Close
Steden die ik…

Steden die ik…

Ik zag op sociale media onderstaand stokje passeren waarbij mensen steden (in eigen land, Europa of verder weg) ranken en vond het wel leuk om dat hier over te nemen in een blogpost. Feel free om in de comments (of in een eigen blogpost) zelf het lijstje in te vullen.

Wat iemand vindt van een stad is uiteraard heel persoonlijk. Het kan dus best zijn dat je helemaal niet akkoord bent met wat ik hieronder zeg. Ik kwam trouwens nog maar zelden buiten Europa dus ik noem hieronder allemaal Europese steden.

En het grappige is dat ik dus eigenlijk helemaal niet zo’n stadsmens ben. Maar op vakantie vind ik het wel fijn om even helemaal ondergedompeld te worden in de vibe van een stad.

Stad die ik niet leuk vind

Brussel.

Ik weet dat hier best veel mensen niet mee akkoord zullen zijn. Ik heb al wat steden bezocht, maar nog nooit een ervaring gehad waarvan ik denk: goh, deze stad vind ik maar niets. Maar met Brussel heb ik dat elke keer dus wel. Er zijn zeker leuke plekken en ik kom er graag voor de topmusea. Maar er hangt zo’n somberheid in die stad… Ik voel me er gewoon niet zo thuis.

Stad die ik overschat vind

Dublin.

Ook hier dus wel even getwijfeld. Eigenlijk zou ik hier Amsterdam willen schrijven omdat ik het er ook niet voelde, maar in my defense, ik ben er eigenlijk nog maar twee dagen geweest. Dus dan kies ik toch voor Dublin. Ik vond Dublin tof, maar gewoon niet zo speciaal. En heel Temple Bar en omgeving vond ik echt maar niks. Het is een gewoon een bar?

Stad die ik onderschat vind

Glasgow en Bilbao.

Over Glasgow hoor ik voortdurend negatieve dingen, terwijl ik het er helemaal geweldig vond. Op en top Schotland, met een industrieel verleden, toffe musea en uitgebreide parken. Ik wil er zo graag naar terug.

Bilbao is dan weer eerder eentje in de categorie: onbekend en dus ook onbemind bij velen. Maar heel bemind door mezelf. Het is een fantastische stad. Het is een kleinere stad die al het goede van Spanje aanbiedt zonder héél Spaans te zijn, haha. Bilbao heeft toch zo wat zijn eigenheid zeg maar.

Stad die ik leuk vind

Berlijn.

Ik vond Berlijn heel leuk! Heel gevarieerd. Heel open en ruimtelijk. Boordevol geschiedenis en toch hip. Ik heb echt nog maar een klein stuk van deze reuzestad gezien dus ik wil zeker nog een aantal keer terug.

Stad waar ik van hou

Rome.

Mijn liefde voor Rome is groot. Het is er gigadruk. Maar je vindt er nog zoveel leuke rustige plekken. En je hoeft niet elke keer de highlights aan te doen. En dat eten <3.

Stad waarin ik me goed voel

Belfast.

Ja, dit is geen verrassing denk ik. Belfast heeft alles wat ik leuk vind aan een stad. Dat rauwe randje. Dat nog niet drukke toeristische gevoel. Een soort echtheid. Super Brits en tegelijk ook weer niet. En ook zo onbekend nog bij velen.

Stad waarin ik zou wonen als ik mocht dromen

Londen.

Het is ook effectief een stiekeme (nu ja, het zal niemand verbazen dat ik hier Londen noem, toch?) droom om een tijdje (in de buurt van) Londen te wonen. Het leven is daar belachelijk duur, maar tegelijk ook belachelijk respectvol en gestructureerd ofzo. Londen ademt geschiedenis én je krijgt er tegelijk een soort goesting voor de toekomst. Londen heeft mijn hart (en de inhoud van mijn portefeuille helaas ook 😉).

Voila, en dan moet ik nu tot de conclusie komen dat bepaalde steden die ik heel leuk vind zelfs geen plek hebben gekregen (Parijs! Sevilla! Firenze!).

In welke stad zou jij willen wonen?

Bilbao #7: uitstap naar San Juan de Gaztelugatxe
cof

Bilbao #7: uitstap naar San Juan de Gaztelugatxe

In augustus 2022 trokken het lief en ik voor 6 dagen naar Spaans baskenland. We verbleven in de bruisende stad Bilbao om gezapig te citytrippen en combineerden dit met uitstappen naar San Sebastian en de kasteelrots San Juan de Gaztelagutxe.

Ik schreef al een enkele postjes bij elkaar over de fijne stad die Bilbao bleek en ook over onze uitstap naar het zonnige strand van San Sebastian. Maar we kregen ook één dag regen en net die dag stond een bezoek aan San Juan de Gaztelugatxe op de planning. Een hele mondvol.

Even praktisch

San Juan de Gaztelagutxe stamt van het Baskische woord gaztelu wat letterlijk kasteelrots betekent. Maar eigenlijk gaat het helemaal niet om een kasteel. Het is een klein klooster met kerk dat zich op de rots in het water aan de Baskische kust in de provincie Bermeo bevindt. De kasteelrots ligt op slechts 45 minuten rijden vanaf Bilbao en is daarom een populaire dagtrip.

Eens te meer sinds het te zien was als ‘Dragonstone’ in Game Of Thrones. Sindsdien is het toerisme ontploft en om de plek te bewaren moet je nu op voorhand je bezoek reserveren. Entree is nog steeds gratis maar de tickets zijn vaak weken op voorhand al volgeboekt.

Zo ook twee weken voor wij vertrokken en ik onze tickets wou reserveren. Bummer want met een simpele bus vanuit Bilbao kost het je maar enkele euro’s om er te geraken. Uiteindelijk moesten wij dus een begeleide tour boeken van 65 euro die daarna ook nog twee korte stops zou doen. We hadden er nu eenmaal onze zinnen op gezet.

Ons bezoek

Belangrijk om te weten is dat de rots in het water ligt en dat je dus ook heel afhankelijk bent van het weer. Toen wij er waren regende het en het waaide ook enorm hard. Dat hebben we gevoeld en zie je ook op de foto’s 😅

Daarnaast moet je eerst een heel stuk naar beneden alvorens aan de trappenklim te beginnen. En dat naar beneden gaan is heel steil. Maar soit, niet veel later stonden we aan de voet van de eerste traptrede op weg naar de kerk.

De trappenpartij van de kasteelrots zelf is goed te doen. Je hebt altijd een soort van stenen houvast. Ik gok dat het ergens tussen de 200 en 300 trappen waren.

Eens boven kan je uitblazen en van het uitzicht genieten. Je vindt er ook het kleine kerkje waar je eens door het sleutelgat van kan piepen. (De kerk is niet open). Het gebouw dateert uit de 10de eeuw, is aangevallen door Francis Drake in de 16de eeuw en vatte ook later nog een aantal keer vuur. Sinds 1980 is het gerestaureerd en nu wordt het dus dagelijks bezocht door toeristen van over de hele wereld.

De trappen naar beneden zijn wel oké, maar dan moet je dus nog terug de volgende ‘berg’ over (die waarlangs je eerst bent afgedaald). Je hebt de steile weg terug en een rustigere lange weg. Maar omdat we met een begeleide tour waren moesten we de steile weg terug. En dat hebben we geweten. Die klim is echt vele malen zwaarder dan de trappenpartij van de kasteelrots zelf. Ik heb zwaar gevloekt en was echt ‘op’ nadien. Ik zou dus een volgende keer de rustigere weg naar boven nemen.

Het weer viel wel een beetje tegen en dat vond ik jammer. Maar het gaf het geheel ook wel iets speciaals. Nadien stopten we nog in het vissersdorpje Bermeo (waar we werden uitgeregend) en heel kort aan het stadhuis van Guernica. Ik had gehoopt dat de tour wat langer in die laatste dramatische plek zou halt houden, maar eigenlijk waren het pitstops. Kort na de middag stonden we weer terug in een – je gelooft het niet – zonnig Bilbao.

Bermeo

San Juan de Gaztelagutxe is een toffe uitstap, maar ik zou deze zelf proberen plannen zonder tour. Langs de andere kant kregen we ook wel veel uitleg van de gids op voorhand en waren we zo voorbereid op de zware klim weer naar boven. Ik denk wel dat ik dit nog eens zou doen, maar dan hopelijk met wat zonniger weer.

En dit was het laatste postje over Bilbao en omstreken. Hopelijk heb ik jou geïnspireerd om er zelf ook eens naar toe te trekken.

Op mijn reisgidspagina vind je een handig overzicht van alle bestemmingen die ik bezocht en de bijhorende blogposts die ik erover schreef. Zo vertrek je nooit zonder inspiratie op vakantie.

(Noord-)Ierland #3: Dublin docklands & The National Gallery

(Noord-)Ierland #3: Dublin docklands & The National Gallery

In augustus 2023 trokken het lief en ik voor onze zomervakantie niet naar de zon, maar naar (Noord)-Ierland – waar we alle seizoenen meemaakten. Vliegen deden we op Dublin, waar we het even verkenden, om daarna door te reizen naar Belfast om het woelige verleden van Noord-Ierland en de prachtige natuur te ontdekken.

Vorige keer vertelde ik al over de bezienswaardigheden uit het centrum van Dublin en onze uitstap naar Howth. Vandaag trekken we iets meer naar het opkomende deel van de stad rond de Docklands en naar het museumgedeelte – of zo noem ik dat toch.

Dublin Docklands

Dublin Docklands is het stuk rond de rivier Liffey tot waar die uitmondt in de baai van Dublin. Hier zitten enkele grote techbedrijven met hun Europees hoofdkwartier, o.a. Facebook en Hubspot.

Beginnen deden we in Tara Street – waar je wel wat street art terug vindt. In Dublin zie je wel wat street art en graffiti – vooral dan op elektriciteitskasten. Maar het is niet te vergelijken met de overload aan street art die we later in Belfast zouden zien.

Aan de overkant van het water passeer je dan het custom house. Tijdens de Ierse opstand werd het een target van de IRA waarbij de koepel afbrandde. Vandaag is de koepel opnieuw herbouwd – maar het is dus een reconstructie.

Wat verderop vind je The Famine Memorial. Een standbeeldengroep ontworpen door Rowan Gillespie die zes uitgehongerde figuren afbeeldt. De hongersnood van 1845-1849 is de grootste ramp uit de Ierse geschiedenis waarbij half de populatie stierf en heel veel mensen een overtocht boekten naar Amerika. Dat waren vaak doodsschepen want een uitgehongerd lijf dat nadien weken moet overleven op een schip zonder vers voedsel haalde vaak de overkant niet.

