een hele dag doorbrengen, maar wij wandelden richting Castel Sant’ Angelo. Deze burcht is via een ondergrondse gang verbonden met het Vaticaan en is al zowel paleis als gevangenis geweest. Je kan de burcht bezoeken en dat is zeker een aanrader (zie ook deze oudere post), al is het maar voor het uitzicht van bovenop.

Naar het Castel Sant’ Angelo wandel je via de Engelenbrug met beelden van engelen van (de leerlingen van) Bernini. In dit stuk van de stad is Bernini werkelijk overal.

Tijd voor een lunch. We wandelden opnieuw richting het centrum en zetten ons neer op het terras van Osteria della Coppelle, niet ver van het Piazza Navona. Hier zouden ze hele goede pasta Amatriciana hebben, samen met Cacio e Pepe en Carbonara, de derde typische pastasaus van Rome met tomaat en spek. En amai, dat heeft echt gesmaakt. Maar ze hebben ook andere dingen dan pasta die er lekker uitzagen. Zit dit terras vol? Dan kan je ernaast bij Maccheroni terecht waar we de eerste dag aten. Dit is echt een heel gezellig pleintje.

Op naar het pantheon dan. Ten opzichte van mijn vorige keer in Rome is er wel iets veranderd: het is niet langer gratis om te bezoeken. Je moet 5 euro per persoon betalen. Je kan online tickets bestellen, of je gaat in de rij staan, die nog eens verdeeld is tussen cash en bankkaart. De cash-rij was bij ons de kortste dus namen we die. Misschien wat prijzig geworden, maar het pantheon is één van mijn favoriete gebouwen in de stad.

Het pantheon is een antieke Romeinse tempel gebouwd in opdracht van Marcus Agrippa, de rechterhand en schoonzoon van keizer Augustus. Maar die tempel werd meermaals verwoest door natuurrampen en opnieuw hersteld. Uiteindelijk werd het in de 7de eeuw hervormd tot kerk, en dat is de reden dat het gebouw zo goed bewaard is gebleven. Vandaag is het nog steeds een kerk en ook een begraafplaats.

De binnenkant is dus die bijzondere combo van tempel en kerk. Met het oculus als blikvanger. Daarnaast zie je in de koepel – die als inspiratie diende voor de Duomo in Firenze – typische Romeinse cassettes (die vierkanten), een manier om de koepel meer draagkracht te geven.

Et voila, dat was de eerste helft van deze dag in Rome. In de namiddag gingen we langs een onbekend museum dat zwaar de moeite bleek en eindigden we in Trastevere.

Op mijn reisgidspagina vind je een handig overzicht van alle bestemmingen die ik bezocht en de bijhorende blogposts die ik erover schreef. Zo vertrek je nooit zonder inspiratie op vakantie.

Onze roadtrip door de Engelse Cotswolds: praktisch, reisplanning en links rijden in Zuidwest Engeland

In een ver verleden schreef ik al eens een overzichtspost (bv. van Malta of Roemenië) van één van onze rondreizen die je zou kunnen helpen om zelf een tripje te plannen. En dat wil ik ook graag doen van onze roadtrip in Zuidwest Engeland in augustus 2025. Dus vandaag geen hopen foto’s, maar praktische informatie over de invulling. En onze ervaring met links rijden.

Ik geef nog graag even mee dat we onze volledige trip zelf betaalden en dat we niet werden gesponsord, dus alle reclame die ik maak is vanuit een eigen positieve ervaring (ik zeg het er voor de zekerheid maar even bij).

Zuidwest-Engeland & Cotswolds

Heel wat mensen kijken vreemd wanneer ik zei dat we onze zomervakantie zouden spenderen in Engeland. Ik ken niemand die er op vakantie gaat en toch kwamen we er voortdurend Vlamingen en Nederlanders tegen :).

Onze reis naar Engeland had twee grote redenen:

  • Ik ben gek op het land en de geschiedenis. Er rond rijden met de auto stond dus al jaren op de bucket list. Engeland leek ons qua verkeer en wegen ook een goede eerste ervaring, alvorens we de wegen in Schotland of Wales zouden trotseren. Dus we kozen bewust nog niet voor die meer populaire bestemmingen.
  • Engeland in de zomer is niet te heet. Ik hou van Italië en Spanje, maar in de zomer vind ik het er te heet en te druk. Er was een hittegolf in België, dus ook in Engeland hebben we temperaturen van 30+ graden gekend. Het kan natuurlijk ook echt veel regenen, daar kan je flink pech mee hebben. Maar meestal mag je uitgaan van het vier-seizoenen-op-één-dag principe of ga in het hoogseizoen en vaak heb je geluk met het weer dan.

Ik spreek van Zuidwest Engeland, daar kan je over discussiëren. De Cotswolds is een natuurgebied (“an area of outstanding beauty”) in het midden van het land en was wel de centrale focus van onze trip. Al zijn we daar ook wel wat buiten getreden. Je zou in dezelfde tijdspanne heel wat verder kunnen rijden en meer zaken kunnen meepikken. Maar wij kozen ervoor om echt rond onze verblijfplaatsen alles te zien wat we interessant vonden.

Links: Oxford. Rechts: tuin van Snowshill Manor.

Vervoer en verblijf

Omdat alles in de Cotswolds dicht op elkaar zit, besloten we om te kiezen voor drie verschillende verblijfplaatsen en niet elke dag te wisselen. Het is toch wat aangenamer om je spullen te laten liggen soms. En we wilden ook wel zelf ons ontbijt kunnen maken en de mogelijkheid hebben om zelf te koken (want elke avond pub food, is wat veel).

