Close

Porto #5: dagtrip naar Guimarães

In juni 2024 gingen we voor 6 dagen naar Porto als onze zomervakantie. Porto leek ons een ideale uitvalsbasis om ook wat uitstapjes te doen naar andere delen in Portugal. Maar al op dag 1 kreeg het coronavirus me te pakken, waardoor we meer in de stad bleven dan verwacht. Gelukkig bleek Porto een fijne stad waar je best veel kan doen, al is het er niet groot. De stad voelt als een soort Leuven in het buitenland. De ideale citytrip voor een lang weekend of voor een luie zomervakantie zoals wij deden.

Ook al heeft Porto zelf heel wat te bieden, toch wilden we ook wel graag een andere stad verkennen. Ons oog viel op zowel Guimarães als Braga, twee steden ten noorden van Portugal perfect bereikbaar met de trein. Volgens sommigen zelfs doenbaar op één en dezelfde dag, maar we wilden niet rushen. Omdat ik in Porto ziek werd, raakten we uiteindelijk enkel in Guimarães en moesten we ook daar vroeger dan gepland naar huis. Maar dan nog kregen we wel een goed beeld van deze leuke stad!

Hoe geraak je van Porto in Guimarães met het openbaar vervoer?

Je kan rechtstreeks treinen van het Sao Bento station in Porto naar het station van Guimarães. Er zijn wel maar enkele treinen per dag heen en terug, dus het is even plannen welke uren je wil nemen, zeker ook voor de terugweg. Een heen en terug ticket kostte ons 7,40 euro per persoon, wat dus zeker niet duur is. Je zit ongeveer een uur en een kwartier op de (comfortabele) trein. Van het treinstation wandel je dan zo’n kwartier naar het centrum van het stadje.

Er zijn ook bussen die je kan nemen tussen de twee steden en dan rijdt er ieder uur wel een bus in elke richting. De bus in Guimarães stopt wel iets verder van het centrum dan de trein. Genoeg opties om er te raken dus.

Wat valt er te doen in Guimarães?

Guimarães is de geboorteplaats van Portugal. Toen koning Alfons I van Portugal in de 12de eeuw de Portugese onafhankelijkheid uitriep koos hij Guimarães als eerste hoofdstad uit. Het historisch centrum van de stad bevat nog steeds veel middeleeuwse elementen en is daarom UNESCO werelderfgoed.

De stad is er trots op de geboorteplek van Portugal te zijn. Als je vanuit het treinstation naar het Largo de Toural plein wandelt kom je het bord ‘Aqui Nasceu Portugal’ tegen.

Ook zijn er meerdere monumenten die Alfonso I als middeleeuwse ridder en held eren.

Toen wij door de straten wandelden kwamen we tot de constatatie dat de voorbereidingen voor een middeleeuws feest bezig waren. Maar we liepen eerst helemaal de heuvel van de stad op. Want daar staat het paleis van de Dukes of Bragança.

In de 14de eeuw woonden hier de hertogen van Bragança, de familie die later zou uitgroeien tot een koninklijke familie, de Spanjaarden zou verdrijven en een koningin aan Engeland zou leveren (Catherine Of Bragança).

Het kasteel floreerde dus in de 14de eeuw, maar raakte in de 16de eeuw volledig in verval. Pas in de 19de eeuw werd het gerestaureerd en sinds 1910 is het een historisch monument. Wat je vandaag ziet is dus een reconstructie van het middeleeuwse paleis uit de 14de eeuw. Een toegangsticket kost 10 euro per persoon.

Je komt meteen binnen in de mooie rechthoekige binnenplaats, bestaande uit twee verdiepingen. Elke hoek bevat een toren en langs één kant bevindt zich de kapel (houten dak op de foto rechts hierboven). De gangen hebben gotische bogen.

Binnen hebben ze het middeleeuwse paleis proberen reconstrueren, gebaseerd op andere kastelen uit deze tijd en de informatie die ze hebben over de oorspronkelijke opzet. Denk vooral aan Vlaamse tapijten aan de muren en een houten plafond. Het is mooi gedaan vond ik, maar je merkt wel dat het niet authentiek is.

Links: houten plafond dat de kiel van een boot nabootst.

In de verschillende zalen hangt en staat ook best wat kunst en andere interessante objecten, soms zelfs met een moderne toets.

Links: moderne kunst aan de muren.

