In februari 2025 gingen het lief en ik de zon opzoeken in Malaga. We verbleven bij Tandem Soho suites, een appartementcomplex in de hippe Soho wijk. Naast een uitstap naar het Alhambra van Granada, werd het vooral een chille citytrip in deze kuststad. Ik laat je met plezier de fijnste plekken van de stad zien.
Of je er nu voor langer verblijft of slechts één dag de stad verkent, dé toeristische blikvanger is het drieluik Teatro Romano, Alcabaza en Gibralfaro – die laatste spot je van overal in de stad. Het gaat om overblijfselen die doen denken aan de volkeren die hier vroeger leefden, de Romeinen en de Moren. Je bent snel een dikke halve dag zoet met een bezoek waarmee je doorheen de geschiedenis dwaalt.
Teatro Romano
Het Romeins theater vind je aan de voet van de heuvel en ligt aan het plein van de Alcazabilla straat. Alle wegen van het compacte historische centrum komen er uiteindelijk uit dus het is moeilijk te missen.
Het theater is gratis te bezoeken. Je komt binnen via een klein bezoekerscentrum dat het theater tot leven wekt zoals het moet geweest zijn toen. Je kan nadien ook zelf tot aan het theater wandelen en via een andere ingang kan je bovenaan het theater gaan zitten. Het theater is gebruikt tussen de 1ste en 3de eeuw – tijdens de hoogbloei van het Romeinse Rijk dus.


Ik vond het wel uniek om zo’n Romeins theater in het midden van een stad nog zo goed bewaard terug te vinden. Dat komt vooral omdat het pas in de jaren 1960 is ontdekt, aangezien het onder de grond verborgen zat.

Naast de ingang van het theater loopt ook een trap naar een uitzichtpunt (Pasarela-mirador de la Alcazaba op Google Maps) dat we pas enkele dagen later ontdekten, met zicht op de stad en het theater.

Alcabaza
Het Alcabaza – uitgesproken als altjabaaza en het komt van al-qasbah – betekent versterkte citadel/versterkte burcht in het Arabisch. Doorheen Andalusië vind je meerdere Alcabaza’s – ook in het Alhambra van Granada bijvoorbeeld. Ze zijn typisch voor het kalifaat Al-Andalus, het deel van Spanje dat het langst onder Moorse heerschappij bleef in de middeleeuwen. Het Alcabaza van Malaga is het best bewaarde van allemaal.
Je kan het Alcabaza apart bezoeken, of samen met het hogergelegen Gibralfaro. Dat deden wij en een combiticket kostte 5,50 euro per persoon. We waren er bij openingstijd en dat is aangeraden want het kan er wel druk worden.
Er staan niet echt veel bordjes, je kan wel een soort van audiogids afspelen op je gsm – maar ik moet eens leren oortjes mee te nemen. Dus we dwaalden vooral langs de vele versterkte muren.


Zeer typisch aan de moorse bouwstijl in Andalusië zijn de hoefijzervormige deuropeningen. Daarnaast is er ook een innovatief systeem van irrigatie om water in alle delen van de burcht – dat ook dienst deed als paleis – te krijgen. Je ziet de stroompjes water de berg aflopen.


Je kan bovenop verschillende wachttorens en wordt getrakteerd op een mooi uitzicht over Malaga. Binnen krijg je het gevoel in een ministad rond te lopen. Alles is nog mooi bewaard gebleven. Wat ik niet had verwacht is dat er echt nog stukken ‘binnen’ rechtstaan en dat je ook echt nog de patio’s van de paleizen kan bezoeken inclusief waterpartijen.


Veel kleiner allemaal dan in het Alhambra dat we later zouden bezoeken, maar het was een goede eerste kennismaking.

In de beperkte binnenruimtes kan je het uniek houtsnijwerk en stucwerk bewonderen in geometrische en natuurpatronen (de Moren hadden geen figuratieve voorstellingen aangezien de Islam afbeeldingen verbood).


De zon scheen ondertussen volop en het volk stroomde wat meer toe. Er is ook een bar voor wie iets wil drinken. Je moet terug naar beneden om het Alcabaza weer uit te raken. En dan kan je via een pad omhoog klimmen naar het Gibralfaro.


Gibralfaro
Je moet dus eerst even klimmen naar de ingang van het Gibralfaro. Halverwege is er een uitzichtpunt op de baai en de stierenarena waar vaak een straatmuzikant staat te spelen.

Het Gibralfaro is een moors kasteel dat later werd bijgebouwd bovenop de heuvel door de moren (14de – 15de eeuw) om het Alcabaza te verdedigen. Het betekent ‘vuurtoren-rots’, er heeft dus waarschijnlijk een lichtbaken gestaan om schepen naar de haven te leiden. Binnen stond vroeger o.a. een moskee, bakkersovens, uitkijktorens en een kruitmagazijn. De moskee is afgebroken bij de katholieke herovering na 1492.


Vandaag staan enkel de muren nog recht en kan je in het voormalige kruitmagazijn een minimuseum bezoeken over de geschiedenis. Vooral het uitzicht is er fenomenaal en je kan er op een warme dag ook wat verkoeling vinden door al het groen.


We waren er in februari al met een warme dag, dus ik kan me voorstellen dat zo’n bezoek in de zomermaanden pittig moet zijn (dus kom vroeg of later op de dag zou ik zeggen). Er stond ook een hele rij aan de kassa, dus we waren wel blij dat we beneden al een combiticket hadden gekocht.

Ik vond het Alcabaza spectaculairder dan het Gibralfaro – aangezien er niet veel meer overblijft van het kasteel dat er ooit stond. Maar je komt hier voor de views.
Voila, dit drieluik is wat mij betreft een must bij een bezoek aan Malaga. De moorse architectuur intrigeert me en dit is een stukje dat mooi bewaard is gebleven. Gecombineerd met een geweldig uitzicht op de stad, is dit zeker het bezoeken waard.
Meer Malaga komt eraan in een volgende post!
Ben jij er al eens geweest?
Op mijn reisgidspagina vind je een handig overzicht van alle bestemmingen die ik bezocht en de bijhorende blogposts die ik erover schreef. Zo vertrek je nooit zonder inspiratie op vakantie.