We kozen voor Oxford als uitvalsbasis om de auto te huren. Zo reden we een soort cirkel. Uiteraard kan je er ook voor kiezen om de auto op een andere plek in te leveren.

Om in Oxford te geraken, namen we eerst de Eurostar van Brussel-Zuid naar Londen, om nadien in Londen Paddington Station een trein te nemen naar Oxford (met GWR). De trein Londen-Oxford is slechts 40 minuutjes en je moet nog een beetje tijd voorzien voor de overstap via de Londense metro van St. Pancras naar Paddington. Als je vroeg genoeg boekt bij Eurostar kan je voor zo’n 100 euro per persoon heen en terug en off-peak return treinticket Oxford-Londen koste zo’n 38 pond per persoon. Als alles goed sta je zo na een halve dag in Oxford.

  • In Oxford sliepen we eerst twee nachten in het Premier Inn Westgate hotel. Geen aanrader vond ik (veel te warm of te koud door de airco, douche was matig), maar het was het enige nog beschikbare en niet te dure hotel toen wij boekten én de locatie is wel heel goed. Oxford blijkt een dure stad om te slapen met niet veel hotels. Dus boek op voorhand.
  • Daarna sliepen we 3 nachten in Box Cottage, in Broadwell. Dat is een piepklein gehucht vlak boven Stow-on-the-Wold (het hart van de Cotswolds) met slechts één pub en verder heel veel rust. Zeer fijn huisje!
  • Daarna sliepen we nog 2 nachten in het dorpje Box, vlakbij Bath, meer onderaan de Cotswolds. Hier huurden we een cottage met de slaapkamer mee in de living (een studio dus zeg maar). Ook zeker een aanrader.
  • Op onze laatste avond sliepen we nogmaals in de Premier Inn in Oxford, alvorens via Londen terug met de Eurostar naar huis te gaan.

De auto huurden we via Sunny Cars. Zij hebben een gegarandeerde all-in verzekering en werken met onderverhuurders ter plaatse. In Oxford is dat Europcar die op een industrieterrein iets buiten de stad zitten (nog net op wandelafstand van het centrum). Alles ging super vlot en we kregen een auto die helemaal in orde was en we hadden geen gedoe. Daar moet je natuurlijk wat geluk mee hebben, maar door de all-in verzekering had ik niet echt veel stress. Je kan Sunny Cars ook steeds in het Nederlands bereiken, wat ik een enorme plus vind.

Links: Lower Slaughter. Rechts: Bristol

Onze tips om links te rijden

Links rijden, ik had er al veel over gehoord. De ene vindt het een eitje, de andere een beetje eng. Het was de reden dat we Engeland boekten en nog niet Schotland, omdat we nu nooit ver moesten rijden en zo even konden wenen.

Wel, bleek dat allemaal even goed mee te vallen. Ik vond er helemaal niets aan. Links rijden went zo snel! Maar er zijn wel een aantal praktische zaken die ik kan meegeven:

  • Huur een Engelse auto met stuur aan de juiste kant voor links rijden. Ik denk dat het veel moeilijker is met een Belgische auto omdat je dan aan de verkeerde kant zit en niet de juiste dingen ziet als chauffeur.
  • Huur een automaat. Schakelen met je andere hand leek ons de hel. En met een automaat kan je vlot de beklimmingen over en moet je niet bezig zijn met een handrem ofzo.
  • Check op voorhand waar je wil parkeren. Links evenwijdig parkeren is misschien nog een stap te ver. Wij vonden in bijna elke plek een parkeerterrein aan de rand van het dorp of de stad, zo moest evenwijdig parkeren niet.
  • Een goede co-piloot is immens belangrijk. Iemand die jou er aan herinnert dat je links moet houden bv. wanneer er niemand is (want ja, het gebeurt dat je plots per ongeluk weer rechts gaat rijden). Wij werkten ook met ‘korte bocht’ en ‘brede bocht’ tegen elkaar te zeggen op het moment dat we moesten afslaan. Geen links-rechts verwarring zo.
  • Let op bij rotondes! Het verkeer komt er van de andere kant. In Engeland is er ook een systeem van rotondes met meerdere rijvakken en verkeerslichten. De bedoeling is dat je voorsorteert volgens de afrit die je moet hebben. Moet je dus de eerste afrit hebben, dan ga je helemaal links staan. Maar moet je de derde afrit, dan moet je het uiterst rechtse vak nemen en op een gegeven moment van vak veranderen. Klinkt heel chaotisch, maar er zijn meer dan genoeg lijnen op de grond die aangeven waar je naartoe moet.

Enkele sfeerbeelden van de kleine tweerichtingsstraten en soms moet je ook door een beek rijden.

Britten zijn sowieso veel hoffelijker in het verkeer dan Belgen. Wij reden door hele kleine straatjes waar je elkaar niet altijd kon passeren behalve op lay-by’s en tegenliggers gingen altijd mooi mee aan de kant of deden teken met hun lichten. Daar moet ik hier in mijn eigen Belgische straat zelfs niet op hopen ;).

Onze reisplanning

En dan nu een korte samenvatting van wat we tijdens de trip allemaal deden.