Op de eerste verdieping is de kapel de blikvanger, met vernuftig houtsnijwerk voor de balkons en Vlaams glas-in-lood.

Ook op deze verdieping: de slaapkamer van Catherine Of Bragança, gek genoeg één van de bekendste telgen uit de familie omdat ze door haar huwelijk met James II in de 17de eeuw koningin van Engeland werd. Haar portret hangt naast het kleine bed.

Verder heb je een mooi zicht op het binnenplein van bovenaf. Het paleis van Bragança is de grootste monument van Guimarães en is dus zeker een bezoekje waard.

Naast het paleis vind je ook het kasteel van Guimarães, gebouwd in de 10de eeuw en blijkbaar recent nog uitgeroepen tot één van de zeven wonderen van Portugal omwille van zijn romaanse bouw. Het was op voorhand niet echt duidelijk of je het kasteel kan bezoeken. Toen wij er waren stond de poort niet open en dus hebben we er vooral even rondom gewandeld.

Je passeert daarboven ook nog de romaanse kapel São Miguel do Castelo. Ondertussen was het middeleeuwse festival in volle gang met activiteiten voor kinderen, mensen in traditionele klederdracht, een marktje en optredens op straat. Heel leuk hoe ze daar de geschiedenis zo levend houden. We wandelden door de middeleeuwse straatjes.

Alle wegen leiden naar het plein Largo do Oliveira met de Igreja de Nossa Senhora da Oliveira waar je voor 2 euro ook even binnen kan piepen.

Links: huizen aan de Largo do Oliveira. Rechts: binnenkant Igreja de Nossa Senhora da Oliveira

Op het plein zitten heel wat restaurantjes maar die zaten goed vol, wij doken een straat verder binnen bij Bangkok Thai, en dat was best lekker.

Je kan daarnaast ook over de oude middeleeuwse stadsmuur wandelen, dat hebben ze heel mooi aangelegd.

Je krijgt doorheen de hele stad echt het gevoel dat je in een andere tijd rondloopt, een beetje zoals in Mdina in Malta. Hierna besloten we net buiten het centrum naar de Igreja de Nossa Senhora da Consolação e Santos Passos (een mond vol!) te wandelen, een 18de eeuwse barokke kerk met blauwe tegels langs de buitenkant en een mooi aangelegd park ervoor. Je kan er gratis naar binnen.

Hierna was mijn kaars jammer genoeg uit. Op zich hadden we een goed beeld van de stad gekregen. Er waren nog enkele kleine musea om te ontdekken. Je kan er nog met een kabelbaan een hogere heuvel op om van het uitzicht te genieten en ik had graag wat meer genoten van de festiviteiten die aan de gang waren, maar er was een trein om 16u en die namen we terug naar Porto.

Ik vond Guimarães een leuke daguitstap. Het is er niet zo groot, maar je kan er wel een dag rondlopen en van de middeleeuwse sfeer genieten. Ik zou er zeker nog eens naartoe gaan als ik in de buurt ben.

Op mijn reisgidspagina vind je een handig overzicht van alle bestemmingen die ik bezocht en de bijhorende blogposts die ik erover schreef. Zo vertrek je nooit zonder inspiratie op vakantie.

Porto #4 : het middeleeuwse sé met de kathedraal en de verborgen Santa Clara kerk

In juni 2024 gingen we voor 6 dagen naar Porto als onze zomervakantie. Porto leek ons een ideale uitvalsbasis om ook wat uitstapjes te doen naar andere delen in Portugal. Maar al op dag 1 kreeg het coronavirus me te pakken, waardoor we meer in de stad bleven dan verwacht. Gelukkig bleek Porto een fijne stad waar je best veel kan doen, al is het er niet groot. De stad voelt als een soort Leuven in het buitenland. De ideale citytrip voor een lang weekend of voor een luie zomervakantie zoals wij deden.

Pal in het midden van het historische centrum vind je de wijk sé met helemaal bovenop de heuvel de Sé kathedraal en het bisschoppelijk paleis. Via middeleeuwse steegjes wandel je naar boven. Maar wij kwamen er door de Ponte Luis I van de bovenkant over te wandelen.

De Sé kathedraal is één van de oudste gebouwen van de stad. De bouw begon al in de 12de eeuw, maar het is een amalgaam van romaanse, gotische en barokke invloeden. Een ticket kost slechts 3 euro per persoon. Eventueel kan je ook een combiticket kopen met het bisschoppelijk paleis.