Niet toevallig vind je vlak bij de memorial het EPIC museum dat over die emigratie gaat en je kan er ook zo’n schip bezoeken – The Jeanie Johnston.

Ik moet toegeven dat ik vooral deze wandeling maakte voor de Samuel Beckettbrug. Die heeft wat weg van de Rotterdamse Erasmusbrug. De brug is ontworpen door Santiago Calatrava, die ook het wetenschapspark in Valencia mee vormgaf. De brug moet een Ierse harp – een nationaal symbool- uitbeelden en staat er nog maar sinds 2009. Samuel Beckett is een Ierse schrijver van wie ‘Wachten op Godot’ het bekendste werk is.

Zoals steeds zijn witte bruggen een hel om op foto vast te leggen. Maar ik vind deze toch weer een echt pareltje en unpopular opinion: mooier dan de Ha’Penny Bridge.

Trinity College

Misschien wel de bekendste bezienswaardigheid van Dublin is Trinity College – hun universiteit. Hun bibliotheek The Long Gallery met het Book Of Kells is het meest geboekte museum. Dat zouden wij ook gedaan hebben, mocht de bibliotheek op dat moment niet wat gerenoveerd worden. Op de website stond te lezen dat er momenteel geen boeken op de planken stonden en dat vond ik toch wat stom om daar dan 20 euro p.p. voor neer te tellen. Een volgende keer dus. De gebouwen langs buiten bekeken we wel.

Het loopt er altijd wel best vol met volk, maar het terrein is heel groot. Je kan er naast de bibliotheek bezoeken, ook rondleidingen boeken met studenten. Ook dat is iets voor een volgende keer.

De universiteit is in de 16de eeuw opgericht door Elizabeth I en bestond maar uit één college, Trinity College dus, dat een synoniem is geworden voor de universiteit. Hét symbool is de Campanile, de klokkentoren die er staat sinds midden 17de eeuw.

De universiteit heeft wel wat bekende studenten – vooral schrijvers – afgeleverd o.a. Samuel Beckett, Oscar Wilde, Bram Stoker, Jonathan Swift, maar ook recenter Sally Rooney die je kan kennen van het boek ‘Normal people’.

National Gallery of Dublin

In de buurt van Trinity College vind je wat ik het museumgedeelte noem. Je kan er het Natural History Museum, het archeologisch museum en ook de National Gallery – het museum voor schone kunsten- bezoeken. Wij gingen binnen bij die laatste, toegang is gratis. Tenzij je een betalende expo wil bezoeken.

De collectie huisvest heel wat grote kunstenaars, zowel moderne kunst als antieke.

Wij begonnen bij de meer moderne kunst in de Millennium Wing – het nieuwste stuk van het gebouw. Maar het zijn toch vooral de oude kunstzalen die veel pracht en praal herbergen en deden denken aan die andere National Gallery in Londen.

Er is ook een hele afdeling Ierse kunst, wat ik wel leuk vond. Daarnaast zag ik werken van Vermeer, Signac, Canaletto, Titiaan, Velazquez, Caravaggio, Giordano, Lippi, Jordaens, Van Dyck…

We waren toch snel een dikke twee uur zoet en dat was meer dan we op voorhand hadden gedacht. Ik vond dit echt een heel fijn kunstmuseum, niet te druk ook.

Ik hou van mooie museumfoto’s

Merrion Square

We namen de uitgang langs Merrion Square en besloten om nog even het Merrion Square park binnen te wandelen.

Het park zelf is niet zo speciaal, je kan er wel vaak een street food markt vinden. Maar rond het park staan nog heel wat traditionele townhouses in Georgiaanse stijl met karakteristieke rode bakstenen en felgekleurde deuren. Ook dat is een symbool van Dublin.

Nu werd het stilaan tijd om richting station te gaan voor onze trein naar Belfast. Op zoek naar eetplekjes in Dublin? Die vind je in mijn vorige blogpost.

Door o.a. de Docklands, Trinity College en The National Gallery vond ik Dublin al wat leuker. Ik wil er dus zeker nog wel eens naar terug om de stad een tweede kans te geven. Het zal blijken dat ik veel meer de vibe voelde in Belfast. Maar dat is dus voor een volgende keer.

Wat is jouw favoriete plek in Dublin?

Op mijn reisgidspagina vind je een handig overzicht van alle bestemmingen die ik bezocht en de bijhorende blogposts die ik erover schreef. Zo vertrek je nooit zonder inspiratie op vakantie.

Firenze #4: Ponte Vecchio en het Uffizi
cof

Firenze #4: Ponte Vecchio en het Uffizi

In maart 2023 trokken Leen en ik eindelijk nog eens op citytrip. We kozen voor Firenze – de hoofdstad van Toscane, van de Italiaanse renaissance en van pasta, pizza en gelato. Cultuur meets lekker eten, de ideale combo.

Voor onze derde dag hadden we alvast op voorhand tickets gereserveerd voor het Uffizi, het grootste kunstenmuseum van Italië met heel wat meesterwerken uit de renaissance.

Ponte Vecchio

Maar voor we daar naar binnen gingen, passeerden we eerst nog die andere topbezienswaardigheid: de ponte Vecchio. Het is de bekendste brug van de stad. De ponte Vecchio kende zijn hoogdagen in de 15de eeuw wanneer Firenze een belangrijke handelsstad was. Op de brug zaten toen vooral slagerijen die hun vleesafval onmiddellijk in de Arno konden dumpen. De stank moet niet te harden geweest zijn. Later kwamen er goudsmeden in de plaats van de slagers.

De hangende werkplaatsen zijn nog steeds te zien en ook de stalletjes worden vandaag nog bewoond door juweliers – wel van de toeristische soort. Zijn de winkels open, is het er altijd druk. Kom je er ’s morgens vroeg of ’s avonds laat, dan valt dat veel beter mee.

Vanop de brug heb je ook een mooi uitzicht op het Uffizi. Wij gingen er redelijk vroeg om foto’s te schieten. De vorige dag waren we er in alle drukte gepasseerd en dat vond ik nogal ‘veel’. Is dit de allermooiste brug die ik ooit heb gezien? Neen, maar het is wel een iconisch plaatje van deze stad, dus zeker het passeren waard.

Uffizi

De Galleria degli Uffizi is na de Vaticaanse musea het meest bezochte kunstenmuseum van Italië. In opdracht van Cosimo I de Medici werd in de 16de eeuw gestart met de bouw. Eind 16de eeuw opende de tweede verdieping ook al als museum – wat enorm ‘vroeg’ was en weer aantoont dat de Medici familie kunst voor een breder publiek toegankelijk wilde maken.

Het is er altijd druk. We reserveerden op voorhand onze tickets voor een vroeg tijdslot. Je moet dan enkel even in de rij om ze in te wisselen voor een echt ticket. Wij bestelden trouwens online het passe-partout ticket van 38 euro, waarmee we naast het Uffizi ook het Pitti paleis en de Boboli Gardens binnen mochten. Dus bekijk even of dat ook voor jou wat euro’s kan schelen. Het Uffizi alleen kost in het hoogseizoen 25 euro en daarbuiten (in de winter) 12 euro.

Spot de drukte

Uffizi bestaat uit twee verdiepingen met kunst. Op de tweede verdieping begint je bezoek en hangen de grote Renaissance meesters. Denk Botticelli, Da Vinci, Lippi… Het is er altijd megadruk. Zeker bij de Botticelli’s. En ik ben een enorme fan van die man. Oa. La primavera en De Geboorte Van Venus zijn er te zien. Maar nadat ik die werken had bewonderd, maakte ik me met plezier uit de voeten – wat een drukte.

Het hele Uffizi is wel een plaatje. De plafonds en de uitgestalde beeldhouwwerken maken het echt een mooi bezoek. Druk of niet druk. En ben je een paar zalen verder van de bekende werken, dan kan je echt wel gemakkelijk een rustig plekje vinden.

Wie nog meer rust wil, neemt best de lange route waarbij je ook de benedenverdieping bezoekt. Daar zijn de kamers wat traditioneler ingericht en de grote massa passeert er niet. Je vindt er nochtans werken van Rubens, Rembrandt, Caravaggio, Titiaan…

Ik maak ook altijd graag foto’s van mensen voor een schilderij

Daar hangt ook het werk waarvoor Leen en ik misschien nog wel het meest kwamen: Judith slaying Holofernes, een doek van de 17de eeuwse vrouwelijke schilder Artemisia Gentileschi. Het werk is opvallend bloederig en de vrouwen kijken niet weg van het schouwspel. Ze zijn bewuste actoren in het geheel. Een meesterwerk vind ik zelf – zeker als je Artemisia’s eigen verhaal (ze werd jong verkracht) kent.

De rijkdom aan werken van het Uffizi maken het één van de meest prestigieuze kunstmusea ter wereld, maar ook één van de drukste. Dat is altijd een beetje het jammere aan de populariteit: dit museum trekt een brede massa aan die niet altijd echt voor de kunst komt, maar eerder om het af te vinken van de lijst. Toch vond ik het fijn om dit museum gedaan te hebben en kon ik voldoende rust vinden om werken te bekijken.

Het museum is fijn ingericht en biedt alles wat je moet hebben. Ze zouden enkel kunnen overwegen wat minder volk per uur binnen te laten. Maar dat kan je ook van het Louvre en de Vaticaanse musea zeggen.

Na ons bezoekje aan het Uffizi aten we alvast een ijsje bij Eduardo, vlak aan de Duomo. Het plekje stond in de Time To Momo dus daarom durfden we het aan zo dicht op een bezienswaardigheid – ik had o.a. heerlijk kaneelijs. En oeps, dit was nog in de voormiddag! Niet veel later ploften we neer bij Il Pizzaiuolo voor – je raadt het nooit – een pizza als lunch. Het is een meer klassieke Italiaan die wat verder van de gebaande paden ligt en daardoor vind je er rust tussen de locals. Iets wat we na het Uffizi wel verdiend hadden.

En wat we na het eten deden, kom je een volgende keer te weten :).

Wat is jouw favoriete kunstenmuseum?

Op mijn reisgidspagina vind je een handig overzicht van alle bestemmingen die ik bezocht en de bijhorende blogposts die ik erover schreef. Zo vertrek je nooit zonder inspiratie op vakantie.

Met (en zonder) de Museumpas #11: ridders en surrealisme

Met (en zonder) de Museumpas #11: ridders en surrealisme

Dit voorjaar zijn er zoveel toptentoonstellingen te zien in ons Belgenlandje dat mijn wishlist enorm lang is en dat de Museumpas daardoor veel vaker uit de portefeuille komt. Dus ik vond het fijn om er nog eens een blog aan te wijden. Vandaag neem ik jullie mee naar drie verschillende musea!