Dag 1: reizen en Oxford

  • Na een halve dag reizen waren we al doodmoe, in Oxford kan je makkelijk 2 dagen rond wandelen en dingen bezoeken, dus ik ben blij dat we daar voldoende tijd voor hebben genomen. Wat een fijne stad, het is er wel altijd een beetje druk denk ik.
  • In de namiddag bezochten we Christ Church, de kathedraal van de stad en meteen een eerste college van de universiteit. Prijzig, maar ik vond dit echt zwaar de moeite (de audiogids is ook echt goed!). Opgelet: elke vrijdag geven ze tickets voor de week erop vrij en die tickets gaan hard. Op tijd reserveren dus.

Christ Church

Dag 2: Oxford

  • Een citytrip dagje! We boekten deze walking tour met bezoek aan de Redcliff Camera van de Bodleian library. Heel fijne kennismaking met de stad.
  • We gingen ook naar binnen bij een college. Er is veel keuze, maar ons oog viel op New College, want hoewel de naam iets anders suggereert is dit één van de oudste colleges van de stad. Maar ook Magdalen College en Merton College zouden goede keuzes zijn.
  • We beklimden ook de toren van de universiteitskerk Saint Mary The Virgen. Echt een prachtig uitzicht, aanrader!
  • Boeken shoppen bij Blackwell’s is ook een must.

Links: zicht op de Redcliff Camera vanuit de toren van St. Mary. Rechts: New College

Dag 3: Blenheim Palace & aankomst in de Cotswolds

  • Vandaag pikten we de auto op en we reden meteen door naar Blenheim Palace. Unesco werelderfgoed! Dit is de plek waar Winston Churchill is geboren en John “Capability” Brown befaamde Engelse tuinen heeft aangelegd. Wij bezochten het paleis met meerdere expo’s en wandelden ook rond in de vele tuinen. Zes uur later waren we moe maar voldaan.

Links: zijkant Blenheim Palace. Rechts: zicht vanaf het openstelde dak.

  • We reden door naar de Cotswolds en stopten meteen bij Stow-on-the-Wold, het dorpje het dichtst bij onze cottage. Stow is altijd redelijk druk en heeft een middeleeuws aandoend minicentrum met oude marktplaats. De noordelijke deur van de St. Edward’s church is vooral een trekpleister: er groeien namelijk twee bomen door en het zou een inspiratiebron geweest zijn voor J.R.R. Tolkein voor de deuren van Durin.

Links: tuinen Blenheim Palace. Rechts: St. Edward’s church, Stow-On-The-Wold

Dag 4: Dagje in de Cotswolds

  • We begonnen heel vroeg bij Broadway Tower, het hoogste punt van de Cotswolds, om van het uitzicht te genieten zonder de drukte. Je kan de toren ook bezoeken, maar we wandelen enkel op de grounds helemaal naar beneden naar het dorpje Broadway.
  • Broadway is echt een etalagedorp met veel winkeltjes en barretjes en een hele mooie High Street. Nadien namen we de Uber naar boven want de klim zou te veel zijn geweest.
  • We reden naar Snowshill Manor & Garden. Een National Trust property. Charles wade legde hier een excentrieke collectie van spullen aan die je in de manor kan bezichtigen. De tuinen zijn daarnaast ook echt prachtig aangelegd.

Links: Broadway Tower. Rechts: Snowshill Manor & Garden

  • We bezocht Chastleton House, een Jakobistisch huis van een adellijke familie met door de eeuwen steeds te weinig geld om het huis goed te onderhouden. National Trust besloot het huis niet te restaureren, maar alles te laten zoals het was. Dit geeft een mooi beeld van zo’n adellijke familiewoning in verval. Ook hier zijn de tuinen fijn om door te wandelen.
  • We stopten kort even in Moreton-In-Marsch, een dorpje met een fijne high street, maar het was er doods dus vonden we er niet zo veel aan.
  • Uiteindelijk reden we toch nog naar Chipping Camden omdat dit voor velen het mooiste dorp van de Cotswolds is. Alle huizen van de High Street hebben namelijk dezelfde kleur van baksteen, en er staat ook een middeleeuwse markthal.

Links: Castleton House. Rechts: Chipping Camden

Dag 4: Sudeley Castle en meer Cotswolds

  • We reden eerst naar Winchcombe, een oud Saksisch dorp dat qua sfeer toch helemaal anders aanvoelde dan de andere dorpjes.
  • De reden daarvoor: we wilden graag Sudeley Castle & Gardens bezoeken. Sudeley Castle heeft een link met meerdere koningen en koninginnen uit de Engelse geschiedenis. O.a. Catherine Parr, de zesde vrouw van Henry VIII, leefde er en ligt er begraven. Het kasteel is vandaag privédomein maar de huidige eigenares stelt het open. Zeer boeiende expo over de geschiedenis van het kasteel, mooie samenhang van de huidige kamers die nog worden bewoond én de ruïne van vroegere vertrekken. En opnieuw: hele mooie tuinen. Sudeley is niet zo bekend, dus het is er veel minder druk dan in Blenheim Palace.

Sudeley Castle

  • Hierna reden we naar Bourton-On-The-Water maar omwillle van het extreem mooie weer was het daar over de koppen lopen. We besloten in Bourton te parkeren en van daaruit naar Lower Slaughter te wandelen. Een super klein dorpje aan dezelfde rivier. Persoonlijk vond ik dit het mooiste dorp dat we hebben bezocht.
  • Nadien gingen we wel nog naar Bourton. Het moet er heel mooi zijn als het er minder druk is. Dus kom vroeg zou ik zeggen. Je kan er wel makkellijk wat eten en drinken.
  • Wanneer de avond viel reden we door naar Burford. Een dorp op een heuvel met opnieuw een super mooie High Street. We gingen er eten in The Angel.