Links: bisschoppelijk paleis. Rechts: Sé kathedraal met een deel in de steigers toen wij er waren.

De kerk zelf bevat een enorm barok altaarstuk in bladgoud, maar gelukkig blijven verder de gotische spitsbogen overeind om het geheel toch een soort soberheid te geven.

Naast de kerk krijg je ook toegang tot het gotische klooster dat volledig omgeven is door blauwewitte azulejos. De kloostergangen zijn daardoor een plaatje.

Je kan ook naar het terras, waar nog meer tegels te zien zijn. Ik vond het er echt prachtig. Dus we liepen er echt wel even rond.

Beneden zouden de tegels scènes uitbeelden uit het hooglied (the song of songs) uit de Hebreeuwse bijbel.

Daarnaast mag je ook het chapter house bezoeken en kan je één van de klokkentorens beklimmen waar je wordt getrakteerd op een prachtig uitzicht.

De Sé kathedraal is wat mij betreft een must om te bezoeken en met voorsprong de mooiste kerk van Porto omdat de gotische elementen nog behouden blijven.

Tijd om langs de middeleeuwse straatjes naar beneden te dwalen. Eerst passeer je dan nog de Igreja de São Lourenço, een barokke kerk die we niet bezochten omdat ie nooit open was als we er passeerden :D.

De straatjes zijn kleurrijk en waren fel versierd (misschien omdat we het Sao Joao feest naderden, misschien is het altijd zo?).

Een paar dagen later keerden we terug naar dit deel van de stad omdat we nog wat tijd over hadden op maandag en in de reisgids werd nog een kerk vermeld die wel open zou zijn (want op maandag is er veel gesloten in Porto, zo blijkt). De Igreja de Santa Clara ligt helemaal bovenaan in Sé, verscholen achter de kathedraal en de oude stadsomwalling.

Hierboven op de foto zie je de sobere ingang van Santa Clara, een entree kost 4 euro per persoon. De kerk is een specialleke. In de 15de eeuw was de kerk onderdeel van het nonnenklooster dat er werd gesticht. Dat klooster heeft bestaan tot in 1900 toen de laatste non stierf. In 1996 werd het nog uitgeroepen tot UNESCO werelderfgoed, maar stilaan raakte de kerk in verval. In 2016 zijn ze dan begonnen aan de restauratie en pas sinds 2021 is de kerk terug open voor publiek.

Speciaal hé? De kerk is tot de nok gevuld met gesneden houtwerk waar bladgoud is op toegepast. Het ambachtswerk is precies en getuigd van vakmanschap. In de kerk zie je foto’s van voor de restauratie en ik moet zeggen dat ze geweldig werk hebben geleverd.

Mooi is dit moeilijk te noemen, maar ik kon uren staren naar de duizenden details en de authentieke gigantische deuren. Hier is zoveel werk ingekropen. Dat goud had misschien niet gemoeten, maar het is nu eenmaal typisch de barok van het zuiden.

Ben jij een barokfan of hou je eerder van gotiek?

Op mijn reisgidspagina vind je een handig overzicht van alle bestemmingen die ik bezocht en de bijhorende blogposts die ik erover schreef. Zo vertrek je nooit zonder inspiratie op vakantie.

Porto #3: Ribeira & Vila Nova de Gaia

In juni 2024 gingen we voor 6 dagen naar Porto als onze zomervakantie. Porto leek ons een ideale uitvalsbasis om ook wat uitstapjes te doen naar andere delen in Portugal. Maar al op dag 1 kreeg het coronavirus me te pakken, waardoor we meer in de stad bleven dan verwacht. Gelukkig bleek Porto een fijne stad waar je best veel kan doen, al is het er niet groot. De stad voelt als een soort Leuven in het buitenland. De ideale citytrip voor een lang weekend of voor een luie zomervakantie zoals wij deden.

Vorige keer wandelden we van het Sao Bento station naar de oever van de Douro. Vandaag zetten we vanaf hier de tocht verder. Deze wijk heet Ribeira, wat simpelweg ‘waterkant’ betekent. Ribeira vormt het levendige hart van de stad. Hier vind je altijd veel volk dat langs de rivier wandelt of op de terrassen zit.