Ridders van het Gulden Vlies – Hof Van Busleyden (Mechelen)

In 2019 heropende het Hof Van Busleyden in Mechelen (en schreef ik al eens over). Het gebouw is een vroeger stadspaleis van Margaretha van Oostenrijk uit de Bourgondische tijd en daar gaat het museum ook voor een groot stuk over. Ik was toen al fan, maar ondertussen is het Hof Van Busleyden weer een tijdje gesloten geweest en opende het eind februari met een nieuwe permanente inrichting en een tijdelijke tentoonstelling in de moderne exporuimte.

Die tijdelijke expo gaat over de Ridders van het gulden vlies die samenkwamen in 1491 voor het kapittel van de Orde van het Gulden Vlies op de Grote Markt in Mechelen. De expo neemt je mee door het ontstaan van de Ridderorde en gaat ook over de mythe van een ridder. Centraal staan de gerestaureerde wapenschilden die later een permanente plek krijgen in de Sint-Romboutskathedraal. De expo is niet megagroot, maar wel de moeite. Zeker ook met de audiogids waarvoor Bart Van Loo – Mister Bourgondiërs himself – een stukje heeft ingesproken.

Daarnaast kan je ook de permanente collectie bekijken die wel wat heringericht is met als een van hoogtepunten de middeleeuwse hofjes van de zusters die er ooit leefden. Voor de kleinsten onder ons hebben ze een leuke kinderroute.

Het museum en de expo zijn gratis met de Museumpas, of je betaalt 15 euro aan de kassa. Online reserveren is aanbevolen, zeker in het weekend kan het er druk zijn. De expo over de ridders is er nog tot 2 juni 2024.

Histoire de ne pas rire. Het surrealisme in België Bozar (Brussel)

Bozar staat altijd garant voor fijne tentoonstellingen, al was ik er al een hele tijd niet geweest. Dit voorjaar hebben ze een topaanbod. Ik ben al jaren een echte fan van het surrealisme, een kunststroming die vooral in België en Spanje (denk Dali, Miro en Picasso) groots was in de 20ste eeuw. Bozar focust op de Belgen, terwijl je in het KSMSKB terecht kan voor internationaal werk (zie hieronder).

Het is altijd druk bij Bozar, maar nu vond ik het wel extreem. Er loopt namelijk ook een expo over James Ensor, die uiteraard eveneens populair is, dus het was wel even aanschuiven aan de ticketbalie (op voorhand reserveren is aan te raden!). Als Museumpashouder mag je maar één expo per dag uitkiezen in Bozar, dus voor Ensor ga ik nog eens terug.

Het nadeel aan Bozar vind ik dat de exporuimtes niet zo groot zijn. Ik heb graag voldoende bewegingsruimte in een museum en dat biedt Bozar niet altijd. Daardoor lijkt het vaak ook drukker en is het soms aanschuiven aan een werk.

Surrealisme in België: dan denk je meteen aan Magritte en Delvaux en laat dat nu ook de twee kunstenaars zijn die de tentoonstelling domineren. Ik ben zelf wel een Paul Delvaux fan. Magritte vind ik ook mooi, maar kijk, je hebt altijd je favorieten.

Wat ik daarnaast fijn vond is dat je uitleg kreeg over de Belgische groep van surrealisten en de onderlinge relaties (en soms ook spanningen). En dat er ook twee vrouwelijke kunstenaars centraal stonden: Rachel Baes en Jane Graverol. Ik kende ze niet, maar ben van allebei (en hun eigen stijl) wel fan geworden.

Sowieso zaten er wel wat feministische thema’s in de expo en dat vind ik altijd fijn.

Histoire de ne pas rire in Bozar: gratis met de Museumpas, 18 euro aan de kassa of 29 euro als duoticket met de andere surrealisme expo in KMSKB. Nog tot 16 juni 2024.

Imagine! 100 years of international Surrealism

Het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten in Brussel (kortweg KMSKB) pakt ook uit met surrealisme, maar dan op internationaal vlak. KMSKB, bovenop de Kunstberg, doet niet mee met de Museumpas. Maar dat hield ons niet tegen.

De expo bracht ons naar -4 waar een heel moderne exporuimte zit, die heel ruim was en dus was mijn museumhartje blij :). De werken zijn gegroepeerd volgens verschillende inhoudelijke thema’s. Ik ben grote fan van de Spaanse surrealisten: er hangen drie Dali’s, 1 Miro en 2 Picasso’s. Verder opnieuw heel wat Magritte, Delvaux, een Pollock en verschillende werken van Max Ernst.

De teksten op de muren vond ik wel wat moeilijker geschreven, dus ik heb me vooral laten leiden door de werken zelf.

Imagine! loopt nog tot 21 juli 2024. Aan de kassa betaal je 15 euro, of een combiticket met Bozar voor 29 euro. KMSKB is niet toegankelijk met de museumpas. Wil je de permanente collectie van het KMSKB (of dat van het Magritte museum) bezoeken, dan heb je een extra ticket nodig.

Mocht het dus een heel regenachtige paasvakantie worden, heb je hierna hopelijk genoeg inspiratie voor een dagje weg.

Heb jij recent nog een leuk museum of een interessante expo bezocht?

Bilbao #6: Vizcayabrug in Portugalete

Bilbao #6: Vizcayabrug in Portugalete

In augustus 2022 trokken het lief en ik voor 6 dagen naar Spaans baskenland. We verbleven in de bruisende stad Bilbao om gezapig te citytrippen en combineerden dit met uitstappen naar San Sebastian en de kasteelrots San Juan de Gaztelagutxe.

Tijdens onze laatste volle dag in Bilbao hadden we nog wat tijd over en besloten we de metro te nemen voor een kort uitstapje naar de Vizcayabrug die op de Unesco werelderfgoedlijst staat. Mooie, speciale bruggen krijgen altijd snel een plekje in mijn hart dus ik vond het wel de moeite om eens dichterbij kennis te maken.

Hoe geraak je?

Er zijn ongetwijfeld verschillende opties: met de fiets of zelfs per boot? Maar wij namen dus de metro tot in het station Areeta. Van daaruit is het nog een kleine 5 minuten recht op recht wandelen tot aan de brug. Je betaalt 1,90 voor een enkeltje met de metro.

De Vizcayabrug

De Vizcayabrug, ook wel puente colgante genoemd, is de oudste zweefbrug ter wereld die het stadje Portugalete verbindt met Getxo over de rivier Nervion. Het is enige manier om over te steken in de weide omgeving.

De brug is van 1883 en gebouwd door Alberto Palacio (zalig toch als je zo heet?), een leerling van Gustave Eiffel himself.

De brug is enkel over te steken in de hangende gondel die zowel mensen als hele voertuigen naar de overkant brengt. Nog steeds kan je elke 8 minuten een gondel nemen. Daar had ik niet zo veel zin in, want ik heb het niet op hangende wiebelende dingen. Al moet ik toegeven dat het er best stevig en stabiel uitzag.

De grote rode metalen constructie doet wel wat aan de Eiffeltoren denken en het is ook gewoon best indrukwekkend om dit enorme gevaarte bezig te zien om die ene -relatief kleine- gondel telkens naar de overkant te brengen.

De zweefbrug is bedacht om het drukke scheepvaartverkeer eind 19de eeuw niet te veel te storen. Een gewone oversteekbrug (is dat een woord?) zou ervoor zorgen dat deze voortdurend naar omhoog moest en dat schepen dus ook moesten wachten.

Je zou een bezoek aan deze brug kunnen combineren met een halve dag in Getxo, waar je het strand op kan of in het haventje kan rond wandelen. Wij namen alweer de metro terug naar Bilbao.

Is het de moeite waard? De puente colgante stond niet vooraan op mijn Bilbaolijstje, maar we waren er lang genoeg om het mee te pikken. Het is in ieder geval een bijzonder zicht zo’n zweefbrug en als je van bruggen of metalen constructies houdt zeker interessant. Je bent er vanuit de stad ook zo snel met de metro dat het zonde zou zijn om het over te slaan.

Wat is de meest speciale of mooiste brug die jij al eens gezien hebt? Bij mij is de Kettingbrug in Boedapest een grote favoriet.

Op mijn reisgidspagina vind je een handig overzicht van alle bestemmingen die ik bezocht en de bijhorende blogposts die ik erover schreef. Zo vertrek je nooit zonder inspiratie op vakantie.

Parijs #9: 3 nieuwe favorieten

Parijs #9: 3 nieuwe favorieten

Zoals je al kon lezen in mijn jaaroverzicht ging ik afgelopen zomer met een vriendin twee dagen naar Parijs. Het was regenachtig met af en toe wat zonneschijn. Omdat het een van de eerste keren van mijn vriendin in Parijs was, deden we vooral de highlights aan. Over veel zaken schreef ik al, maar ik ontdekte ook drie nieuwe plekjes, waarover ik vandaag graag wat meer vertel.

De Montparnasse toren

We sliepen in Graphik Montparnasse, een niet zo duur boutique hotel met fel gekleurde kamers en gangen gelegen in – je raadt het al – de wijk Montparnasse. Niet meteen het centrum van de stad, maar wel makkelijk bereikbaar met de metro.

En omdat we er natuurlijk vlakbij sliepen, boekten we last-minute toch nog een laatavond toegang tot de befaamde toren. Om jezelf van een plekje te verzekeren boek je best online, wij betaalden 21 euro per persoon. We reserveerden om 21u30, het laatste tijdslot van de dag.

Nadat de security je tassen controleert mag je in een lift, één van de snelste waar ik ooit in heb gezeten. Je gaat in 38 seconden (!) naar de 56ste verdieping waar je iets kan drinken in de bar en achter glas van het uitzicht kan genieten – een alternatief voor bij regenweer. Maar bij ons regende het niet meer en dus namen we nog enkele trappen naar helemaal bovenaan.

Het uitzicht is uiteraard prachtig, zeker in de avond kan je zo de Lichtstad in alle betekenissen van het woord bewonderen. De Eiffeltoren spot je meteen, net zoals het Louvre, het Pantheon, de Notre-Dame of in de verte de Sacre-Coeur. In het daglicht moet het een andere beleving zijn en kan je meer detail zien. Maar in het donker zie je de enorme hoeveelheid aan licht(vervuiling) en dat heeft wel iets rustgevend.

Geen goedkope activiteit, maar wel hét uitzicht van Parijs wat mij betreft. Ik zou nog eens terug willen, maar deze keer dan eens in de dag.

Een bezoekje aan het Pantheon

De tweede dag starten we in de jardin du Luxembourg, één van mijn favoriete plekken in de stad.

Van hieruit wandelden we naar het pantheon. Oorspronkelijk gebouwd als kerk, maar na de Franse Revolutie werd het in gebruik genomen als begraafplaats van grote Fransen. Boven de ingang van het Panthéon staat daarom de tekst Aux grands hommes la patrie reconnaissante, oftewel ‘Voor de grote mannen, het dankbare vaderland’. Mannen uiteraard, want we zijn de 18de eeuw.