Je kan met de auto best wat dorpjes op zo’n dag zien. Meestal heeft zo’n dorp één of enkele mooie straten. En de drukte verschilt echt enorm per dorp, zo blijkt.

Links: Lower Slaughter. Rechts: Burford

Niet gedaan in de Cotswolds: Bibury met de overbekende Arlington Row (leek ons te druk en te klein om vlot te parkeren), Upper Slaughter (daar zijn we doorgereden, maar er was geen parking), Circencester (hoofdstad van de Cotswolds, hier hadden we geen tijd meer voor), de Romeinse villa in Chedworth, de tuinen van Hidcote manor en we zijn ook niet naar Stratford-Upon-Avon (geboortedorp van Shakespeare) gereden aangezien dat altijd overrompeld wordt door toeristen. Maar dat zijn dus wel allemaal goede opties ook ;).

Dag 5: Bristol

  • Voor we richting Box en Bath reden, gingen we een beetje uit de richting voor een dagje Bristol. We parkeerden aan het station.
  • Bristol is een soort Rotterdam: een hippe havenstad met veel leuke eetplekken, ruïnekerken door WOII bombardementen en wat street art. Maar het was iets minder hip dan ik had verwacht, er is namelijk ook heel veel geschiedenis en cultuur nog te vinden.
  • We bezochten de gotische pracht van St. Mary Redcliff, de prachtige Bristol Cathedral en het Bristol Museum & Art Gallery (alle drie gratis te bezoeken!). Verder liepen we vooral rond in de stad en lunchten we op de St. Nicholas Market.

Links: kleurrijke huisjes aan de haven. Rechts: Bristol Cathedral

Bristol is tof en je kan er langer spenderen dan één dag door bv. ook nog naar het dorp Clifton te gaan en de suspension bridge mee te pikken.

Dag 6: rond Bath

Dit was misschien wel mijn favoriete dag omdat we minder bekende zaken bezochten die allemaal echt heel mooi bleken. Dat we midden augustus tuinen in volle bloei hadden, hielp natuurlijk wel.

Links: Lacock. Rechts: Great Chalfield Manor

  • We begonnen in Lacock, een dorp van vier straten dat heel vaak dient als achtergrond van een historische tv-serie of film. Het hele dorp wordt onderhouden door National Trust. Als je er vroeg bent, heb je het dorp nog bijna voor jou alleen.
  • We bezochten ook Lacock Abbey, bekend van Harry Potter zo blijkt, maar het was het huis van William Fox Talbot, hij nam de eerste foto ooit aan de abdij en is de uitvinden van het negatiefproces. De abdij die werd omgevormd tot een familiewoning was interessant om te zien en er hoort ook een fotografiemuseum bij.
  • Daarna reden we naar Great Chalfield Manor & Gardens. Een onbekende parel uit de National Trust stal. Heel vaak de achtergrond van series en films die zich afspelen in Tudortijden aangezien de manor echt nog die middeleeuwse vibe heeft. Binnen kan je enkel met een begeleide tour die elk uur loopt, en je krijgt een beeld van een goed bewaarde middeleeuwse manor. De tuin is daarnaast echt een pareltje. Echt de moeite waard!

Links: Lacock Abbey. Rechts: Great Chalfield Manor

  • Tot slot, gingen we naar het dorp Corsham waar we Corsham Court bezochten. Een statig huis dat vol hangt met uitzonderlijke kunstobjecten (denk Rubens, Van Dyck, Lippi…) en prachtige uitgestrekte tuinen. Hier was niemand. We kregen in elke zaal persoonlijke uitleg van de medewerkers en de kunstcollectie was van een hoog niveau, helaas mochten we er geen foto’s nemen dus ik kan de binnenkant niet tonen.
  • We reden nog door naar Bradford-On-Avon, een stadje aan de rivier Avon, gebouwd op een heuvel waar nog een oude Romaanse Saksische kerk staat en de brug over de rivier de grootste trekpleister is. Daar aten we iets bij Ravello.

Links: Corsham Court. Rechts: Bradford-On-Avon

Niet gedaan: Dyrham Park, en ook Castle Combe hebben we aan ons voorbij moeten laten gaan. Avebury met de staande stenen hebben we ook moeten skippen.

Dag 7: Bath

  • Bath is een immens drukke stad qua verkeer en ligt ook in een dal, dus we besloten gebruik te maken van één van de drie park & rides waarbij je enkel de bus moet betalen die je naar het centrum brengt. We zaten minder dan 10 minuten op de bus dus dat was allemaal goed geregeld.
  • In Bath kan je heerlijk rondstruinen doorheen de straten met Georgiaanse en Edwardiaanse architectuur, bekend van Jane Austen en Bridgerton. Neem zeker de Pulteney Bridge, The Circus en The Royal Crescent mee.
  • Een must is ook een bezoek aan de Romeinse baden met audiogids. Ja, het is niet goedkoop en het is er best druk, maar het was zwaar de moeite. Unesco werelderfgoed dit en het is binnen nog veel groter en beter bewaard dan ik dacht.
  • Ook een bezoekje aan Bath Abbey is zeker de moeite. Deze gotische kerk heeft een uniek waaierpatroon.

Links: Pulteney Bridge. Rechts: Great Roman Bath.

In Bath kan je nog makkelijk langer zoet zijn door bv. één van de musea mee te pikken of het prior park in te wandelen voor een geweldig uitzicht, maar wij moesten de terugtocht maken naar Oxford en de auto gaan inleveren.