Ook zeer typisch zijn de vele kleurrijke huizen met typische balkonnetjes. In de kleine steegjes vlak naast de oever vind je veel winkels en restaurants, maar verdwalen doe je er niet want je komt steeds weer aan de Douro en de ponte Luis I uit.

Voor de brug vind je steeds enkele typische portoboten. En kan je ook een boottochtje boeken (dat deden wij op een andere dag).

De Ponte Luis I is dé blikvanger van Porto. Hij werd geopend in 1886, wanneer Luis I koning was van Portugal. De ontwerper, Théophile Seyrig, was een collega van Gustave Eiffel – dat zie je natuurlijk aan zijn werk. Het is trouwens maar één van de zes bruggen die op korte afstand van elkaar de oevers met elkaar verbinden.

De brug bestaat uit een boven- en onderdek. Wij wandelden eerst beneden de brug over, op naar Vila Nova de Gaia. Wil je graag naar boven, dan kan je de kabeltrein Funicular dos Guindais nemen, die langs de oude stadsmuur naar boven klimt.

Ik ben een grote fan van bruggen en dit is zeker eentje van mijn favorieten. De overkant Vila Nova de Gaia is vooral gekenmerkt door de vele portohuizen die je er kan bezoeken. Aangezien ik zelf amper alcohol drink, stond dat niet op ons lijstje.

Zicht op Ribeira vanaf de overkant.

Ook nieuw aan deze kant: het WOW, een gloednieuw cultureel centrum dat meerdere musea huisvest en een mooi dakterras heeft met uitzicht op de rode daken van Porto.

Uitzicht vanaf het Wow.

Je kan er o.a. een museum over wijn, kurk en chocola bezoeken. En ze doen ook mee aan de Instagram hypes met ‘Pink palace’, waar je foto’s van jezelf kan nemen in roze achtergronden. Allemaal ook niet echt ons ding dus we wandelden verder.

Links: de kleurrijke tegeltjestrap van het WOW. Rechts: The rabbit van Bordalo II.

Niet veel verder vind je ‘The rabbit’ van street artist Bordalo II die vaak levensgrote dieren knutselt met allerlei afval en materialen. Hij is het meest actief in Lissabon, maar dit is toch ook een heel bekend werk.

Maar wij waren vooral naar de overkant gekomen om naar boven te gaan. En omdat dit te voet wel wat klimmen zou zijn en ik nog ziek was, kozen we voor de Teleférico de Gaia. Een kabelbaan die je voor 7 euro per persoon naar boven brengt. Ik ben niet zo een held in hangende doorzichtige dingen, maar ik vond dit wel een hele belevenis met een leuk uitzicht op de rivier, de brug en Gaia.

Eens boven wandelden we eerst door de Jardim Do Morro. Hier is het echt genieten van een prachtig uitzicht.

Nog iets meer naar boven vind je het Mosteiro da Serra do Pilar. Het hoogste uitzichtspunt. Zowel het klooster als de kerk hebben een cirkelvormige architectuur. Jammer genoeg is het vaak niet open om te bezoeken.

En vanaf hier kan je dan de bovenkant van de Ponte Luis I over wandelen, op weg naar het Sé district of een terras om je even neer te planten.

Ribeira en Vila Nova de Gaia zijn echt het hart van Porto en dus zeker een must voor je bezoek. Je kan hier op een dag heel wat zien omdat alles heel dicht bij elkaar is. De mooie rode daken langs de rivier, I love it!

Op mijn reisgidspagina vind je een handig overzicht van alle bestemmingen die ik bezocht en de bijhorende blogposts die ik erover schreef. Zo vertrek je nooit zonder inspiratie op vakantie.

Porto #1: Santo Ildefonso & Bonfim

In juni 2024 gingen we voor 6 dagen naar Porto als onze zomervakantie. Porto leek ons een ideale uitvalsbasis om ook wat uitstapjes te doen naar andere delen in Portugal. Maar al op dag 1 kreeg het coronavirus me te pakken, waardoor we meer in de stad bleven dan verwacht. Gelukkig bleek Porto een fijne stad waar je best veel kan doen, al is het er niet groot. De stad voelt als een soort Leuven in het buitenland. De ideale citytrip voor een lang weekend of voor een luie zomervakantie zoals wij deden.

We sliepen in een moderne Airbnb in de wijk Bonfim, die wijk stond in de reisgids aangeschreven als hip en opkomend. Tijdens onze eerste dag in Porto verkenden we Bonfim en omgeving en ik neem jullie hier graag mee naartoe.