Om binnen te gaan kan je op voorhand een ticket reserveren, dan mag je in de quick lane. Wij hadden geen ticket en schoven dus wel een half uur aan om binnen te kunnen. Een ticket kost 13 euro.

De buitenkant van het gebouw is in neoclassicistische stijl en moest gaan lijken op het pantheon in Rome, maar de koepel heeft meer weg van de St. Paul’s Cathedral in Londen. De Korinthische zuilen doen weer wel Romeins, of zeg maar Grieks, aan. En die zuilen komen ook in het interieur terug. Binnen springt onmiddellijk de grote koepel in het oog. De binnenkant is verder eerder neogotisch te noemen.

Onder de grote koepel vind je ook de slinger van Foucault. Door een gewicht aan een touw te hangen leverde Foucault het bewijs dat de aarde om de zon draait. Ik ben zelf niet zo’n natuurkundige, maar vond het wel boeiend om die slinger te zien bewegen.

De kerk is echt enorm groot en mooi. Ik hou wel van dit eerder sober, maar toch indrukwekkende interieur. Je kan daarnaast afdalen naar de crypte waar het echte mausoleum is. O.a. Voltaire, Rousseau, Zola, Hugo, Monnet en Dugas liggen er begraven. En toch ook vijf vrouwen die ik graag alle vijf bij naam noem: Marie Curie, Geneviève de Gaulle-Anthonioz, Germaine Tillion , Simone Veil en Joséphine Baker (nog maar sinds 2021). Grote vrouwen, ze bestaan dan toch ;).

Mooi gebouw dus, zeker een bezoekje waard.

Binnenkijken bij de Grote Moskee

Al wandelend door Quartier Latin waren we op weg naar de Grote Moskee, niet zover van Jardin des Plantes. Voor drie euro kan je het gebouw bezoeken. Het is de grootste moskee van Frankrijk en de op twee na grootste van Europa, de term Grande dus zeker waardig. De bouwstijl is Mujedar, wat ik herkende van Sevilla. Denk: tegeltjes, binnentuinen met fonteinen en een zeer versierde minaret.

We wandelden er even rond. Het was er best druk. Er is een afgesloten gebedsplek, maar de andere delen van het gebouw staan in het teken van het toerisme.

Zeker een bezoek waard. Ik ben een Mujedar fan en het feit dat het zonnetje er net doorkwam toen we door de tuin liepen was een geluksmomentje.

Wat we daarnaast nog deden

  • We wandelden van Trocadero helemaal naar de Tuilerieën en het Louvre zoals beschreven in deze wandeling (de Arc Du Triomphe lieten we wel achterwege).
  • Vanaf het Louvre wandelden we dan in de namiddag richting jardin du palais royal, île de la cité, door de straten van le Marais om uiteindelijk op Place Des Vosges te eindigen. Dat was ongeveer deze wandeling.
  • We spendeerden een namiddag in een uitgeregend Montmartre.

Heb jij een favoriete plek in Parijs?

Firenze #3: San Marco en de Duomo
cof

Firenze #3: San Marco en de Duomo

In maart 2023 trokken Leen en ik eindelijk nog eens op citytrip. We kozen voor Firenze – de hoofdstad van Toscane, van de Italiaanse renaissance en van pasta, pizza en gelato. Cultuur meets lekker eten, de ideale combo.

Nadat we een voormiddag in de voetstappen van de Medici stapten in de San Lorenzo wijk, bleek er nog veel meer te ontdekken in deze buurt. En de Duomo stond uiteraard ook hoog op de lijst.

Mercato central

De mercato central is de overdekte markthal van Firenze zoals je ze wel vaker in het zuiden van Europa kan vinden. Struin door de versmarkt of geniet er van een lunch op de eerste verdieping. Rondom het gebouw staat er bijna dagelijks een leermarkt – van het toeristische type – handtassen, portefeuilles, en al wat je in leer zou kunnen maken, wordt er verkocht. Ik probeer zelf het bezit van leer zoveel mogelijk te vermijden dus ik kocht er alleen leuke postkaartjes.

Ondertussen konden we wel een lunch gebruiken. De Momo leidde ons naar SimBIOsi, een kleine pizzeria met een grote houtoven en goede biologische wijn. Als ik naar één plek terug wil voor het eten, is het zeker deze plek. Een aanrader om op je lijstje te zetten dus.

Dessert haalde we aan de overkant bij het ijszaakje Mysugar en – amai!- ook dat ijs was goddelijk. Ik hou zo van Italië.

Ietwat verborgen omdat het wat verder uit het centrum is, ligt het Chiostro dello scalzo. Je wordt er verwelkomd door een non en mag dan gratis deze kloostergang bezoeken. De muren bevatten fresco’s in zwart-witte tinten die het levensverhaal van Johannes De Doper vertellen. Bijzonder!

De kloostergang is wel enkel open in de voormiddag en op weekdagen. Hou daar dus rekening mee in de planning. Plannen in Italië met hun vreemde openingsuren is sowieso een must. Iets dat we leerden toen we voor de gesloten deuren van zowel de botanische tuin (enkel in het weekend) en Museo di San Marco (enkel voormiddagen) stonden. Daarvoor moet ik dus nog eens terug, maar misschien is het wel open als jij er bent?

Op naar de Duomo dan maar! De Santa Maria del Fiore – kortweg Duomo – is hét iconische gebouw van de stad. In de 13de eeuw begon de bouw en het is vooral de enorme koepel ontworpen door Brunelleschi in opdracht van de Medici’s die de aandacht trekt. Ik heb al veel grote kerken gezien, maar door de manier waarop deze is neergezet – naast gewone rijhuizen – lijkt het echt een immens gebouw. Wat het ook is, maar er zijn nog grotere kerken (waaronder de Sint-Pieter in Rome).

De kerk zelf is gratis te bezoeken, maar er staat wel altijd een wachtrij. Pas trouwens op dat je in de juiste wachtrij staat want daarnaast zijn er nog 5 andere rijen voor betalende bezienswaardigheden: zo kan je de koepel én de klokkentoren beklimmen, is er een museum over de Duomo (dat naar het schijnt wel echt de moeite is) en ook de Battistero kan je bezoeken. Hier vul je alleen al een volledige dag mee als je al deze dingen zou doen.

De Battistero is de doopkapel en heeft enorme bronzen deuren. Die staat aan de overkant van de kerk. De voorgevel van de Duomo is trouwens veel later gezet dan de koepel. De giotto of klokkentoren staat ernaast en lijkt deel uit te maken van de kerk, maar eigenlijk staat die toren ook apart.

Hoe mooi gedecoreerd de kerk er vanbuiten ook uit ziet, binnen is het interieur veel soberder. Enkel de koepel is volledig beschilderd met fresco’s van Vasari die het Laatste Oordeel afbeelden. Ze laten best wat volk binnen en niet iedereen is even stil – dat is zacht uitgedrukt – maar wij wandelden wel even rond en bekeken vooral de koepel in detail.

De Duomo is zo’n indrukwekkend gebouw dat je het vanaf bijna elke straathoek in Firenze te zien krijgt. Het is er dan ook altijd druk, al viel dat in maart beter mee dan ik had gedacht.

Hierna gingen we uitgebreid aperitieven (dat hoort erbij als je in Italië bent). En we aten opnieuw pizza (oeps ^^) bij Berbere in San Frediano – die pizzadeeg maken op basis van zuurdesem. Heel lekker! En zo kwam er een einde aan onze tweede dag in Firenze.

Op mijn reisgidspagina vind je een handig overzicht van alle bestemmingen die ik bezocht en de bijhorende blogposts die ik erover schreef. Zo vertrek je nooit zonder inspiratie op vakantie.

(Noord-)Ierland #2: The Howth Cliff walk

(Noord-)Ierland #2: The Howth Cliff walk

In augustus 2023 trokken het lief en ik voor onze zomervakantie niet naar de zon, maar naar (Noord)-Ierland – waar we alle seizoenen meemaakten. Vliegen deden we op Dublin, waar we de stad even verkenden, om daarna door te reizen naar Belfast om het woelige verleden van Noord-Ierland en de prachtige natuur te ontdekken.

Vorige keer vertelde ik al over de bezienswaardigheden uit het centrum van Dublin. Op onze tweede dag besloten we al meteen een daguitstap te maken. Ons oog viel op de Howth cliff walk: een wandeling langs de kliffen van het vissersdorpje in Howth.

Hoe geraak je in Howth?

Howth is heel eenvoudig te bereiken vanaf het centrum van Dublin. Je neemt hiervoor de DART trein die verschillende stops in de stad heeft (o.a. Pearce, Tara Street en Connolly). Een heen en terug ticket kost amper 5 euro per persoon en je bent ongeveer een half uur onderweg voor je aan het eindstation Howth aankomt.

Welke wandelingen zijn er in Howth?

Er zijn verschillende opties voor je Howth cliff walk, afhankelijk van de afstand die je wil doen en wat je wil zien. Je vindt ze op de website van Howth. Wij deden uiteindelijk de blauwe wandeling: The Tramline loop van 7km. Die neemt je net als de andere drie wandelingen mee over de kliffen tot op het hoogste punt waarna je terug afdaalt naar het dorp via een oude tramlijn die nu een mooi wandelpad is.

The Howth cliff walk: onze ervaring

Wanneer je de trein uitstapt staat er ook meteen een kaart die je kan helpen om een wandeling te kiezen, of je beslist net als ons pas boven op de top. Eerst wandel je een stuk door het vissersdorp Howth en zo kom je aan de kleine haven.

Meteen daarna ga je via een asfaltweg best steil naar omhoog. Ik had er eigenlijk een foto van moeten nemen. Van een kuitenopwarmer kan je niet spreken, eerder meteen een stevige kuitenbijter. Maar zo steil werd het maar één keer, als dat een geruststelling kan wezen. Redelijk snel daarna kom je op een zandpad terecht langs de kliffen. Toen wij er waren scheen de zon volop en stonden de bloemen ook in bloei.

Het lijkt op alle foto’s alsof er nooit mensen in de buurt zijn. Dat was wel het geval. En je kan niet altijd makkelijk passeren. Op bepaalde punten was het daardoor even druk te noemen. Maar het viel allemaal best mee. En wij waren er in augustus, dat is natuurlijk hoogseizoen.

De eigenlijk kliffen vond ik best mooi. Verwacht niets spectaculair, maar soms was de afgrond toch best hoog en het uitzicht daardoor prachtig.

Meer naar het einde krijg je een zicht op de Bailey lighthouse. De langste wandeling (de paarse) breng je daar naartoe, maar ik had gelezen dat die terugwandeling heel saai was.