Dag 8: Oxford en naar huis

  • Onze laatste halve dag in Oxford spendeerden we in het prachtige Ashmolean Museum (gratis) waar je dagen in kan verdwalen. Er zijn collecties artefacten van oude beschavingen (Egypte, Grieken en Romeinen, Etrusken…) en ook een collectie Europese kunst. Voor ieder wat wils dus.,
  • Nog een laatste lunch op de leuke Covered Market en nadien via Londen met de Eurostar weer naar huis.

Ashmolean Museum, Oxford

En dat was het dan!

Extra bonustip: als je van plan bent om meerdere domeinen van National Trust mee te pikken – individueel zijn die best prijzig – kan je lid worden bij National Trust in Engeland of bij de Belgische tegenhanger Herita (wat goedkoper is), aangezien zij allen behoren tot de internationale organisatie INTO mag je dus in het buitenland ook gratis binnen bij de domeinen van de lokale erfgoedorganisatie. Zeker een winner qua budget en je kan de rest van het jaar ook in België wat zaken bezoeken dan.

Een lange blogpost dit, maar zo heb je alle praktische informatie meteen gebundeld bij elkaar. Hopelijk haal je er wat inspiratie uit!

Ben jij al eens naar Engeland op vakantie geweest?

Op mijn reisgidspagina vind je een handig overzicht van alle bestemmingen die ik bezocht en de bijhorende blogposts die ik erover schreef. Zo vertrek je nooit zonder inspiratie op vakantie.

Napels #3: een bezoek aan Pompeii

In april 2024 trokken Leen en ik naar de Italiaanse stad Napels voor onze jaarlijkse citytrip. Napels wordt ook wel de buik van Italië genoemd, ze zijn er blijkbaar zot van kerststallen en er is altijd wel ergens een hoek van waaruit de Vesuvius opdoemt. Napels is veelzijdig, Napels is luid, Napels is vuil en Napels voelt nog heel echt. Het werd een fijne kennismaking met deze zonnige stad.

Op onze tweede dag was het meteen tijd voor een uitstapje naar de oude Romeinse stad Pompeii. Pompeii klinkt druk en is voor velen een hoop stenen, maar wij zijn twee Latinisten met een hart voor het oude Rome. En ‘dankzij’ de ramp in Pompeii waarbij een vulkaanuitbarsting een hele stad onder zijn assen begroef, weten we heel veel over het leven van die rare Romeinen. Ik deed nooit een Italiëreis met school dus voor mij was Pompeii de eerste keer :).

Hoe geraak je in Pompeii vanuit Napels?

Met de trein is het eigenlijk heel eenvoudig. Vanuit het centrale Garibaldi treinstation (waar je vanuit heel Napels makkelijk raakt met de metro) neem je de circumvesuviano trein en stap je uit bij de halte Pompeii Scavi (scavi betekent opgravingen). Wij betaalden 13,20 euro heen en terug, dus dat is zeker niet duur.

Alleen moet je je wel verwachten aan een drukke toeristentrein. Zeker als je in de voormiddag vertrekt, wat ik wel aanraad want je bent makkelijk een hele dag zoet in Pompeii. Ik heb mensen bij het instappen heel fel anderen zien verdringen voor een zitplaats. Enfin, ik zag niet de mooiste kant van de mens, maar op een half uurtje ben je in Pompeii (dus ik vond rechtstaan ook niet zo erg).

Hoe was een bezoek aan Pompeii?

Casa de Sirico, eén van de vele villa’s met nog heel wat fresco’s.

Je betaalt 18 euro per persoon toegang (voor alleen Pompeii, je kan ook een combiticket met enkele villa’s kopen) en ik raad aan om op voorhand via de website tickets te boeken om zeker te zijn van een toegang (vooral in het hoogseizoen). Wij gingen op een weekdag in april wanneer ze regen voorspelden, uiteindelijk bleef het mooi weer, maar daardoor was het vrij rustig in Pompeii. Ik kan dus niet oordelen hoe druk het er gemiddeld is. Sowieso is het domein gigantisch. Neem dus zeker een plannetje bij de ingang en als het ergens te druk wordt, sla dan gewoon een zijstraat in.

Ik vond Pompeii best overweldigend. Ik had niet verwacht dat er nog zoveel gebouwen, muren en straten zo goed bewaard zijn gebleven. Ik had meer iets à la het Forum Romanum in Rome verwacht, maar Pompeii is dus veel meer dan dat.

Terme del foro

Je kan nooit alles doen op een dag dus je stippelt best een route uit volgens je interesses. Enkele stops die wij deden zijn:

  • therme suburbane (vlak bij de ingang als je van de trein komt)
  • casa del fauno
  • de basilica
  • het theater en het amfitheater met oefenweide daarnaast
  • lupanare (het bordeel met schunnige tekeningen)
  • terme del foro (heel mooi vond ik)
  • casa di sirico met nog veel fresco’s
  • de oude stadsmuren met een overgebleven wachttoren
  • casa poeto tragico met de mozaïek cave canem (‘Hier waakt de hond’), een gekend iets onder de Latinisten doordat het op de cover stond (staat?) van bepaald lesmateriaal

Links: een bakkerij met de maalstenen nog intact, rechts: mozaïek van Cave Canem achter glas, dus moeilijk te fotograferen

Ook gewoon fijn: door de straten wandelen en op het goed geluk links en rechts afslaan. En de eeuwenoude zebrapaden gebruiken om over te steken. Doe wel goede stapschoenen aan want de ondergrond is niet altijd even makkelijk.