Een klein stukje van Praca dos Poveiros

We sliepen vlakbij het leuke park Jardim Marques de Oliveira aan het Praca dos Poveiros. Waar de bouwvallige huizen afwisselen met hippe en authentieke eetplekken. Typisch voor deze voormalige arbeiderswijk die de laatste jaren aan het heropwaarderen is. Wij kozen voor een snelle pizzalunch bij Pizzaiolo aan het Coliseu, een art deco theater.

Links: Coliseu, rechts: Café Majestic.

Een beetje verder kan je rechts de Rua De Santa Catherina inslaan, de winkelstraat, waar je o.a. ook het chique Café Majestic – dit is dan weer Art Nouveau – vindt, samen met een horde toeristen die er een tafeltje proberen bemachtigen.

Als je nog wat verder wandelt, bots je plots op de blauwwitte tegels – azulejos – van de Capela Das Almas. Meteen een typisch beeld van Porto: de mooie tegels en kerken.

De kapel is opgezet in neoclassicistische stijl en gratis te bezoeken. Ik vond het interieur nog best sober, al zijn er ook binnen blauwe azulejos te vinden. Het is vooral treffend hoe zo’n mooi bouwwerk heel casual tussen de winkels op een drukke straathoek staat.

Om de hoek van de kapel kan je etenswaren inslaan in de mercado de Bolhao. Op de bovenverdieping vind je ook enkele leuke restaurants.

Er hangt die typische vibe van een zuiderse overdekte markthal, ik vind het altijd een must om daar even rond te lopen. De straten rondom de gigantische markthal zijn ook echt heel mooi met kleurrijke gevels.

Als je de Rua Santa Catherina in de andere richting naar beneden wandelt, kom je uiteindelijk uit aan de Igreja de Santo Ildefonso, opnieuw een blauw betegelde kerk vernoemd naar Ildelfonsos van Toledo, een bisschop uit de middeleeuwen.

De kerk is gebouwd in vroegbarokke stijl, al is het bladgoud van het altaar binnen wel echt overdadig. Voor 1 euro per persoon kan je naar binnen en daar hoort ook een minireligieus museum bij dat vooral heel schattig was.

In Portugal en Spanje zijn de barokke kerken vaak nogal too much. Zo ook de deze. Ik mis dan onze eenvoudige gotiek. Maar al dat bladgoud en die zware altaarstukken zijn nu eenmaal deel van de cultuur van het Iberische schiereiland dat lang heeft moeten strijden tegen de Moren – iets dat ik sinds mijn lessen Spaanse kunstgeschiedenis beter begrijp en probeer te waarderen.

Een bezoek duurt niet lang. Buiten aan de kerk staat er ook vaak een gezellige markt op het plein dat de kerk met het Sao Jaoa theater verbindt. Sao Jaoa (Johannes De Doper) is de patroonheilige van de stad. En enkele dagen later op 22 juni zou er een groot volksfeest zijn op zijn naamdag.

Ook nog een beetje verder weg in deze wijk: het Praca da Liberdade, het grootste plein van de stad met het stadhuis centraal. Een barok stadhuis, uiteraard.

Ik voelde me ondertussen zieker worden en dus gingen we terug naar de Airbnb. Bonfim bleek de ideale uitvalsbasis. Een beetje verder weg van het toeristische centrum, maar wel omgeven door fijne koffiezaken en eetplekken. Enkele aanraders:

  • Koffie kan bij C’Alma in een heel mooi pand, of bij Combi Coffee Roasters aan het park voor wie ook wil ontbijten en ook A certain café iets verderop biedt ook ontbijt en koffie.
  • Op het Praca do Poveiros vindt je heel wat eetplekken die lokaal Portugees serveren (maar wij zijn niet zo’n fan van veel vis of vlees op je bord). We gingen bij het iets hippere Antu.
  • Iets verder, maar wel twee keer geweest: Boa, boa voor lekker fusion Aziatisch. Van ramen tot curry’s en uiteraard bao’s. Aanrader!
  • Duello is een gezellige, kleine Mexicaan.
  • En het beste ijs van de buurt en van heel Porto is ongetwijfeld Gelateria Portuense. Je loopt er zo voorbij, maar dit ijs is echt niet te missen!

Ben jij al eens in Porto geweest?