Close
Bilbao #4: daguitstap naar San Sebastian
cof

Bilbao #4: daguitstap naar San Sebastian

In augustus 2022 trokken het lief en ik voor 6 dagen naar Spaans baskenland. We verbleven in de bruisende stad Bilbao om gezapig te citytrippen en combineerden dit met uitstappen naar San Sebastian en de kasteelrots San Juan de Gaztelagutxe.

Op dag drie stonden we vroeg op omdat we vandaag Bilbao even zouden verlaten richting San Sebastian. De culinaire badstad van het Baskenland die in het Baskisch nog zoveel mooier klinkt als Donostia. Ik ga eerlijk zijn, San Sebastian kende ik vooral van de clasica San Sebastian (dat is een wielerkoers), en stond niet echt op de bucketlist. Maar omdat we lang genoeg in Bilbao waren en op zoek gingen naar uitstappen, kwam deze stad overal naar voren als een aanrader. Tijd om het zelf te gaan ontdekken.

Van Bilbao naar San Sebastian

Hoe geraak je er vanuit Bilbao? De makkelijkste optie is de bus nemen. Dat klinkt stom, maar het gaat hier om reisbusvervoer tussen grote steden (denk Flixbus). De meeste bussen vertrekken vanuit het San Memes busstation. Dit station bevindt zich trouwens ondergronds – dat vind ik al een goede tip want wij moesten erg zoeken. We gingen een dag op voorhand al kaartjes kopen.

Wij kochten tickets bij de maatschappij Pesa (omdat die ook op Google Maps verscheen), een enkeltje kost 12,50 euro per persoon. Ongetwijfeld zijn er goedkopere alternatieven, maar deze bus rijdt elk uur heen en weer en dat gaf ons voldoende flexibiliteit voor de terugtocht.

We namen de bus al om 8u30, waardoor we rond 10u in hartje San Sebastian afstapten. De Time To Momo Bilbao bevat ook een wandeling voor San Sebastian en dat was de leidraad voor ons bezoek.

Bezienswaardigheden

De wandeling begint aan de Catedral del Buen Pastor. De toren van maar liefst 75 meter hoog zie je al van ver opdoemen. Het gebouw is gotisch en we konden maar heel even binnen piepen aangezien er een mis bezig was.

In het winkelcentrum van de stad passeerden we enkele versmarkten en we wandelden door het pittoreske park Gipuzkoa Plaza.

Volgende stop was het luxehotel Maria Cristina en het Teatro Victoria Eugenia die beiden uitkijken op de rivier. Het theater is de achtergrond voor het jaarlijkse filmfestival dat hier plaatsvindt en het hotel heeft al vele wereldsterren mogen verwelkomen.

We wandelden verder naar het uitkijkpunt over de eerste baai.

San Sebastian is naast een luxe badstad, ook een hemel voor surfliefhebbers. Het Zurriola strand is een van de plekken waar surfers zich thuisvoelen.

Zurriola baai

Tijd om het historische centrum in te trekken. Twee dingen hierover: het is echt mooi én het is klein en druk. Als in: heel druk. In augustus trekt half Spanje/Baskenland zelf op vakantie naar de zee. Het was er soms over de koppen lopen. En tegelijk sla je een hoek om en heerst er absolute rust. Vreemd gevoel dit.

Een van de meer vreemde gebouwen die er staat is de San Bizente Eliza kerk die je gratis kan binnenwandelen.

Niet veel verder doemt ook de Santa Maria Del Coro op met zijn barokke voorgevel. Omdat de kerk niet gratis te bezoeken is, was het er meteen rustiger. Toegang kost drie euro per persoon en je mag zoveel foto’s maken als je wilde. Dat zei de schattige oudere meneer toch tegen het lief die zijn camera om zijn nek droeg. ‘Photo ok’ mochten we een aantal keer aanhoren :).