Ze zijn nog altijd volop opgravingen aan het doen. Naar schatting ligt vandaag slechts 1/3de van de oude stad bloot. Het deel hieronder op de foto (genomen vanop de wachttoren) is niet publiek toegankelijk en in de achtergrond zie je enkele archeologische sites die – wie weet – een volgende keer wel te bezichtigen zijn.

Kom je op een zonnige dag dan raad ik aan om voldoende water en snacks zelf mee te brengen want er is amper schaduw. Het blijft een archeologische site dus binnen heb je wel WC-voorzieningen, maar geen restaurants. Daarvoor moet je het moderne Pompeii in. Wij hadden een bewolkte dag en dus viel de temperatuur, net als de drukte, goed mee.

Links: de basilica, in tegenstelling tot wat de naam doet vermoeden was dit geen religieus, maar wel een wereldlijk gebouw (wij hebben de structuur dan ‘gestolen’ om er ons Christelijke kerken op te baseren en daar is de naam basiliek van afgeleid). Rechts: het theater dat in de zomer wordt gebruikt voor voorstellingen, het witte gedeelte is gerestaureerd.

Het nadeel aan Pompeii is dat het er zo groot is dat je je er kapot kan lopen. Op de duur beginnen de zaken ook op elkaar te lijken. Tegen de helft van de namiddag hadden we dus zin om ons te zetten en iets te eten. We doken binnen bij pizzeria I matti voor – in mijn geval- een pasta (want pizza hield ik voor in Napels). Heel groot en toeristisch daarbinnen, maar met het eten was niets mis. Nadien namen we de trein terug die veel minder druk was, aangezien de mensen gespreid terugkeren naar de stad.

Zou ik er opnieuw naar toe gaan? Absoluut! Ik heb het gevoel dat ik nog steeds veel moet zien daar. Daarnaast zou ik ook Herculaneum eens willen doen omdat daar nog meer fresco’s te zien zijn en het meer behapbaar zou zijn op één dag. Of enkele andere opengestelde Romeinse villa’s in de buurt. Er is rond de Vesuvius nog zoveel Romeinse geschiedenis te ontdekken!

Ik heb met Pompeii toch iets kunnen afstrepen dat al heel lang op mijn bucket list stond. Ik denk wel dat het een ‘love it or hate it’ verhaal is. Voor sommigen is dit waarschijnlijk een hoop stenen die ze veel te lang in warme omstandigheden moeten trotseren. Maar hou je van geschiedenis en zie je wat wandelen op een dag wel zitten? Dan is dit sowieso de moeite!

Ben jij als eens in Pompeii geraakt?

Op mijn reisgidspagina vind je een handig overzicht van alle bestemmingen die ik bezocht en de bijhorende blogposts die ik erover schreef. Zo vertrek je nooit zonder inspiratie op vakantie.

Porto #1: Santo Ildefonso & Bonfim

In juni 2024 gingen we voor 6 dagen naar Porto als onze zomervakantie. Porto leek ons een ideale uitvalsbasis om ook wat uitstapjes te doen naar andere delen in Portugal. Maar al op dag 1 kreeg het coronavirus me te pakken, waardoor we meer in de stad bleven dan verwacht. Gelukkig bleek Porto een fijne stad waar je best veel kan doen, al is het er niet groot. De stad voelt als een soort Leuven in het buitenland. De ideale citytrip voor een lang weekend of voor een luie zomervakantie zoals wij deden.

We sliepen in een moderne Airbnb in de wijk Bonfim, die wijk stond in de reisgids aangeschreven als hip en opkomend. Tijdens onze eerste dag in Porto verkenden we Bonfim en omgeving en ik neem jullie hier graag mee naartoe.

Een klein stukje van Praca dos Poveiros

We sliepen vlakbij het leuke park Jardim Marques de Oliveira aan het Praca dos Poveiros. Waar de bouwvallige huizen afwisselen met hippe en authentieke eetplekken. Typisch voor deze voormalige arbeiderswijk die de laatste jaren aan het heropwaarderen is. Wij kozen voor een snelle pizzalunch bij Pizzaiolo aan het Coliseu, een art deco theater.

Links: Coliseu, rechts: Café Majestic.

Een beetje verder kan je rechts de Rua De Santa Catherina inslaan, de winkelstraat, waar je o.a. ook het chique Café Majestic – dit is dan weer Art Nouveau – vindt, samen met een horde toeristen die er een tafeltje proberen bemachtigen.

Als je nog wat verder wandelt, bots je plots op de blauwwitte tegels – azulejos – van de Capela Das Almas. Meteen een typisch beeld van Porto: de mooie tegels en kerken.

De kapel is opgezet in neoclassicistische stijl en gratis te bezoeken. Ik vond het interieur nog best sober, al zijn er ook binnen blauwe azulejos te vinden. Het is vooral treffend hoe zo’n mooi bouwwerk heel casual tussen de winkels op een drukke straathoek staat.

Om de hoek van de kapel kan je etenswaren inslaan in de mercado de Bolhao. Op de bovenverdieping vind je ook enkele leuke restaurants.

Er hangt die typische vibe van een zuiderse overdekte markthal, ik vind het altijd een must om daar even rond te lopen. De straten rondom de gigantische markthal zijn ook echt heel mooi met kleurrijke gevels.