En de zon scheen volop toen we naar het hoogste punt van de kliffen, het car Summit car park (jawel gewoon een parking) klimden. Dus mijn kaars was stilaan uit moet ik toegeven.

Uitzicht op het dorp en het eilandje voor Howth vanaf de tramlijn route.

We besloten toen de afdaling via de oude tramlijn te nemen. Je kan ook terug via de kliffen (dat is de kortste wandeling). Maar de tramlijn bleek een goede keuze. We waren bijna de enige die deze route namen, het was dus er dus rustig. En de route is mooi aangelegd.

Het nadeel aan een klein vissersdorp dat wordt overspoeld door toeristen is dat de eetplekken er allemaal toeristisch zijn. Wij ploften neer bij The House restaurant, maar het eten viel wat tegen (en de prijzen ook).

We passeerden deze leuke elektriciteitskasten in het dorp.

Na een deugddoende lunch namen we terug de DART trein naar Dublin. Ik vond Howth echt de perfecte daguitstap. Het is een super mooie wandeling die qua niveau heel goed doenbaar is. Aanrader dus voor wie een dagje uit de stad wil.

Heb jij nog een Dublintip?

Op mijn reisgidspagina vind je een handig overzicht van alle bestemmingen die ik bezocht en de bijhorende blogposts die ik erover schreef. Zo vertrek je nooit zonder inspiratie op vakantie.

Londen #18: Greenwich
rhdr

Londen #18: Greenwich

In juni 2022 trok ik nog eens naar mijn favoriete stad Londen. Omdat ik al wel vaker over de Britse hoofdstad heb verteld, focus ik voor deze trip in mijn verslagjes op de nieuwe dingen die ik er heb gedaan.

En voor de trip van 2022 is dit het voorlopig laatste berichtje. Op onze voorlaatste dag wilden we graag een nieuwe wijk/plek verkennen. Het was stralend juniweer en de keuze viel op Greenwich, waar verschillende musea te bezoeken zijn en ons ook een prachtig uitzicht werd beloofd.

Hoe geraak je in Greenwich vanuit Londen?

Er zijn verschillende manieren om in Greenwich te geraken: per metro, per boot, of met de DLR (de Docklands Light Railway). Aangezien wij dichtbij The Tower sliepen kozen we om aan Tower Gateway de DLR te nemen, via een korte overstap konden we dan uitstappen aan het station Cutty Sark. Dat is echt vlakbij de belangrijkste bezienswaardigheden.

De gewone metro (jubilee line) viel voor ons af omdat je dan eerder aan de O2 arena aankomt en het water nog over moet. De boot wilden we graag terug nemen, maar het was chaos aan de loketten -inclusief wachtrij- dus we namen opnieuw de DLR terug. De DLR betaal je gewoon met je Oyster Card. Ben je niet in de buurt van The Tower, dan kan je in het metrostation Bank ook op diezelfde DLR stappen.

In Greenwich is best veel te doen. Je vermaakt je er al snel een volledige dag. We bezochten The queen’s house en de Old Royal Naval College met painted hall, maar er is dus nog veel meer keuze. Ik lijst de belangrijkste zaken even op.

The queen’s house

Inigo Jones is de architect van dit witte optrekje dat is gebouwd in opdracht van James I voor zijn vrouw Anna Van Denemarken. Het was het eerste classicistische gebouw in het Verenigd Koninkrijk.

Het is ook Anna die ervoor heeft gezorgd dat de Old Royal Naval College vandaag de dag zo’n speciale tweelingenstructuur heeft. Zij wou namelijk niet dat het nieuwe gebouw haar het zicht op de Thames afnam en dus moest er een doorgang blijven. Deze unieke structuur maakt dat de Naval College UNESCO beschermd is geraakt omdat het uniek in de wereld is. Bedankt daarvoor Anna.

Alleen heeft Anna zelf nooit van The queen’s house kunnen genieten. Ze was al overleden voor de bouw voltooid raakte. Haar opvolgster, de française Maria Henrietta, was daardoor de eerste koningin die er haar intrek nam. Maar ook dat was van korte duur. Haar man was de befaamde Charles I, die werd onthoofd door Oliver Cromwell en zijn volgers.

Vandaag is The queen’s house een kunstmuseum. Het is gratis te bezoeken, gewoon even reserveren op voorhand. Wij waren er bij opening en er was nog niemand.

Het eerste deel van de kunstcollectie is meestal een tijdelijke expositie, voor je naar de meer permanente collectie gaat. De middelste kamer heeft niet alleen een magnifieke vloer en hoog plafond, maar ook een prachtig uitzicht op The Thames. Elke ruimte vond ik mooi opgebouwd en de inkleding is in elke zaal wel wat anders.

Topstuk uit de collectie is het Armada Portret van Elizabeth I. Het is een schilderij vol progandasymboliek dat The virgin queen heel bewust heeft laten opmaken. Hoewel ik een echte Tudorfan ben, is Elizabeth I niet mijn favoriete figuur. Maar het Armadaportret is wel by far mijn favoriete beeltenis van Elizabeth (en zij heeft er veel). Ik stond er dus wel een tijdje naar te kijken om alles in mij op te nemen. Alleen al voor dit schilderij is een bezoek de moeite waard.

Iets minder een kunstfanaat? Dan ben je misschien wel geïnteresseerd in The tulip’s stairs. Dit is de eerste op zichzelf staande draaitrap die ooit in het Verenigd Koninkrijk is gebouwd. Er is ook in de jaren 60 een foto genomen waarop een geest zou te zien zijn.

The queen’s house was helemaal mijn ding, maar dat kon je al wel voorspellen denk ik :). Op een dik uurtje ben je er rond. Dit is echt nog niet zo’n toeristische trekpleister als vele andere gratis musea in en rond Londen. En dus heb je het met momenten helemaal voor jezelf.

Old Royal Naval College

Op bovenstaande foto zie je heel goed de tweelingkoepels met achteraan in het midden The queen’s house. Op deze site stond oorspronkelijk een Tudorpaleis waarin zowel Henry VIII, Mary I en Elizabeth I zijn geboren. Maar dat paleis raakte in verval. Uiteindelijk waren er plannen door vooral Charles II om iets met de site te doen. Het begon met de bouw van een koninklijk ziekenhuis voor scheepvaarders. Uiteindelijk was het Christopher Wren die het plan uittekende voor het huidige gebouw. Wat later werd het de meest prestigieuze maritieme school van Europa. Vandaag huist er o.a. nog een muziekschool.

Een bezoek aan de site is gratis. Er is een bezoekerscentrum met heel wat uitleg over de historiek van de gebouwen. Enkel voor the painted hall moet je betalen en dat kan ik alleen maar aanraden.

Je kan de Old Royal Naval College herkennen uit heel wat tv-series en films zoals The Crown, Poldark, Pirates of the Caribbean, Cinderella, Thor, Lara Croft…

The painted hall

Het is eigenlijk ongelofelijk dat the painted hall niet bekender is en niet op de cover van elke reisgids over Londen staat. Toegang kost 12,50 pond per persoon. Daarin zit een audiogids inbegrepen, of je kan aansluiten bij een begeleide tour. En naast de painted hall tour, kan je ook een algemene tour volgen over ‘500 years of history’.

Adembenemend is het correcte woord.

The painted hall werd in de 18de eeuw bedacht en geschilderd door James Thornhil in opdracht van het koningskoppel William en Mary. Het is uiteindelijk na hun dood en die van Queen Anne, dat de eerste koning van de Hanover dynastie, George I, de hal verder laten afwerken. En daardoor werd het een soort propagandawerk voor die nieuwe dynastie, die onder vuur stond.

Het is eigenlijk echt onmogelijk om de pracht van deze ruimte te beschrijven. En het feit dat dit allemaal zo bewust in elkaar is gestoken is nog meer verbazingwekkend. Onze tourgids wees ons soms op de kleinste details die meer vertelden over het doel van de beschilderingen. The painted hall is als het ware echte koninklijke propaganda en het doel ervan is om je mond te doen openvallen, en daar zijn ze wel in geslaagd.

Wij sloten wat later ook nog aan bij de 500 years of history tour waarbij een gids ons nog wat meer vertelde over de Old Royal Naval College en we ook in de kapel van de school mochten. Ik vond het dus zeker de moeite om voor the painted hall een ticketje te kopen.

Greenwich park & Royal Observatory

Greenwich park is een groene ader in Groot-Londen. Hier kan je heerlijk picknicken. Of omhoog wandelen naar de Royal Observatory. Het is even een klim, maar je wordt beloond met een mooi uitzicht op The queen’s house, the Old Royal Naval College, Canary Wharf en in de verte the city of Londen.

Uitzicht vanop de Royal Observatory

Ook de nulmeridiaan loopt door het park en je kan een klein stukje vinden dat niet deel is van het observatory museum.

Op de nulmeridiaan

Het Royal Observatory zelf is ontworpen door Wren en het planetarium zou ook een bezoek waard zijn. Dat is voor een volgende keer.

National Maritime museum

Nog een gratis museum. Over scheepvaart. We zijn er zelf niet meer geraakt, maar het staat wel nog op het lijstje voor een volgend bezoek aan Greenwich. Zou ook een aanrader zijn om met kinderen te doen. En scheepvaart is wel een thema dat me sowieso boeit.

Cutty Sark

De Cutty Sark is de enige overgebleven theeklipper ter wereld. Het schip is van Schotse makelij, stamt uit de 17de eeuw en werd gebruikt om thee te voeren vanuit China naar Europa. Van buitenaf heb je alvast een goed zicht op hoe immens het is, maar je kan het schip ook bezoeken. Ideale kinderactiviteit lijkt me, al is de toegang best prijzig. Wij lieten het dus aan ons voorbij gaan.

Naast al deze bezienswaardigheden kan je ook het kleine centrum van Greenwich in wandelen. Er zijn verschillende pubs om iets te eten en soms staat er ook een street food markt. Koffie en ontbijt vonden wij bij 15 grams coffee en een lekker ijsje bij Dark Sugars.

Ik ben redelijk zeker dat ik op een dag terugkeer naar Greenwich!

Ben jij al eens in Greenwich geweest?

Op mijn reisgidspagina vind je een handig overzicht van alle bestemmingen die ik bezocht en de bijhorende blogposts die ik erover schreef. Zo vertrek je nooit zonder inspiratie op vakantie.

(Noord)-Ierland #1: het centrum van Dublin

(Noord)-Ierland #1: het centrum van Dublin

In augustus 2023 trokken het lief en ik voor onze zomervakantie niet naar de zon, maar naar (Noord)-Ierland – waar we alle seizoenen meemaakten. Vliegen deden we op Dublin, waar we het even verkenden, om daarna door te reizen naar Belfast om het woelige verleden van Noord-Ierland en de prachtige natuur te ontdekken.

