In juni 2025 trokken Leen en ik voor vijf dagen naar Wenen. Tijdens een hittegolf nota bene en dus genoten we van het buitenleven in de Oostenrijkse hoofdstad die jaar na jaar wordt verkozen tot meest leefbare stad van Europa. Ik wist zelf totaal niet wat te verwachten van deze stad en neem jullie graag mee doorheen onze trip.
Na een eerste dag in het Freihausviertal met vooral veel art nouveau, doken we op de tweede dag het Wenen van de Habsburgers in. We begonnen met een metroritje naar en wandeling doorheen het Stadtpark. Soms moeten namen niet complex zijn: dit is het grootste park van de stad.


Daar vind je het Wienflussportal waar het kanaal doorstroomt, een stukje architectuur uit begin 20ste eeuw dat ik wat verloederd vond. Nog in het park te vinden: een gouden standbeeld van Johann Strauss, één van de vele klassieke componisten waar de stad heel trots op is. En waarbij bussen Japanners stoppen voor een selfie.


Vanuit het park wandelden we doorheen een – ook in juni – heel rustige binnenstad. Ik schrok er echt van hoe niet toeristisch Wenen bleek in de zomer? In de winkelstraat passeerden we langs de prachtige gevel van glazenwinkel Lobmeyr.
Een bezoek aan de Kapuzinergruft stond niet het allerhoogst op ons lijstje, maar leek wel nuttig om de Habsburgers hun macht te begrijpen. Het zijn de keizerlijke crypten waar de meesten vooral langsgaan om het graf van Sisi te bewonderen. Er liggen maar liefst 12 keizers en 18 keizerinnen begraven en nog heel wat andere mensen (145 in totaal!). Voor 13 euro mag je naar binnen.


Ik schrok van de omvang van de crypte. Het was er zooo groot. Bij elke kist stond wel een bordje – met soms heel tragische levensverhalen – om zo toch wat meer te weten over de personen in kwestie. Het immense praalgraf van keizerin Maria Theresia, waar ook haar minder gekende man Frans I Stefan in ligt, is de absolute blikvanger. Het rococograf zit boordevol kleine maar weelderige details.


Praalgraf van keizerin Maria Theresia.
Ook het drieluik met het graf van Sisi, haar gemaal Franz-Joseph en kroonprins Rudolf – die zelfmoord pleegde voor hij de troon kon bestijgen – is populair. Het laatste graf werd in 2011 toegevoegd aan de crypte en was voor de zoon van de laatste keizer. Je loopt chronologisch door de crypte. Sommige graven zijn echte kunstwerken op zich, al zie je het wel soberder worden naarmate de tijd vordert.
Terug boven, konden we wel iets minder serieus gebruiken en streken we neer op het terras van Konditorei Oberlaa voor aphelstrudel, hét Weense dessert bij uitstek. Oberlaa is één van de vele gekende koffiehuizen in de stad.
Alle wegen in het historische centrum leiden naar de Stephansdom op de Stephansplatz. In de volksmond wordt dit de steffl genoemd en deze gotische kerk is één van de uithangboren van de stad. Ik vind het dak ook echt prachtig met al die kleurtjes :).


Er staat telkens een lange rij voor de ingang, maar die gaat wel goed vooruit. Je mag namelijk een deel van de kerk gratis in, daarom is het er over de koppen lopen. Een ander deel is betalend – de meerwaarde om ervoor te betalen (7 euro voor enkel de hele kerk te doen) leek ons nogal klein. Tenzij je op het dak wil – wat dan weer 25 euro extra kostte – maar dat sloegen we over.


We volgden verder onze wandeling van Time To Momo langs de Jesuitenkirche, een witte sobere kerk langs buiten maar met veel marmeren barok binnenin. Je kan gratis naar binnen.


Via de oude steeg Griechengasse kwamen we uit op de grote Schwedenplatz die leidt naar het Donaukanaal. Lijkt me ook wel fijn om hier wat langs te wandelen, maar we keerden terug naar de stad.

We deden nog even een ommetje tot aan de Postsparkasse, een art deco gebouw van Otto Wagner. Het was niet heel duidelijk of je er binnen kon, maar de conciërge hield ons niet tegen en dus wandelden we tot aan het atrium, waar een café zit dat helaas gesloten was.


Hierna kozen we op den wilde bots voor een gezellig terras in een steegje vlakbij het Mozarthaus – muziekliefhebbers vinden heel wat interessante musea in Wenen. Chamaleon belooft Zwitserse keuken, maar wij genoten vooral van een lichte lunch.


Links: Chamaleon. Rechts: Staatsopera.
Volgende stop is de enorme Staatsopera. Maar echt: dit gebouw is zoo immens. Het is in neoclassicistische stijl en om de binnenkant te bewonderen koop je waarschijnlijk best een ticket voor één van de voorstellingen of voor een begeleide tour. Dat is voor een volgende keer.

We bleven maar rond dit gebouw wandelen precies… :D.


Rechts: grappig worstenstandje met reuzenkonijn.
We hadden ons voorgenomen om elke dag een museum mee te pikken. In Wenen is de keuze immers groot. Het Albertina is gespecialiseerd in kunst vanaf de tweede helft van de 19de eeuw – en dat is wel een periode die ons beiden interesseert. Ze hebben ook nog twee andere musea in de stad met meer moderne en hedendaagse kunst, maar dit is het bekendste.

Hun huidige ‘permanente’ Batliner collectie ‘Van Monet tot Picasso’ was het doel van ons bezoek. Het gebouw op zich is ook interessant: het is een soort stadspaleis met ook heel moderne elementen aan en een fotogenieke trap.


Het museum heeft meerdere verdiepingen. Op de eerste verdiepen vind je de tijdelijke expo’s, op de tweede verdieping de ‘state rooms’ van het paleis en op de bovenste dan de Batliner collectie die voor een langere tijd te zien is.

Om dat allemaal te kunnen doen, heb je best wat tijd nodig dus wij deden alleen de ‘Van Monet tot Picasso’ expo en waren daar twee uur mee zoet. Een toegang kost 19,90 euro per persoon voor het hele gebouw.


Ik moet zeggen dat de expo één van de beste is die ik ooit heb gezien. Ik ben een enorme fan van de periode impressionisme en alles wat erna komt en wat ik hier heb gezien is van zo’n hoog niveau. De zalen waren ook prachtig – zei het zeer sober – ingericht.


Het begint met impressionisme: waterlelies van Monet, ballerina’s van Degas, het pointillisme van Signac… daarna loop je over in het expressionisme, surrealisme en eindigen doe je met het kubisme van o.a. Picasso.


Picasso en Monet dus. Maar ook Renoir, Matisse, Braque, Modigliani, Miro, Delvaux en Magritte, Malevich, Kandinsky, Munch en natuurlijk de lokale kunstenaars Kokoschka, Schiele en Klimt. Ze hangen er allemaal.
Dikke aanrader voor de kunstliefhebber. Eentje om zeker naar terug te keren in mijn geval :D.
Met zo’n zwoele 32 graden zochten we nadien verkoeling bij Gelateria La Romana, ongetwijfeld het beste ijs van de binnenstad (én een gekende naam voor wie al eens in Italië vertoeft). Nadien even tijd om ons op te frissen en we aten een heerlijke pizza bij Disco Volante – ver uit het centrum op wandelafstand van onze slaapplek in Margareten. Weer een geslaagde dag!
Op mijn reisgidspagina vind je een handig overzicht van alle bestemmingen die ik bezocht en de bijhorende blogposts die ik erover schreef. Zo vertrek je nooit zonder inspiratie op vakantie.