De kerk zelf is niet zo bijzonder, maar je mag ook door een museum lopen met religieuze werken en moderne kunst door elkaar. En je kan met een lift naar een tijdelijke expositie boven gaan kijken.

Alle wegen in het historische centrum leiden naar het ayuntamiento (het stadhuis). Het was ooit een casino.

En daarmee waren we aan de wereldbekende Concha-baai. Al meerdere malen uitgeroepen tot het mooiste strand van Europa en ongetwijfeld ook al eens van de wereld. Er is een dijk die je kan volgen om heel de baai af te wandelen.

Er liggen bootjes op het water, het staat er vol strandstoelen en mensen liggen te zonnen in het zand. In het midden van de baai ligt het eiland Santa Clara. Ik kon het niet helpen maar kreeg een enorm Blankenberge gevoel. Ik hou van de zee, maar het strandleven is niet voor mij weggelegd. Ik bleef dus op de dijk en ondertussen stond de zon hoog te branden.

Na driekwart van de dijk kom je aan het palacio de Miramar. Vroeger een koninklijke residentie dat als vakantieverblijf werd gebruikt. Je kan er even uitrusten op een bankje met zicht op de baai.

Palacio de Miramar

Uiteindelijk kwamen we uit bij het einde van de baai aan het Peine del viento. Je kan hier nog ergens een kabellift nemen naar boven, waar ook een oud pretpark staat. Wij lieten het aan ons voorbij gaan.

Het terugwandelen naar het centrum stak wat tegen in de zon en ondertussen hadden we ook honger. Er is niet zoveel te eten aan de overkant. We ploften ergens neer in het historische centrum dat niet noemenswaardig genoeg is om te vermelden.

Om wat frisheid en rust op te zoeken besloten we het San Telmo museum te bezoeken. Dat is toevallig gratis op dinsdag (we waren er op een dinsdag) en kost de andere dagen 6 euro per persoon. En dat is de volle zes euro waard.

Het San Telmo museum gaat over de Baskische samenleving en cultuur en huist in een oud klooster uit de 16de eeuw.

Alleen al de moeite waard voor het gebouw. In de kerk hangen ook zeer speciale fresco’s van José María Sert.

Je leert er over folklore zoals de Baskische reuzen, en wat over de geschiedenis van de regio. Op de bovenste verdieping vind je Baskische kunst. Dit museum had voor mij alles: de combinatie van geschiedenis, architectuur en kunst. En rust in een drukke stad. Favorietje hier! Ik vond dit het beste museum dat we tijdens onze trip bezochten (sorry Guggenheim).

Na dit bezoek kwam stilaan de bus terug in zicht (wij namen die van 18u30), het plan was om in Bilbao te eten. Maar eerst nog tijd voor een ijsje bij Carlos Arribas. Aanrader! Van ijs kennen ze wel iets in het Baskenland, zo blijkt.

Wat vond ik nu eigenlijk van Donostia? Wel, ik heb wat gemengde gevoelens. Het is er – zeker in de zomer – zo toeristisch dat het me deed denken aan onze Vlaamse kust. De baai is mooi, daar niet van. Maar het is ook gewoon maar een strand – bomvol mensen. Het historische centrum is klein maar leuk. Je bent er snel doorheen. Het San Telmo museum vond ik echt wel de moeite.

Daarnaast heb je nog het culinaire: San Sebastian heeft het meest aantal sterrenrestaurants ter wereld en staat bekend om top pinxtosbars. Aangezien we er zelf amper hebben gegeten kan ik daar niet over oordelen.

Ik vond het fijn om er een dag te vertoeven, het was echt helemaal anders dan Bilbao. Maar ik hoef er ook niet meteen naar terug. De bus maakt het wel heel eenvoudig om er te raken, dus het is sowieso een ideale daguitstap vanuit Bilbao.

Op mijn reisgidspagina vind je een handig overzicht van alle bestemmingen die ik bezocht en de bijhorende blogposts die ik erover schreef. Zo vertrek je nooit zonder inspiratie op vakantie.