Uiteindelijk sliepen we twee nachten in Dublin en waren we er dus tweeënhalve dag, waarvan we ook een dag in Howth doorbrachten. Van de luchthaven geraak je makkelijk in de stad met de bus (lijn 784 of 782 afhankelijk van waar je wil afstappen). Je betaalt dan 10 euro per persoon.

Ons hotel was het Marlin Hotel aan St. Stephen’s Green. Het hotel was zeker in orde, maar de matras was absoluut niet goed voor onze rug. Ik zou er om die reden niet terug boeken. De locatie was wel goed.

We hebben dus vooral een eerste sneak peek gekregen van de stad Dublin en die deel ik graag met jullie. Er is nog veel meer te zien en te doen in de Ierse hoofdstad natuurlijk.

St. Stephen’s Green

Omdat we er vlakbij sliepen was St. Stephen’s Green één van de eerste plekken die we bezochten. Het is een rechthoekig park in Engelse stijl, dat ooit een executieplaats was en ook tijdens de Paasopstand van 1916 een belangrijke rol speelde. Nu is het een groene long in de stad.

Iveagh Gardens

Niet heel ver weg van St. Stephen’s Green vind je het iets kleinere en minder bekender park Iveagh Gardens. Ik had mij laten vertellen dat dit een nog mooier park was.

Met een mooie rozentuin, fonteinen, een waterval en een grote open grasvlakte is dit volledig omheinde park een favoriete lunchplek van locals – dat merkte je ook toen wij er waren en de zon volop scheen.

St. Patrick’s Cathedral

St. Patrick’s Cathedral is een Romaanse kerk gewijd aan de patroonheilige van Dublin – en bij uitbreiding van Ierland – Saint Patrick. De kerk ontstond in de 11de eeuw, maar was niet de enige. Vandaag is Dublin een stad met twee kathedralen – want ook de nabijgelegen Christ Church mag zich kathedraal noemen – en dat is best uniek.

St. Patrick’s is echter de bekendste en heeft een meer klassieke inrichting. Een leuk weetje is dat Jonathan Swift, de schrijver van Gulliver’s Travels, ooit decaan is geweest van de kerk.

Je betaalt 9 euro per persoon voor een bezoek. Je krijgt een audiogids waarvan ik de invulling niet geweldig vond (heel katholiek, wat natuurlijk past bij het nog altijd zeer gelovige Ierland). Het was er ook heel druk, veel drukker dan bij Christ Church. Maar de vloer in deze kerk vond ik echt prachtig en ook de Romaanse elementen waren helemaal mijn ding.

Christ Church Cathedral

Na Saint Patrick, wilden we dus ook een bezoek brengen aan de andere kathedraal. Ook deze kathedraal is gebouwd in de 11de eeuw, maar dan door de vikingen. Deze kerk staat dan ook in het hart van middeleeuws Dublin en is te herkennen aan de boog over de nabije straat. Zo wordt de kathedraal verbonden met het Dublinia museum dat meer vertelt over de overheersing van de vikingen.

Een bezoek kost 10,50 euro per persoon en ook hier krijg je een audiogids. Het was er veel rustiger. Op veel plekken in de kerk vind je de beeltenis van de Foxy Friars (twee vossen verkleed als monniken) – wat een symbool van deze kerk is geworden.

Naast de kerk, kan je ook de crypte bezoeken waar je voornamelijk een exemplaar van de Magna Carta kan bewonderen – het belangrijkste geschreven document uit de Engelse geschiedenis waarin de koning voor het eerst macht afgaf aan een geselecteerde groep van burgers. Christ Church deed dienst als decor voor series zoals The Tudors en Reign – daarvoor moet ik die dus nog eens terug bekijken.

Er zijn nog heel wat andere kerken in de stad, zo staat vlakbij Christ Church de St. Audoen in een mooi parkje – deze keer gingen we niet binnen.

Dublin Castle

Alleen kerken in Dublin? Think again. Zo kan je ook Dublin Castle verkennen. En dat is niet echt een traditioneel kasteel zoals de naam doet vermoeden. Eigenlijk is het een geheel van gebouwen dat lang het politieke hart vormde van het middeleeuwse Dublin, maar nu is opgesplitst tussen regeringsgebouwen en een museum.

Wij gingen nergens naar binnen. Op het binnenplein staat ook een grote stenen tijger – waar ik nog niet echt van heb kunnen afleiden waarom precies. Mij viel vooral de mooie gotische Royal Chapel op – die deed denken aan ons bezoekje aan Windsor Castle.

Vind je ook in de buurt van Dublin Castle: de Chester Beatty Library en een mooi park ervoor. Voor veel van de musea binnen zal ik nog eens moeten teruggaan.

Temple Bar

Op naar de befaamde Temple Bar dan maar. Ik had in mijn hoofd dat dit verschillende middeleeuwse straatjes waren met veel pubs en ambiance. Blijkt dat het toch vooral om één straat gaat, die evenwijdig loopt met de rivier Liffey en dat de ambiance zich vooral rond die ene pub Temple Bar voordoet. Dit vond ik dus wel een teleurstelling.

Gezelligheid vonden wij dan meer in bv. het graffitistraatje Love Lane en langs de rivier Liffey. Ook passeerden we de majestueuze City Hall.

De City Hall

Ha’ Penny Bridge

Steden aan een rivier zijn altijd fijn en hebben meestal wel één bekende brug. In Dublin is dat de Ha’Penny Bridge – een voetgangersbrug die je vroeger voor een halve penny mocht oversteken. Vandaag is oversteken gratis en is het over de koppen lopen. Witte bruggen zijn altijd moeilijk op de foto te zetten en ik vind deze eigenlijk niet zo speciaal. Nogal zeer fel versierd.

Op de tweede foto zie je de rivier Liffey met de koepel van de Four Courts, het gerechtshof.

Zoals je misschien merkt aan mijn tekst, voelde ik niet meteen de vibe met Dublin. Dat zou later wel wat beter worden, maar dit zijn de beelden van de eerste dag waar we dus vooral twee mooie kerken bezochten en verder proefden van het meest toeristische stuk van de stad. Ik kan er niet echt de vinger opleggen wat ik miste. Local leven en een beetje authenticiteit denk ik. We wandelden op een gegeven moment wel door een straat vol antiekwinkels met wat meer local pubs – maar omwille van de feestdag (het was 15 augustus) was veel gesloten.

Food en drinks

Eten is altijd belangrijk. Hierbij een lijstje met fijne plekjes die wij aandeden.

  • Ontbijten deden wij in de koffiebar Brew Lab speciality coffee – echt een leuke niet toeristische plek
  • Ook bij Shoe Lane coffee in Tara street is de koffie geweldig.
  • Wijn dronken bij we bij Sfuso, kan je zeker ook lunchen of bestel een tapasplank.
  • De echte aanrader is de Italiaanse pastaplek Sprezzatura, volledig uit het centrum. Je eet er versgemaakte pasta voor een tientje, dat laat budget over voor een dessert.
  • The ramen bar heeft een interessant lunchmenu van 15 euro met een kom ramen waarvan je de bodem niet kan zien.
  • The porthouse biedt Spaanse tapas, porto en wijn in een gezellige setting.
  • Pizzaplek PI heeft meerdere vestigingen, wij gingen naar die van George Street. Niet de goedkoopste pizza, maar wel hele lekkere.

Et voila, dat was een eerste portie Dublin. Ben jij er al eens geweest? Wat vond jij van de stad? Heb ik iets gemist?

Op mijn reisgidspagina vind je een handig overzicht van alle bestemmingen die ik bezocht en de bijhorende blogposts die ik erover schreef. Zo vertrek je nooit zonder inspiratie op vakantie.

Bilbao #4: daguitstap naar San Sebastian
cof

Bilbao #4: daguitstap naar San Sebastian

In augustus 2022 trokken het lief en ik voor 6 dagen naar Spaans baskenland. We verbleven in de bruisende stad Bilbao om gezapig te citytrippen en combineerden dit met uitstappen naar San Sebastian en de kasteelrots San Juan de Gaztelagutxe.

Op dag drie stonden we vroeg op omdat we vandaag Bilbao even zouden verlaten richting San Sebastian. De culinaire badstad van het Baskenland die in het Baskisch nog zoveel mooier klinkt als Donostia. Ik ga eerlijk zijn, San Sebastian kende ik vooral van de clasica San Sebastian (dat is een wielerkoers), en stond niet echt op de bucketlist. Maar omdat we lang genoeg in Bilbao waren en op zoek gingen naar uitstappen, kwam deze stad overal naar voren als een aanrader. Tijd om het zelf te gaan ontdekken.

Van Bilbao naar San Sebastian

Hoe geraak je er vanuit Bilbao? De makkelijkste optie is de bus nemen. Dat klinkt stom, maar het gaat hier om reisbusvervoer tussen grote steden (denk Flixbus). De meeste bussen vertrekken vanuit het San Memes busstation. Dit station bevindt zich trouwens ondergronds – dat vind ik al een goede tip want wij moesten erg zoeken. We gingen een dag op voorhand al kaartjes kopen.

Wij kochten tickets bij de maatschappij Pesa (omdat die ook op Google Maps verscheen), een enkeltje kost 12,50 euro per persoon. Ongetwijfeld zijn er goedkopere alternatieven, maar deze bus rijdt elk uur heen en weer en dat gaf ons voldoende flexibiliteit voor de terugtocht.

We namen de bus al om 8u30, waardoor we rond 10u in hartje San Sebastian afstapten. De Time To Momo Bilbao bevat ook een wandeling voor San Sebastian en dat was de leidraad voor ons bezoek.

Bezienswaardigheden

De wandeling begint aan de Catedral del Buen Pastor. De toren van maar liefst 75 meter hoog zie je al van ver opdoemen. Het gebouw is gotisch en we konden maar heel even binnen piepen aangezien er een mis bezig was.

In het winkelcentrum van de stad passeerden we enkele versmarkten en we wandelden door het pittoreske park Gipuzkoa Plaza.

Volgende stop was het luxehotel Maria Cristina en het Teatro Victoria Eugenia die beiden uitkijken op de rivier. Het theater is de achtergrond voor het jaarlijkse filmfestival dat hier plaatsvindt en het hotel heeft al vele wereldsterren mogen verwelkomen.

We wandelden verder naar het uitkijkpunt over de eerste baai.

San Sebastian is naast een luxe badstad, ook een hemel voor surfliefhebbers. Het Zurriola strand is een van de plekken waar surfers zich thuisvoelen.