Als je de Rua Santa Catherina in de andere richting naar beneden wandelt, kom je uiteindelijk uit aan de Igreja de Santo Ildefonso, opnieuw een blauw betegelde kerk vernoemd naar Ildelfonsos van Toledo, een bisschop uit de middeleeuwen.

De kerk is gebouwd in vroegbarokke stijl, al is het bladgoud van het altaar binnen wel echt overdadig. Voor 1 euro per persoon kan je naar binnen en daar hoort ook een minireligieus museum bij dat vooral heel schattig was.

In Portugal en Spanje zijn de barokke kerken vaak nogal too much. Zo ook de deze. Ik mis dan onze eenvoudige gotiek. Maar al dat bladgoud en die zware altaarstukken zijn nu eenmaal deel van de cultuur van het Iberische schiereiland dat lang heeft moeten strijden tegen de Moren – iets dat ik sinds mijn lessen Spaanse kunstgeschiedenis beter begrijp en probeer te waarderen.

Een bezoek duurt niet lang. Buiten aan de kerk staat er ook vaak een gezellige markt op het plein dat de kerk met het Sao Jaoa theater verbindt. Sao Jaoa (Johannes De Doper) is de patroonheilige van de stad. En enkele dagen later op 22 juni zou er een groot volksfeest zijn op zijn naamdag.

Ook nog een beetje verder weg in deze wijk: het Praca da Liberdade, het grootste plein van de stad met het stadhuis centraal. Een barok stadhuis, uiteraard.

Ik voelde me ondertussen zieker worden en dus gingen we terug naar de Airbnb. Bonfim bleek de ideale uitvalsbasis. Een beetje verder weg van het toeristische centrum, maar wel omgeven door fijne koffiezaken en eetplekken. Enkele aanraders:

  • Koffie kan bij C’Alma in een heel mooi pand, of bij Combi Coffee Roasters aan het park voor wie ook wil ontbijten en ook A certain café iets verderop biedt ook ontbijt en koffie.
  • Op het Praca do Poveiros vindt je heel wat eetplekken die lokaal Portugees serveren (maar wij zijn niet zo’n fan van veel vis of vlees op je bord). We gingen bij het iets hippere Antu.
  • Iets verder, maar wel twee keer geweest: Boa, boa voor lekker fusion Aziatisch. Van ramen tot curry’s en uiteraard bao’s. Aanrader!
  • Duello is een gezellige, kleine Mexicaan.
  • En het beste ijs van de buurt en van heel Porto is ongetwijfeld Gelateria Portuense. Je loopt er zo voorbij, maar dit ijs is echt niet te missen!

Ben jij al eens in Porto geweest?

(Noord-)Ierland #8: The Causeway Coast

In augustus 2023 trokken het lief en ik voor onze zomervakantie niet naar de zon, maar naar (Noord)-Ierland – waar we alle seizoenen meemaakten. Vliegen deden we op Dublin, waar we het even verkenden, om daarna door te reizen naar Belfast om het woelige verleden van Noord-Ierland en de prachtige natuur te ontdekken.

Noord-Ierland is meer dan Belfast. Zo staat dit deel van de UK/ het eiland Ierland bekend om zijn Causeway Coast aan de noordkust: een route die je met de auto kan rijden en die je langs de mooiste kusten en oude kastelen brengt. Wij huurden helaas geen auto, maar vonden toch een vlotte manier om met het openbaar vervoer een deel van deze route af te leggen.

Hoe geraak je van Belfast aan de Causeway Coast met het openbaar vervoer?

Het was even wat opzoekwerk, maar dit is hoe wij er geraakt zijn. We namen de trein van Great Victoria Street station (dat is niet ver van de City Hall) met bestemming Derry en stapten af in Coleraine. De trein wordt uitgevoerd door de maatschappij Translink en wij betaalden 18,50 Pond per persoon voor een dagkaart.

Aan Coleraine vertrekt de Coastway Rambler bus (nr. 402), ook van Translink dus je gebruikt hetzelfde ticket. De Coastway Rambler rijdt rondjes tussen Coleraine en Ballycastle. Je kan afstappen waar je wil en dan kan je kiezen in welke richting je weer opstapt. De bus is er ongeveer elk half uur, dus dat was zeker oké. Hieronder geef ik mee welke stops wij gedaan hebben, maar er is uiteraard nog meer te zien.

Dunluce Castle

Dunluce castle is vandaag een ruïne van wat vroeger het kasteel van de clan MacDonnell was. Het kasteel dateert al van de 13de eeuw. Voor 6 Pond per persoon kan je de ruïnes bezoeken. En dat is de moeite, ook omdat je vanaf het kasteel een mooi zicht hebt op de kliffen/kustlijn.

Na de Ierse nederlaag in de The Battle of the Boyne tegen de Engelsen werd het kasteel verlaten. Er gaat een legende de ronde dat de keuken op een gegeven moment in zee zou gestort zijn en dat de vrouw des huizes daarom weigerde er nog langer te wonen. Maar vandaag kan je nog steeds de keuken zien in de ruïne, dus veel waarde wordt er aan dat verhaal niet gehecht.

Dunluce is een populaire stop en ik vind het altijd fijn om in een kasteel rond te lopen, zeker als het een ruïne is. Aan de inkom is een kleine shop waar je ook een plannetje meekrijgt met informatie over de verschillende ruimtes en de geschiedenis.

Na een uurtje hadden we alles gezien en dus stapten we weer de bus op.

Giant’s causeway

De Giant’s causeway is dé trekpleister op deze route. Je ziet het aan het aantal geparkeerde auto’s en de hoeveelheid mensen die er rondlopen. Het was er echt druk, ondertussen kwam de zon er stilaan door. Er is een betalend bezoekerscentrum over de stenen, dat sloegen we over.