Zurriola baai

Tijd om het historische centrum in te trekken. Twee dingen hierover: het is echt mooi én het is klein en druk. Als in: heel druk. In augustus trekt half Spanje/Baskenland zelf op vakantie naar de zee. Het was er soms over de koppen lopen. En tegelijk sla je een hoek om en heerst er absolute rust. Vreemd gevoel dit.

Een van de meer vreemde gebouwen die er staat is de San Bizente Eliza kerk die je gratis kan binnenwandelen.

Niet veel verder doemt ook de Santa Maria Del Coro op met zijn barokke voorgevel. Omdat de kerk niet gratis te bezoeken is, was het er meteen rustiger. Toegang kost drie euro per persoon en je mag zoveel foto’s maken als je wilde. Dat zei de schattige oudere meneer toch tegen het lief die zijn camera om zijn nek droeg. ‘Photo ok’ mochten we een aantal keer aanhoren :).

De kerk zelf is niet zo bijzonder, maar je mag ook door een museum lopen met religieuze werken en moderne kunst door elkaar. En je kan met een lift naar een tijdelijke expositie boven gaan kijken.

Alle wegen in het historische centrum leiden naar het ayuntamiento (het stadhuis). Het was ooit een casino.

En daarmee waren we aan de wereldbekende Concha-baai. Al meerdere malen uitgeroepen tot het mooiste strand van Europa en ongetwijfeld ook al eens van de wereld. Er is een dijk die je kan volgen om heel de baai af te wandelen.

Er liggen bootjes op het water, het staat er vol strandstoelen en mensen liggen te zonnen in het zand. In het midden van de baai ligt het eiland Santa Clara. Ik kon het niet helpen maar kreeg een enorm Blankenberge gevoel. Ik hou van de zee, maar het strandleven is niet voor mij weggelegd. Ik bleef dus op de dijk en ondertussen stond de zon hoog te branden.

Na driekwart van de dijk kom je aan het palacio de Miramar. Vroeger een koninklijke residentie dat als vakantieverblijf werd gebruikt. Je kan er even uitrusten op een bankje met zicht op de baai.

Palacio de Miramar

Uiteindelijk kwamen we uit bij het einde van de baai aan het Peine del viento. Je kan hier nog ergens een kabellift nemen naar boven, waar ook een oud pretpark staat. Wij lieten het aan ons voorbij gaan.

Het terugwandelen naar het centrum stak wat tegen in de zon en ondertussen hadden we ook honger. Er is niet zoveel te eten aan de overkant. We ploften ergens neer in het historische centrum dat niet noemenswaardig genoeg is om te vermelden.

Om wat frisheid en rust op te zoeken besloten we het San Telmo museum te bezoeken. Dat is toevallig gratis op dinsdag (we waren er op een dinsdag) en kost de andere dagen 6 euro per persoon. En dat is de volle zes euro waard.

Het San Telmo museum gaat over de Baskische samenleving en cultuur en huist in een oud klooster uit de 16de eeuw.

Alleen al de moeite waard voor het gebouw. In de kerk hangen ook zeer speciale fresco’s van José María Sert.

Je leert er over folklore zoals de Baskische reuzen, en wat over de geschiedenis van de regio. Op de bovenste verdieping vind je Baskische kunst. Dit museum had voor mij alles: de combinatie van geschiedenis, architectuur en kunst. En rust in een drukke stad. Favorietje hier! Ik vond dit het beste museum dat we tijdens onze trip bezochten (sorry Guggenheim).

Na dit bezoek kwam stilaan de bus terug in zicht (wij namen die van 18u30), het plan was om in Bilbao te eten. Maar eerst nog tijd voor een ijsje bij Carlos Arribas. Aanrader! Van ijs kennen ze wel iets in het Baskenland, zo blijkt.

Wat vond ik nu eigenlijk van Donostia? Wel, ik heb wat gemengde gevoelens. Het is er – zeker in de zomer – zo toeristisch dat het me deed denken aan onze Vlaamse kust. De baai is mooi, daar niet van. Maar het is ook gewoon maar een strand – bomvol mensen. Het historische centrum is klein maar leuk. Je bent er snel doorheen. Het San Telmo museum vond ik echt wel de moeite.

Daarnaast heb je nog het culinaire: San Sebastian heeft het meest aantal sterrenrestaurants ter wereld en staat bekend om top pinxtosbars. Aangezien we er zelf amper hebben gegeten kan ik daar niet over oordelen.

Ik vond het fijn om er een dag te vertoeven, het was echt helemaal anders dan Bilbao. Maar ik hoef er ook niet meteen naar terug. De bus maakt het wel heel eenvoudig om er te raken, dus het is sowieso een ideale daguitstap vanuit Bilbao.

Op mijn reisgidspagina vind je een handig overzicht van alle bestemmingen die ik bezocht en de bijhorende blogposts die ik erover schreef. Zo vertrek je nooit zonder inspiratie op vakantie.

Firenze #2: in het spoor van de Medici’s

Firenze #2: in het spoor van de Medici’s

In maart 2023 trokken Leen en ik eindelijk nog eens op citytrip. We kozen voor Firenze – de hoofdstad van Toscane, van de Italiaanse renaissance en van pasta, pizza en gelato. Cultuur meets lekker eten, de ideale combo.

Na een eerste dag in de San Frediano wijk trokken we nu iets meer naar het centrum. Meer bepaald richting San Lorenzo. En dat was ooit het terrein van de Medici’s, de bekendste Florentijnse bankiersfamilie. Met een woelige familiegeschiedenis. Ze kregen zelfs een eigen televisieserie (waarvan ik uiteraard fan ben!).

De San Lorenzo kerk

De San Lorenzo kerk, of zeg maar basiliek, was de familiekerk van de Medici’s. In de 15de eeuw werd deze gebouwd naar een ontwerp van Brunelleschi – dat is ook de ontwerper van de koepel van de Duomo. Zoals je ziet is de kerk nooit voltooid geweest. De voorgevel ontbreekt. Michelangelo himself heeft hier later nog wat ontwerpen voor gemaakt, maar ook die zijn nooit uitgevoerd.

Je kan de kerk tegen betaling bezoeken, maar wij hadden ons oog laten vallen op het gebouw aan de achterkant van de kerk (met aparte ingang): de Medici kappellen.

Cappelle Medicee

Langs buiten ziet het gebouw eruit als een enorme kerk met koepel. Maar eigenlijk is dit het mausoleum – het pantheon zeg maar – van de Medicifamilie. De kapellen zijn gebouwd door Cosimo II, dat is de latere tak van de familie die terug aan de macht raakte nadat de renaissance ten einde kwam en de Medici’s uit Firenze werden verdreven.

Je komt de kapellen binnen op het gelijkvloers waar je in een soort religieus museum terecht komt, maar de echte pracht en praal krijg je te zien als je de trap opgaat. Dan kom je in het praalgraf terecht, de cappella die Principe. Ik laat de foto’s even voor zichzelf spreken.

Het is een enorme marmeren zaal vol symbolen naar de medicifamilie en hun macht in Firenze. De tombes die je ziet zijn trouwens leeg. Het is nooit de bedoeling geweest om hier familieleden te begraven. Het is louter een praalgraf om mee te pronken, de echte graven vind je beneden en zijn net heel sober.

Na grondig de immensheid van het praalgraf in ons te hebben opgenomen liepen we verder naar de Sagrestia Nuova. Hier heeft Michelangelo voor de graftombe van de broers Lorenzo (Il Magnifico) en Guiliano De Medici gezorgd. De tombe werd gemaakt in opdracht van paus Leo X, een zoon van Lorenzo en één van de twee pausen die de Medicifamilie zou leveren.

Daarnaast vind je er ook zijn vier allegorische figuren: Dag, Nacht, Schemering en Dageraad.

Nacht (de vrouw) en dag (de man)

Schemering (de man) en dageraad (de vrouw)

Je bezoekt de Medici kappellen voor 9 euro per persoon. Ik vond het zeker de moeite, maar ik ben dan ook fan van de (geschiedenis van de) familie.

Palacio Medici Riccardi

Aan de overkant van de San Lorenzo basiliek en de Medici kappellen staat het Medici Riccardi paleis op een straathoek. Het heeft zijn naam gekregen dankzij de twee belangrijkste families die er hebben gewoond. De Medici’s woonden er tot 1540 waarna de Riccardi’s er hun intrek namen. Wij gingen voor 7 euro per persoon naar binnen.

Het binnenplein, de patio, kan je zeker ook herkennen uit de serie.

Beneden heb je een aantal kamers waar tijdelijke kunsttentoonstellingen lopen. Op de eerste verdieping bezoek je de paleiskamers. Hoogtepunt daar is de Cappella dei Magi. Een klein kamertje dat de huiskapel was en waarvan de muren vol zijn geschilderd met allegorieën en je de jonge Lorenzo De Medici – Il magnifico – herkent als een ware gouden prins op het paard. Ook deze kapel toont opnieuw de macht en het aanzien van de Medicifamilie. Zij waren de facto koningen.

Het is de kunstenaar Gozzoli die de Magi kapel versierde. Daarna passeerden we langs meer prachtige zalen waar levensgrote doeken aan de muren hangen.

Een andere hoogtepunt is de zaal Luca Giordano. Die doet denken aan de spiegelzaal in Versailles met veel bladgoud. Op het moment dat wij er waren was er ook een tentoonstelling van schilderijen van Giordano in de zaal, wat het wat moeilijker maakte om de grootsheid van de zaal in te schatten. Maar dan nog maakte het indruk. Het is de schilder Luca Giordano die op het plafond het werk ‘De apotheose van de tweede Medici dynastie’ schilderde. In opdracht van de Riccardi familie overigens.

Buiten ga je langs een mooi aangelegde citrustuin. Lang het buitenkant is het paleis best sober te noemen, maar ik vind dat wel een leuke stijl hebben.

En zo zijn we op drie belangrijke plekken geweest waar de Medici’s rondliepen van de 15de tot de 17de eeuw.

Ik vond het fijn om een halve dag ondergedompeld te worden in hun geschiedenis en zou zeker het paleis aanraden om te bezoeken omdat het voor ieder wat wils is. De kapellen zijn dan weer indrukwekkend. Zoveel geld dat in zo’n enorm bouwwerk is gegaan om de macht van één familie weer te geven.

Op mijn reisgidspagina vind je een handig overzicht van alle bestemmingen die ik bezocht en de bijhorende blogposts die ik erover schreef. Zo vertrek je nooit zonder inspiratie op vakantie.

Wat is jouw favoriete plek in Firenze?

Valencia #6: drie mooie parken
rhdr

Valencia #6: drie mooie parken

In maart 2020 (jawel, vlak voor de eerste lockdown) vertrok ik voor 5 dagen naar Valencia. Ik deed hier al eens een uitgebreid verslag van hoe die reis is verlopen in tijden van corona. Vanaf de vierde dag sloten restaurants en bezienswaardigheden hun deuren. Gelukkig zaten wij op een Airbnb appartement waar we zelf ons potje konden koken. Valencia is en blijft een populaire citytripbestemming en de stad is dat ook helemaal waard volgens mij. We hebben uiteraard niet ons volledige lijstje kunnen afwerken, maar we hebben toch wel een aantal hele fijne dingen gedaan. En die tips deel ik graag met jullie.

Op onze voorlaatste dag was de provincie Valencia in lockdown. Alle winkels, horeca, bezienswaardigheden en scholen bleven dicht. Later die dag zou Spanje een volledige lockdown aankondigen voor het hele land. We wisten dat dit in de lucht hing en hadden dus best wat stress over onze terugvlucht. Maar een hele dag op ons Airbnb appartement, dat zagen we niet zitten. En dus trokken we in de voormiddag met onze Time To Momo op pad naar wat we wel nog konden bekijken van de wijken die we nog niet hadden aangedaan. En zo deden we een lange wandeling langs drie zeer diverse parken. Die alledrie ook zonder lockdown de moeite zijn om eens te door te wandelen ;).

Jardins de la Glorieta



Om tot in de jardins de la Glorieta te komen, moet je eerst langs de Porta De La Mar. Een replica van een oude toegangspoort tot de stad midden op een drukke verkeersrotonde.


La Glorieta is eigenlijk een doodnormaal stadstuintje waarin locals hun hond uitlaten, of kinderen spelen. De blikvanger is echter een eeuwenoude monumentale ficus. We zaten een tijdje op een bankje onder deze boom mensen te kijken.

Van hieruit wandelden we opnieuw richting de Turia Gardens en namen we de brug richting de Jardins de Monforte.

Jardins de Turia

Jardins de Monforte



Van alle plekjes in Valencia is dit verborgen Engelse park misschien wel mijn favoriet. Er zijn zoveel mooie geheime hoeken. Met veel neoclassicistische elementen en standbeelden, pergola’s, een vijver, bloemperken…

We kwamen een Nederlands gezin tegen met twee tienerkinderen, die waarschijnlijk net als wij niet goed wisten hoe ze hun dag moesten spenderen. Locals lazen een boek op een bankje. En wij maakten van elke hoek een foto, terwijl de Spaanse zon bleef schijnen, covid or no covid.

Jardins del Real

Niet veel verder vind je een groter park. In de Jardins del real kunnen kinderen spelen tussen de fonteinen, neem je selfies met palmbomen, of bezoek je het Wetenschapsmuseum of het Museum der Schone Kunsten. Op dat laatste had ik mijn oog laten vallen tijdens de voorbereiding van deze reis, maar de deur was onherroepelijk gesloten.

We aten zelfgesmeerde pistolets in de schaduw bij een fonteintje met zicht op de koepel van het museum. We wandelden opnieuw terug over de Turiatuinen, de oude stille stad in. Het was niet alleen lockdown maar ook siesta dus er was letterlijk geen kat op straat.

Terug aan het Plaza de La Virgen gekomen speelde een eenzame straatmuzikant voor die paar verloren toeristen.

De namiddag spendeerden we met een boek op het balkon van ons appartement en veel contact met het thuisfront. ’s Avonds hebben we zelf gekookt en op onze laatste ochtend vertrokken we al heel vroeg naar de luchthaven om op alles voorbereid te zijn. Ons vliegtuig was het enige dat die dag naar België vertrok, dus in die zin hadden we veel meer geluk dan enkele andere mensen die op het vliegveld het huilen nabij waren.

Dit was mijn laatste verslagje over onze bewogen citytrip naar Valencia. Het is een prachtige stad en ik hoop er ooit nog eens te zijn in fijnere omstandigheden.

Staat Valencia bij jou op het lijstje?

Op mijn reisgidspagina vind je een handig overzicht van alle bestemmingen die ik bezocht en de bijhorende blogposts die ik erover schreef. Zo vertrek je nooit zonder inspiratie op vakantie.

Londen #17: blikvangers in Aldgate en The City
cof

Londen #17: blikvangers in Aldgate en The City

In juni 2022 trok ik nog eens naar mijn favoriete stad Londen. Omdat ik al wel vaker over de Britse hoofdstad heb verteld, focus ik voor deze trip in mijn verslagjes op de nieuwe dingen die ik er heb gedaan.

Deze keer verbleven we in Motel One Tower Hill, een Duitse keten die ook in Londen een hotel heeft. Ondertussen is het al veel duurder geworden, net als alles in Londen. Motel One heeft kleine kamers die in orde zijn. De echte troef is de locatie. Je bent op een tiental minuten stappen van Spitalfields en Brick Lane, op 1 minuut ligt de metrohalte Aldgate met een verbinding met de Circle line en in 5 minuten sta je aan The Tower Of Londen en dus ook Tower Bridge.

Het was al de tweede keer dat we verbleven in deze coté van Londen, maar blijkbaar heb ik nog nooit mijn favorieten van The City en Aldgate uit de doeken gedaan. The City is een superrijk zakendistrict met eigen wetten, terwijl in Aldgate en nog verder in East Londen het door de eeuwen heen armoede troef was. En nog steeds is het leven er hard. Twee uitersten zeg maar.

The Tower Of Londen moat

In juni 2021 vierde Queen Elizabeth II 70 jaar op de troon. Historic Royal Palaces, die o.a. instaan voor The Tower Of Londen, kwam op het idee om de brede slotgracht die rond het gebouw huist in ere te herstellen en het vol te planten met bloemen. Maar dus echt vol vol! Het concept heette Superbloom. Je kon een unieke wandeling boeken in de gracht. Als grote fan van The Tower liet ik me dat geen twee keer zeggen.

Het was ook een unieke kans om dicht bij de buitenmuren van The Tower zelf te komen.

Ook al waren we er in de tweede week van de opening waardoor de bloemen nog niet voldoende in bloei stonden, dat kon de pret niet bederven. Er was zelfs een heuse glijbaan aangelegd, er werd bijpassende muziek gespeeld en er stonden allerlei informatieborden over de slotgracht door de eeuwen heen. Zo werd deze gedraineerd wegens geuroverlast en kwam de gracht weer volledig onder water te staan in 1928 toen the Thames overstroomde.

Happy kiddo 🙂

The Tower Of Londen bezochten we zelf niet (dat deed ik al eerder, hier kan je dat verslag lezen). Vanaf dit jaar (2023) kan je ook de slotgracht bezoeken als deel van je ticket. En dus wil ik graag nog eens terug.

All Hallows by The Tower

Veel minder bekend dan The Tower is de All Hallows kerk vlakbij. Het is nochtans één van de oudste kerken van Londen. De kerk zou gesticht zijn in de 7de eeuw, maar er werden ook Romeinse opgravingen gevonden. De kerk ontsnapte nipt aan de grote brand in Londen van 1666. Vandaag kan je de All Hallows gratis bezoeken. Wij gingen binnen een kijkje nemen en ontdekten een minimuseum.

Het interieur van de kerk is niet zo speciaal, maar het wordt wel fascinerend wanneer je afdaalt naar het museum. Eerst kom je voorbij de Saksische muur uit de 7de eeuw, nadien passeer je langs de crypte, een verdoken kapel en dus ook de restanten uit de Romeinse tijd. In de crypte hoor je de metro iets verderop razen. Je waant je hierbinnen op een plek die niet op haar plaats lijkt in deze moderne tijd. All Hallows staat maar wat verdwaald naast die grote skyscapers verderop.

Soit aanrader voor op je Londenlijstje, want weinig bezoekers vinden de weg hiernaar en dat maakt het nog authentieker.

St. Dunstan in the East

Veel bekender is de ruïnekerk van St. Dunstan in the East. Toen ik er de eerste keer was in 2017, was het er vredig rustig. Vandaag staat dit plekje in elke reisgids of op elke blog en het was er dan ook druk. Deze kerktuin is een van de verborgen parken in the City. Nu ja, verborgen :).

De tuin is aangelegd in de ruïne van de St. Dunstan’s kerk die wel werd geraakt door de grote brand van Londen. Niet onherstelbaar, maar wanneer de blitzkrieg ook in 1941 nog langskwam, werd besloten om niet meer herop te bouwen. En nu is het dus een openbare ruimte waar locals en toeristen samen in de zon op een bankje zitten.

The garden at 120

Voor iedereen die de Sky Garden is vergeten boeken, blijkt The garden at 120 -ook in Fenchurch Street- een goed alternatief. Je kan gratis naar het groene dakterras (wel even langs security), waar je je tussen de enorme glazen flatgebouwen waant. Dit moet ook de moeite zijn tijdens de zonsondergang, daarvoor moet ik nog eens terug.

Postman’s Park

Nog een groene oase midden in The City: Postman’s park. Hier staat een monument opgedragen aan helden die zichzelf hebben opgeofferd. Mensen die dus zijn gestorven terwijl ze zelf iemand anders redden. Intrigerend.

Christchurch Greyfriars Church Garden

En de laatste verborgen tuin met nog een ruïnekerk in de hoofdrol is die van Greyfriars. Ook deze kerk viel prooi aan de grote brand, werd nadien weer opgebouwd door de architect Wren (net als St. Pauls), maar vernietigd tijdens de Blitz. Nu is het dus een openbare tuin en de bloemen zijn zo aangelegd dat ze de structuur van de originele kerk volgen.

Jack The Ripper Tour

Terug even naar Aldgate. Vroeger stond er een fameuze Romeinse stenen muur tussen The City and wat nu Aldgate is. En na een bepaald uur sloten de toegangspoorten. De armen woonden buiten de muren. En het is ook in deze buurt dat de beruchte seriemoordenaar Jack The Ripper zijn slachtoffers uitkoos.

Elke avond gaan er tientallen Jack The Ripper tours door. Wij kozen voor die van London with a local en hadden een sympathieke gids die vooral de verhalen van de 5 vrouwelijke slachtoffers uit de doeken deed. Wie Jack The Ripper echt was en waarom hij deze gruweldaden beging zullen we wellicht nooit weten. De wandeling duurde twee uur en ging van Tower Hill naar Spitalfields. Eigenlijk bleven we vooral wandelen rond ons hotel, wat dus blijkbaar midden in het moordgebied staat.

Ik vond de wandeling boeiend, maar lang. Het was veel uitleg en weinig wandelen (omdat de plekken niet zo ver uit elkaar lagen).

En zo, dat waren voorlopig mijn favoriete plekken in the city en Aldgate.

Heb jij een favoriete buurt in Londen?

Op mijn reisgidspagina vind je een handig overzicht van alle bestemmingen die ik bezocht en de bijhorende blogposts die ik erover schreef. Zo vertrek je nooit zonder inspiratie op vakantie.