We begonnen meteen met de afdaling, de stenen liggen namelijk op zeeniveau dus je moet de klif afdalen (en daarna ook terug naar omhoog). En het is er druk!

The Giant’s causeway is een inham waar lavastenen zijn gevormd door de tand des tijds. De mensen zeiden hiervan vroeger dat de stenen zijn neergelegd door en voor reuzen, dus vandaar de naam ‘Giant’s causeway’. De wetenschappelijke verklaring is dat een vulkaanuitbarsting de stenen heeft doen ontstaan. Dit fenomeen is UNESCO beschermd ondertussen.

De stenen zijn een soort van trappen en tegelijk ook stoelen, maar ik vond het toch oppassen als je er rondstapt. Ik had ook gedacht dat het gebied met deze lavastenen groter was, maar eigenlijk is het zeer geconcentreerd op één bepaalde plek. En daar liep het dus vol mensen.

En die mensen doen de meest gekke dingen. Je ziet hen springen van stenengroep naar stenengroep, dicht bij het water. Soms zelfs hele jonge kinderen die gevaarlijke sprongen uithaalden. En dat terwijl er een stevige wind stond.

Ik vond de stenen dus best mooi en ook de inham heeft super mooie kliffen. Maar ik vond de ervaring van er te zijn met al die mensen niet zo fijn.

Tja, het is nu eenmaal de meest bezochte plek van Noord-Ierland. En de natuur is er echt heel mooi. Ik zou als tip geven om er heel vroeg of wat later op in de namiddag/in de avond te komen, zodat je de plek nog iets meer voor jezelf hebt.

Je kan in de buurt nog wel wat leuke wandelingen doen, maar wij gingen weer naar boven en stapten de bus op.

Dunseverick Castle

De volgende stap zou een korte zijn: op een hoge klif staat een mini ruïne van Dunseverick Castle. Het kasteel stond er waarschijnlijk al sinds de 5de eeuw en raakte in de 16de eeuw ook handen in van de MacDonnells. Tijdens het terreurregime van Oliver Cromwell werd het verwoest.

Het lijkt een stomme stop, maar tussen de twee kliffen is er een soort zee-inham en dat levert mooie natuurpracht op. Als je tijd hebt, kan je dus ook naar beneden wandelen, maar wij bleven boven staan. Er staan picknicktafels dus het is ook een heerlijke plek voor een lunch.

Wat een mooie plek hé

Ballintoy Harbour

De haven van Ballintoy is een populaire spot onder toeristen omdat er een scene uit Game Of Thrones is opgenomen. Wij stapten er af met de bus, maar moesten dan nog een hele weg naar beneden. De haven ligt echt op zeeniveau. Auto na auto passeerde ons, het was er heel druk. Ik vind persoonlijk de haven niet zo speciaal.

We dronken er iets in dat ene café dat ook verschillende cakes had. Je kon er alleen met cash betalen want wifi of mobiele data ontvangst was er niet. Dit is wat ze noemen afgelegen 😅.

Maar eens we waren bijgetankt, gingen we de omgeving verkennen en wauw wat een kusten! De haven is misschien in een aflevering op de tv geweest, maar ik vond toch de omgeving nog veel mooier. De foto’s spreken denk ik voor zich.

Op onderstaande foto spot je dichtbij Sheep island, maar helemaal in de verte linksboven, dat is Rathlin Island. Tijdens de oorlog met de Engelsen schuilde de familie MacDonnell en de verschillende families van de andere clanleden op dit eiland. Vooral omdat Sorley Boy MacDonnell tegen de Engelsen vocht.

Maar die Engelsen – Henry Sidney, Francis Drake en hun kompanen – vielen het eiland aan en hebben zowat iedereen (maar dan 600 mannen, vrouwen en kinderen) genadeloos om het leven gebracht. De hele MacDonnell familie van Sorley Boy overleefde het dus niet. Noord-Ierse geschiedenis, daar word je niet gelukkig van ;).

Bon, ik vond het er super mooi. En daarom is het waarschijnlijk ook terecht een populaire spot. En je zou het niet denken als je deze foto’s ziet, maar tijdens de terugweg naar boven begon het best fel te regenen.

We stapten dus weer de bus op met het plan om nog één stop te maken aan Kinbane Castle. Maar ofwel hebben we die halte gemist, ofwel stoppen ze er niet meer. En dus kwamen we aan in Ballycastle, een kustdorp met meer toerisme. En daar namen we bus terug die ons naar Coleraine station bracht.

Andere populaire stops zijn: de Carrick-a-Rede hangbrug (daar krijg je mij van zijn leven niet op 😅, maar heel populair), het stadje Bushmills waar je whiskey kan gaan proeven en de vele mooie stranden zoals Whitepark Bay.

We zagen dus maar een klein onderdeel van de Causeway Coast, maar wel het bekendste en meest populaire stuk. Ik wil heel graag de volledige route eens met de auto rijden, want de wegen zagen er heel goed te doen uit en je hebt overal voldoende parkeerplaatsen.

Zo’n dag in de natuur was een fijne afwisseling met het stedelijke van Belfast.

Ben jij al eens in Noord-Ierland geweest?

Op mijn reisgidspagina vind je een handig overzicht van alle bestemmingen die ik bezocht en de bijhorende blogposts die ik erover schreef. Zo vertrek je nooit zonder inspiratie op vakantie.